In Italië is de verleiding groot om lekkers in te slaan voor de dagen dat ik in Nederland ben. Geef mij maar cantuccini, panforte en ricciarelli in plaats van speculaasjes, spritsen of jan hagel… Ik heb vooral een zwak voor amaretti, een soort bitterkoekjes, maar dan veel en veel lekkerder. Niet alleen omdat ze zo lekker zijn bij een kopje koffie, maar ook omdat ze zo mooi verpakt zijn. Elk koekje is opgerold in een kleurig papiertje met gouden opdruk, dat aan de uiteinden is opgerold zodat je een soort toffee krijgt. En alsof dat nog niet genoeg is, kun je de amaretti in prachtige geschenkdozen en –blikken kopen, hetgeen de verleiding nog groter maakt…

Bijna al mijn vrienden hebben inmiddels dan ook een of meer koekblikken van Virginia Amaretti in hun keuken(kastje) staan. De combinatie van het zien van al dat moois en lekkers en de geur van versgebakken koekjes vertaalt zich in een enorme tas culinaire cadeautjes. Want Italianen zijn meesters van het detail: ze bakken niet alleen perfecte koekjes, ook van het inpakken van deze heerlijkheden maken ze een waar feestje.
Soms sla ik een beetje te enthousiast in, en blijft er een zak amaretti ‘over’. Dankzij een vriendin die haar passie voor Italië bijna dagelijks vertaalt in de lekkerste recepten, ontstond uit dit overschot echter een nog lekkerder traktatie: een torta di amaretti. Vandaag ook voor jullie allemaal het recept. Haal dus snel een voorraad amaretti in huis!
Ingrediënten
250 gram cakemeel
200 gram roomboter
200 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
2 ml amandelessence amandelsmaak
2 eieren
5 tot 8 eetlepels melk
50 gram harde kleine amarettikoekjes
handje zoete gehakte amandelen
Verwarm de oven voor op 160 graden.
Klop de roomboter zacht en romig. Voeg dan de basterdsuiker en de vanillesuiker toe en doe de eieren er een voor een bij. Klop alles circa 3 minuten met de mixer op hoogste stand tot een glad beslag.
Doe de amarettikoekjes in een schaaltje en schenk er een heel klein laagje water over. Zet het schaaltje kort in de magnetron, zodat de amaretti zacht worden en je er een papje van kunt maken. Roer dit, samen met het cakemeel, de amandelessence en de melk door het beslag. Klop alles nog 1 minuut goed door met de mixer op de hoogste stand.
Doe het beslag in een ingevette cakevorm van ca. 28 cm (of in een springvorm met een doorsnede van ca. 24 cm) en garneer met de gehakte amandelen. Plaats de vorm in de voorverwarmde oven en bak de cake in 60 tot 70 minuten goudbruin en gaar. Stort de cake op een rooster, laat hem afkoelen en bestrooi hem met een beetje poedersuiker.
Deze cake is overigens ook heerlijk als zoet Italiaans ontbijt, met een schuimige cappuccino. Dat wordt een nog grotere voorraad amaretti inslaan in Italië…



Het meest bekend zijn waarschijnlijk de cantuccuni, langwerpige amandelkoekjes die net als beschuit twee keer gebakken worden. De koekjes bevatten naast amandelen ook meel, suiker, amaretto en enkele specerijen als kardemom, kaneel, kruidnagel en steranijs. Soms worden er ook nog stukjes chocolade aan het deeg toegevoegd. De cantuccini zijn de traditionele lekkernij van de Toscaanse provincie Prato (ten noorden van Siena), en daarom worden ze ook wel Biscotti di Prato (koekjes van Prato) genoemd. Ze worden in Italië vaak geserveerd als toetje, samen met een glaasje Vin Santo.
Weer een andere soort amandelkoekjes zijn de ricciarelli, die qua vorm lijken op de amandelvormige ogen van de Maria’s die worden afgebeeld op de prachtige schilderijen van de meesters van de Sienese school. De koekjes worden gemaakt van amandelen, suiker en eiwit en worden na het bakken royaal bestrooid met poedersuiker. Het verhaal gaat dat de Sienees Ricciardetto della Gherardesca, deze koekjes heeft geïntroduceerd toen hij na een lange reis terugkeerde van de kruistochten tegen de Turken. Op zijn kasteel bij Volterra zou de kok nachtenlang bezig zijn geweest om te weten te komen hoe deze koekjes nu precies gemaakt werden. Gelukkig wist hij het recept te achterhalen en kunnen we dankzij Ricciardetto en zijn kok ook nu nog genieten van de ricciarelli.
bakken. Deze cavallucci hebben een lange geschiedenis; ze werden volgens de Sienezen al gebakken ten tijde van de heerschappij van Lorenzo il Magnifico (vijftiende eeuw). Ze heten toen alleen nog Biriquocoli; de naam cavallucci kregen de koekjes in de loop der tijd omdat ze vooral werden gebakken in de osterie op het platteland, waar de postkoetsen en reizigers te paard even stopten voor een drankje en een versnapering. Letterlijk betekent cavallucci namelijk ‘kleine paardjes’. Hoewel de cavallucci heerlijk zijn bij een kopje koffie, vormen ook deze koekjes een perfecte combinatie met een zoete dessertwijn.

