dec 11

Welke Italiëliefhebber kent ze niet, de kleine, prachtig versierde doosjes met snoepjes die elke toonbank kleur geven? De Pastiglie Leone, de pastilles van Leone, zijn na de Parmezaanse kaas en de mozzarella di buffala minstens zo tekenend voor het land van la dolce vita.

Toen ik voor het stuk van gisteren op zoek was naar Italiaanse kerstcadeautjes, zag ik tijdens een koffiepauze in een klein barretje twee wel heel bijzondere uitvoeringen van het bekende Leone-doosje: een doosje met snoepjes met de smaak van panettone en eentje met snoepjes met de smaak van kerstkoekjes. Hoewel deze doosjes zeker mooi hadden gestaan tussen de suggesties voor Italiaanse decembercadeaus, vond ik dat ze wat meer aandacht verdienden.

                                               

Het merk Leone bestaat namelijk al langer dan Italië zelf! Al in 1857 werden de eerste Leone-pastilles geproduceerd. Daarmee zijn deze snoepjes de oudste in Italië! De geschiedenis van Leone is onlosmakelijk verbonden met die van Turijn, maar de snoepjes werden voor het allereerst gemaakt in Alba. Hier creëerde de oprichter van Leone, Luigi Leone, zijn eerste pastilles. Hoewel de snoepjes in de smaak vielen bij de koninklijke familie en andere hooggeplaatste personen, had Luigi Leone nooit kunnen vermoeden dat zijn snoepjes zo’n enorme groei zouden doormaken.

Ambitieus was Luigi Leone echter wel. In 1880 besluit hij de winkel in Alba te sluiten en naar Turijn te verhuizen. Hier opent hij zijn snoepwinkel aan de Corso del Re (what’s in a name ?). Turijn was echter net hoofdstad af en de stad verkeerde in een soort identiteitscrisis. Turijn had dringend behoefte aan een uithangbord, aan iets om de schouders onder te zetten en trots op te zijn.

Langzamerhand ontwikkelt de stad zich als een paradijs voor zoetekauwen. Goede, vaak zoete, smaak wordt heer en meester in Turijn. Leone profiteert hiervan en breidt zijn bedrijf steeds verder uit. De pastilles rollen aan de lopende band in de karakteristieke doosjes.

Er worden echter geen concessies gedaan aan de kwaliteit: elke pastille smaakt minstens zo lekker als de allereerste die ooit in Alba werd geproduceerd. In de loop der jaren, werd de uitdrukking Marca Leone zelfs synoniem voor het klaren van een klus volgens de regels van de kunst, zodat het eindresultaat meer dan goed is en absoluut staat voor vakmanschap en kwaliteit.

Het geheim van dit succes is waarschijnlijk het recept , dat al meer dan 150 jaar hetzelfde is. De werknemers – die er meestal al tientallen jaren werken – geven de tradities door aan hun kinderen en dat gebeurt met veel passie. Nog steeds worden de beste ingrediënten van over de hele wereld gebruikt voor de unieke pastilles. En ook de verpakking is niet veel veranderd. Hoewel het steeds iets verfijnder wordt, blijft Leone herkenbaar – en geliefd.

Gelukkig voor de Leone-fans worden er regelmatig nieuwe smaken op de markt gebracht. Zo heb je altijd iets om naar uit te kijken en kun je voor een habbekrats een origineel echt Italiaans souvenir meenemen voor de thuisblijvers!

Voor de echte fans is een bezoek aan de Leone-winkel een aanrader. Je vindt deze winkel, met de toepasselijke naam La Bocca del Leone, aan de Via Italia 48 in Collegno (Turijn). De winkel is open van dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 19.00 uur.

Getagd met:
mrt 13

Gisteravond genoot ik niet alleen van een heerlijk glaasje grappa, maar ook van een prachtig boek over Piemonte, Piemonte naar ieders smaak. Tijdens het lezen van dit prachtige boek met mooie foto’s liep het water me regelmatig in de mond. Ik wist eerlijk gezegd niet dat Piemonte zo veel lekkers herbergde: truffel, risotto, kazen, bollito misto, polenta, chocolade…

Maar het lekkerst van alles zijn misschien wel de wijnen van Piemonte. Gido van Imschoot, de auteur, toont ons de parels van Piemonte op een schitterend presenteerblaadje:

‘Samen met Toscane is Piemonte de meest befaamde wijnstreek van Italië en de belangrijkste wijngaard in het noordwesten van Italië. Nochtans zijn de natuurlijke omstandigheden voor wijnbouw in Piemonte niet ideaal, maar toch worden hier veel grote wijnen gemaakt. De streek ligt als een soort amfitheater tussen de uitlopers van de Alpen, de Povlakte en de Apennijnen. Piemonte is qua oppervlakte slechts het vijfde wijngewest van Italië, maar het heeft wel het hoogste aantal wijnen met een DOC- (45) en een DOCG-keurmerk (13).

We kunnen Piemonte indelen in twee grote wijngebieden. We hebben het zuidoosten, ten zuiden van de Po, met de twee grote regio’s Langhe en Monferrato. Hier vinden we de Barolo en Barbaresco. Het andere grote wijngebied ligt op de uitlopers van de Alpen, ten westen en ten noorden van Turijn, met wijngaarden in de provincies Vercelli, Biella, Novara en Verbania. De wijnen uit deze laatste regio’s zijn minder bekend, maar hier vallen werkelijk ontdekkingen te doen voor de avontuurlijke wijnreiziger.’

Na een korte geschiedenis van de wijnbouw in Piemonte beschrijft Gido van Imschoot alle wijnen uit deze Italiaanse regio, waaronder de Barolo, de ‘koning der wijnen en wijn der koningen’.

‘Al eeuwenlang wordt in Barolo en omgeving wijn gemaakt, maar de grote faam van barolo ontstond hoofdzakelijk in het midden van de 19de eeuw tijdens de Risorgimento. Een grote promotor van barolo was de plaatselijke marchesi Tancredi Falletti, gesteund door koning Carlo Alberto en de graaf van Cavour. Zij zochten naar mogelijkheden om de wijnbouw in de regio te verbeteren.

In 1850 huurden zij de Franse oenoloog Oudart in om een wijn te maken naar Bourgondisch model. De graaf van Cavour was een grote liefhebber van pinot noir en hoopte dat de oenoloog erin zou slagen om een soort rode bourgogne te maken in Piemonte. Maar de pinot noir gaf in Piemonte niet hetzelfde resultaat als in Bourgogne, waardoor Oudart zijn energie in de plaatselijke druivenrassen stopte. Samen met de toen befaamde oenoloog Staglieno zocht Oudart naar een oplossing om de harde smaak van de plaatselijke nebbiolodruif te verzachten.

Na vele opzoekingen ontdekte hij de invloed van de ‘malolattica’, de malolactische gisting die rode wijnen zachtaardiger maakt. Op dat moment werd het duidelijk dat nebbiolo het beter deed in Piemonte dan pinot noir. Barolo was het resultaat en de wijn werd al snel populair dankzij de connecties van de monarchie in Turijn met de mondaine wereld. Koning Carlo Alberto was gecharmeerd door de smaak van de nebbiolo ‘nieuwe stijl’ en investeerde in de (her)aanplant van de wijngaarden.

Reeds in 1896 behoorde barolo tot de beste wijnen van Italië. Op het einde van de 19de eeuw sloeg ook hier de druifluisepidemie toe en werden alle wijngaarden verwoest. Na de heraanplant, de Eerste Wereldoorlog, de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog was het wachten tot de jaren zestig vooraleer barolo weer op het toneel verscheen.

Barolo is een kleine regio ten zuiden van de stad Alba. De wijngaarden maken slechts 3% uit van de Piemontese wijngaarden en ondanks de grote vraag naar barolo is er vrijwel geen plaats om uit te breiden. Veel wijnbouwers nemen ook liever hun toevlucht tot de productievere barbera en dolcetto. Dit heeft ook te maken met de vele kleine wijnhuizen in Piemonte. Veel wijnboeren hebben slechts enkele hectaren in eigendom, waardoor ze meer voor zekerheid kiezen. Het maximum rendement bedraagt 55 hectoliter per hectare, maar de betere wijnhuizen oogsten streng en halen slechts 35 tot 40 hectoliter per hectare. De overheid beslist wanneer de oogst begint. In uitzonderlijke jaren kan dit zelfs in november zijn.

Barolo moet verplicht drie jaar lageren, waarvan twee jaar op vat of in fusten uit eik of kastanjehout. Het is de producenten toegelaten om maximum 15% jonge barolo toe te voegen aan een gelijkwaardige oudere barolo. Een wijn met de vermelding riserva moet minstens vijf jaar ‘opgevoed’ zijn. De wijnmaker mag wel zelf kiezen hoelang hij zijn wijn op hout laat rusten. Door de lange houtlagering verliest de wijn veel kleurstof. Daarom is een barolo meestal granaatkleurig tot bruinrood. Barolo bevat minimum 13% alcohol.’

Wie meer wil lezen over barolo en de andere wijnen uit Piemonte, moet zeker Piemonte naar ieders smaak in huis halen. Naast allerlei heerlijke wijnen laat Gido van Imschoot ook allerlei andere culinaire hoogstandjes de revue passeren. Maar Piemonte heeft nog veel meer te bieden. De immense schoonheid van de natuur, bergen en meren en de wijdverspreide aanwezigheid van kunst en cultuur en de culinaire, culturele en creatieve hoofdstad Turijn maken van de regio een ideale vakantieplek die nog niet zo bekend is als Toscane.

Piemonte naar ieders smaak is een inspirerend boek boordevol informatie, waarmee je je zowel ter plekke als thuis enorm kunt vermaken. Voor wie de gids mee op reis neemt, bevat het boek een handig overzicht van de belangrijkste bezienswaardigheden en adresjes om te eten, te slapen en uiteraard om wijn te kopen.

Buon viaggio e salute!

jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

preload preload preload