apr 05

Stel je voor, echt Italiaans eten aan een lange houten tafel, in een heerlijke avondzon. Dat is precies het gevoel dat deze zomerse uitgave van de makers van De Zilveren Lepel oproept…

De 400 (!) recepten in De Zomer van De Zilveren Lepel maken optimaal gebruik van het geweldige aanbod van groente en fruit die de zomer te bieden heeft, zoals tomaten, verse kruiden, aubergines, aardbeien en frambozen. De prachtige en kleurige foto’s van Italiaanse landschappen, ingrediënten en gerechten brengen je helemaal in de sfeer van het land – en de heerlijke recepten zullen alle thuiskoks inspireren tot het maken van smaakvolle seizoensgerechten.

Dit boek brengt de smaak van Italië naar je eettafel, of je nu op een Italiaanse camping zit of aan je eigen tuintafel! Uiteraard biedt De Zomer van de Zilveren Lepel ook volop inspiratie voor picknicks, barbecues en allerlei andere zomerse eetfestijnen, met recepten voor onder andere tapenade en frittata, een keur aan salades, gegrilde vis en zomerse drankjes.

Om het zomerse gevoel al even in huis te halen vandaag op Ciao tutti het recept voor aardbeienrisotto, oftewel risotto alle fragole:

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 liter groentebouillon
80 gram boter
1 ui, fijngehakt
320 gram risottorijst
400 ml droge witte wijn
300 gram aardbeien, kroontjes verwijderd
250 ml slagroom
zout en versgemalen witte peper

Giet de bouillon in een pan en breng aan de kook, temper vervolgens het vuur en laat zachtjes koken.

Smelt ondertussen de helft van de boter in een andere pan. Voeg de ui toe en bak deze op laag vuur onder af en toe roeren in circa 5 minuten zacht. Doe de rijst erbij en bak al roerend tot alle korrels glanzen van de boter.

Voeg de wijn toe en laat circa 5 minuten pruttelen. Roer een soeplepel hete bouillon door de rijst en blijf roeren tot al het vocht is opgenomen. Voeg dan een nieuwe soeplepel bouillon toe en ga zo door tot alle bouillon is opgenomen. Dit duurt 18 tot 20 minuten.

Leg ondertussen een paar aardbeien opzij voor de garnering. Prak de rest fijn in een kom. Voeg de geprakte aardbeien 10 minuten voor het einde van de kooktijd (dus ongeveer als de helft van de bouillon is opgenomen) toe aan de risotto.

Roer vlak voor het einde de slagroom erdoor en breng op smaak met zout en peper. Garneer de risotto met de achtergehouden aardbeien en serveer direct.

Buon appetito en een smakelijke zomer!

Kijk voor meer zomerse recepten in

De Zomer van de Zilveren Lepel
ISBN 9789077330128
€ 35,00
uitgeverij Van Dishoeck

De Zomer van de Zilveren Lepel Live
Zelf proeven hoe lekker zomers de gerechten uit De Zomer van de Zilveren Lepel zijn, zonder eerst in de keuken te hebben gestaan? Dat kan tijdens de pranzo (lunch) die boekhandel H. de Vries te Haarlem samen met uitgeverij Unieboek / Het Spectrum op zondag 17 april organiseert. Schuif aan aan de mooi gedekte, lange houten tafels in de binnentuin van de winkel en geniet van een aantal gerechten uit De Zomer van de Zilveren Lepel, verzorgd door Staal Catering.

De kosten voor de pranzo bedragen € 45,00. Dat is inclusief drie drankjes en natuurlijk een exemplaar van De Zomer van de Zilveren Lepel (ter waarde van € 35,00). De lunch begint om 14.00 uur en zal ongeveer twee uur duren.

Op zondag 17 april is de boekhandel alleen geopend voor de mensen die komen lunchen. Het aantal plaatsen is beperkt, dus twijfel niet te lang! Kaarten zijn te bestellen via deze link. Let wel; de reservering is pas definitief na betaling. Je kunt op de site met IDEAL betalen, maar natuurlijk kun je de kaarten ook vooraf in de winkel komen betalen.

aug 10

Ja, je leest het goed! Zes bolletjes ijs is dagelijkse kost voor Roberto Coletti, eigenaar van Roberto Gelato in Utrecht. En ondanks het feit dat hij de keuze heeft uit een hele vitrine vol met de lekkerste smaken, kiest Roberto toch altijd weer voor chocolade en variegato amarena (yoghurtijs met amarena-kersen). Die vindt hij nu eenmaal het lekkerst.

‘IJs verveelt nooit,’ zo vertelt Roberto terwijl we op de ijshoornstoeltjes voor zijn ijssalon een ijsje eten. Hij dus een bolletje chocolade en een bolletje variegato amarena, ik een bolletje yoghurt en een bolletje bloedsinaasappel. ‘IJs is voor mij dan ook niets nieuws, ik ben er echt mee opgegroeid. Mijn overgrootvader, Giuseppe da Forno, had rond 1900 al een ijssalon in Krakau, in Polen. Mijn hele familie heeft wel iets met ijs. En niet alleen mijn familie: ook veel van mijn Italiaanse buren, vrienden en dorpsgenoten hebben van ijs hun werk kunnen maken.’

Roberto’s familie komt namelijk uit Pozzale di Cadore, een klein dorpje midden in de Italiaanse Alpen. Uit deze streek komen de meeste ijsbereiders die in Duitsland, Nederland en Oostenrijk een eigen ijssalon zijn begonnen. Roberto: ‘Met zoveel ijsbereiders in het dorp is het dan ook niet verwonderlijk dat er in de lente niet veel meer te beleven valt. Het hele dorp loopt leeg. In de winter, als de ijssalons dicht zijn, komen de ijsbereiders allemaal weer naar huis en is het er lekker druk. Dan word er over het ijsseizoen gesproken, worden er nieuwe smaken besproken of uitgedacht en worden er wedstrijden gehouden en cursussen gegeven, zodat we allemaal weer helemaal in vorm aan het nieuwe seizoen kunnen beginnen. En natuurlijk eten we ook dan veel ijs, al is het dan wat minder dan in de lente en de zomer hier in Nederland.’

Gelukkig deelt de vrouw van Roberto, Carlina, zijn passie voor ijs. Samen runnen ze Roberto’s Gelato, en samen bedenken ze keer op keer nieuwe smaken en nieuwe smaakcombinaties. Hoewel Carlina is geboren in Nederland, komt ook zij uit een echte Italiaanse ijsfamilie. ‘Mijn grootvader, Guido de Lorenzo, heeft ruim tachtig jaar geleden het woord ijssalon bedacht. Toen hij in 1928 naar Nederland kwam, kon je alleen bij een ijskar ijs kopen. Veel keuze was er niet: men kende alleen maar roomijs. Toen hij in Utrecht een echte ijssalon opende, moesten zijn buurtgenoten dan ook wel even wennen. Een salon waar je meerdere smaken ijs kon kopen, dat was toch iets heel anders dan zo’n ijskar. En al die smaken, wat moest men nu kiezen?’

Carlina’s grootvader besloot dan ook om een flink aantal ijskarretjes door heel Utrecht te verspreiden, zodat mensen aan zijn ijs zouden wennen. Carlina: ‘Hij noemde deze karretjes ‘zijn krukken’. Het ijs van mijn opa viel gelukkig al snel in de smaak. Bij de verkiezing voor de Utrechter van de eeuw, driekwart eeuw later, zat mijn grootvader bij de top 3. Zou elke Utrechter inmiddels verslingerd zijn geraakt aan het ijs van mijn opa?’

Carlina’s eerste bijbaantje was natuurlijk in de ijssalon van haar ouders, op de Oude Gracht. ‘Ik heb er met mijn zusje heel wat uren en zonnige dagen doorgebracht en heb er zelfs mijn eerste vriendje leren kennen. De ijssalon van mijn vader was heel innovatief; hij maakte in de jaren zeventig bijvoorbeeld al drop- en kaneelijs. Naast de ijssalon is mijn vader ook altijd actief geweest. Zo is hij een van de oprichters van de vereniging van Italiaanse ijsbereiders in Nederland, de ITAL. Ook was hij hoofdexaminator voor de vakopleiding tot meester ijsbereider.’

Carlina trad in de voetsporen van haar vader en grootvader. Samen met Roberto maakt ze nu elke dag het lekkerste ijs voor Roberto Gelato. ’s Ochtends vroeg, voordat de eerste mensen hun ijsje komen halen, maken ze samen alle smaken die ze die dag gaan verkopen. Natuurlijk wordt er elke dag wel vanille-, chocolade-, citroen- en aardbeienijs gemaakt (en variegato amarena natuurlijk, niet in het minst voor Roberto zelf), maar Roberto zou Roberto niet zijn als hij er niet voor zorgt dat er steeds ook bijzondere smaken in de vitrine liggen. Wat denk je bijvoorbeeld van wittevrouwen (kwark met honing en krokante sesam), capriccio (roomijs met karamel en gesuikerde pinda’s), frollini (met heerlijke Italiaanse chocoladekoekjes) of Sicilia (ijs van geroosterde amandelen en vijgen)?

Daarnaast maakt Roberto elke week een nieuwe smaak, die hij nog nooit eerder gemaakt heeft en die vaak ook alleen maar die week te proeven is. Roberto noemt deze smaak mai prima, nooit eerder, omdat hij hem dus nog nooit eerder gemaakt heeft. Carlina: ‘Roberto verzint een nieuwe ijssmaak meestal niet in de ijssalon. Hij krijgt de beste ideeën als we ergens anders zijn. Of ’s nachts, maar daar ben ik niet zo blij mee, want meestal maakt hij me dan wakker om zijn idee te delen.’

Gelukkig vallen Roberto’s ideeën meestal goed in de smaak. Al klinken sommige ijssoorten misschien eerst heel raar, Roberto weet er toch iets heel lekkers van te maken. Nooit gedacht bijvoorbeeld dat je van ansjovis ijs kan maken, maar het kan niet alleen: het smaakt ook nog eens heerlijk. Je proeft de zilte smaak van de ansjovis, maar tegelijk ook het romige van het ijs. Heel bijzonder! Roberto maakte zo ook al eens haringijs, bierijs, tomatenijs, kaasijs, sigarenijs en sesamijs. Geloof je niet dat deze ijssmaken lekker zijn? Ga dan zelf maar eens proeven bij Roberto en Carlina! Natuurlijk mag je ook een ‘gewone’ smaak kiezen, al zijn deze ijssmaken hier wel veel lekkerder. Dat komt onder andere door de ingrediënten die gebruikt worden, verklapt Roberto.

‘De mango’s voor ons mangoijs komen uit India, de citroenen worden natuurlijk op Sicilië geplukt en de pistachenoten komen uit het Siciliaanse Bronte. De vanille voor het vanille-ijs komt van Madagaskar, de hazelnoten uit Piëmonte en de chocolade van bij onze zuiderburen. Lekkerder krijg je het echt niet!’

Daar kan ik Roberto na een middag ijs proeven alleen maar gelijk in geven. Ik weet in elk geval dat ik hem vandaag meer dan verslagen heb; ik kan de bolletjes ijs die ik gegeten heb niet eens meer tellen! Het liefst zou ik, net als Roberto, elke dag een bolletje of zes eten, zeker van dit bijzonder lekkere mango, wittevrouwen- of bloedsinaasappelijs. Ik zou er bijna voor naar Utrecht verhuizen…

Wil je deze bijzondere ijservaring niet missen, Roberto en Carlina maken nog tot oktober elke dag opnieuw het lekkerste ijs. Je vindt hen aan de Poortstraat 93, in Utrecht, of op www.lekkerijs.nl. Voor iedereen die na een bezoek aan Roberto en Carlina ook thuis het lekkerste ijs wil maken, schreef Carlina het boekje Lekker! IJs.

Naast allemaal leuke weetjes over de geschiedenis van ijs geeft Carlina natuurlijk ook wat recepten prijs! Voor de lezers van Ciao tutti het recept voor wittevrouwenijs, genoemd naar de Utrechtse wijk waar Roberto en Carlina hun ijssalon hebben.

Wat heb je nodig?

voor ongeveer 12 bollen ijs

weegschaal
kunststof bewaarbak
grote kom
plastic lepel
blender of staafmixer

450 gram volle kwark*
120 gram volle melk*
50 gram slagroom*
80 gram vloeibare honing* (ik vind acaciahoning het lekkerst!)
100 gram sesamzaad

*Carlina heeft alle ingrediënten in grammen gezet, aangezien een weegschaal meestal veel nauwkeuriger is dan een maatbeker!

Meng eerst de kwark met de melk, slagroom en honing.

Als je een ijsmachine hebt, kun je deze mix nu in de machine doen. Als je geen ijsmachine hebt, zet je het mengsel in een plastic bak minstens 2 uur in de diepvries. Het ijs is klaar als het helemaal hard bevroren is. Voel even met een vork.

Als het ijs klaar is, schep je het in de blender om de ijskristallen te breken. Schep het ijs zo snel mogelijk uit de bak, mix het in de blender of met een staafmixer en schep het daarna terug in de bak. Zet de bak weer in de diepvries. Laat het ijs 5 minuten in de diepvries staan.

Strooi net voor je het ijs serveert het sesamzaad over het ijs. Als je geen sesamzaad kunt vinden, kun je ook een sesam-snackreep in stukken breken en die gebruiken.

aug 09

Wanneer ik over de Albert Cuyp loop en de geur van verse aardbeien me naar elke fruitkraam trekt, weet ik dat de zomer niet lang meer op zich laat wachten. Als dan de Italiaanse ijsverkopers terugkeren uit hun dorp in de bergen, waarnaar ze elk jaar in oktober terugreizen, weet ik het zeker: het is zomer!

Inmiddels is het alweer heel wat weken geleden dat ik de eerste aardbeien proefde en dat de rolluiken van de ijscoman om de hoek elke ochtend knarsend omhoog worden getakeld. In de tussentijd zijn er al heel wat bakjes aardbeien verorberd en ijssmaken geproefd. Daarom deze week op Ciao tutti een ijsspecial: elke dag een artikel over ijs.

We beginnen vandaag in het Italiaans (met onderaan dit artikel een verklarend woordenlijstje)! In het zomernummer van Italië Magazine neemt Daniela Ditvoorst-Falsetta een kijkje in de Italiaanse gelaterie.

‘Gli italiani mangiano tantissimo gelato, circa 15 chili all’anno. Per acquistarlo si va nella gelateria più buona in città. Sì, ma quale? Le gelaterie artigianali in Italia sono 32419! Per non parlare del numero dei gusti. Sono ormai oltre 600 gusti di gelato censiti in Italia. Ma nonostante la diversità dell’offerta, secondo un sondaggio, i preferiti restano i gusti classici: cioccolato (27%), nocciola (20%), limone (13%)< fragola (12%), crema (10%), stracciatella (9%) e pistacchio (8%). Io personalmente li preferisco tutti e voi, quale preferite?

L’arte gelatiera influenza acnhe le cucine degli chef più raffinati. Grazie alla collaborazione tra cuochi e gelaterie, il gelato non è più solamente un dessert ma un ingrediente fresco che accompagna carne e pesce. Sostanzialmente può essere abbinato a qualsiasi portata, dall’antipasto al secondo piatto. Per esempio, che ne direste di una tartare di scampi freschi con gelato di gambero o acciughe marinate?

Sono all’avanguardia anche il gusto al parmigiano, all’aceto balsamico, al carciofo, ai peperoni, alle olive e alla cipolla rossa. Quest’ultimo l’ho assaggiato personalmente a Tropea, in Calabria. Volete sapere che sapore aveva? Ma di cipolla rossa naturalmente!

Comunque, che sia dolce o salato, il gelato artigianale è sempre buono. E per quest’estate, qualunque sia il vostro gusto preferito: buon gelato a tutti!’

censiti geteld
sondaggio enquête
nocciola hazelnoot
fragola aardbei
gelatieri ijsmakers
abbinato a gecombineerd met
gambero garnaal
acciughe ansjovisjes
sono all’avanguardia ze lopen voorop
carciofo artisjok

 

Nu moet ik eerlijk zeggen dat het water mij nog niet in de mond loopt bij de gedachte aan ijs van rode uien. Ik houd het liever bij onze zomerkoninkjes. Ook deze zijn in het zomerse nummer van Italië Magazine aanwezig:

‘In Nemi, een lieflijk dorpje in de buurt van Rome, worden de eerste aardbeien van het jaar gevierd met een heus aardbeienfeest op de eerste zondag van juni. De fragolare, boerinnen gespecialiseerd in de aardbeienteelt, lopen dan in processie door de straten in hun klederdracht: rode rok, zwart vest, witte blouse, gevouwen hoofddoek. De fragolare waren vroeger ook in Rome aanwezig voor het feest aldaar op 13 juni, een feest waar aardbeien, die gratis onder de aanwezigen werden uitgedeeld, de hoofdrol speelden. In Rome stopte dit feest in 1870, maar in Nemi ging het vrolijk door.

In Sicilië, tussen de dorpen Sciacca e Ribera, heeft men zich gespecialiseerd in een soort bosaardbeitje dat ook door Slow Food wordt beschermd, de fragolina di Ribera. Door het verdwijnen van de seizoenen en het continue aanbod van aardbeien het hele jaar door is deze soort een soort bijproduct van kleine agrarische bedrijven geworden. Hij wordt traditioneel gebruikt om jams, geleien, diksap en natuurlijk ijsjes van te maken. Houd ze in de gaten als je naar Sicilië gaat, want als je ze eenmaal hebt geproefd, wil je niks anders meer,’ aldus Barbara Summa.

Ze geeft ook het recept voor fragole al limone (aardbeien in citroensap), een klassieker in Italië!

Ingrediënten:
aardbeien, gewassen en in stukjes gesneden
suiker naar smaak
citroensap naar smaak

Was de aardbeien, verwijder het kroontje en snijd de grotere aardbeien in kleinere stukjes. Breng de aardbeien op smaak met suiker en citroensap. Laat ze marineren. Als je ze een tijdje laat staan vormt zich vanzelf een zoete siroop, die eigenlijk het lekkerst is. Serveer de aardbeien in citroensap met vanille-ijs.

Heerlijk om van te genieten tijdens het lezen van de andere artikelen in Italië Magazine, onder andere over Pantelleria, het magische eiland tussen Sicilië en Afrika, over de kunst van Botticelli, over de historie van de Ape (het vrachtwagentje op drie wielen dat in Italië op elke hoek van de straat opduikt) en over fietsen langs de Tiber in Umbrië. Genieten!

Getagd met:
preload preload preload