sep 06

Gisteren werd op Manuscripta, de feestelijke aftrap van het boekenseizoen, Het grote pastakookboek gepresenteerd, met maar liefst 448 pagina’s vol pasta.

Pasta wordt veelal gezien als het ultieme symbool van de Italiaanse keuken. Elke Italiaanse regio kent zijn eigen pastasauzen, en elke soort saus vraagt bovendien om een specifieke pastavorm: bucatini, linguine, fettuccini, penne, occhi di lupo, farfalle…

In Het grote pastakookboek vind je meer dan 600 pastarecepten – traditionele Italiaanse pastagerechten en recepten voor moderne pasta’s die snel op tafel staan. Dus niet alleen klassiekers als spaghetti carbonara en bucatini all’amatriciana, maar ook verrassende variaties als bucatini al pesto di mandorle e fiori di zucca (bucatini met amandelpesto en courgettebloemen) en spaghetti alla vodka (spaghetti met room, spek en wodka).

Aangezien de meer dan 600 pastarecepten door Diane Kuster en mijzelf zijn vertaald (en geproefd!) mogen we vandaag op Ciao tutti al een voorproefje geven van twee pasta’s uit Het grote pastakookboek:

Bucatini capricciosi
(verrassende bucatini)

Ingrediënten voor 6 personen:
500 g bucatini
50 g spek (pancetta)
50 g mortadella
50 g ham
100 g braadworst
200 g doperwtjes
1 eetlepel tomatenpuree
½ ui
1 teentje knoflook
een bosje peterselie
1 kopje bouillon
15 g boter
2 eetlepels extra vergine olijfolie
peper en zout

Hak de pancetta, de knoflook, de ui en de peterselie fijn en meng alles goed door elkaar. Smelt de boter en de olie in een koekenpan en bak de pancetta met de knoflook, ui en peterselie op laag vuur zachtjes bruin. Voeg vervolgens de doperwtjes en de in kleine stukjes gesneden braadworst toe en bak 5 minuten op hoog vuur mee. Voeg dan de bouillon en de tomatenpuree toe, roer alles goed door elkaar en laat de saus een kwartier koken. Voeg vervolgens de in stukjes gesneden ham en mortadella toe. Breng op smaak met peper en zout en laat alles nog eens 10 minuten goed doorwarmen. Kook de bucatini in de tussentijd volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af en roer de saus er voorzichtig door.

Pasta bandiera
(pasta in de kleuren van de Italiaanse vlag)

Ingrediënten voor 6 personen:
400 g mezze penne
200 g mozzarella
6 ontvelde tomaten
een handje rucola
extra vergine olijfolie
versgemalen zwarte peper
zout

Kook de mezze penne volgens de aanwijzingen op de verpakking in voldoende water met zout al dente. Giet de pasta af, schenk er een beetje olijfolie overheen en laat afkoelen. Snijd de tomaten en de mozzarella in blokjes. Scheur de rucola in reepjes. Roer de tomaten, de rucola, de mozzarella, nog een beetje extra olijfolie en peper en zout naar smaak door de pasta en serveer direct.

Buon appetito!

Win Het grote pastakookboek!

Het viel nog niet mee om twee recepten uit de meer dan 600 verschillende soorten pasta’s te kiezen; ze zijn allemaal even lekker! Daarom mogen we onder de lezers van Ciao tutti 3 exemplaren van Het grote pastakookboek verloten. Het enige wat je moet doen om kans te maken op een van deze pastabijbels is een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Het grote pastakookboek. Wie weet kun jij dan een jaar lang elke dag twee soorten pasta’s op tafel zetten!

  • Share/Bookmark
sep 03

‘Bijna altijd als ik de stad in ging, raakte ik de weg kwijt. Maar in Venetië ben je eigenlijk nooit de weg kwijt; je bent altijd ergens in Venetië.’

Vandaag zoals beloofd een recept uit Tessa Kiros’ Ciao bella (zie Ciao tutti van gisteren):

La saltata di vongole e cozze in bianco

Ingrediënten
(voor 2 personen)
400 g venusschelpen in de schelp
350 g zwarte mosselen
4 eetlepels olijfolie
1 klein bosje peterselie, plus 2 eetlepels gehakte peterselie
versgemalen zwarte en witte peper
3 knoflooktenen, waarvan 1 gehalveerd en 2 in grove plakjes
een snufje peperoncino
brood en partjes citroen, om erbij te serveren

Dit gerecht kom je in veel restaurants tegen. Het is een heerlijke antipasto die je kunt omtoveren tot een primo als je er pasta bij doet (je hebt dan ongeveer 150 gram gekookte spaghetti nodig voor 2 personen). Ook smaakt het heerlijk met frites en dan is het een perfecte secondo. Wat ik vooral lekker vind, zijn de grove stukken knoflook die je bij de venusschelpen eet.

Voor dit recept kun je het beste vongole veraci (tapijtschelpen) gebruiken, maar alle andere, niet al te grote schelpdieren zijn ook goed. Vraag de visboer of er nog zand zit in de venusschelpen. Zo ja, week ze dan een dag lang in een vergiet dat je in goed gezouten water zet. Ververs het water meerdere keren.

Laat de geweekte venusschelpen even goed rondtollen in het water, spoel ze af en laat ze in het vergiet uitlekken. Gooi de open schelpen weg. Voordat je de mosselen kookt, moet je de baarden, ofwel de groene stukjes alg, eraf halen. Gebruik hiervoor een schaar of mes als het met de hand niet lukt. Borstel daarna de mosselen goed schoon. Gooi alle mosselen weg die openstaan en die niet sluiten wanneer je er een tik op geeft.

Verhit een eetlepel olijfolie in een grote braadpan met deksel. Voeg het bosje peterselie toe, een beetje versgemalen peper plus de venusschelpen en mosselen. Doe het deksel op de pan en laat op een tamelijk hoog vuur stomen tot alle schelpen open zijn. Misschien gaan een paar venusschelpen niet open. Geef ze een tweede kans maar gooi alle schelpen weg die hardnekkig gesloten blijven. Haal de mosselen en venusschelpen uit de pan en doe ze in een kom. Giet het kookvocht in een kop en kijk goed of er geen zand in zit. Als dat wel zo is, moet je het door een vergiet met kaasdoek gieten. Veeg de pan schoon.

Doe de rest van de olijfolie in de pan, samen met de plakjes knoflook en een eetlepel van de fijngehakte peterselie. Voeg wanneer je de knoflook begint te ruiken (pas wel op dat hij niet verbrandt) 125 ml van het kookvocht toe. Zet het vuur hoog en laat de saus al roerend indikken. Laat de saus niet te waterig of te dik worden (als hij te veel indikt, kan hij te zout worden). Doe de venusschelpen en mosselen weer in de pan. Voeg de rest van de fijngehakte peterselie, een snufje versgemalen witte peper en eventueel een snufje peperoncino toe.

Rooster ondertussen een paar stukken brood en snijd ze in de lengte doormidden. Wrijf ze in met de gehalveerde knoflookteen en druppel er een beetje olijfolie over. Stop het brood aan de randen van de pan. Pers de citroen over de schelpen uit en dien op. Buon appetito!

Uit:

Nog meer Venetiaanse recepten maken? Bestel Ciao bella dan nu bij bol.com, dan kun je in het weekend al aan de slag!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 31

Augustus was een maand vol ijs, dat is jullie vast niet ontgaan. In september dacht ik daarom maar een gezonder culinair product op Ciao tutti centraal te zetten, en wel olijfolie. Vandaag een goddelijke combinatie van beide producten: olijfolie-ijs.

Ingrediënten:
300 cc goed vanille-ijs
2 eetlepels sterk geurende extra vergine olijfolie
150 gram suiker
200 gram zwarte olijven, zonder pit
1 eetlepel maïzena
1 ei
50 amandelen
gedroogde rozemarijn
zout

Laat het ijs een beetje zacht worden. Meng de olijfolie erdoor en laat het in de vriezer weer hard worden.

Verwarm 100 gram suiker met een glas water. Laat zachtjes op laag vuur smelten. Voeg de helft van de olijven toe en laat 10 tot 15 minuten zachtjes pruttelen.

Giet af en rol de nog natte olijven door de suiker. Hak de olijven grof.

Meng de maïzena met het ei, de rest van de suiker, de fijngehakte amandelen en de gedroogde rozemarijn. Maak er kleine hoopjes van en leg deze op een ingevette bakplaat. Bestrooi met de gehakte olijven.

Bak de koekjes in een matig hete oven in 5 minuten lichtbruin. Laat de koekjes in een holle vorm afkoelen, zodat ze een mooie vorm krijgen.

Serveer een bolletje olijfolie-ijs met of in een olijvenkoekje. Bestrooi het geheel met de gekonfijte olijven.

Dit recept is afkomstig uit Olijfolie, geschreven door kok en olijfolie-importeur Manfred Meeuwig. Bestel het boek hier via bol.com!

In zijn winkel in Amsterdam vind je een keur aan olijfolie; uit Italië natuurlijk, maar ook uit Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije en Frankrijk. Meeuwig verkoopt zijn olijfolie vanuit roestvrijstalen tanks. Daardoor kan hij de echt bijzondere olijfolie kopen, geproduceerd door kleine boeren die geen eigen flessen en distributielijn hebben. Natuurlijk kun je elke olijfolie eerst proeven en je kunt zelf kiezen hoeveel olijfolie je mee naar huis wil nemen. Zo kun je naast je eigen vertrouwde olijfolie ook steeds een nieuwe soort proberen!

Aangezien Manfred Meeuwig na al die jaren olijfolie importeren een enorme kennis heeft opgedaan, werd het tijd om deze kennis te delen met zijn klanten en andere olijfolieliefhebbers. Vandaar het boek Olijfolie, waarin hij niet alleen de lekkerste recepten met olijfolie prijsgeeft, maar ook vertelt over hoe olijfolie nu precies gemaakt wordt, waar olijfolie vandaan komt en hoe je olijfolie nu het beste kunt proeven. Na het lezen van dit boek heb je niet alleen een enorme trek, maar weet je ook nog eens heel veel meer over het groene goud dat ook buiten Italië zo geliefd is. Dus, zoals Meeuwig zou zeggen, check your oil!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 29

Na al die Italiaanse etentjes deze week werd het wel weer eens tijd om zelf een schort voor te binden. Hoewel het heerlijk is om elke avond bij een Amsterdamse Italiaan aan te schuiven, kan ik ook erg genieten van een avondje in eigen keuken. Zeker nu ik net terug ben uit Rome en daar weer veel inspiratie heb opgedaan voor nieuwe gerechten en combinaties.

Toen ik vorige week mijn koffer vol Romeinse ingrediënten naar boven zeulde, vond ik op de trap een mooi pakje. Het bleek het nieuwe kookboek van Maria Coumans, Cucina Maria geheten.

Nog voordat ik mijn koffer had uitgepakt bladerde ik watertandend door de twintig verschillende menu’s en besloot ik de volgende dag eerst mijn pastamachine af te stoffen en al vroeg boodschappen te gaan doen.

Zo gezegd, zo gedaan. Bij mijn ontbijt bladerde ik door de verschillende menu’s om een boodschappenlijstje samen te stellen. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan – elk menu maakte de heimwee naar Rome een beetje minder en dus was het moeilijk kiezen. Uiteindelijk viel mijn keuze op de citroenravioli, aangezien die me een week eerder op een zonnig Romeins terras erg goed was bevallen. Op naar de (super)markt dus, voor de volgende ingrediënten:

voor de pasta:
100 g pastabloem (farina di semola di grano duro)
100 g gewone bloem
2 eieren van 60 gram
zout
scheutje olijfolie

voor de vulling:
100 g ricotta
sap van 1 citroen
citroenrasp van 1 citroen
25 g geraspte Parmezaanse kaas
100 g roomboter
verse salie
peper en zout

Dit gerecht is als tussengerecht geschikt voor 6 personen. Wil je er een hoofdgerecht van maken, dan is het voldoende voor 4 personen.

Meng de ingrediënten voor de pasta tot je kruimeldeeg hebt. Kneed het kruimeldeeg met de hand tot een bal. Is het deeg nog te droog, voeg dan wat water toe; is het deeg nog te nat, voeg dan wat extra bloem toe. Verdeel het deeg in drieën. Kneed elke deegbal in de breedte van de pastamachine.

Haal elke deegbal door de pastamachine. Begin met stand 1 en ga door tot en met stand 6. Leg de pastavellen voorzichtig op een met bloem bestoven plank.

Meng de ricotta met de helft van het citroensap en de geraspte schil. Voeg de geraspte Parmezaanse kaas toe. Schep op de onderste helft van de pastavellen kleine hoopjes van de vulling, op een afstand van 2 vingers van elkaar. Smeer een klein beetje water aan de randen en tussen de hoopjes.

Klap de bovenste helft van de pastavellen op de onderste. Snijd de ravioli (recht met een mes of mooi gekarteld met een raviolisnijder), druk de lucht eruit en duw dan de randjes dicht. Leg de ravioli naast elkaar op een met bloem bestoven dienblad.

Smelt de roomboter, maar laat hem niet bruin worden. Voeg de salie toe. Bak de blaadjes licht op en voeg dan naar smaak een deel van het resterende citroensap toe.

Breng een ruime hoeveelheid water met een beetje zout aan de kook en kook de ravioli in 4 tot 5 minuten gaar. Haal ze voorzichtig uit het water en laat ze goed uitlekken. Bak ze kort mee in de koekenpan, samen met de citroensaus.

Verdeel de ravioli over de voorverwarmde borden en verdeel over elk bord wat botersaus met salieblaadjes.

De pastaliefhebber kan zijn hart ophalen met Cucina Maria II. De ravioli met ricotta en citroen is bijvoorbeeld afkomstig uit een heel pastamenu, met bij elke gang pasta, van het voorgerecht tot en met het toetje. Daarnaast geeft Maria recepten voor heerlijke vlees- en visgerechten, toetjes, groenteschotels, risotto, fritatta en soepen. Waar ze die inspiratie vandaan haalt?

Maria: ‘De Italiaanse keuken blijft mijn inspiratiebron. De verse ingrediënten en de puurheid van de gerechten zorgen voor de perfecte smaak. Je kunt het bijna niet fout doen. Ook dit keer zitten er weer veel recepten in die ik bij elkaar heb gesprokkeld tijdens de vele bezoeken aan Italië.

Ons huis in de heuvels van Sabina blijft een mooie uitvalsbasis voor onze zoektochten. Buurvrouw Laura blijft een onuitputtelijke bron. Achter in het boek zie je een foto van ons samen in haar orto, de enorme moestuin. Ook onze architect en vriend Alberto en zijn vrouw Patricia hebben weer hun bijdragen geleverd. Deze keer door ons mee te nemen naar met zorg geselecteerde restaurantjes waar ze ons dan bij de kok introduceerden. Die blijkt gelukkig nooit te beroerd om zijn geheimen prijs te geven!’

‘Ook dit keer’ en de II in de titel van het kookboek verwijzen naar Maria’s eerste kookboek, Cucina Maria geheten. Het boek werd een onverwacht succes – er werden maar liefst 8000 exemplaren van verkocht. Ik vroeg Maria wat volgens haar de reden is van dit enorme succes.

‘De menusamenstelling,’ antwoordde ze stellig. ‘Een juiste mix van gerechten die van tevoren te bereiden zijn. Per menu sta je nog maar maximaal een half uur in de keuken wanneer je gasten arriveren. Bovendien staat elk viergangenmenu overzichtelijk op één pagina en – misschien wel het allerbelangrijkste – de recepten kunnen gewoonweg niet mislukken. Daarvoor zijn ze te vaak getest.’

Maria geeft namelijk regelmatig kookworkshops, waar de recepten steeds opnieuw worden uitgebreid en verbeterd. En dat merk je aan alles: aan de recepten zelf, de combinatie, het gebruik van pure ingrediënten en niet in het minst aan de afwasbare pagina’s – dat zou elk kookboek moeten hebben. In combinatie met de mooie, stijlvolle zwart-wit foto’s maakt dit van Cucina Maria II een onmisbaar ingrediënt voor de keukentafel van alle Italiaanse foodies en andere lekkerbekken. Op naar deel III zou ik zeggen!

Wil je Cucina Maria I of II bestellen, surf dan naar www.cucinamaria.nl/bestel.html

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 23

En daar sta ik dan, een beetje gedesoriënteerd in mijn eigen keuken na een weekje in een Romeinse cucina te hebben doorgebracht. Puilde mijn Romeinse koelkast elke dag opnieuw uit van lekkere dingen die ik onderweg was tegengekomen en die ik toch echt wilde uitproberen, in Amsterdam bevatte mijn koelkast slechts een geringe drankvoorraad en een pakje boter. Nog voor de heimwee naar de Romeinse markten tijdens een bezoek aan een Amsterdamse supermarkt kon toeslaan, rinkelde mijn telefoon. Een vriendinnetje uit Amsterdam-West, of ik lasagne kwam eten. Daar hoefde ik natuurlijk geen seconde over na te denken. ‘Wel niet zelfgemaakt, hoor!,’ riep ze nog, maar ik had al bijna opgehangen en zocht naar mijn fietssleuteltjes.

Eenmaal bij haar thuis was het nog verbazend netjes in de keuken: geen pannen vol tomaten- of bechamelsaus, geen snijplank met restjes ui of wortel… O ja, dacht ik, ze riep inderdaad iets over niet zelfgemaakt. Maar een blik in de oven maakte me al niet veel wijzer: de oven was uit, koud, donker. Vragend keek ik om me heen. We zouden toch lasagne eten?

Lachend werd me gesommeerd opnieuw mijn jas aan te trekken. We gingen lasagne halen. ‘Halen? Net als een pizza of Chinees, bedoel je?,’ vroeg ik nog een beetje weifelend. ‘Wacht nou maar af, je zult versteld staan!,’ aldus de vriend van mijn vriendinnetje, die blijkbaar ook in het complot zat want heel ontspannen achter zijn laptop. Op naar de lasagne dus.

Correctie: op naar Lazagne, met een z inderdaad – een afhaalrestaurant waar je alleen lasagne en cannelloni kunt afhalen. Ik stond bij binnenkomst inderdaad versteld, wat een geweldig idee! Voor een lekkere lasagne moet je toch al gauw wat uurtjes in de keuken doorbrengen, en dankzij Lazagne kan iedereen zomaar op een doordeweekse avond, na een dag hard werken, of direct na thuiskomst van een vakantie, zoals ik, genieten van een huisgemaakte lasagne volgens Italiaans recept.

Want de gebruikte receptuur is aan de ene kant heel traditioneel en klassiek, zeker bij de bereiding van de echte lasagne bolognese. Aan de andere kant laat de kok van Lazagne zich ook inspireren door moderne en creatieve bereidingswijzen, of door het seizoen. Zo koos ik voor de lasagne d’estate, een zomerse lasagne met tomaatjes, courgette en ricotta. Natuurlijk namen we ook alle verschillende soorten lasagne mee naar huis, zodat we van alles wat konden proeven. Het was maar goed dat er geen kookwarmte meer in huis hing, want al gauw voerden we een verhitte discussie over welke lasagne nu de lekkerste was.

Dankzij een herhaaldelijke terugkeer naar Lazagne voor nog een klein stukje werden we het uiteindelijk eens: de zomerse lasagne was net een ietsiepietsie lekkerder dan de lasagne met groene asperges. De klassieke lasagne bolognese hadden we al buiten beschouwing gelaten; er kan immers niks op tegen deze echte klassieker en bovendien was het eigenlijk net even te warm voor dit stevige gerecht. We proosten dus nogmaals op de zomerse varianten, maar we beloofden elkaar zo gauw de eerste winterse dag in aantocht was de lasagne bolognese opnieuw te gaan proeven. Maar of we inderdaad tot dan kunnen wachten…

Het concept van Lazagne komt voort uit de restaurantcultuur in het Bologna van de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw, de gouden tijd voor de Bolognese keuken. Met name de ervaring van chefkok Clara Guermandi, die ooit begon in de keuken van het beroemde restaurant Cesarina op het Piazza San Stefano in Bologna, kwam goed van pas bij het opzetten van dit nieuwe concept.

Guermandi richtte met een aantal familieleden in 1970 het restaurant Buca San Petronio op, aan het Piazzetta della Vita in Bologna. Tot een aantal jaar geleden kon je daar de heerlijkste lasagne en cannelloni afhalen. De formule was eigenlijk heel simpel: de lasagne en de cannelloni werden dertig tot veertig minuten voor openingstijd in de oven geplaatst, zodat ze klaar zouden zijn als de eerste gasten arriveerden. Aangezien de gerechten bij de optimale temperatuur wel twee uur lang in de oven konden blijven staan zonder aan kwaliteit in te boeten, kon het bijna niet misgaan. En dat ging het ook niet. Vaak stonden er lange rijen voor de deur en kreeg de lasagne niet eens de kans een uur in de oven te staan (dan is ‘ie namelijk het lekkerst).

Nu Lazagne ook in Amsterdam is neergestreken hebben wij Amsterdammers er weer een reden bij om een avond niet te koken. Hoewel, het bezoek aan Lazagne heeft mijn culinaire kriebels in volle hevigheid doen losbarsten. Gelukkig is er ook voor iedereen die niet in Amsterdam woont en/of zelf aan de slag wil met lasagne een heerlijk kookboek vol met lasagnerecepten, van mijn favoriete kookboekenschrijfster Laura Zavan.

In Lasagne vind je allereerst een hoofdstuk met de basisrecepten voor zelfgemaakte lasagnevellen, bechamelsaus, tomatensaus en de befaamde ragù bolognese. Daarna volgt een heel scala aan recepten voor lasagne met vlees, met vis, met kaas en/of met groente. Ook gegratineerde pasta’s uit de oven ontbreken niet, voor als je een keer weinig tijd hebt (en niet in de buurt van Lazagne woont) maar toch een soort lasagne op tafel wil zetten. Zin? Bestel dit lekkere boekje hier via bol.com!

Maar eerst de lasagnevellen. Voor 6 personen heb je het volgende nodig:

220 g bloem
100 g farina de semola di grano duro (fijn tarwegriesmeel van harde tarwe)
3 grote eieren
1 theelepel olijfolie
1 mespuntje zout

HET DEEG

Maak een bergje van de bloem en het zout op het werkblad. Maak een kuiltje en breek daar de eieren in. Meng met een vork door elkaar. Werk de bloem er met kleine hoeveelheden tegelijk met je vingertoppen doorheen.

Schraap de bloem telkens naar het midden met behulp van een spatel. Voeg de olijfolie toe en bewerk het deeg met je vlakke hand. Voeg zo nodig nog wat bloem toe.

Maak een bal van het deeg als het glad en glanzend is en laat bij kamertemperatuur en gewikkeld in plasticfolie 30 minuten tot 2 uur rusten.

HET UITROLLEN VAN HET DEEG

Dit kun je met de hand of met de pastamachine doen. Als je een pastamachine gebruikt, neem je 60 g deeg en druk je het met je vlakke hand tot een platte schijf. Bestuif licht met bloem en doe het in de machine: de rollen moeten zo ver mogelijk van elkaar. Vouw het deeg in drieën voordat je het door de machine haalt. Herhaal dit totdat je een vrij regelmatige, rechthoekige deeglap krijgt.

Vouw het deeg dan dubbel en haal een paar keer door de machine, waarbij je de rollen steeds wat dichter bij elkaar zet, totdat het een vel van 1 mm dik is. Hang de vellen telkens als er een klaar is, los van elkaar – zodat ze niet aan elkaar vastplakken – over een bezemsteel of andere stok, of leg ze plat neer op een theedoek. Snijd de vellen op maat voordat ze helemaal droog zijn. Je kunt ze aan de lucht laten drogen en ze vervolgens ingepakt 1 tot 2 dagen koel bewaren.

Als je het liever met de hand doet, bestuif dan het werkblad met bloem en rol het deeg telkens vanuit het midden met een deegrol uit. Je moet vrij snel werken, anders droogt het deeg uit.

Kook de lasagnevellen 1 tot 3 minuten (afhankelijk van dikte). Om te voorkomen dat ze aan elkaar plakken, doe je ze in een grote pan kokend water met een beetje zout, zodat ze de ruimte hebben. Kook niet meer dan drie of vier vellen tegelijk en roer voorzichtig. Leg ze met een pollepel of een schuimspaan in een schaal koud water om het kookproces te stoppen. Giet snel af en spreid ze uit op een schone theedoek. Leg de vellen niet op elkaar.

CANNELLONI

Voor vandaag leken zomerse cannelloni met courgette, ricotta en rucola me wel een goed idee. Net even anders dan lasagne, maar minstens zo lekker!

verse lasagnevellen (voor 6 personen)
2 middelgrote courgettes
200 g rucola
500 g ricotta
½ à 1 dl melk
120 g Parmezaanse kaas
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
peper en zout

Snijd de lasagnevellen in vierkantjes van 11 bij 11 cm.

Snijd de courgettes in plakjes van ongeveer 1 cm dik en smoor ze in 1 eetlepel olijfolie met het in tweeën gesneden teentje knoflook. Leg de plakjes courgette één laag dik in de pan. Laat ze onder af en toe roeren goudbruin worden. Ze moeten nog wel al dente blijven. Doe er wat zout bij.

Snijd de rucola grof, houd een stuk of twaalf blaadjes achter en laat de rest in 2 minuten slinken in een pan met de resterende olijfolie. Doe er wat zout bij.

Roer de ricotta en de melk door elkaar tot een homogeen mengsel. Voeg de helft van de geraspte Parmezaanse kaas toe, doe er zo nodig wat zout bij en flink wat peper. Houd een hoeveelheid van ongeveer een theekopje apart.

Doe de courgette bij de geslonken rucola en de ricotta. Houd een handje courgetteplakjes achter. Roer alles goed door elkaar. Leg op elk pastavierkantje, 2 cm binnen de randen, een hoeveelheid van 2 eetlepels vulling. Rol de velletjes voorzichtig op.

Bedruppel een ingevette ovenschaal met een dun laagje van de achtergehouden ricotta (leng aan met wat melk als het mengsel te compact is), leg de cannelloni erop, strooi de resterende ricotta eroverheen en verdeel de rauwe rucolablaadjes en de achtergehouden courgette erover. Bestrooi met de rest van de Parmezaanse kaas. Laat de cannelloni in de oven op 180 °C gratineren, tot de bovenkant goudbruin is.

Buon appetito!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 16

Vorige week schreef ik al over de overheerlijke sgroppino die je bij Monte Pelmo kunt bestellen. Wie de komende weken echter niet in Amsterdam komt, kan met het recept van vandaag ook thuis de Italiaanse zomer vieren!

Voor 1 glas sgroppino heb je nodig:
6 eetlepels citroensorbetijs
1 dl (liefst bevroren) wodka
2 dl ijskoude prosecco

Mix alle ingrediënten tot een luchtig en schuimend geheel. Serveren in ijsgekoelde glazen.

Een ander echt Italiaans zomerdrankje dat je direct in Italiaanse sferen brengt is een glaasje ijskoude limoncello. Vrienden die net vakantie hebben gevierd aan de Amalfikust hebben gelukkig net weer een voorraadje voor me meegenomen, want zelf maken is nog zo gemakkelijk niet. Voor wie het toch wil proberen, volgt hier het recept uit Napels proeven, met als resultaat de échte limoncello zoals die langs de Amalfikust gemaakt en gedronken wordt!

Ingrediënten
(voor 2,5 liter limoncello)

3 kg onbespoten Italiaanse citroenen, liefst van de Amalfikust
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
600 g suiker

Haal met een dunschiller voorzichtig de zeste van de citroenen. Let erop dat je zo weinig mogelijk wit wegsnijdt (het wit van de citroen maakt bereidingen onaangenaam bitter).

Laat de zeste minstens 1 maand (3 maanden is nog beter!) weken in de alcohol. Roer het mengsel elke dag even goed door.

Bereid nu een lichte stroop: voeg de suiker toe aan het water en breng dit mengsel gedurende 5 minuten aan de kook.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van citroen en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder de zeste en alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de doorzichtige alcohol zijn typische, opaalachtige glans.

Doe het mengsel in een fles en laat het minstens een week rusten.

Bewaar altijd een fles in de diepvries. Zo heb je permanent een bijna bevroren limoncello in voorraad, want dat is nog altijd de beste manier om het drankje te drinken.

Aangezien de citroenen vrij lang moeten weken in de alcohol kun je nog tot ver in de herfst terugdenken aan en genieten van de Italiaanse zomer ;-)

Wil je graag nog voor het eind van de zomer een zelfgemaakt Italiaans likeurtje serveren na een Italiaanse maaltijd, geen nood! Napels proeven bevat ook een recept voor een basilicumlikeur, die wat sneller klaar is dan de limoncello!

Ingrediënten
(voor 2,5 l likeur)

4 bosjes verse basilicum
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
500 g suiker

Laat de basilicumblaadjes 24 uur weken in de alcohol.

Maak een lichte stroop: roer de suiker door het water en laat 5 minuten koken.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van basilicum en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de vloeistof een mooie, groene kleur.

Serveer als digestief, op kamertemperatuur of met ijs.

In Napels proeven vind je nog meer echt Italiaanse recepten, waarmee je je eigen Nederlandse keuken in een handomdraai omtovert tot een Napolitaanse cucina. In een kleurrijk en smakelijk portret brengt Philippe Bidaine het verhaal van een uitzonderlijke reeks producten, die hij heeft ontdekt tijdens zijn talloze reizen naar Napels en omstreken.

Hij presenteert de Napolitaanse culinaire traditie in de vorm van 45 toegankelijke, ongekunstelde recepten, maar hij vertelt ook over de achtergronden van de Napolitaanse keuken en van de etenswaren die daar een hoofdrol in spelen, zoals pasta, pizza mozzarella en tomaten. Het lezen in en koken uit Napels proeven is als het ware een enkeltje Napels!

  • Share/Bookmark
aug 14

In de Amsterdamse Kerkstraat wijst een knaloranje fiets je de weg naar Galerie Artacasa. Letterlijk is Artacasa Italiaans voor ‘kunst in huis’, maar Galerie Artacasa is veel meer dan dat!

In eerste instantie is Artacasa inderdaad een kunstgalerie, waar je altijd even binnen kunt lopen om te kijken wat er voor moois aan de muren hangt. Het accent ligt vooral op kleurrijke en figuratieve schilderijen en objecten. Allemaal originele en unieke werken die volgens verschillende technieken zijn gemaakt en die bovendien heel betaalbaar zijn. Ideaal als cadeau – al staan de werken vast ook prachtig in je eigen woonkamer of keuken!

Artacasa organiseert elke zes weken een nieuwe expositie. Met de zomer in gedachten en de natuur als uitgangspunt zijn afgelopen maanden tal van kunstenaars aan de slag gegaan voor de expositie ‘Natuurlijk! ARTACASA’, waar voor iedere smaak en elk budget een uniek kunstwerk te vinden is. Daarnaast kun je in het souterrain van het oude winkelpand een doorlopende collectie van kunstwerken van vaste exposanten bekijken.

Maar dat is nog niet alles! Artacasa heeft inmiddels ook twee kookboeken uitgebracht. Het eerste kookboek, Artacucina – Een kijkje in de keuken van Galerie Artacasa verscheen in 2007. Dat ik dat nu al die jaren nooit geweten heb! Het kookboek is meer dan alleen een verzameling recepten; het is een zeer kunstig gemaakt kijkboek met naast elk recept een prachtig kunstwerk. Echt een feestje voor iedereen die van mooie en lekkere dingen houdt (en wie doet dat nu niet?)!

Wiebke van der Scheer, eigenaar van Artacasa en initiatiefneemster van het boek, schrijft in het voorwoord: ‘Liefde voor kunst en koken komen samen in dit boek. Schilderijen en recepten smelten samen tot een kunstwerk… een kunst-kookboek vol schilderijen, gemaakt door kunstenaars van Artacasa. Zonder hen was er geen galerie en geen boek.

De schilderijen zijn kleurrijk, figuratief en hebben allemaal een ontspannen sfeer: mensen aan tafel, een dame slapend op de bank, een glaasje wijn, prachtige landschappen, stillevens en grappige dieren. Kunstwerken die je een goed gevoel geven. Een goed gevoel krijg je ook van een goed gerecht en daarvan staan er genoeg in dit boek. Schenk een glas in, zoek het mooiste schilderij of het lekkerste recept en geniet!’

Na het overweldigende succes van het eerste kookboek kon een vervolg natuurlijk niet uitblijven. September vorig jaar verscheen dan ook Artacucina 2 – Aan tafel met Galerie Artacasa. Opnieuw een prachtige combinatie van kunst en koken.

Zo weet ik niet wat me meer het water in de mond doet lopen: het recept voor panna cotta met ritsbessen (aalbessen) of de vrolijke illustraties van Sanne Kuiper die het recept vergezellen. Oordeel zelf:

Panna cotta met ritsbessen (aalbessen)

voor 4 – 8 personen

voor de panna cotta:
500 ml slagroom
500 ml volle boerenmelk
80 g suiker
schil van een citroen
5 blaadjes gelatine
1 vanillestokje, in de lengte opengesneden

voor de ritsbessensaus:
doosje ritsbessen (= aalbessen),
houd voor elk bord een trosje bessen apart
400 – 500 g frambozen en aardbeien
2 eetlepels suiker
2 eetlepels Cointreau (of andere likeur)
een paar takjes munt

Doe de slagroom, de melk, de suiker, de citroenschil en het vanillestokje in een pannetje en laat een paar minuten trekken. Zet de pan op het vuur en laat zachtjes 1 minuut koken. Neem het mengsel van het vuur en haal de citroenschil en het vanillestokje eruit. Week de gelatineblaadjes in koud water en roer ze één voor één door het slagroommengsel.

Maak 4 of 8 bakjes klaar door ze licht in te vetten met een beetje boter of olijfolie. Schenk het mengsel in de bakjes en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan. Zet de bakjes minimaal 6 uur in de koelkast.

Doe het schoongemaakte fruit, de suiker en de cointreau in een pannetje en laat zachtjes pruttelen totdat het fruit zacht is geworden en een beetje is ingekookt. Haal van het vuur en zeef de saus door het fruit met de bolle kant van een lepel door een zeef te persen.

Neem de panna cotta uit de koelkast en houd het bakje even in heet water. Draai de pudding om op een mooi bord en schenk de saus eromheen. Garneer met een takje munt en een takje ritsbessen.

Kun je maar geen genoeg krijgen van de kunst van Artacasa? Blijf dan slapen tussen de kunstwerken! Artacasa heeft een eigen bed & breakfast boven de winkel. Natuurlijk kun je je hele verblijf tegen je favoriete Artacasa-kunstwerk aankijken – en je mag het nog met 10 % korting mee naar huis nemen ook, zodat je voortaan ook in je eigen slaapkamer, keuken of woonkamer vakantie kunt vieren! Kijk voor meer informatie op www.artacasa.nl.

A R T A C A S A
Kerkstraat 411-HS
1017 HX Amsterdam

  • Share/Bookmark
aug 12

Op mijn zoektocht naar het lekkerste Italiaanse ijs in Amsterdam miste ik een smaak die ik tijdens mijn laatste bezoek aan Italië tot de lekkerste ijssmaak heb verkozen: granaatappelijs. Er gaat niks boven dit smaakvolle, helderrode ijs, dat overigens misschien nog wel lekkerder smaakt met een bolletje vanille-ijs erbij voor het contrast. Bewerkelijk is het wel, dus misschien niet zo gek dat geen enkele Amsterdamse ijssalon zich er dagelijks aan waagt.

Ingrediënten:
5 granaatappels
1 citroen
200 g suiker

Haal de pitjes uit de granaatappels. Doe dit wel voorzichtig, want een rijpe granaatappel kan erg spatten en het rode sap maakt vlekken die moeilijk te verwijderen zijn. Doe de pitjes in een pan en pers de citroen erboven uit. Schenk er een half glas water bij en roer de suiker erdoor. Laat het geheel een kwartier zachtjes koken. Wrijf het mengsel door een zeef en laat het goed afkoelen. Draai vervolgens in de ijsmachine van dit granaatappelsap in ongeveer 30 minuten een heerlijke granaatappelsorbet, oftewel gelato melagrano.

Siciliaans testament – Rosita Steenbeek

In Siciliaans testament van Rosita Steenbeek vond ik een fragment waarin het granaatappelijs als toetje wordt opgediend. Het granaatappelijs wordt hier vast niet voor niets opgediend; de vrucht staat symbool voor de melancholie die door het hele boek heen te voelen is.

Siciliaans testament gaat over een Nederlandse vrouw die naar Sicilië terug is gekeerd om haar voormalige geliefde te bezoeken, die stervende is. Waar ze vroeger midden in la dolce vita belandde en de liefde geen grenzen kende, komt ze nu terecht in een duister drama, met een oude verbitterde man, zijn schizofrene zoon en een tirannieke butler. De fysieke en mentale ontluistering van de oude psychiater en man van de wereld staan in schril contrast met de schoonheid van het eiland en de uitbundige feestelijkheden rond de beschermheilige van de stad, Sant’Agata.

Siciliaans testament is een hartstochtelijke ode aan Sicilië en ademt een zoete melancholie om wat was en nooit meer zal zijn. Lees maar een stukje mee:

’s Avonds eten ze op het door kaarsen verlichte terras van Sant’Elena, onder de hoge bomen waarin krekels boven de romantische muziek van de pianobar uit proberen te komen, naast hen het maanverlichte strand en de glanzende zee.

Ze was hier gelukkig geweest. En ongelukkig. Ze hield van hem en hij van haar. Ze leefde in het hier en nu, met hart en ziel en zinnen. Alles wat haar grond vormde, waarmee ze was grootgebracht, het Griekse theater, oude kerken, beeldende kunst en geschiedenis, vond ze hier. In andere opzichten was het jetsetbestaan van strand en nachtclubs, motorboten, luchtig vertier, in strijd geweest met alles wat ze kende en had nagestreefd. Maar de ondergrond was dramatisch, dat had ze altijd gevoeld, zoals hun relatie dramatisch was, want onmogelijk. Omdat ze zo aan hem verslingerd was kon hij haar kwetsen zonder het te willen. Dan had ze het gevoel dat ze een vastgelegde rol moest spelen in het leven dat hij al veertig jaar leidde. Nu raakt hij haar niet meer op die manier en dat is tegelijkertijd droef en bevrijdend. Ze voelt geen drang te vechten om zijn aandacht. Ze vindt het wel erg dat hij somber is en ze betreurt het dat ze daar weinig aan kan doen.

Er staat geen risotto alla zarina meer op de kaart, risotto met kaviaar, die ze hier vroeger altijd namen, wel risotto al nero di seppia, risotto in zwarte inktvisseninkt.
Achter de oleanders ziet ze het huisje met balkon dat ooit speciaal voor Roberto als appartement was ingericht. In de drukste periode van de zomer zaten ze vaak hier omdat Roberto geen zin had om heen en weer te rijden tussen de villa en de zee en ook omdat het hier levendig was en vol zat met artiesten die optraden tijdens het festival. Ze ziet zichzelf daar voor de spiegel staan om zich op te tutten voor een feestdiner en hoe het zweet van haar gezicht bleef druipen. Ook toen woei de scirocco en hield het eiland dagen in zijn gloeiende greep met temperaturen die zelfs ’s nachts niet onder de veertig graden daalden.

‘Beetje bitter,’ zegt Roberto melancholiek, ‘dat de dingen niet meer zijn zoals ze waren.’
Dat zei hij twintig jaar geleden ook en daar had ze vaak om gehuild.
‘Ook mooi,’ zegt hij nadat ze een tijdje zwijgend hebben gegeten. ‘Ieder mens heeft seksuele gevoelens, de laagste mensensoort, de dieren. Ze volgen hun driften en instincten, maar dit wat wij hebben is bijzonderder.’
Ze kijkt naar hem. Hij niet naar haar.
‘Diepe affectie, van hart en ziel.’
Dan ziet ze even een weemoedige glimlach.

Toe nemen ze granaatappelijs, zoet en bloedrood.
‘Ik heb veel fout gedaan, me door instincten laten beheersen. Wat is ervan over? Niks.’ Als hij de kracht zou hebben zou hij zich meteen weer in datzelfde leven storten, daar maakt ze zich geen illusies over.

Na het eten gaan ze zitten aan een tafeltje bij de rand van de dansvloer, een gedeelte van het grote terras dat door een bloemenhaag wordt gescheiden van het restaurant. De pianist speelt ‘Mala femmina’, zoals vroeger als ze hier verschenen. ‘Slechte vrouw, zoet ben je als suiker, je gezicht dat van een engel, en dat alles om mij te misleiden.’ Nadat Roberto dit lied een paar keer als verzoeknummer had laten zingen, zetten de zangers in alle pianobars het in zodra zij binnenstapten.

‘Champagne?’
Even later wordt er met een ingetogen knal een fles ontkurkt.
Ze toasten.
‘Op ons,’ zegt ze, ‘op wat is geweest, en op dat we hier weer zijn.’

© Rosita Steenbeek

  • Share/Bookmark
jul 27

Als fervent soepliefhebber zet ik ook ‘s zomers graag soep op tafel – maar dan wel koud!

Gazpaccio Caprese
met mozzarella en croutons

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 kilo rijpe, geurige tomaten, in blokjes
200 gram wortelen, in kleine stukjes
100 gram bleekselderij, in kleine stukjes
2 theelepels zout
1 theelepel witte peper, fijngemalen
2 theelepels rodewijnazijn
½ eetlepel basilicum-knoflookolie
olijfolie
4 sneden oud brood
2 bollen buffelmozzarella
2 eetlepels basilicum, fijngesneden

Pureer de groenten in een keukenmachine, samen met het zout, de witte peper en de azijn. Wrijf de verkregen puree door een middelgrote zeef. Roer er de basilicum-knoflookolie doorheen. Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan en bak hierin het in blokjes gesneden brood droog en krokant. Maak met een meloensteker kleine balletjes van de mozzarella.

Vul vier gekoelde glazen of borden met de koude soep en verdeel de mozzarellaballetjes over de vier porties. Garneer met de croutons en de fijngehakte peterselie. Schenk er nog een beetje basilicum-knoflookolie over en serveer direct.

Lekker met een frisdroge witte wijn. A tavola!

Dit zomerse recept is afkomstig uit het kookboek La vita è bella! – Italiaans vegetarisch van Jolande Burg. Jolande Burg woont, net als Frans van Munster (zie Ciao tutti van 10 juli) in Puglia, waar ze inspiratie opdeed voor de recepten in dit boek.  

Jolande: ‘Sinds een jaar of anderhalf hebben mijn man en ik een tweehonderd jaar oude villa in een van de meest onbedorven stukken van Italië, Apulië. Een gebied met eeuwenoude olijfbomen, landhuizen en trulli, oude koepelwoningen in de olijfgaarden te midden van citroen- en amandelbomen, cactussen en wilde bloemen. Het is superromantisch allemaal en aangezien het gebied in de volksmond ‘de moestuin van Italië’ heet, is dit een inspiratiebron geworden voor mijn manier van vegetarisch koken.’

En inspirerend zijn de recepten in La vita è bella! zeker. Bij het zien van gerechten als carpaccio met bietjes en gorgonzoladressing, caponatataartjes, auberginekroketten of limoen-honing panna cotta duik ik in elk geval snel de keuken in. Si, la vita è bella!

  • Share/Bookmark
jul 24

Terwijl ik mijn boterhammen voor de lunch smeer, denk ik met heimwee terug aan mijn Italiaanse lunchpauze van vorige week. Of lunchpauze, zo mag je het eigenlijk niet noemen. Denk aan een terrasje met uitzicht op het Piazza del Campo, een heerlijk zonnetje en een groot stuk torta della nonna, oftewel grootmoeders taart, en je kunt je vast wel een voorstelling maken van mijn heimwee.

Mijn Italiaanse lunchpauze…

Daarom ging ik eenmaal thuis direct op zoek naar het lekkerste recept voor deze torta della nonna. Het is een echt Toscaans recept en weer eens wat anders dan alle koekjes die we tot nu toe gebakken hebben deze maand. Rose Gray en Ruth Rogers hielpen me met hun nieuwe kookboek The River Cafe – Klassiek Italiaans Kookboek uit de brand:

Torta della nonna is een zoete pastei die wordt afgedekt met een lekker boterdeeg. De bodem is cakeachtig en wordt gemaakt van heel veel eieren, boter, geraspte citroenschil en suiker. De vulling is een mengsel van losgeklopte schapenricotta en vanillevla, op smaak gebracht met citroen. Diverse vrienden in Toscane hebben deze taart voor ons gemaakt. De originele en lekkerste werd gemaakt door mijn overgrootmoeder Lisa Contini Bonacossi uit Capezzana. We hebben haar recept gebruikt als basis voor deze lichte, romige versie die niet al te zoet is en bestrooid wordt met pijnboompitten.’

Torta della nonna

Ingrediënten:
(voor 12 personen)

voor het deeg:
500 gram kristalsuiker
7 middelgrote biologische eieren
500 g zachte boter
1 kilo bloem
1 eetlepel poedersuiker
1 eetlepel bakpoeder
geraspte schil van 2 citroenen
20 gram pijnboompitten

voor de roomvulling:
200 ml melk
schil en sap van 1 citroen
1 vanillestokje, in de lengte gespleten
250 gram kristalsuiker
3 middelgrote biologische eieren
4 eetlepels bloem
350 gram ricotta, losgeklopt met een vork

Klop voor het deeg de suiker en 6 eieren door elkaar. Meng lepel voor lepel de zachte boter erdoor, gevolgd door de bloem, de poedersuiker, het bakpoeder en de citroenrasp. Meng alles snel, dek het af met plastic folie en zet het 30 minuten in de koelkast.

Breng voor de vulling in een pan met dikke bodem de melk met de citroenschil en het vanillestokje tegen de kook aan. Verwijder de citroenschil, schraap het merg uit het vanillestokje en gooi het stokje weg.

Meng in een kom de suiker met de bloem. Klop de eieren er een voor een door, schenk dit mengsel bij de melk en verwarm alles roerend op laag vuur tot je een dikke vla hebt; dat duurt zo’n 5 minuten. Het is belangrijk dat je de vla verwarmt tot de smaak van de bloem is verdwenen, maar wees voorzichtig: als je het mengsel te snel laat koken, zal de vla schiften. Schenk de vla in een kom en laat hem afkoelen. Roer de ricotta en het citroenrasp door de afgekoelde vla.

Verwarm de oven voor tot 180 °C, beboter een ondiepe taartvorm van 30 cm in doorsnee en bestuif hem met bloem. Rol de helft van het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik en met ongeveer dezelfde diameter als de vorm. Leg de deeglap in de vorm en druk hem uit, zodat de hele bodem ermee bedekt wordt.

Schep er een dikke laag van de roomvulling op; laat rondom een rand vrij van 1,5 cm. Rol de tweede portie deeg uit. Maak die iets dunner dan de eerste (circa 5 mm) en 2 cm breder in doorsnee. Leg de lap voorzichtig in de vorm, zodat de hele vulling bedekt wordt, en druk hem langs de rand aan met je vingers, tot op het deeg op de bodem van de vorm.

Klop in een kommetje het resterende ei los en bestrijk daarmee de bovenkant van de taart. Bestrooi hem licht met 1 eetlepel kristalsuiker en strooi de pijnboompitten erover. Zet de taart 40 minuten in de voorverwarmde oven.

In dit Klassiek Italiaans Kookboek van het Londense River Cafe nemen Rose Gray en Ruth Rogers je mee naar de authentieke Italiaanse familiekeuken. Tijdens de afgelopen twintig jaar verzamelden ze tijdens hun reisjes naar Italië de klassieke recepten die de Italiaanse keuken haar wereldwijde reputatie hebben gegeven. Daarnaast wisten ze oude Italiaanse familierecepten te achterhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, maar eigenlijk nooit in een restaurant te krijgen waren. Samen met de schitterende foto s en de prachtige vormgeving maakt dit het kookboek tot een gepassioneerde gids voor iedereen die echt Italiaans wil koken.

Vooral de gebaksectie is om van te watertanden! Je vindt er een recept voor ricciarelli (zie Ciao tutti van 3 juli), crostata (jamtaart), ciambella (een soort cakekrans), torta di Capri (chocoladetaart), florentines, castagnaccio (kastanjetaart), zabaglione en natuurlijk ontbreken ook de cantuccini niet. En dan heb ik het nog niet eens over alle gelati die erin staan – of over wat je naast al die zoetigheid nog kunt eten: pasta, gnocchi, risotto, pizza, vis, vlees, salades… Met recht een klassiek Italiaans kookboek! Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com.

  • Share/Bookmark
preload preload preload