jan 11

‘C’era una volta…
Un re! – diranno subito i miei piccoli lettori.
No ragazzi, avete sbagliato. C’era una volta un pezzo di legno. Non era un legno di lusso, ma un semplice pezzo da catasta, di quelli che d’inverno si mettono nelle stufe e nei caminetti per accendere il fuoco e per riscaldare le stanze.’

Zo begint het volgens de Italianen meest vertaalde verhaal ter wereld: het verhaal over het houten, eigenwijze mannetje met een neus die langer en langer werd als hij een leugen vertelde, dat sinds het voor de eerste keer werd opgetekend (in 1883) al vele kinderharten heeft veroverd: Pinocchio, of – volgens de Nederlandse spelling – Pinokkio.

Het verhaal van Pinokkio is bedacht door de Florentijn Carlo Lorenzini, die als pseudoniem de naam Collodi had aangenomen, naar het plaatsje waar zijn moeder geboren was, in het noorden van Toscane. In dit stadje bevindt zich nu het Parco Pinocchio, oftewel het Pinokkio-park, waar het verhaal van de houten pop, de fee, de krekel, de kat, de vos en alle andere figuren van het boek wordt uitgebeeld.

Verwacht geen spectaculaire ritjes in een karretje, zoals je van pretparken als de Efteling of Disneyland gewend bent, het Pinokkio-park doet veel meer een beroep op de fantasie van zowel kinderen als volwassenen. In een prachtig park staan bronzen en stenen beelden van alle hoofdpersonen uit het boek – eerst het verhaal (voor)lezen is dus eigenlijk wel een must.

De tocht begint bij het beeld van Pinocchio e la Fata (Pinokkio en de Fee), vervaardigd door Emilio Greco. Het beeld is het resultaat van een ontwerpwedstrijd die de burgemeester van Pescia al in 1951 hield omdat hij zijn gemeente graag een Pinokkio-monument gunde. Greco moest zijn eerste plaats echter delen met Venturino Venturi, die La Piazzetta dei Mosaici (Het Pleintje van de Mozaïeken) instuurde, dat nu direct achter het beeld van Pinokkio te bewonderen is.

De weg slingert verder door het park, langs het dorp van Pinokkio, het huis van de Fee, de dieren uit het verhaal (allemaal gemaakt door Pietro Consagra, van de slak tot de krekel) en – als uitsmijter – de walvis die Pinokkio aan het eind van het verhaal opslokt. Kinderen kunnen hier zelf ervaren hoe dat moet voelen; via een trappetje komen ze in het binnenste van de waterspuwende walvis en kunnen ze ervaren hoe Pinokkio zich gevoeld moet hebben.

Een ideaal vakantie-uitje met kinderen, het Pinokkio-park, waar je ze nu al fijn op kunt voorbereiden door middel van het schitterende prentenboek van Fabio de Poli en Andrea Rauch dat ik op 6 oktober 2010 al besprak op Ciao tutti:

Fabio de Poli is een veelzijdig kunstenaar. Zijn werk is te zien in vele musea, waaronder de Galleria d’Arte Moderna van het Palazzo Pitti in Florence. Hij beeldhouwt, schildert en maakt objecten voor openbare gebouwen. Tevens is hij zeer succesvol als illustrator, hetgeen hij met Pinokkio eens te meer bewezen heeft.

De schitterende, originele prenten die Fabio de Poli maakte voor Pinokkio zijn van 17 tot en met 30 januari 2011 te bewonderen in het Italiaans Cultureel Instituut in Amsterdam. Een mooie voorbereiding op een vakantie in Toscane!

Italiaans Cultureel Instituut
Keizersgracht 564
Amsterdam

Openingstijden: maandag tot en met vrijdag van 10-12 en 14-16 uur; ’s avonds op afspraak. Kijk voor meer informatie op www.iicamsterdam.esteri.it of www.tutti.nl

dec 26

Vandaag geen verhaal over de os en de ezel die bij het kribje staan, maar een fabel over de Ezel met het standbeeld, uit de prachtige nieuwe fabelbundel van Imme Dros, met vrolijke illustraties van de bekende Italiaanse kunstenaar Fulvio Testa.

Waar moet je voor oppassen?
Lees Aesopus.
Wie moet je nooit geloven?
Lees Aesopus.
Hoe win je een wedstrijd?
Hoe troggel je iets af van een ander?
Hoe zit de wereld in elkaar?
Lees Aesopus. Zijn fabels zijn al 2500 jaar een reisgids voor het leven.

Maar wie is die Aesopus? Imme Dros: ‘Er zijn veel mensen die de fabels van Aesopus kennen, maar Aesopus zelf kennen ze niet. Wie was hij en waar kwam hij vandaan? Alles wat we van Aesopus denken te weten, werd lang na zijn dood opgetekend. Aesopus leefde misschien tussen 620 en 560 voor onze jaartelling. Hij kwam misschien uit Thracië, misschien van Samos, of heel misschien zelfs uit Athene. Hij was een vrijgemaakte slaaf en hij zou uiteindelijk op een gewelddadige manier zijn vermoord in de stad Delfi.

Aesopus had de reputatie dat hij afzichtelijk lelijk was. Toch vereeuwigde de beroemde beeldhouwer Lysippus hem tweehonderd jaar na zijn dood als een indrukwekkende verschijning. In de geschriften van Plato en Aristoteles wordt Aesopus voor het eerst met name genoemd, en later vermeldt ook Herodotus hem als ‘een schrijver van fabels’.

Of Aesopus eigenlijk wel kon schrijven is de vraag. Waarschijnlijk heeft hij, zoals toen de gewoonte was, zijn fabels bij allerlei gelegenheden voorgedragen. Er wordt aangenomen dat de eerste verzameling fabels van Aesopus ongeveer in 320 voor Christus op schrift is gesteld. Daarvan is niets bewaard gebleven. Het heeft tot de eerste eeuw na Christus geduurd voordat Phaedrus, een Griekse slaaf aan het hof van keizer Augustus, de oude fabels van Aesopus vastlegde in het Latijn. De fabel werd een literair genre en vanaf de middeleeuwen verschenen er overal vertalingen.

De fabels zoals we ze nu kennen zullen in veel opzichten afwijken van de oorspronkelijke verhalen, dat kan haast niet anders. Maar de naam Aesopus blijft er voor altijd aan verbonden.’ Over de Ezel en het standbeeld vertelde hij:

‘De Ezel liep te zeulen met een zwaar standbeeld.
Het stelde een god voor en moest naar de tempel.
In de stad zag hij dat mensen bogen als hij langskwam.
Die mensen buigen allemaal voor mij, dacht de Ezel. En van trots verloor hij zijn laatste restje verstand.
Als ze voor me buigen, dacht hij, dan ben ik belangrijk. Waarom zou zo’n belangrijke ezel als ik dan nog sjouwen?
Hij zette zijn hoeven stevig in het zand en bleef staan.
Zijn baas wist eerst niet goed wat de Ezel bezielde. Maar toen hij dacht dat hij het wist, gaf hij hem een klap.
‘Dom beest. Denk je dat die mensen een ezel vereren? Ze buigen niet voor jou maar voor wat er op je rug ligt!’

PRONK NIET MET VREEMDE VEREN
JE ZULT JEZELF BLAMEREN’

Meer fabels lezen? In De fabels van Aesopus vind je de belevenissen van nog veel meer dieren en mensen: de vos en de kraai, de haas en de schildpad, de krekel en de mieren, de vos en de ooievaar en de ezel en de herder. Ideaal voor de kerstvakantie!

nov 30

Na thuiskomst uit Rome vond ik een briefje in de bus met daarop de mysterieuze woorden ‘Net terug uit Rome en je kunt al weer op reis naar Vergeten steden…’ Nieuwsgierig maakte ik het bijbehorende pakje open – waaruit een prachtig prentenboek tevoorschijn kwam:

‘De steden van nu zijn zoals ze zijn. We kennen ze allemaal. Maar dat is niet altijd zo geweest. Heel lang geleden waren er bijna geen steden en die enkele die je kon bezoeken, waren onderling zo verschillend en zo vreemd dat jullie mij niet zouden geloven als ik erover vertelde.
Toch ga ik dat doen, want ik ben er geweest en zelfs als iemand mij een leugenaar noemt en volhoudt dat ik alles heb verzonnen, vraag ik jullie mij te geloven. Want het is allemaal waar, ik heb het met eigen ogen gezien.’

De hoofdpersoon in Vergeten steden reist in een ver verleden de wereld over en vertelt over de steden die hij bezoekt en waarvan wij het bestaan al lang vergeten zijn. Volg de rode lijnen en kom terecht in de eerste stad, Duin, die na iedere windvlaag van vorm verandert. Vervolg je weg naar Hoek, waar de mensen leven in huizen die je niet ziet, om na een overnachting verder te gaan naar Wolk, waar de stad hoog boven de wolken uit torent.

Rad overkomt je, de stad draait en draait en stopt nooit. Vertelopnieuw is een stad vol met verhalen die verteld moeten worden. In Muur zijn alle huizen aan elkaar geplakt, kent men geen privacy en kan men niet naar buiten. Wiezalhetzeggen kun je al verdwalend ontdekken – of er voor altijd de weg kwijtraken:

‘Bij al dat rondtrekken van de ene stad naar de andere verdwaal je wel eens. Overigens was het nou ook niet zo dat ik voordat ik verdwaalde zo zeker wist waar ik was of waar ik naartoe ging.
Ik wil er wel graag even bij vertellen dat er in die tijd geen reisorganisaties waren die je vakantie voor je regelden, je bezoek aan musea en al dat soort dingen.
Er bestond trouwens geen vakantie en er waren ook geen musea te bezoeken. Integendeel, we hadden er geen idee van dat veel van de dingen die ons omringden op een dag in een museum zouden belanden, anders hadden we ze wel in wat betere staat achtergelaten.

Maar laat ik niet afdwalen. Ik wil jullie alleen maar duidelijk maken dat in die tijd reizen iets totaal anders was, waarbij je nergens zeker van kon zijn.
Goed, ik had het dus over verdwalen… Kijk, als je stilstaat en je je voeten gaat bekijken zonder ook maar te weten of je vooruit moet of moet omkeren of een van al die andere richtingen moet nemen die je als een stralenkrans om je heen ziet, nou, dán ben je verdwaald.
En zo gebeurde het.

Als je echter boft als reiziger, kun je al verdwalend een nieuwe en onbekende stad ontdekken waarvan je het bestaan nooit had vermoed: de stad Wiezalhetzeggen, ook wel de Stad van de Verloren Stappen geheten.’

Ontdek samen met de reiziger Wiezalhetzeggen en de andere vergeten steden, die weer tot leven zijn geroepen in de verhalen van Guido Quarzo (vertaald door Irma van Welzen) en in de etsen van Gemma Plum, die zich liet inspireren door de grottekeningen uit de prehistorie.

De oplettende lezer had het wellicht al gemerkt: Vergeten steden is geïnspireerd op de intrigerende Italiaanse klassieker Onzichtbare steden van Italo Calvino. ‘Ik hoop dat dit boek de jeugd prikkelt om in de toekomst deze grote literatuurklassieker ook te lezen,’ aldus Guido Quarzo. Als ze tenminste niet verdwalen in een van de vergeten steden…

nov 20

Na de culinaire onderbreking van gisteren kunnen we vandaag weer volop genieten van het enorme culturele aanbod in Rome. Ik schreef eerder al over de grote Van Gogh tentoonstelling in Il Vittoriano, maar omdat mijn reisgenoot deze expositie ook graag wilde zien, kocht ik nogmaals een ticket en slenterden we langs de kleurrijke werken van Van Gogh, met als grote gemene deler de moderne stad en het tijdloze platteland.

Aangezien het vreselijk druk was en ik de schilderijen lang niet zo goed kon bekijken als ik zou willen, besloot ik door te lopen naar een koffiebarretje en daar te wachten totdat mijn medereiziger alle doeken tot in detail had bewonderd. Gelukkig bleef ik dankzij een nieuw jeugdboek dat ik vlak voor vertrek op Schiphol had gekocht nog wel in de stemming.

In Julia’s verdwijning maakt Julia namelijk een tijdreis langs een aantal grote schilders. Tijdens een voorstelling van de illusionist Hoffman, waar Julia’s opa haar mee naar toeneemt, gaat er iets mis. Normaal gesproken laat de illusionist twee tijgers verdwijnen en weer terugkeren, maar nu keert slechts één van de tijgers terug. Tot haar ontzetting ziet Julia dat haar opa plotseling is verdwenen.

Julia ontvangt een sms’je dat haar opa gevangen wordt gehouden. Wil ze hem ooit nog terugzien, dan moet ze een tijdreis maken. Ze krijgt de opdracht om voor zo weinig mogelijk geld een aantal schilderijen van Vincent van Gogh te bemachtigen en mee te nemen naar onze tijd. Zo belandt Julia in het Arles van 1888. Ze zoekt vier schilderijen uit, maar verstopt de kunstwerken. Dat is het begin van een avontuurlijke reis, waarbij ze onder anderen Robinson Crusoe, Frida Kahlo, Caravaggio en Albert Einstein ontmoet. Wanneer Hoffman erachter komt dat Julia de schilderijen heeft verstopt, zet hij de achtervolging in. Kan Julia met de schilderijen ontkomen? En zal ze haar opa ooit nog terugzien?

De eerste glansrol is weggelegd voor Vincent van Gogh:

‘Van Gogh leek nerveus te zijn. Hij krabde zich in zijn baard en liep maar te ijsberen door de kamer. Ook keek hij voortdurend door het raam naar buiten. Julia ging op haar knieën zitten om de stapels doeken te bekijken. Het was alsof ze een wereld van licht binnenstapte. De schilderijen gloeiden en schitterden. Gele, rode, groene en blauwe tinten straalden haar tegemoet. Het waren zonnige landschappen en straten, figuren en gezichten, alles geschilderd met krachtige, losse penseelstreken. De meest gebruikte kleur was geel, Van Gogh leek er dol op te zijn.

‘Nou,’ vroeg Van Gogh, ‘welke wil je hebben?’
‘Het is moeilijk om te kiezen,’ zei Julia voorzichtig. ‘Ik vind het mooi dat u zo veel geel gebruikt in uw schilderijen.’
‘Geel, ja!’ zei Van Gogh, en ineens klonk zijn stem vrolijker. ‘In Parijs was alles zo donker en grauw, maar toen ik hier in het zuiden kwam, ontdekte ik het licht en de zon. Plotseling werd het veel leuker om dingen te schilderen.’

Hoe het verder afloopt met Julia en Van Gogh blijft ook voor mij nog even een verrassing, want mijn reisgenoot haalde me terug naar de Romeinse koffiebar om plannen te maken voor de rest van de dag. Ik ben in elk geval erg benieuwd naar welke schilderijen van Van Gogh Julia uiteindelijk zal kiezen, en natuurlijk ook naar haar ontmoeting met Caravaggio, niet de schilder met de beste manieren.

Wie Julia’s verdwijning wil lezen, raad ik overigens aan om eerst de eerdere belevenissen van Julia en een aantal beroemde schilders te lezen in Julia’s reis, dat vorig jaar verscheen en onlangs door boekhandel selexyz werd uitgeroepen tot Jeugdboek van het Jaar 2010.

In Julia’s reis maak je voor het eerst kennis met Julia, een meisje van twaalf dat met haar ouders in Stockholm woont. Ze is gek op kunst en kan waanzinnig goed tekenen. Op een dag zit Julia in het park te schetsen, als een vogel haar pen weggrist. Van schrik laat ze haar kladblok liggen. Wanneer ze de volgende dag terugkomt, heeft iemand er een boodschap in geschreven: 18 september, 15.00 uur.

De onbekende boodschapper blijkt een jongen te zijn die haar op het hart drukt ‘goed voor haar handen te zorgen, omdat ze heel bijzonder zijn’. Julia weet niet goed wat ze hiervan moet denken. De volgende dag bezoekt ze met haar opa het Nationaal Museum in Stockholm. Wanneer Julia per ongeluk Het keukenmeisje van Rembrandt aanraakt, verdwijnt ze in een zwart gat. Ze wordt wakker in de wereld van Rembrandt, het jaar is 1658. Het enige wat Julia bij zich heeft, zijn haar schetsboek en haar tekenpotlood.

Dit is het begin van een avontuurlijke en wonderlijke reis door de wereld van de kunst. Julia ontmoet beroemde kunstenaars als Velázquez, Leonardo da Vinci, Edgard Degas, William Turner en Salvador Dalí. Van elke kunstenaar leert Julia nieuwe kneepjes van het vak. Maar hoe komt ze weer terug in 21e eeuw? Het geheim ligt in Julia’s handen…

okt 17

Hoewel de Kinderboekenweek officieel gisteren is afgelopen, wilde ik jullie het volgende boek niet onthouden. Hoewel bedoeld voor kinderen, is het ook voor volwassenen een spannend verhaal, dat zich bovendien op de mooiste plekken van de Eeuwige Stad afspeelt:

29 december 1999. Het is nacht en in Rome holt een man als een gek langs de Tiber. In zijn hand draagt hij een bruin koffertje. Hij zoekt vier kinderen.

Op datzelfde ogenblik verlaten Elettra, Sheng, Mistral en Harvey zonder dat iemand het weet hun hotelkamer om de besneeuwde stad te gaan verkennen. Enkele uren eerder wisten ze nog niet eens van elkaars bestaan, maar als ze hebben ontdekt dat ze alle vier op 29 februari geboren zijn, zijn ze al snel onafscheidelijk.

‘Trastevere ziet eruit alsof de wijk met houtskool is getekend. Stil en roerloos verrijst het uit het witte tapijt van de sneeuw. Sobere gebouwen, schuine daken, donkere galerijen, op elkaar steunende dakgoten, scheve schoorstenen.
Allemaal in het duister.

De kinderen verlaten behoedzaam het hotel, laten de Santa Cecilia-kerk achter zich en lopen in de richting van de rivier. Hun voeten kraken op de het dichte sneeuwdek en zakken lichtjes weg in het wit.
Sheng is de enige van de vier die geen moment zijn mond houdt: hij heeft de badmuts van het hotel op zijn hoofd gezet om geen nat haar te krijgen, en hij wil de anderen overhalen om zijn voorbeeld te volgen. ‘Je ziet eruit als een halvegare, met dat ding op,’ oordeelt Harvey meedogenloos. Na de ontploffing en de stroomuitval is zijn stemming compleet omgeslagen. Hij lijkt rustiger en zelfverzekerder.

De kinderen komen uit op de Piazza in Piscinula, waar groepjes mensen staan te praten over wat er is gebeurd. Ze maken licht met de koplampen van hun auto’s, en ze wijzen naar de gebouwen die in het duister zijn ondergedompeld. Sommige mannen en vrouwen moeten lachen, anderen staan te klagen. Een cafébaas zit ineens zonder muziek. Een clubje studenten heeft de rugzakken ergens neergezet om een heftig sneeuwballengevecht te beginnen.

Elettra ziet een echtpaar dat wat achteraf staat en vraagt hen wat ze van de stroomuitval weten. ‘Trastevere zit zonder stroom,’ antwoordt de dame haar. ‘En ook de wijken Parioli en Esquilino. Maar er zijn ook wijken waar niets aan de hand is.’
‘Het komt allemaal door die ellendige tunnel,’ moppert de man, en hij begint een woeste tirade over wegwerkzaamheden. ‘Horen jullie dat kabaal niet?’

De kinderen spitsen hun oren, er klinkt een onophoudelijk getoeter, zij het ver weg. ‘Kun je je voorstellen hoe de toestand op de wegen nu is, met al die sneeuw en de stoplichten die het niet doen?’ Mistral ontwijkt een sneeuwbal en maakt er zelf ook een, die ze zomaar ergens op het plein smijt. ‘O jee. Geen goed idee,’ zegt Harvey. ‘Juist wel! Een geweldig goed idee!’ roept Sheng, terwijl hij naast Mistral gaat staan. Al gauw vliegen de sneeuwballen alle kanten op.

Zonder het licht van de straatlantaarns en de neonverlichting vormt de oude wijk van Rome een sprookjesachtig decor, met het labyrint van geplaveide steegjes en slapende gebouwen. ‘ Zullen we gaan kijken hoe de Tiber er in het donker uitziet?’ oppert Elettra als het gevecht even stil ligt.

Wanneer de rennende man hen even later langs de Tiber ziet lopen, twijfelt hij niet: zij zijn het. Hij geeft het koffertje met zijn waardevolle inhoud aan Elettra en verdwijnt.

‘Het eerste voorwerp dat Elettra uit het koffertje haalt is een kleine, zwart-witgeblokte paraplu. Ze legt hem op de vloer en constateert een beetje teleurgesteld: ‘Dat lijkt me gewoon een paraplu.’
Op een metalen plaatje aan een van de uiteinden van de stof staat:

ANTICO CAFFÈ GRECO
VIA CONDOTTI
ROMA

‘Gelukkig zit er nog meer in…’ mompelt Elettra.
Nu haalt ze een voorwerp tevoorschijn ter grootte van een appel, dat in een donkere doek zit gewikkeld. Er verspreidt zich een sterke kamfergeur door de ruimte.’

Aan de hand van de aanwijzingen in het koffertje doorkruisen de vier kinderen de Eeuwige Stad, van Trastevere tot Piazza di Spagna, van Torre Argentina tot Testaccio, van het architectonische hoogstandje Coppedè tot de San Clemente. Onderweg maken ze de meest wonderlijke dingen mee. Treed in hun voetsporen en beleef een onvergetelijk Romeins avontuur dat je de stad met andere ogen zal laten zien!

Naast het spannende verhaal maak je de belevenissen van de vier vrienden ook mee aan de hand van het foto- en plakboek dat in het midden van het boek is opgenomen, met full color foto’s, visitekaartjes, bonnetjes, plattegrondjes en andere aanwijzingen waardoor je zelf mee kunt speuren!

Wanneer de kinderen hun Romeinse avonturen hebben voltooid, wacht hen weer een nieuwe reis, ditmaal met bestemming New York. Wie er dan nog geen genoeg van heeft kan alvast uitkijken naar het derde en vierde deel in de Century-reeks, die zich respectievelijk in Parijs en Shanghai afspelen. Maar eerst de Romeinse belevenissen in De ring van vuur verslinden!

okt 16

Strips passen uitstekend binnen het thema van de Kinderboekenweek. Als er één soort verhaal is waarbij de illustraties onontbeerlijk zijn, dan is het immers de strip. Daarom vandaag op Ciao tutti aandacht voor een stripverhaal, maar dan uiteraard wél een Romeins stripverhaal!

In een van de vele boekwinkels die Rome rijk is, viel mijn oog vorig jaar al op een kleurrijk stripverhaal, waarin de hoofdrol was weggelegd voor Cicero de Kat. Hij maakt kinderen op een grappige en verantwoorde manier wegwijs in het Oude Rome. Dankzij de Vlaamse uitgeverij Van In is dit stripverhaal nu ook in het Nederlands verkrijgbaar.

Aan de hand van Cicero de Kat neem je plaats in het Circus Maximus of vergezel je de senatoren die boven op het Capitool vergaderen. Je leeft mee met de gladiatoren in het Colosseum, maar maakt ook kennis met Julius Caesar en zijn moordenaars, met de Romeinse keizers en met de Vestaalse maagden.

De redactie van het oorspronkelijke Italiaanse stripverhaal was in handen van Stella Equini Schneider. Zij doceert archeologie aan La Sapienza, de universiteit van Rome, en weet dus waar ze over praat. Daardoor is het stripverhaal niet alleen leuk om te lezen, maar steek je er ook nog iets van op – ook als volwassene.

Cicero de Kat neemt je negentig pagina’s lang mee op reis naar het Rome van de grote keizers. Daarnaast vind je in het boek twaalf transparante vellen met reconstructietekeningen, waardoor je heel goed kunt zien hoe de monumenten er in de oudheid precies uitzagen en hoe groot de gebouwen op het Forum Romanum in het echt waren. Zo komt het oude Rome voor je ogen tot leven en krijg je een heel ander beeld bij de stapels stenen en zuilen die nu nog overeind staan.

Wist je trouwens dat een van die zuilen zelf eigenlijk ook een stripverhaal is? De Zuil van Trajanus, een bijna 30 meter hoge zuil die op het gelijknamige forum staat, bevat het oudste stripverhaal ter wereld. De zuil werd gebouwd om de overwinning van keizer Trajanus op het opstandige Dacië (het huidige Roemenië) te vieren.

Volgens het Latijnse opschrift dat op de zuil is te lezen, deed de zuil ook dienst om de hoogte aan te geven van de heuvel die was afgegraven voor de aanleg van het Forum van Trajanus:

Senatus populusque Romanus
Imp(eratori) Caesari divi Nervae f(ilio) Nervae
Traiano Aug(usto) Germ(anico) Dacico Pontif(ici)
Maximo trib(unicia) pot(estate) XVII, Imp(erator) VI, co(n)s(ul) VI, p(ater) p(atriae)
ad declarandum quantae altitudinis
mons et locus tant[is oper]ibus sit egestus.

Oftewel:

‘Senaat en volk van Rome
Aan de keizer, de Caesar Nerva, zoon van de goddelijke Nerva
keizer Trajanus, zegevierend in Germanië en Dacië, hogepriester,
zeventiende keer tribuun, zesde keer imperator, zesde keer consul, vader des vaderlands,
om aan te geven hoe hoog
de heuvel was die voor dit werk is weggehaald.’

Het stripverhaal rolt als het ware om de zuil heen. Als je alle figuren goed zou kunnen zien, zou je de oorlog die Trajanus voerde tot in detail kunnen volgen. Althans, de oorlog zoals Trajanus zich die graag herinnerde. Uiteraard zijn er alleen scènes afgebeeld die voor de Romeinen positief uitpakten: veldslagen die ze wisten te winnen, in de strijd gesneuvelde Daciërs en onoverwinnelijke Romeinen. Keizer Trajanus komt zelf maar liefst zestig keer voor in het hele verhaal.

Oorspronkelijk stond de zuil tussen twee grote bibliotheken. Vanaf de eerste verdieping kon je vanuit beide leeszalen de reliëfs, die toen nog met allerlei vrolijke kleuren beschilderd waren, goed bekijken. Als je het hele stripverhaal nu tot in detail wil bekijken, zit er niets anders op dan een verrekijker mee te nemen…

Getagd met:
okt 15

Naar aanleiding van de grote Van Gogh-tentoonstelling die tot februari 2011 in Rome te zien is (zie Ciao tutti van 14 oktober), speciaal voor de Kinderboekenweek een prachtig boek over het leven van Vincent van Gogh. In Vincent van Gogh – Een leven in schilderijen vertelt Frank Groothof in een briefwisseling tussen Vincent en zijn broer Theo over het leven van Vincent, over zijn omzwervingen, zijn schilderijen, zijn gevoelens:

‘We (Paul Gauguin en Vincent van Gogh, SB) zijn vandaag op pad gegaan om landschappen te schilderen. Het ging heel goed. Ik heb De zaaier geschilderd. Een onmetelijke citroengele zonneschijf aan een groene hemel met roze wolken. Het veld violet. Zaaier en boom pruisisch blauw.

Gauguin werkt ook aan een landschap. Maar hij is een heel precies mens. Kijk, bij mij liggen alle tubes verf in mijn verfkist door elkaar. Ja, ik weet mijn kleuren toch wel te vinden. Maar zijn verftubes liggen keurig met de dopjes erop, als tinnen soldaatjes op een rijtje in zijn kist. En nu probeert-ie mij ook zo geordend te krijgen, want hij vindt de wanorde waarin ik leef schokkend.

En zoals ik omga met geld, vindt-ie ook niks. Daarom hebben we nu voor alles een apart potje: voor boodschappen, voor de huur, voor tabak. Eten in een restaurant is er niet meer bij, vindt meneer te duur. Hij doet de inkopen en ik kook. Tenminste, ik wou een keertje soep maken, maar volgens hem had ik de ingrediënten gemengd zoals ik de kleuren op mijn schilderijen meng.’

De tijdloze landschappen die Van Gogh schilderde spelen tijdens de tentoonstelling in Rome de hoofdrol. Tijdens zijn leven waren deze doeken echter lang niet zoveel waard; sterker nog, Van Gogh raakte zijn schilderijen soms aan de straatstenen niet kwijt…

‘Ik werk vaak heel snel. Ik kan er niks aan doen. De ideeën voor een schilderij komen in overvloed in me op. Ik heb geen tijd om te denken, ik ben een schilderende locomotief. Bijvoorbeeld het doek Het geploegde veld heb ik in één keer geschilderd. Grote klodders, zo uit de tube smeer ik op het doek.’

Wil je nog meer weten over het leven van Vincent van Gogh en zijn schilderijen? Sla dan het boek open, zet de bijbehorende cd op en luister naar Frank Groothof, die het verhaal van Van Gogh al vertellend en zingend tot leven wekt. Door de briefwisseling tussen Theo en Vincent maak je de avonturen die beide broers beleefden mee en ontdek je hoe Vincents doeken tot stand kwamen. In het voorwoord van Jan Paul Schutten kom je alles te weten over de schilderkunst in de tijd van Van Gogh, het impressionisme.

Gauw lezen en luisteren dus, en dan met het hele gezin naar Rome om de landschapsschilderijen van Van Gogh in het echt te gaan bewonderen!

Vincent van Gogh – Een leven in schilderijen
Frank Groothof
met liedteksten van Marjet Huiberts,
illustraties van Irma Braat
en een inleiding van Jan Paul Schutten

okt 13

Hoewel de Kinderboekenweek dit jaar in het teken staat van illustraties, wil ik de beroemde Italiaanse kinderboekenschrijver Roberto Piumini eigenlijk niet overslaan. Hoewel hij dus niet tekent, maar schrijft, is hij wel een echte kunstenaar, een woordkunstenaar, althans, zo noemt hij zichzelf. Hij heeft meer dan honderd romans, verhalen, toneelstukken, gedichten en liedjes geschreven, zowel voor volwassenen als voor kinderen.

Een van zijn meest recent verschenen boeken in Nederland is Toto Aroma, dat vertelt over de uitvinder van de pizza, die net zo heet als het boek, Toto Aroma. Als kok is Toto in dienst van de koning van Napels. Daar vindt op een dag een rijke gast een haar in zijn eten.

Dat is voor de gast en de koning een grote belediging en Toto, die het gerecht heeft klaargemaakt, wordt gevangen gezet. Toto bedenkt allerlei manieren om te ontsnappen. Met behulp van zijn uitmuntende kookkunst weet hij daar uiteindelijk ook in te slagen.

Om de sfeer en de smaak van Italië nog meer te benadrukken is ook de originele Italiaanse tekst opgenomen. Zo leren kinderen (en hun ouders!) spelenderwijs een beetje Italiaans:

‘In de tijd van de Bourbon-koningen woonde er in Napels een uitzonderlijke kok. Hij heette Antonio Gimbellino, maar iedereen noemde hem Toto Aroma.’

Al tempo dei re Borboni, c’era a Napoli un cuoco eccezionale che si chiamava Antonio Gimbelloni, ma tutti lo chiamavano Totò Sapore.

‘Hij kookte zo verrukkelijk dat hij naar het hof werd gehaald en tot chef-kok werd benoemd in de keuken van het koninklijk paleis. Het beroemdst waren zijn pasta’s en zijn taarten, maar Toto Aroma was in alles wat hij maakte alle koks van heel Zuid-Italië de baas.’

I suoi piatti erano così deliziosi che fu preso a corte, e nella cucina del palazzo reale nessuno contava più di lui. Famose erano le sue pastasciutte e le sue torte, ma in ogni tipo di cibo cucinato Totò Sapore superava I cuochi dell’intera Italia Meridionale.

De illustraties zijn van de hand van Cecco Mariniello, een bekende Italiaanse illustrator die al dertig jaar de verhalen in (prenten)boeken met potlood en penseel tot leven wekt.

Het verhaal over Toto Aroma diende ook als basis voor een Italiaanse animatiefilm: Le avventure di Totò Sapore. Roberto Piumini zelf is echter niet echt blij met deze film, die zeer vrij voortborduurt op zijn verhaal.

Waar hij wel blij mee is, is dat zijn verhaal ertoe heeft geleid dat je in Italië nu regelmatig een pizzeria ziet die is vernoemd naar de hoofdpersoon in het boek. Als je dus in Italië een pizzeria ziet die Totò Sapore heeft, dan weet je zeker dat ze er Toto’s pizza serveren.

Wil je zelf aan de slag en net als Toto een lekkere pizza maken, kijk dan op http://www.tutti.nl/toto-aroma.htm voor het recept voor de pizza Napoletano en de pizza Lombarda. Hier kun je ook een filmpje bekijken waarin wordt uitgelegd hoe je een pizza alla Toto nu precies maakt! Buon appetito!

okt 06

Vandaag begint de Kinderboekenweek, die dit jaar in het teken staat van prachtige prenten, sprookjesachtige illustraties en bijzondere tekeningen. De Grote TekenTentoonstelling, zoals het thema zo mooi heet, bezorgde alle illustratoren in Nederland en ver daarbuiten jeukende handen. Er verschenen de afgelopen week stapels nieuwe boeken, met adembenemende tekeningen die eigenlijk in een museum zouden moeten hangen.

Tussen deze stapels boeken vond ik regelmatig een Italiaans pareltje: een grappig stripverhaal dat zich in Rome afspeelt, werkelijk ongeëvenaard geïllustreerde fabels, een prachtige roman over de grote schilders… De komende dagen laat ik jullie op Ciao tutti regelmatig meegenieten van een mooi (kinder)boek waarbij de hoofdrol is weggelegd voor de tekeningen.

De eerste plaats boven op de stapel boeken die afgelopen weken verscheen is wat mij betreft voor een schitterend prentenboek over Pinokkio.

Het verhaal is bij een ieder wel bekend, denk ik. Het begint zo:

Er was eens…
‘Een koning!,’ hoor ik jullie al roepen.
Nee hoor, dat hebben jullie mis!
Er was eens een stuk hout.
Een gewoon blok hout, brandhout voor in de open haard, om het huis lekker warm mee te stoken of een pan erwtensoep op te koken.

Het blok was van een timmerman. Antonio, heette hij.
Antonio herkende je onmiddellijk aan zijn neus.
Een ronde, glanzende, kersrode neus, die af en toe donkerpaars kleurde.
Zo meteen zou Antonio iets heel geks meemaken.
En dan beleven wij een avontuur dankzij een stuk hout, een gewoon blok hout, brandhout.

Hoe dat avontuur loopt, zal ik voor degenen die het nog niet kennen niet verder verklappen, maar wel wil ik al graag vertellen en laten zien hoe kunstenaar Fabio de Poli erin is geslaagd een heel originele versie van het verhaal te creëren.

Met een grote stapel gekleurd papier en een schaar heeft Fabio de Poli Pinokkio, die houten ondeugende en hardleerse marionet, vorm gegeven, met als resultaat een hoofdpersoon die als het ware van de pagina’s af spat. De kleurrijke prenten zijn door Andrea Rauch, een vriend van Fabio, voorzien van een vereenvoudigde tekst, zodat ook de jonge lezers plezier beleven aan het verhaal – al zijn de prenten zo expressief dat elke lezer er waarschijnlijk zijn eigen versie van Pinokkio’s verhaal bij wil vertellen.

Door zowel de illustraties als het eenvoudige verhaal een pareltje om keer op keer van te genieten – de expressieve tekeningen vervelen nooit en gaan dus zeker een leven lang mee.

Je zou dit prentenboek bijna willen inlijsten, maar gelukkig is dat niet nodig: achter in het boek zit een losse prent (die ook nog eens aan twee kanten bedrukt is, dus je krijgt twee afbeeldingen uit het boek cadeau). Er zijn vier verschillende versies, dus je kunt je eigen Pinokkio-galerie maken.

Wie net zo onder de indruk is van het werk van Fabio de Poli (foto links) als ik, moet binnenkort even een kijkje nemen in de Galleria d’Arte Moderna van het Palazzo Pitti in Florence. Buiten expressieve knipsels maakt deze creatieve duizendpoot grote installaties voor binnen of buiten – bijvoorbeeld voor het vliegveld van Florence – gebrandschilderde ramen, meubels, tapijten, mozaïeken en schilderijen.

Andrea Rauch (foto rechts) is een gerenommeerd grafisch ontwerper, die met name heel veel gewerkt heeft voor culturele instellingen en politieke organisaties. Zijn posters zijn opgenomen in de collectie van het Museum of Modern Art in New York, in het Museum voor Reclame van het Louvre te Parijs en in het Museum für Gestaltung te Zürich. Hij doceerde aan de Universiteit van Siena. Daarnaast illustreert hij  boeken en soms schrijft hij ze dus ook, zoals hij nu deed voor Pinokkio. Sinds 2009 heeft Andrea Rauch zijn eigen uitgeverij; Prìncipi e Princípi (‘Prinsen en Principes’).

Kijk voor meer informatie over deze twee kunstenaars (want dat zijn ze) en de kunstzinnige uitgave van Pinokkio op www.tutti.nl. Veel kijk- en leesplezier!

sep 23

‘De vraag die me het meest gesteld wordt, kan ik altijd heel makkelijk beantwoorden. Die vraag luidt: hoe ben je schrijver geworden? En gek genoeg luidt het antwoord: door iemand bijna precies diezelfde vraag te stellen. Dat ik de gelegenheid kreeg om die vraag te stellen kwam in de eerste plaats door een portie buitengewoon geluk. Dat kan ik beter maar even uitleggen.

Mijn geluk was natuurlijk iemand anders zijn pech – wat wel vaker het geval is, heb ik gemerkt. Het telefoontje klonk paniekerig. Het kwam op een zondagavond. Ik werkte nog maar drie weken bij de krant. Dit was mijn eerste betaalde baan als journalist.

Het was mijn baas, hoofd kunstredactie Meryl Monkton, een dame die je niet tegen je moet krijgen. Ze verspilde geen tijd aan flauwekul; dat deed ze nooit. ‘Luister, Lesley, ik zit met een probleem. Ik had morgen naar Venetië gemoeten om Paolo Levi te interviewen.’
‘Paolo Levi?’ vroeg ik. ‘De violist?’

‘Bestaat er nog een andere Paolo Levi dan?’ Ze deed geen moeite om haar ergernis te verbergen. ‘Moet je horen, Lesley, ik heb een ongeluk gehad bij het skiën en ik zit vast in een ziekenhuis in Zwitserland. Jij zult in mijn plaats naar Venetië moeten gaan.’

‘O, wat vreselijk,’ zei ik terwijl ik mijn best deed om niets van mijn opwinding te laten merken. Nog maar drie weken bij de krant en ik ging de grote Paolo Levi interviewen, in Venetië!
Vraag over dat ongeluk, zei ik tegen mezelf. Klink bezorgd. Heel bezorgd.
‘Hoe is dat zo gekomen?’ vroeg ik. ‘Het skiongeluk, bedoel ik.’
‘Tijdens het skiën,’ snauwde ze. ‘Als er íéts is waar ik niet tegen kan, Lesley, is het wel medelijden.’
‘Sorry,’ zei ik.

‘Ik zou het wel uitstellen als ik kon, Lesley,’ ging ze door, ‘maar daar durf ik gewoon niet mee aan te komen. Het heeft me meer dan een jaar gekost om hem zover te krijgen. Het wordt zijn eerste interview sinds jaren. En dan nog heb ik hem moeten beloven dat ik hem niet de verboden vraag zou stellen. Dus stel hem die niet, begrepen? Als je dat wel doet, blaast hij waarschijnlijk het hele interview af – dat heeft hij eerder gedaan. We hebben echt geluk dat we hem hebben, Lesley. Ik zou willen dat ik hem zelf kon interviewen, maar we zullen het met jou moeten doen.’

‘De verboden vraag?’ vroeg ik aarzelend.
Het bleef lang stil aan de andere kant van de lijn…’

Wanneer de jonge journaliste Lesley te horen krijgt dat ze naar Venetië mag om de wereldberoemde violist Paulo Levi te interviewen, kan ze haar oren nauwelijks geloven: Paulo Levi staat erom bekend dat hij een hekel heeft aan interviews. Haar baas drukt haar op het hart dat ze alles mag vragen, behalve die ene, verboden vraag.

Eenmaal thuis bij de violist weet Lesley zich nauwelijks een houding te geven. Dan besluit de maestro zelf dat het, na al die jaren van zwijgen, tijd is om zijn grote geheim prijs te geven. Hij beantwoordt de vraag die niemand mocht stellen en onthult hoe hij als kleine jongen de huiveringwekkende waarheid over het oorlogsverleden van zijn ouders ontdekte.

De verboden vraag is een ontroerend verhaal over de kracht van muziek en de wil om te overleven, met het betoverende Venetië als achtergrond. Dankzij de prachtige illustraties van Michael Foreman ziet de stad er in het boekje nog kleurrijker en sprookjesachtiger uit dan in het echt – en is het contrast met het verleden van Levi’s familie extra groot.

Dat het verhaal zich in Venetië afspeelt, is beslist geen toeval. De schrijver, Michael Morpurgo, was een paar dagen in Venetië toen hij op een avond, op een plein bij de Accademiabrug, een jongetje in pyjama zag, dat op zijn driewieler naar een straatmuzikant zat te luisteren. Morpurgo: ‘Hij was helemaal in de ban van de muziek, die voor hem, en voor mij, recht uit de hemel leek te komen. Daar kreeg ik het idee voor dit verhaal – en Venetië moest daar deel van uitmaken.’

preload preload preload