jan 31

‘Iets geschreven hebben maakt dat je je voelt als een leeggeschoten geweer, nog schokkend en heet; je hele zelf hebben uitgestort en niet alleen alles wat je van jezelf weet maar ook wat je vermoedt en veronderstelt, en ook de schokken, de spo­ken, het onbewuste – dat hebben gedaan met een lang duren­de spanning en inspanning, met dagenlange behoedzaamheid en siddering en plotselinge ontdekkingen en mislukkingen en zien hoe het hele leven op dat punt verstijft – merken dat dat allemaal niets is tenzij een menselijk teken, een woord, een aanwezigheid het opneemt, het verwarmt – en sterven van koude – roepen in de woestijn – alleen zijn als een dode, dag en nacht.’

Aldus mijmerde Cesare Pavese, op 27 juni 1946, over het schrijven van Het grote vuur, een roman die sinds kort, na meer dan zestig jaar, dankzij uitgeverij Karaat eindelijk in het Nederlands vertaald is.

Het grote vuur gaat over een man, een vrouw, onbeantwoorde liefde, en een verzwegen verleden. Het is een prachtige schets van een broze relatie, maar het is ook een zeer persoonlijk verhaal, dat symbool staat voor hoe mensen worden bepaald door hun afkomst en omgeving. Een verhaal dat toont hoe teder en hoe wreed liefde kan zijn.

In de nadagen van haar relatie met Giovanni ontvangt Silvia een dringend bericht: ze moet zo snel mogelijk terugkeren naar haar geboortedorp. Ze vraagt Giovanni haar te vergezellen naar de familie die ze al jaren niet gezien heeft. Omdat Giovanni hoopt dat hun relatie daardoor weer zal opbloeien, accepteert hij meteen. Samen reizen ze naar het Italiaanse platteland, naar het dorp waar Silvia opgroeide, en naar haar moeder en stiefvader, die ze ooit, om voor Giovanni onbekende redenen, ontvlucht is. Daar aangekomen is niets wat het lijkt, en komt de liefde tussen beiden nog meer onder druk te staan. Maar beetje bij beetje lijkt Giovanni Silvia’s verleden te doorgronden.

De hoofdstukken worden vanuit wisselend perspectief geschreven. Dat is niet toevallig; ze werden ook door verschillende personen geschreven. Cesare Pavese en Bianca Garufi wisselen elkaar af, met respectievelijk Giovanni en Silvia als verteller.

Bianca Garufi is zevenentwintig wanneer ze in 1945 bij de Italiaanse uitgeverij Einaudi in dienst treedt. De oorlogsjaren – die ze als actief verzetslid heeft meegemaakt – zijn voorbij, en nog niet lang geleden heeft ze haar eerste roman afgerond, zodat ze op de juiste plek lijkt te zijn terechtgekomen: Einaudi is een frisse uitgeverij, geleid door jonge schrijvers als Giulio Einaudi, Leone Ginzburg en Elio Vittorini, die haar in 1933 hebben opgericht, als tegenreactie op de fascistische censuur in Italië. Binnen afzienbare tijd zullen er grote literatuurvernieuwers in het fonds van de uitgeverij opduiken, zoals Sciascia, Calvino en Natalia Ginzburg, maar nu, in 1945, is Einaudi nog de speeltuin van een ander: Cesare Pavese. De auteur van de reeds gepubliceerde romans Jouw land en Het strand heeft een leidende functie in de Romeinse dependance, waar Garufi als secretaresse aan de slag gaat.

Meteen raakt Pavese gefascineerd door de tien jaar jongere vrouw met Siciliaans bloed, die hij omschrijft als: ‘exotisch’, ‘bescheiden en trots’, ‘vertrouwd en tegelijkertijd mythologisch’, in staat hem ‘puur geluk te brengen’ en hem ‘zijn ziel onder ogen te doen zien’. Grootse, maar toch niet opmerkelijke woorden voor Pavese, die nogal snel van een vrouw gecharmeerd is. Met dit soort superlatieven doet Garufi haar intrede in Paveses leven. Maar ze duikt ook direct op in diens literatuur, waar ze de rol van muze blijkt te vervullen: Pavese schrijft voor Garufi de gedichten uit De aarde en de dood en draagt de verhalenbundel Gesprekken met Leuco aan haar op.

Het grote vuur is daarmee niet alleen een prachtige roman, maar tevens het resultaat van een unieke samenwerking, die nu gelukkig ook voor de Nederlandse en Vlaamse lezers beschikbaar is. Van de eerste tot de laatste pagina is het genieten!

Het grote vuur
Cesare Pavese & Bianca Garufi
vertaald door Evalien Rauws & Luc de Rooy
ISBN 9789079770069
€ 16,90
uitgeverij Karaat

De citaten in dit artikel zijn afkomstig uit het nawoord bij Het grote vuur, dat je via deze link in zijn geheel kunt lezen.

jan 15

‘En toch beweegt zij zich’ zijn de beroemde woorden van Galileo Galilei, toen hij in 1633 werd veroordeeld tot gevangenschap in een kerker. De aarde beweegt zich rond de zon – een ongehoorde en godslasterlijke opvatting in die tijd. Veel meer dan dit weet men doorgaans niet van de beroemde Italiaanse natuur- en sterrenkundige.

In elk geval zijn weinig mensen ervan op de hoogte dat er een opmerkelijke briefwisseling tussen Galileo Galilei en zijn dochter Virginia bewaard is gebleven. In 1600, toen zijn dochter dertien was, zorgde Galilei ervoor dat zij een plaats kreeg in een klooster vlak bij hem in de buurt in Florence. Als zuster Maria Celeste bleef zij de loopbaan van haar vader volgen. Ze adviseerde hem en sprak hem in talloze brieven moed in. Ze bleek de belangrijkste bron te zijn waar hij in moeilijke jaren kracht uit putte.

De Amerikaanse wetenschapsjournalist Dava Sobel ontdekte deze brieven en zorgde voor de eerste Engelse vertaling. Gedreven door haar fascinatie voor Galileo Galilei en zijn ontdekkingen, zijn strijd met kerk en staat en zijn brieven, schreef Sobel een hoogst origineel boek. Het is een vorm van biografie die nog niet eerder bestond, over de man die Albert Einstein ‘de vader van de moderne fysica – zelfs van de moderne wetenschap überhaupt’ noemde.

Een fragment:

‘In 1616 kreeg Galilei in naam van paus Paulus V een berisping van inquisiteur kardinaal Bellarmino, die hem waarschuwde dat hij paal en perk moest stellen aan zijn strooptochten door de hemelse domeinen. De bewegingen van de hemellichamen, zo luidde het, waar melding van was gemaakt in de Psalmen, het boek Jozua en elders in de bijbel, waren zaken die men maar beter kon overlaten aan de heilige kerkvaders.

Galilei gehoorzaamde die bevelen en zweeg over het onderwerp. Zeven voorzichtige jaren lang zette hij zijn zinnen op minder hachelijke doelen, zoals het temmen van zijn Jupitersatellieten om deze ten dienste te stellen van de navigatie en zeelieden er hun lengtegraad op zee mee te laten bepalen. Hij verdiepte zich in poezie en schreef literaire kritieken. Door zijn kijker aan te passen ontwikkelde hij een samengestelde microscoop. ‘Met grote verwondering heb ik tal van kleine dieren geobserveerd, waarvan de vlo bijzonder afschrikwekkend is, en de mug en de mot heel mooi zijn,’ meldde hij; ‘en met veel voldoening heb ik gezien hoe vliegen en andere kleine dieren als vastgekleefd ondersteboven over spiegels kunnen lopen.’

Kort na de dood van zijn zuster in mei 1623 voelde Galilei zich echter geroepen naar het heliocentrische universum terug te keren, als een mot naar een vlam. Die zomer besteeg Urbanus VIII de troon van de Sint-Pieter in Rome. Het rationalisme en de belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek die de nieuwe paus tentoonspreidde, waren zijn directe voorgangers op de Heilige Stoel vreemd geweest. Galilei kende hem persoonlijk; hij had hem zijn kijker gedemonstreerd en op een avond na een banket aan het hof in Florence partij voor hem gekozen in een debat over drijvende lichamen. Op zijn beurt had Urbanus Galilei al lange tijd zozeer bewonderd dat hij zelfs een gedicht voor hem had geschreven waarin hij het over het schouwspel had dat door ‘Galielo’s glas’ was onthuld. […]

Het was niet verwonderlijk geweest als zuster Maria Celeste grote moeite zou hebben gehad om deze gedragslijn te vergoelijken en om haar rol als bruid van Christus te rijmen met haar vaders positie als wellicht de grootste vijand van de katholieke kerk sinds Maarten Luther. Maar omdat ze wist hoe diepgelovig hij was, keurde ze zijn inspanningen goed. Ze aanvaardde Galilei’s overtuiging dat God de Heilige Schrift had gedicteerd om de geest van de mensen te leiden, maar dat Hij de ontrafeling van het heelal als uitdaging aan hun intelligentie had overgelaten.

Ze besefte hoe buitengewoon het talent was waar haar vader bij zijn zoektocht blijk van gaf en bad voor zijn gezondheid, een lang leven en de vervulling van al zijn ‘gerechtvaardigde verlangens’. Als apothekers van het klooster brouwde ze elixers en draaide ze pillen om hem extra energie te geven voor zijn onderzoek en om hem te beschermen tegen epidemische ziekten. Haar brieven, bezield door haar geloof in Galilei’s onschuld aan wat voor ketterse ontaarding dan ook, hielden hem op de been tijdens zijn ultieme beproeving, de confrontatie met Urbanus en de Inquisitie in 1633.’

Je vindt deze brieven en het verhaal van Galileo’s zoektocht in

De dochter van Galilei
Dava Sobel
vertaald door Alfred Engelander & Anna Sikora
ISBN 9789026317958
uitgeverij Ambo Anthos

jan 12

In 2012 is het 25 jaar geleden dat Primo Levi door een ongelukkige val in zijn trappenhuis om het leven kwam. De SLAU (Stichting Literaire Activiteiten Utrecht) eert deze literaire meester met de vertoning van La Tregua (Het respijt, 1997), de verfilming door Francesco Rosi van het tweede deel uit De Getuigenissen-trilogie.

‘Het eerste boek van Levi, Se questo è un uomo (Is dit een mens, 1947), is een waar literair meesterwerk waarmee Levi eigenhandig de getuigenissenliteratuur heeft veranderd. Door de indringende toon van zijn verslagen over zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog wordt het de lezer echter nauwelijks toegestaan zich aan de literaire schoonheid ervan te verlustigen.

Het tweede deel uit De Getuigenissen verscheen in Nederland in 1966 onder de titel Het Oponthoud; de nieuwe vertaling uit 1998 heet Het respijt. Hierin vertelt Levi over de barre terugtocht van Auschwitz naar Turijn. Op 27 januari 1945 wordt hij bevrijd, hij vertrekt in het gezelschap van Italiaanse soldaten – ex-gevangenen van Rusland – richting zijn thuisstad Turijn. Hij beschrijft de eindeloze reis per trein en te voet die hem in rondtrekkende bewegingen van Polen, via Oekraïne, Moldavië, Roemenië, Hongarije, Slowakije, Oostenrijk en Duitsland uiteindelijk na ruim negen maanden naar Turijn in thuisland Italië brengt.’

Kaartjes voor deze filmavond op maandag 16 januari zijn te koop bij het Louis Hartlooper Complex. Voor wie de filmavond moet missen: de reis van Primo Levi is ook in boekvorm te verkrijgen. Een fragment:

‘De eerste Russische patrouille verscheen op 27 januari 1945 tegen twaalf uur bij het kamp. Charles en ik waren de eersten die hen zagen: we waren bezig het lichaam van Sómogyi, de eerste dode van onze kamer, naar de gemeenschappelijke grafkuil te brengen. We keerden de baar om op de smerige sneeuw, omdat de kuil al vol was en er geen andere manier was om iemand te begraven: Charles nam zijn muts af, als saluut aan de levenden en de doden.

Het waren vier jonge soldaten te paard, die oplettend, met hun machinepistolen in de aanslag, de weg langs het kamp af kwamen rijden. Toen ze bij het prikkeldraad waren gekomen, hielden ze halt: ze wisselden een paar timide woorden en keken schuw, bevangen, naar de stapel verkrampte lijken, de kapotgeschoten barakken, en ons weinigen die nog leefden.

Ons leken ze wonderbaarlijk lijfelijk en reëel, bijna zwevend (de weg lag wat hoger dan het kamp) op hun reusachtige paarden, tussen het grijs van de sneeuw en het grijs van de hemel, roerloos in de vlagen vochtige wind die een dreigende voorbode was van dooi.

Het leek ons, en dat was ook zo, dat het van dood vervulde niets waarin we nu tien dagen lang als gedoofde sterren hadden rondgedoold een vast middelpunt had gekregen, een condensatiekern: vier gewapende mannen, maar die hun wapens niet tegen ons droegen; vier vredesboden, met boerse, kinderlijke gezichten onder hun zware bontmutsen.

Ze groetten niet, ze glimlachten niet: behalve door medelijden leken ze bezwaard door een verward gevoel van schroom, dat hun lippen verzegelde en hun ogen gekluisterd hield aan het schouwspel van dood en verwoesting. Dat was de schaamte die wijzelf ook zo goed kenden, de schaamte die ons na selecties overmande en alle keren dat we een schanddaad moesten bijwonen of ondergaan; de schaamte die de Duitsers niet kenden en die de gerechte voelt om het door een ander begane kwaad, omdat dat nu bestaat, onherroepelijk deel uitmaakt van de wereld van de bestaande dingen, en zijn goede wil nietig of ontoereikend is geweest en het niet heeft kunnen verhinderen.

Daarom sloeg voor ons ook het uur van de vrijheid met een zware, verstopte klank. Het vervulde ons tegelijkertijd met vreugde en een wroegend schaamtegevoel, zodat we onze gewetens en geheugens hadden willen schoonwassen van het vuil dat erin opgehoopt lag; en het vervulde ons met verdriet, omdat we voelden dat dat niet kon, dat niets ooit meer zo goed en zuiver zou zijn dat het ons verleden kon uitwissen. De tekens van het geleden onrecht zouden voor altijd in ons blijven: in de herinnering van wie erbij was, in de plaatsen waar het gebeurde, in de verhalen die we erover zouden vertellen. Omdat, en dat is het huiveringwekkende privilege van onze generatie en van mijn volk, niemand beter dan wij heeft kunnen begrijpen dat onrecht onherstelbaar is en om zich heen grijpt als een besmetting. Het is een onuitputtelijke bron van kwaad: het breekt de getroffenen naar lichaam en ziel, blust hen uit en ontmenselijkt hen; het slaat terug als schande op de onderdrukkers, leeft voort als haat in de overlevenden en woekert op duizend manieren verder, tegen ieders wil, als wraakzucht, moreel verval, negatie, moeheid, verzaking.

Die dingen, die we toen maar vaag beseften en die de meesten alleen maar voelden als een plotselinge golf van dodelijke vermoeidheid, begeleidden voor ons de vreugde van de bevrijding. Daarom liepen maar weinigen van ons de redders tegemoet, maar weinigen vielen op hun knieën en dankten God. Charles en ik bleven staan bij de kuil vol grauwe ledematen, terwijl anderen het prikkeldraad neerhaalden; en toen liepen we terug met de lege baar om onze kameraden het nieuws te brengen.’

Het respijt, over hoop en wanhoop tussen de ruïnes van het Derde Rijk, is een van Levi’s meesterwerken. Ingetogen, zonder zelfmedelijden en huiveringwekkend exact vertelt hij zijn ervaringen.

Het respijt
Primo Levi
vertaald doorFrida De Matteis-Vogels
ISBN 9789029079815
€ 15
uitgeverij Meulenhoff

PS Nog meer boekennieuws, namelijk een letterlijke update van mijn blogboek. Kijk snel op de nieuwspagina!

jan 05

Eva slaapt vertelt het verhaal van een provincie zonder vaderland en van een meisje zonder vader, een heel persoonlijk verhaal over een intens verlangen naar iets dat je nooit hebt gehad of dat verloren is gegaan.

Eva groeit op zonder vader. Als achtjarige maakt ze mee hoe haar moeder, die de sterren van de hemel kookt in een vakantiehotel, verliefd wordt. De Duitstalige Gerda, een beeldschone Zuid-Tiroolse met een buitenechtelijk kind, valt uitgerekend op een politieagent van de Italiaanse bezettingsmacht, een carabiniere uit Reggio Calabria in het diepe zuiden. Vito is anders dan de vorige minnaars van haar moeder.

Hij sluit de kleine Eva in zijn hart en een paar jaar lang vormt het drietal een echt gezinnetje. In het begin van de jaren zestig, wanneer de Zuid-Tirolers en de Italianen elkaar letterlijk naar het leven staan, en Rome met harde hand regeert, heeft dat pijnlijke gevolgen voor het drietal.

Jaren later reist de veertigjarige Eva dwars door Italië naar Vito in Reggio Calabria. Hij ligt op sterven en wil Eva nog één keer zien en haar vragen waarom ze zijn brieven nooit heeft beantwoord.

Francesca Melandri verhaalt in Eva slaapt op indrukwekkende en beklemmende wijze hoe mensen en volken van elkaar kunnen vervreemden, en hoeveel kracht, geduld en inlevingsvermogen het kost om zich met een pijnlijk verleden te verzoenen. Een fragment:

‘Het was een klein pakje, gewikkeld in bruin papier met een dun touw eromheen gebonden. Adres en afzender in een regelmatig handschrift geschreven. Gerda herkende het meteen.
‘I nimms net,’ zei ze tegen Udo de postbode. Ik neem het niet aan.
‘Maar het is voor Eva…’
‘En ik ben haar moeder. Ik weet dat ze het niet wil hebben.’

Udo wilde haar vragen of ze het zeker wist. Maar zij sloeg haar heldere ogen naar hem op en staarde hem aan. Hij zweeg, haalde een pen uit zijn borstzak en een formulier uit zijn leren tas. Hij overhandigde het zonder haar aan te kijken.
‘Hier tekenen graag.’
Gerda tekende. Toen vroeg ze onverwacht vriendelijk: ‘Wat gebeurt er nu met dit pakje?’
‘Ik breng het terug naar het postkantoor en zeg dat je het niet wilde…’
‘Eva wilde het niet.’
‘… en zij sturen het dan terug.’

Udo stopte het pakje weer in de tas, vouwde het formulier dubbel en schoof dat tussen andere papieren. Hij controleerde of de pen goed dichtzat, stak hem terug in zijn borstzak en maakte aanstalten te vertrekken, maar bedacht toen nog iets.
‘Waar is Eva eigenlijk?’ vroeg hij.
‘Eva slaapt.’

Het bruine pakje reisde in omgekeerde richting dezelfde weg die het had afgelegd om bij haar aan te komen: tweeduizend zevenhonderdvierennegentig kilometer in totaal, heen en terug.’

Karlijn de Winter schreef een prachtige recensie over deze roman: ‘Kinderen die op een cruciaal moment in de geschiedenis worden geboren en zo getuige zijn van een heel tijdperk zijn er volop in de literatuur. Beroemd in Italië is bijvoorbeeld Useppe, het pientere jongetje uit De geschiedenis (La storia, 1974) van Elsa Morante. Eva uit het romandebuut van Francesca Melandri (Rome, 1964) is ook zo’n baby. Alleen is zij van jongs af aan een bijzonder goede slaper. Daarmee lijkt ze wel symbool te staan voor al diegenen, ook Italianen, die decennialang hun ogen dicht hebben gehouden voor problemen die er speelden in Eva’s geboortestreek Zuid-Tirol. Maar wie Eva slaapt leest, wordt vanzelf wakker geschud.’

Een goed moment dus om dit boek te lezen, na de roerige ontwikkelingen eind vorig jaar, die het land nu hopelijk wakker hebben weten te schudden – en weten te houden.

Eva slaapt
Francesca Melandri
vertaald door A. Habers
ISBN 9789059363175
€ 19,90
uitgeverij Cossee

dec 31

Voor deze laatste dag van het jaar een Italiaanse roman met een toepasselijke titel: Morgen een jaar geleden, van Sebastiano Mondadori.

Morgen is het precies een jaar geleden dat Vittorio’s vrouw Teresa bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Vittorio is samen met zijn tweede, twintig jaar jongere vrouw Carola naar het landgoed van zijn familie gereisd voor een bruiloft die daar de volgende dag zal plaatsvinden. Hij denkt terug aan het afgelopen jaar, waarin zijn leven zo ingrijpend is veranderd.

Vittorio en Teresa leken een gelukkig leven te leiden, maar na Teresa’s dood ontmaskert Vittorio haar dubbelleven en blijkt ook achter zijn eigen façade van succesvolle voedingsdeskundige en vader van twee dochters een andere werkelijkheid schuil te gaan.

In Morgen een jaar geleden dringt Sebastiano Mondadori met een fijnzinnig gevoel voor ironie door tot de kern van wat het betekent een geliefde te verliezen en vervolgens ook jezelf. Het is een betekenisvolle psychologische roman over de pijnlijke vragen die mensen elkaar en zichzelf voortdurend stellen: wat weet jij eigenlijk van mij? Wie ben ik eigenlijk?

Een fragment:

‘Zelfs Rome is lelijk deze ochtend. Er is weinig hemel te zien in deze dageraad van misverstane lokroepen en verscheurde jasmijn. Met mijn koffer stoot ik een leeg bierflesje om. Terwijl ik in de taxi stap, probeer ik te raden waar hij tot stilstand zal komen onder aan de kasseienweg. Het gevoel dat ik rondloop in een stoet van verouderde schimmen, verzuurd door de bittere smaak van twee espresso zonder suiker, plant zich in mijn hoofd als de misselijkheid die me al een week achtervolgt.

‘Wilt u dat we een stukje omrijden zodat we langs het Forum Romanum komen?’ De chauffeur ziet me aan voor een toerist.
‘Ik woon al bijna een jaar in Rome, dank u.’
Het was de enige zinnige optie nadat ik een negentienjarige cliënte zwanger had gemaakt op de avond voordat mijn vrouw begraven werd, en nadat Sofia me minzaam had medegedeeld dat zij de zorg voor de kinderen wel op zich zou nemen: ‘Zelfs nu je rijk bent, heb je nog geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel.’
‘We wonen hier sinds acht maanden,’ komt Carola tussenbeide: haar nervositeit opgeslokt door dat absurde stemmetje als van een verwend kind.’

‘Wat denkt u, gaan we morgen winnen?’ Ik zie de enorme trouwring aan zijn hand waarmee hij door zijn zwarte krullen woelt.
Opnieuw Carola, ze knijpt in mijn knie omdat ze een antwoord eist: ‘Ik zou die Fransen niet onderschatten. Als je ziet hoe ze het tot nu toe gedaan hebben.’

Ik laat hem praten over tactiek en over een systeem met één spits, zo meteen komt hij met zijn voorspelling dat Totti een wereldprestatie zal leveren – het zou ook wel tijd worden, trouwens.
‘Hadden we niet beter met de trein kunnen gaan?’ Ze werkt me op de zenuwen als ze kauwgum met aardbeiensmaak kauwt.
‘Ik kan er niet tegen als anderen voor mij beslissen. Ook niet als het gaat om welk vervoermiddel ik moet nemen.’
‘Anderen of je familie?’
‘Ik was op mijn twintigste niet zo bits.’
‘Je denkt alleen maar aan mijn leeftijd als het je uitkomt.’

De chauffeur heeft genoeg aan een korte stilte om zijn lofrede op Totti te vervolgen.
‘De waarheid is dat je geobsedeerd bent door je familie.’

Ik zeg gewoon niks terug, ze is van streek omdat we de kleine drie dagen bij haar ouders laten: als ze bij haar is kan ze er niet tegen en loopt ze voortdurend te foeteren en te klagen, maar zodra ze haar achterlaat wordt ze overmand door schuldgevoelens en dat reageert ze dan af op mijn zwakke plekken.

‘Deze keer moet Totti maar eens laten zien dat hij een echte kampioen is,’ temper ik het enthousiasme van de chauffeur, die zich naar mij heeft omgedraaid.
‘De waarheid is,’ ze wappert ermee als een vlag, hij glinstert tussen haar hagelwitte tanden, ‘dat die twee telefoontjes met Marcello en je moeder je hele humeur verpest hebben.’
Ik blijf haar negeren, ik hoop op een geweldige actie van Totti in de laatste minuut.’

Morgen een jaar geleden
Sebastiano Mondadori
vertaald door Manon Smits
ISBN 978 90 234 6766 3
€ 18,90
uitgeverij De Bezige Bij

Over de auteur
Sebastiano Mondadori (Milaan, 1970) woont in Lucca, waar hij de schrijversschool Barnabooth heeft opgericht. Hij schreef eerder vijf met literaire prijzen bekroonde romans, werkte voor diverse kranten, tijdschriften en uitgeverijen en doceerde aan de universiteit van Lucca.

Getagd met:
dec 26

We kunnen ons in Italië geen Kerstmis voorstellen zonder een afbeelding van de Heilige Familie, van het kindje Jezus, van Maria. Toch is het niet altijd zo geweest dat deze afbeeldingen gemeengoed waren en breed geaccepteerd werden. In haar recent verschenen boek De kracht van de ongebonden vrouw vertelt Clarissa Pinkola Estés over de regels die deze beeltenissen mogelijk maakten en veilig stelden:

‘Paus Leo en andere pausen hebben lang geleden regels opgesteld ter bescherming van de kunstwerken die de mensen spiritueel toegewijd in leven en dood liet houden, ongeacht van welk huis, dorp, koninkrijk of welke berg, ongeacht rang of stam of verwantschap men afstamde.

Het idee was om de heilige beeltenissen niet langer weg te houden van de mensen, noch ze te beschadigen, en de mensen er op geen enkele manier van af te sluiten, want de mensen hielden ervan en waren afhankelijk van de heilige krachten achter de beeltenissen. Dus vooral de kracht van de Moeder van God weghouden van haar kinderen, haar beschadigen of opsluiten werd door de pauselijke wet illegaal.

Pauselijke verklaringen, encyclieken, en oecumenische concilies vanaf de achtste eeuw tot heden namen de kwestie zonder dubbelzinnigheid op. De bescherming van wat heilig is voor de familie gelovigen was duidelijk, een verkondiging op het Tweede Concilie van Nicaea in 787 luidt:

… wij decreteren met uiterste precisie en zorg dat, zoals de figuur van het geëerde en levensgevende kruis, de gerespecteerde en heilige beeltenissen, geschilderd of gemaakt van mozaïek of van ander geschikt materiaal, moeten worden getoond in de heilige kerken van God, op heilige instrumenten en liturgische gewaden, op muren en panelen, in huizen en op openbare wegen; deze zijn de beeltenissen van onze Heer, God en Verlosser, Jezus Christus, en van onze Vrouwe zonder zonde, de heilige draagster van God, en van de gerespecteerde engelen en van alle vrome heilige mensen. Hoe vaker ze in representatieve kunst worden gezien, hoe meer degenen die ze zien aan hen zullen worden herinnerd en zullen verlangen naar hen die dienen als voorbeeld, en deze beeltenissen eervol zullen begroeten en respectvol zullen vereren…

[…] Er is meer bescherming voor ‘… afbeeldingen van Christus, de Gezegende Maagd Maria en de Heiligen’, met volledige erkenning ten aanzien van ‘degenen die [vernietiging] hebben gepleegd van de eerbiedwaardige afbeeldingen in verleden tijden in onze koninklijke stad’, hoe degenen die ‘voor ons hebben geregeerd ze hebben vernietigd en ze hebben onderworpen aan ongenade en schade: laat hen die het heilige en de eerbiedwaardige afbeeldingen niet eerbiedigen geëxcommuniceerd zijn!’

Daarbij nodigde paus Benedictus XVI afgelopen jaar allerlei kunstenaars uit in het Vaticaan, waarbij hij hen vroeg nieuwe en wonderbaarlijke schilderijen en beeldhouwwerken voor de Moederkerk te maken. In de prachtige Sixtijnse Kapel drukte hij een behoefte uit aan inspirerende kunst ten behoeve van verering. Omringd door de magnifieke fresco’s van Michelangelo zei hij in zijn toespraak: Dank u wel voor uw talent, u kunt het hart van de mensheid aanspreken, individueel en collectief gevoel aanraken, dromen en hoop naar boven brengen, de horizon van kennis en van menselijke betrokkenheid verbreden.

Gelukkig hebben veel kunstenaars in de loop der eeuwen prachtige Maria’s, Heilige Families, engelen en andere bijbelse figuren in marmer of met het penseel gemaakt, zodat we daar, zeker in deze decembermaand, van kunnen genieten. Afgelopen maand zagen we al heel wat Annunciaties en gisteren de Heilige Familie met de herders van Ghirlandaio, en uiteraard zullen er komend jaar nog meer mooie Maria’s voorbij komen, in januari eerst vergezeld van de drie wijzen.

Meer lezen over Maria? De kracht van de ongebonden vrouw is een inspirerende bundeling verhalen, gedichten, zegeningen en collages voor iedereen die zich wil verbinden met de kracht van Maria. Het boek geeft een prachtig beeld van Maria in al haar verschijningsvormen. Het is een hartverwarmende ode aan de Grote Moeder. ‘Ze heeft duizenden namen, duizenden huidskleuren, duizenden gewaden, ze is de beschermvrouwe van woestijnen, bergen, sterren en oceanen. Ze komt tot ons in letterlijk miljoenen afbeeldingen, maar haar kern is slechts één groot Zuiver Hart,’ schrijft Clarissa Pinkola Estés in haar eerste boek van lange adem sinds haar wereldwijde bestseller De ontembare vrouw.

De kracht van de ongebonden vrouw
Clarissa Pinkola Estés
ISBN 9789069639659
€ 19,90
uitgeverij Altamira

dec 21

De passie van Artemisia is het indrukwekkende verhaal over een vrouw die de conventies van haar tijd negeert en haar hart volgt. Zij steekt haar beroemde mannelijke collega’s naar de kroon, maar haar huwelijk is niet bestand tegen haar passie voor de schilderkunst. Susan Vreeland brengt Artemisia’s leven prachtig in kaart, in een verhaal dat je van de eerste tot de laatste bladzijde in zijn greep houdt.

Vandaag een fragment waarin Artemisia net is aangekomen in Florence, in het huis van haar kersverse echtgenoot Pierantonio Stiatessi:

‘Overal in huis waren de gepleisterde muren behangen met niet-ingelijste schilderijen – Heilige Families, de Annunciatie, de Heilige Theresa in vervoering – allemaal wulpse vrouwen met extravagante draperieën in donkere, sterke kleuren. Op een schilderij van de Annunciatie hadden de ogen van Maria, toen haar werd verteld van de geboorte van de Verlosser, geen specifieke uitdrukking. Ik zou verwondering in haar ogen hebben gelegd door ze een beetje ronder en de irissen lichter te hebben gemaakt om er de aandacht op te vestigen. Zijn kleurmenging zou door het barnsteenvernis worden verbeterd, maar daarover had ik al te veel gezegd.

Zijn schilderijen hingen aan alle muren, soms twee boven elkaar. Waar zou er plaats zijn voor de mijne? Als ik geluk had, als ik bekwaam genoeg zou zijn in deze kunstenaarsstad, zouden de mijne niet aan onze muren blijven hangen.

‘Florentijnse modellen?’ vroeg ik toen hij binnenkwam met de laatste van onze tassen.
‘Natuurlijk.’
‘Goed. Ik geef het toe. Ze zijn prachtig.’
Hoewel hij slechts glimlachte, kon ik zien dat hem dat genoegen deed. Ik had meer gedoeld op de vrouwen dan op de schilderijen. Wie waren ze? Keek ik naar de geschiedenis van zijn – zou ik ze omgangen noemen? De vrouwen keken naar me terug vol geheimen waarvan ik betwijfelde of ik ze ooit zou kennen. Voorlopig maakte Pietro’s mysterie hem aantrekkelijk.

Hij opende de luiken van alle drie de kamers en de dubbele deuren naar het smalle balkon dat over de Arno uitkeek. We stapten naar buiten. Aan de overkant stond een karige rij lage arbeiderswoningen opeengepakt tegen de groene heuvels. Het geklater van de rivier over de lage schuine dam werkte kalmerend.

‘Denk je eens in. Dat water zal op een dag in de zee komen en dan kan het overal in de wereld naartoe stromen en wij zien het nu hier. Wat een prachtig uitzicht.’
‘Dat zul je waarschijnlijk niet zeggen als de rivier stinkt. Het helpt om een beetje suiker of kaneel in het vuur mee te laten branden.’
Zijn kleine huishoudelijke tip was lief.

We keken naar beneden naar paartjes die arm in arm een vroege avond-passeggiata maakten op de straat die ons gebouw van de rivieroever scheidde. De schaamte over de manier waarop ik getrouwd was, bekroop me weer en ik wenste dat Pietro en ik elkaar hadden kunnen kiezen uit liefde, zoals andere mannen en vrouwen steeds vaker deden.’

Lees Artemisia’s hele verhaal in

De passie van Artemisia
Susan Vreeland
vertaald door Mylène van der Nagel
ISBN 9789041760135
uitgeverij BZZTôH

nov 19

Deze prachtige, originele titel verwijst naar een bijzonder boek over Michelangelo, waarin hij afreist naar Constantinopel. De kunstenaar is namelijk nogal misnoegd over de manier waarop zijn opdrachtgever paus Julius II hem behandelt. Geprikkeld door eerzucht aanvaardt hij in 1506 een uitnodiging van de sultan van het Ottomaanse Rijk om in Constantinopel (het huidige Istanbul) een brug over de Gouden Hoorn te ontwerpen. Een eerdere poging van Leonardo da Vinci beviel de sultan namelijk niet.

Eenmaal in Constantinopel dompelt Michelangelo zich in gezelschap van de Turkse dichter Mesihi onder in deze smeltkroes van culturen. Hij beleeft een amoureus avontuur met een Andalusische zangeres, waarna een uitbarsting van creativiteit hem een subliem ontwerp voor de brug oplevert. Dan nemen de gebeurtenissen zowel persoonlijk als professioneel een dramatische wending. Uiteindelijk keert Michelangelo woedend, berooid en eenzaam terug naar Rome.

Een fragment:

‘De volgende dag wacht hij op een boodschap van de paus. Hij trilt van woede bij de gedachte dat de opperherder zich niet eens heeft verwaardigd hem te ontvangen, de dag voor zijn vertrek. Architect Bramante is een stomme idioot, en schilder Rafaël een verwaande kwast. Twee dwergen die de grenzeloze eigendunk van zijne purperen hoogheid strelen. […]

De dagen gaan voorbij. Michelangelo begint zich af te vragen of hij geen vergissing heeft begaan. Hij aarzelt om Zijne Heiligheid een brief te schrijven. De plooien gladstrijken en terug naar Rome? Dat nooit. In Florence is hij door zijn standbeeld David uitgegroeid tot stadsheld. Hij zou de opdrachten kunnen aannemen die niet zullen uitblijven na het nieuws van zijn terugkeer., maar dan roept hij Julius’ toorn over zich af, want hij staat nog onder contract. Bij de gedachte aan een nieuwe knieval voor de herdervader ontsteekt hij in een fikse driftbui.

Hij slaat twee vazen en een majolicabord stuk.
Tot bedaren gekomen gaat hij weer tekenen, vooral anatomische studies.
Drie dagen later – na de vespers, preciseert Ascanio Condivi (Michelangelo’s biograaf, SB) krijgt hij twee franciscaner monniken op bezoek, die doornat zijn van de gietende regen. De Arno is de laatste dagen sterk gezwollen en zit gevaarlijk dicht bij het hoogwaterpeil. De dienstbode helpt de monniken zich af te drogen; Michelangelo slaat de twee mannen gade – hun pijen waarvan de zoom onder de modder zit, hun blote enkels, hun schriele kuiten.

‘Meester, wij brengen een boodschap van het hoogste belang.’
‘Hoe wisten jullie waar ik was?’
Michelangelo bedenkt gniffelend dat Julius II wel erg sjofele gezanten heeft.
‘Op aanwijzing van uw broer, meester.’
‘Alstublieft, maestro, een brief voor u. Het gaat om een bijzonder verzoekschrift van een zeer hooggeplaatst persoon.’

De brief draagt geen wassen stempel, maar is met vreemde lettertekens verzegeld. Als Michelangelo ziet dat het geen schrijven van de paus is kan hij zijn teleurstelling niet onderdrukken. Hij legt de missive op tafel.
‘Waar gaat het over?’
‘Een uitnodiging van de sultan van Constantinopel, meester.’

Het laat zich raden hoe verbaasd de kunstenaar is, wat een grote ogen hij opzet. De sultan van Constantinopel. De Grote Turk. Hij draait de brief om en om tussen zijn vingers. Waspapier is een van de zachtste stoffen die er zijn.’

Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten
Mathias Enard
ISBN 9789029578394
€ 18,50
uitgeverij De Arbeiderspers

PS: Vandaag ook ander spannend boekennieuws, want er is een ontwerp voor het omslag van mijn boek! Op http://ciaotutti.nl/nieuws-over-ciao-tutti-het-boek/ zie je de eerste preview van hoe het grote Ciao tutti-boek er straks uit komt te zien! Neem snel een kijkje en laat me weten wat je ervan vindt, ben erg benieuwd naar jullie mening!

okt 26

Eerder schreef ik al eens over dit bijzondere putdeksel in het voorportaal van de Santa Maria in Cosmedin in Rome. Nu verschijnt er een boek dat alle verhalen over deze legendarische plek bij elkaar brengt.

De Mond der Waarheid gaat over een antieke, ronde steen in Rome die al vanaf de middeleeuwen veel aandacht van toeristen trekt. De steen vertoont een gezicht en staat bekend als de Bocca della Verità. Rond dit voorwerp ontstond in de tweede helft van de veertiende eeuw een verhaal dat tot de verbeelding van veel schrijvers en kunstenaars sprak en spreekt.

Wie ergens van werd beschuldigd moest zijn hand in de mond van het eeuwenoude beeld steken en dan de waarheid vertellen. Leugenaars wachtte een gruwelijke straf: hun hand werd afgebeten. Meestal betrof het een van overspel verdachte vrouw die alleen door zich te bedienen van een sluwe list aan mutilatie wist te ontkomen. Maar ook master of suspense Alfred Hitchcock deinsde er niet voor terug zijn hand in de muil te steken.

Wim van Anrooij laat in dit boek zien hoe de verhaaltraditie rond de Bocca della Verità zich in de Nederlanden heeft ontwikkeld, van de middeleeuwse dichter Dirc Potter tot Bertus Aafjes en jeugdboekenschrijver Rindert Kromhout. Hij doet dat door de Nederlandse literatuur en beeldende kunst in internationaal verband te plaatsen.

Een fragment over de vroegste ooggetuige van dit bijzondere monument:

‘Dirc Potter stond omstreeks 1400 als ambtenaar in dienst van de Hollandse graven Albrecht van Beieren (1358–1404) en diens zoon Willem VI (1404–1417). Hij woonde in Den Haag, was werkzaam aan het grafelijk hof en zal auteurs als Willem van Hildegaersberch, Dirc van Delft en heraut Beyeren persoonlijk hebben gekend.

Omstreeks 1411/1412 bracht hij in opdracht van Willem VI een bezoek aan Rome. Daar leerde hij de Italiaanse Fiore di virtù kennen, die hij in het Middelnederlands vertaalde onder de titel Blome der Doechden. In Der minnen loep, een uitgebreide liefdesleer waaraan hij begon tijdens zijn verblijf in Rome, zegt hij de Bocca della Verità te hebben gezien:

Te Romen in die stat heb ic ghesien
Enen groten ronden steen
Ende was na enen hoefde ghemaect.
Mond ende tand scharp ghehaect
Hadde die steen, suldi weten,
Ende is die steen des tuuchs gheheten.
Als yemant in saken wort bedraghen
So en dorst mens nergent vorder vraghen;
Mer voer den steen wort hi gheleyt,
Die men die sake aenseit,
Ende stack sijn hant inden mont.
Daer zwoer hi voer die zake ter stont.
Swoer hi dan enen quaden eet,
Die steen die hant te mael off beet
Ghelijc sij aff ghesneden waer.

(In de stad Rome heb ik een grote, ronde steen gezien die in de vorm van een hoofd was gemaakt. De steen had een mond en kromme, scherpe tanden, moet u weten, en wordt ‘de steen der getuigenis’ genoemd. Als iemand in een bepaalde kwestie wordt bedrogen, praatte men er liever niet over door; maar men voert de verdachte voor de steen, ten overstaan waarvan men de zaak gerechtelijk aankondigt. De verdachte stak zijn hand in de mond. Hij zwoer de kwestie meteen voor de steen. Als hij dan een valse eed aflegde, beet de steen de hand geheel af, alsof ze was afgesneden.)

Potter is niet preciezer in zijn lokalisering dan dat hij de Bocca della Verità heeft gezien ‘te Romen in die stat’. Uit een Duits getuigenis uit 1448 is bekend dat de antieke steen ook toen al bij de Santa Maria in Cosmedin stond. Deze situering wordt bevestigd door de Florentijnse handelaar Giovanni Rucellai en de augustijner monnik John Capgrave uit King’s Lynn, die Rome bezochten in het Jubeljaar 1450.’

Veel en veel meer verhalen over de Mond der Waarheid en de geschiedenis van dit waarheidbevorderende putdeksel lees je in

De Mond der Waarheid
De Bocca della Verità te Rome in woord en beeld van middeleeuwen tot heden
Wim van Anrooij
ISBN 9789023013433
€ 14,90
uitgeverij Becht

okt 20

Een prachtig boek voor deze tijd van het jaar, zowel qua verhaal als qua omslag. Als je de eerste zin hebt gelezen,verkeer je bijna tweehonderd pagina’s in een andere wereld. Susanna Tamaro neemt je mee op reis naar Matteo, die een teruggetrokken leven leidt hoog boven op een berg.

Matteo heeft zijn jonge vrouw Nora en hun zoontje voor zijn ogen zien verongelukken, en sindsdien wordt hij gekweld door de vraag of het zelfdoding was of een ongeval. Lange tijd heeft hij geprobeerd zijn verdriet te dempen met alcohol en vluchtige seks. Niemand kon hem helpen of bereiken. Inmiddels vindt hij troost in de natuur en de wisseling van de seizoenen, maar nog steeds vraagt hij zich af of hij Nora’s dood had kunnen voorkomen.

In Voor altijd richt Matteo zich tot zijn geliefde Nora en vertelt hij haar het verhaal van zijn intense liefde en van de verschrikkelijke fouten die hij na haar dood maakte. Susanna Tamaro schreef een uitzonderlijke roman over de kracht van de menselijke geest, over het helend vermogen van de natuur en over de liefde, de basis van alles.

Een fragment:

‘Er is zoveel over mezelf dat ik je nooit heb verteld. We waren nog zo jong, zo vol van enthousiasme voor de tijd waarin we leefden. Er was het heden – de tijd van onze liefde – en de toekomst, de tijd die we in de komende jaren met z’n tweeën zelf vorm zouden geven: werk, een huis, kinderen. We waren vast van plan de wereld beter achter te laten dan we hem aangetroffen hadden. Alles wat achter ons lag was van geen enkel belang, we waren ervan overtuigd dat onze hartstocht en liefde elk obstakel zouden overwinnen.

Jij vergeleek ons leven altijd met water dat stroomt. ‘Nu zijn we een bergbeek,’ zei je dan, ‘onstuimig schieten we vooruit, springen we over steenmassa’s heen, vormen we watervallen; ons kolkende geraas vult de hele omgeving, van de bergtop tot het dal. Maar op een dag worden we rivieren in vlak land – bedaard, gezwollen, lui – en verstommen we, dan hoor je alleen nog het gefluit van de wind die door de wilgen strijkt.’

‘Is dat saai?’
‘Nee, dat is de natuur.’
’s Nachts in bed, starend naar het plafond, speelden we vaak ‘Welke-rivier-wil-je-zijn?’
‘Wil jij de Dora Baltea zijn?’ vroeg ik aan je. Waarop jij in de dekens begon te trappelen en riep: ‘Nee! Niet de Dora Baltea!’ Die vond je te klein, te bescheiden en daarbij stond het idee je tegen uit te komen in de Po. ‘Ik wil geen zijrivier zijn,’ zei je. ‘Ik wil een rivier zijn die direct in zee uitstroomt.’

Jouw ideaal was de Amazone, Uren kon je me vertellen over de schitterende fauna die je waarnam op je tocht: vlinders, papegaaien en roze dolfijnen, die tegen je stroom in zwommen. […]

In die lange eenzame winters heb ik me vaak afgevraagd hoe de wereld om me heen zou zijn als die nog gezien werd door jouw ogen. Toen ik zei: ‘Ik ben een saaie man,’ sprak ik de waarheid. Jij was voor mij een slangenbezweerder, als je begon te spelen, kwam ik uit de mand. Maar zonder jouw muziek werd mijn denkwereld zo klein als die van een reptiel.

Jouw fantasie was in staat ook het meest banale om te toveren tot iets schitterends. Ik daarentegen heb altijd met een onderzoekende blik naar de dingen gekeken. Ik heb de neiging de diepte in te gaan, de aarde om te woelen, te graven, op de tast en de reuk mijn weg te vinden, in plaats van te bepalen wat de werkelijkheid is.

Zo probeer ik te ontdekken wat er schuilgaat onder de banaliteit van alledag. Ik denk dat dit mij tot een goede arts heeft gemaakt. En het is ook de verklaring voor het feit dat ik hier op de berg nooit echt alleen ben. Altijd ben ik in gezelschap van mijn gedachten, die alles om me heen ontleden met de nauwgezetheid van een entomoloog.’

Lees Matteo’s prachtige verhaal aan en over Nora in

Voor altijd
Susanna Tamaro
vertaald door Philip Supèr
ISBN 9789045802633
€ 16,50
uitgeverij Mouria

Getagd met:
preload preload preload