mrt 10

Eindelijk is het dan zover, vanaf vandaag is mijn boek te bestellen! Hoewel Ciao Tuttiontdekkingsblog door Italië pas over een paar weken verschijnt, kun je ’m nu al bestellen. Je krijgt het boek dan niet alleen op de dag van release GRATIS thuisgestuurd, ik schrijf er ook een persoonlijke boodschap voor je in. Bovendien krijgt elke 25ste besteller een extra verrassing (die we nog heel even geheim houden, maar blij word je er zeker weten van!). Begin je weekend dus goed en bestel een speciaal voor jou gesigneerd exemplaar via de website van uitgeverij De Boekenmakers.

Nu het boek te bestellen is, grijp ik de gelegenheid maar even aan voor een beetje schaamteloze zelfpromotie ;-) Ik ben zo blij met hoe het boek eruit gaat zien, dat ik dat het liefst van de daken wil schreeuwen. Bij gebrek aan voldoende klimvaardigheid – en vanwege een enorme hoogtevrees – schreeuw ik maar hier online, hopelijk vergeven jullie me dat in deze fase. Zeker als ik jullie alvast een klein voorproefje kan laten zien van het boek in wording:

Gelukkig ben ik ook niet de enige schrijver ben die last heeft van deze zogenaamde boekkriebels. Harry Kramp, die het boek De Pitch schreef dat onlangs is verschenen, omschrijft het precies zoals het is:

‘Er is maar één week echt leuk in het jaar als je een boek hebt geschreven. Dat is de week dat het boek net klaar is, dat het gedrukt en al op tafel voor je ligt te blinken, helemaal vers, en dat het zelfs nog ruikt naar de drukinkt en de Heidelberger pers. Een jaar lang ben je bezig geweest voor dit moment. Eerst een halfjaar achterelkaar doorgeschreven, in je dooie eentje terwijl je gewend was, zoals veel van jullie, om slechts in teamverband te werken. Dan herschrijven, redigeren, corrigeren. Voortdurend twijfelen of het wel goed genoeg is. Je las het en herlas het, maar altijd met een derde oog of het niet beter kon. Beter moest. […]

Dan begint die korte maar verrukkelijke week. Dan ga je in het geval van een boek eigenlijk voor het eerst genieten van een jaar werk. Ongestoord. Het ligt zelfs nog niet in de boekhandel. Ook nog niet bij een recensent. Dan is het alleen van jou. De maker. Dan lees je het zelf pas echt voor de eerste keer. […]

Drie keer heb ik mijn boek gelezen. De eerste keer nog enigszins voorzichtig. En je verwacht dat er een hoofdstuk is vergeten, of verkeerd om is afgedrukt. Gelukkig. Natuurlijk niet. Integendeel, het is allemaal prachtig verzorgd.

En dan… dan ga je echt genieten van jezelf. Ik kan ontzettend goed genieten van mezelf. Je leest het fantastische boek twee keer achterelkaar. Wat is het goed! Ongelofelijk goed. Veel beter dan mijn eerste boek. En dat vond ik al zo ontzettend goed. Maar dit boek slaat alles. Verdomd als het niet waar is. Dat duurt een week. Een verrukkelijke week. Daar doe je het voor.’

Ik tel af naar die week – en hoop dat velen van jullie tegelijk met mij het boek in handen mogen houden en genieten van de verhalen uit Rome, Florence, Venetië, Siena, de Maremma en Napels. Om eerst heerlijk thuis te lezen en weg te dromen, en vervolgens op een van de genoemde plekken, zodat je dubbel geniet van alle bijzondere verhalen en leuke tips. Daar doen we het voor!

Meer over Ciao tutti – een ontdekkingsblog door Italië
Wist je dat het bestellen van een cappuccino na elf uur ’s ochtends in Italië een doodzonde is? Dat Napolitanen elkaar met oud en nieuw rood ondergoed cadeau doen? Dit boek bevat verhalen over Italiaanse tradities en gewoonten, bekende en minder bekende bezienswaardigheden en adressen die net-even-anders-dan-anders zijn. Van de regels die komen kijken bij het bestellen van een cappuccino tot de mooiste fontein van Rome. Een bloemlezing uit Saskia Balmaekers’ succesvolle weblog, aangevuld met nieuwe verhalen en wetenswaardigheden. Buonissimo!

formaat: 165 x 215 mm | omvang: 208 pag. | uitvoering: paperback | prijs: € 19,95 | ISBN 978-90-77740-97-2 | NUR 500 | verschijning: april 2012 | bestellen kan vanaf vandaag via deze link

Getagd met:
mrt 06

Afgelopen dagen schreef ik al over een aantal bijzondere Italië-evenementen in eigen land, maar er valt komende weken nog veel meer ltaliaans te genieten in Nederland. In de bioscopen althans, want vanaf overmorgen draait daar het tragische familie-epos Terraferma.

Terraferma vertelt het verhaal van een vissersfamilie op een prachtig onbedorven Siciliaans vulkaaneiland, dat nog nauwelijks bekend is bij toeristen. Het leven is er nog vrij eenvoudig. Ook voor Filippo, die zijn grootvader helpt op zijn vissersboot. Het leven is er echter vaak ook zwaar. Filippo’s moeder Giulietta droomt daarom ook van een beter leven op het vasteland.

Alles verandert als Filippo en zijn grootvader tijdens het vissen op een groep Afrikaanse vluchtelingen stuiten. Ze besluiten de regels van het eiland te negeren en handelen naar de wetten van de zee. Ze redden de Afrikanen van de verdrinkingsdood en ontfermen zich over een zwangere vrouw en haar kind. Met als consequentie dat Filippo en zijn familie klem komen te zitten tussen principes en realiteit. Wanneer het beleid jegens de vluchtelingen strenger wordt, neemt Filippo een onherroepelijke beslissing.

Tegen de achtergrond van een adembenemend landschap omringd door een diepblauwe zee, vertelt Terraferma het spannende verhaal van de zomer waarin Filippo zijn onschuld verliest en vaste grond onder de voeten verder weg lijkt dan ooit…

Een paar prachtige filmbeelden:

Terraferma werd geregisseerd door de in Rome geboren Emanuele Crialese. Zijn deels Siciliaanse bloed zorgde er ondanks een verhuizing naar de Verenigde Staten voor dat het eiland en de directe omgeving daarvan een bijzondere plek in zijn hart blijven innemen. In Respiro, de tweede speelfilm die hij regisseerde, gebruikte hij het eiland Lampedusa als toneel. De film sleepte veel prijzen in de wacht, waaronder de Juryprijs op het Cannes Filmfestival.

In zijn derde film, Nuovomondo, bracht Crialese opnieuw een ode aan Sicilië. De film was de grote winnaar op het filmfestival van Venetië in 2006, waar hij zes prijzen won, waaronder de Zilveren Leeuw. Nu is de Romeinse regisseur terug op het witte doek met Terraferma, een prachtig familie-epos dat bekroond is met de Speciale Juryprijs op het Filmfestival van Venetië en is verkozen tot Italiaanse inzending voor de Oscar Beste Buitenlandse Film.

Crialese laat zijn liefde voor Sicilië ook naar voren komen in de keuze van zijn hoofdrolspelers. Zo is de 22-jarige Filippo Pucillo, die in de film de rol van Filippo speelt, geboren op Lampedusa. Hij speelde ook al in twee vorige films van Crialese. Hij debuteerde op 9-jarige leeftijd, na een toevallige ontmoeting met Crialese. Ze werden vrienden en niet veel later vroeg de regisseur Pucillo voor een rol in Respiro. Sindsdien zijn de twee onafscheidelijk.

Giulietta, of althans degene die haar speelt, Donatella Finocchiaro, werd op Sicilië geboren. Tijdens haar studie rechten besloot ze haar passie te volgen: ze wilde zingen, dansen en acteren. Tussen het maken van tentamens en het schrijven van haar scriptie door, speelde zij in het theater. Haar filmdebuut vond plaats in 2001, met een hoofdrol in de film Angela. Voor deze rol ontving Finocchiaro meerdere prijzen, waaronder een Golden Globe voor Beste Debuterende Actrice.

Het bijzonderste verhaal is echter dat van Timnit T., die in Terraferma de rol van de zwangere immigrant Sara vertolkt. Sara wordt samen met haar zoon opgevangen in de garage van Giulietta en Filippo. Een aantal jaar geleden, na 21 vreselijke dagen op zee, waarbij geen enkele passerende boot hulp aanbood, legde een boot aan langs de kust van Lampedusa. Aan boord bevonden zich meer dan 70 levenloze lichamen. Er waren echter ook vijf overlevenden aan boord, onder wie één vrouw: de Afrikaanse Timnit T. Ze was toen pas 27 jaar oud.

De gebeurtenis werd breed uitgemeten in de media. Crialese zag de foto van Timnit T. in de krant en nam contact op met United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR). Zo kon hij contact leggen met Timnit en haar vragen of ze de rol van Sara op zich wilde nemen. Timnit zei ja, ook al moeten sommige scènes voor haar gruwelijk zijn geweest. Haar eigen avontuur moet zich vaak voor haar ogen opnieuw hebben afgespeeld. Gelukkig kent het verhaal van Timnit een happy end: ze woont nu in Nederland en is zij getrouwd en is zwanger van haar eerste kind.

Of Terraferma net zo goed afloopt, zal ik nog niet verklappen. Dat moeten jullie de komende tijd maar in de bioscoop gaan zien… Via De Smaak van Italië mogen we 10 x 2 kaartjes weggeven voor Terraferma! Kans maken? Ga dan snel naar de Smaak-site en wie weet!

Getagd met:
mrt 04

Vorig jaar in oktober was een prent van Maarten van Heemskerck waar ik bij toeval op stuitte de aanleiding op zoek te gaan naar de geschiedenis van het Pantheon. Nu zijn veel meer van zijn prachtige prenten te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Jullie kunnen je vast voorstellen dat mijn hart daar een beetje sneller van gaat kloppen. Niet alleen is er nu voor iedereen die niet in Rome verblijft een klein stukje van de Eeuwige Stad binnen handbereik, we kunnen zo ook zien hoe de stad er vroeger uitzag en welke geheimen er nog verborgen liggen onder eeuwen geschiedenis.

Voor ik naar Rome vertrok, maakte ik dus nog even een tussenstop in Rotterdam. Ik reisde via Haarlem. Niet alleen omdat de NS me daar door omstandigheden toe verplichtte, maar ook om nog een beetje beter in de voetstappen van Van Heemskerck te kunnen treden. Haarlem was namelijk de geboortestad van Van Heemskerck. Hier moet hij voor het eerst over Rome hebben gehoord, hier moet hij over Rome hebben gedroomd, zijn reis hebben gepland…

Precies vierhonderdtachtig jaar geleden was het zover. In 1532 vertrok Maarten van Heemskerck naar Rome. In de Eeuwige Stad liet hij zich inspireren door de overblijfselen uit de klassieke oudheid. Antieke beelden en ruïnes vormden een dankbaar onderwerp voor zijn tekeningen, die hij nog jaren na zijn terugkeer als bron zou blijven gebruiken. Op de achtergrond van zijn beroemdste zelfportret, dat speciaal voor deze tentoonstelling uit het Fitzwilliam Museum in Cambridge is overgebracht naar Rotterdam, schilderde hij het Colosseum, voor velen hét symbool van het oude Rome.

Maarten van Heemskerck | Zelfportret met Colosseum, 1553 | Olieverf op paneel
© Fitzwilliam Museum, Cambridge

Op het olieverfschilderij Zelfportret met Colosseum (1553) beeldde Maarten van Heemskerck zichzelf overigens twee keer af: als 55-jarige, succesvolle en gefortuneerde kunstenaar staat hij voor een schilderij waarop hij een tweede maal te zien is (rechtsonder), ditmaal als jonge kunstenaar die de ruïnes van het Colosseum vastlegt op een schetsblad. Van Heemskerck heeft het Colosseum keer op keer getekend tijdens zijn verblijf in Rome. Hoezeer hij het oude amfitheater bewonderde, bleek nog aan het eind van zijn leven, toen hij het als achtste wereldwonder toevoegde aan een prentreeks over de wereldwonderen van de oudheid.

Naast dit beroemde werk tonen diverse prenten en schilderijen hoe de oudheid een rol bleef spelen in het oeuvre van deze kunstenaar. In tal van schetsboeken legde hij zijn studies naar klassieke architectuur, ruïnes en antieke beelden vast. De tentoonstelling omvat een aantal schetsen die Van Heemskerck maakte tijdens zijn verblijf in Rome, uit de collectie van het Rijksmuseum en uit een particuliere collectie.

Maarten van Heemskerk |Ruïnes op de Palatijn in Rome (recto), ca. 1532-37 | Pen in bruin
© Rijksmuseum, Amsterdam

Na zijn terugkeer in Haarlem gebruikte hij deze studies voor schilderijen en prenten met fantasievolle landschappen. De klassieke ruïnes en sculpturen vormen de achtergrond van mythologische, allegorische of Bijbelse voorstellingen, zoals Het oordeel van Paris (circa 1545-1550) of De goden van de Olympus (1556). Ook is de invloed van de antieke sculptuur direct te herkennen in Van Heemskercks composities en in de houdingen van zijn figuren. Zo gebruikte hij een studie die hij in Rome maakte van de Torso van Belvedere voor de Christusfiguur in de prent De doornenkroning (1548). Een gipsafgietsel van deze klassieke sculptuur maakt deel uit van de tentoonstelling.

De tentoonstelling Maarten van Heemskerck – Het oude Rome herleeft is nog tot en met 3 juni 2012 te zien. Kijk voor meer informatie op www.boijmans.nl.

feb 27

Deze hypothetische stelling is de titel van een boek dat ik hier in Venetië in de etalage van een boekhandel zag liggen. Uiteraard hoort de titel dan eigenlijk in het Italiaans vermeld te worden: Se Steve Jobs fosse nato a Napoli. Niet alleen een perfecte titel om nu eindelijk die congiuntivo imperfetto in een hypothetische zin goed onder de knie te krijgen, maar ook om mijn nieuwsgierigheid te wekken.

Helaas was de boekhandel dicht, dus ik moest mijn nieuwsgierigheid bedwingen tot de volgende dag. Dat was misschien maar goed ook, want toen ik het boek eenmaal in handen had en was begonnen met lezen, kon ik niet meer stoppen. Want inderdaad, wat als…

Twee jongens die in een garage de computer van de toekomst uitvinden: licht, snel, met een innovatief design, die niet zomaar uitvalt en geen virussen toelaat. Als we in Amerika zouden zijn, zou dit verhaal een happy end kennen, bestaande uit geld, roem en succes. Zo is het gegaan voor Steve Jobs en zijn Apple.

Maar we zijn in Napels, waar geniale ideeën niet genoeg zijn om een leven te veranderen. Dat weten Stefano Lavori en Stefano Vozzini maar al te goed. Deze jongens wonen in de Quartieri Spagnoli (de Spaanse wijk). Om hun revolutionaire computer te verkopen, lopen ze tegen alle mogelijke moeilijkheden aan en zien ze het slechtste van Italië voorbijkomen.

Zo krijg je in Italië alleen een lening als je al geld hebt, gelden de regels alleen voor stommelingen (aangezien slimmeriken allemaal hun eigen regels schrijven), weten alleen vrienden van vrienden beurzen of prijzen te bemachtigen en sluit de bureaucratie de ogen voor kinderen van rijke ouders met genoeg geld, terwijl arme jongelui het zwaar te verduren krijgen.

Toch laten de twee slimmeriken zich niet uit het veld slaan. Ze weten dat ze iets goeds in handen hebben. Als echter de camorra zich ermee gaat bemoeien, gaat hun droom letterlijk in rook op. Zo lijkt het althans…

Wat bijzonder is aan het verhaal, is niet alleen de originele invalshoek, maar ook de ontstaansgeschiedenis. De basis voor het verhaal werd namelijk geschreven als blogpost, nadat de auteur had gehoord dat Jobs was overleden. In slechts een paar uur tijd wist het artikel ruim 500.000 mensen over de hele wereld te bereiken – en te raken.

De conclusie is duidelijk: als Steve Jobs in Napels was geboren, zou er nooit een Apple zijn geweest. Misschien had Jobs dan wel op de markt gestaan om appels te verkopen, zo suggereert de auteur. Dan hadden we in elk geval nu geen mooie MacBooks en iPhones gehad, en waren we niet zo gewend geraakt aan het appeltje.

Om dat duidelijk te maken, heeft de auteur een meer dan treffend logo gevonden voor op het omslag: een klokhuis. Geen blinkende appel, waar een mooie hap uit is genomen die vast naar meer smaakt. Geen verwachtingsvolle vrucht die – ondanks het ontbreken van kleur – lijkt te blozen. Nee, in Napels is de situatie heel wat schrijnender en dat wordt door het iele klokhuis mooi gesymboliseerd. Al zou de auteur alleen al voor het opschrijven van deze ‘wereld op zijn kop’-gedachte veel meer verdienen dan iets wat je zomaar weggooit en dat snel vergaat.

Laten we hopen dat het boek mensen aan het denken zet, zodat de jongeren in Napels en de rest van Italië hoop op een gouden toekomst krijgen en zich in plaats van met een klokhuis kunnen identificeren met een mooie, sterke appelboom, diep geworteld maar met takken die naar de hemel rijken en elk jaar de mooiste bloesems en de lekkerste appels dragen.

feb 13

Het was groot nieuws: heel Italië bedekt onder een laag sneeuw. Waar in Nederland alleen het treinverkeer plat kwam te liggen, kwam in Italië het hele openbare leven tot stilstand. Musea gingen dicht, scholen sloten hun deuren en automobilisten lieten hun auto achter in de sneeuw. Diane Kuster vertelt over haar sneeuwervaring van vorige week, waarbij ze op het nippertje aan erger wist te ontsnappen…

foto: ANSA / Alessandro di Meo – via Fiat 500 Club Italia

‘Ik schrik wakker. Het is half zeven. Ik kijk naar buiten en zie tot mijn grote opluchting dat het nog niet sneeuwt. Ik sta op, drink koffie en ga naar buiten om de hond uit te laten. Op de bomen hangen A4-tjes met daarop een band getekend. Gisteren zag ik de polizia municipale (gemeentepolitie) druk bezig deze te bevestigen. Ik begreep eerst niet wat het betekende, maar er is sneeuw op komst en een A4-tje moet duidelijk maken dat je die wegen alleen in mag rijden met sneeuwkettingen. Fiuggi ligt op ongeveer 750 meter hoogte en het is heuvelachtig, dus de politie had het er druk mee. Wel onhandig dat je de A4-tjes vanuit de auto moeilijk kunt zien omdat ze zo hoog hangen.

Het is half acht en ik ben weer binnen in mijn warme huis. De stookkosten kunnen me even niet schelen, het is te koud buiten. En dan begint het; sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden. Helaas, vandaag kan ik niets doen, althans geen ‘giri’. Er is eigenlijk niet echt een goede Nederlandse vertaling voor, maar ‘fare i giri’ betekent letterlijk ‘rondjes maken’. Maar wat houdt dat nu precies in? Bureaucratische rompslomp!

Ik moest het paspoort van de hond ophalen bij het dierenziekenfonds in een dorp twintig kilometer verwijderd van Fiuggi, en helaas zijn ze vandaag alleen geopend van 8 tot 9 ’s morgens. 48 uur voordat ik mijn hondje mee het vliegtuig in neem, moet het beestje gekeurd worden en een bewijs van goede gezondheid krijgen. Dat moet ook in Nederland, alleen kan het bij elke willekeurige dierenarts. Hier moet je naar het dichtstbijzijnde ziekenfonds, want de staat moet ten slotte ook geld verdienen. De brief van de dierenarts is niet voldoende. Pff, een redelijke ramp op dit moment want de sneeuw verhindert me ernaartoe te gaan en er is een grote kans dat ze zelf ook niet aanwezig zijn.

De scholen blijven dicht, er is nauwelijks verkeer. Alleen een enkele durfal gaat de deur uit. De sneeuw blijft liggen want er mag niet gestrooid worden. Althans niet met zout, want dat zou het geneeskrachtige water dat hier vlakbij uit een bron komt kunnen vergiftigen. Waarom eigenlijk geen zand? Ik weet het niet, maar er wordt gesuggereerd dat de gemeente er geen geld voor heeft. Wel zie ik bulldozers die de sneeuw van de weg verwijderen, maar er valt te veel en de weg blijft onbegaanbaar.

De dag erna sneeuwt het gelukkig niet, maar alleen de hoofdweg is bruikbaar. Ik bel het dierenziekenfonds en vraag of ik alsjeblieft eerder langs mag komen dan ze’s middags geopend zijn. En gelukkig, de dienstdoende dierenarts wil zijn lunch eerder afbreken. Ik mag om 2 uur ‘s middags komen. Een uur lang heeft hij nodig om alle benodigde papieren voor de reis naar Nederland uit te printen, stempels te zetten en vast te nieten. Ik neem de bus vanuit Fiuggi naar Rome en haal opgelucht adem, geen sneeuw meer.

Maar het lot is me slecht gezind, de volgende dag begint het ook in Rome te sneeuwen. Hoewel het gaat om enkele centimeters, is de hele stad geblokkeerd. Het is een unieke gebeurtenis die 26 jaar niet meer is voorgekomen en jarenlang heb ik er naar verlangd Rome in de sneeuw te zien. Al die prachtig monumenten bedekt onder een witte laag, sneeuwballen gooien bij het Colosseum, heerlijk! Maar helaas kan ik er niet van genieten. De gehele stad ligt plat ten gevolge van 10 centimeter sneeuw.

foto: IlGiornale.it

De taxicentrale wil geen reservering voor de volgende morgen aannemen want ze weten niet hoe de weersomstandigheden zullen zijn. De burgemeester laat alle scholen en kantoren sluiten en verbiedt iedereen zonder sneeuwkettingen met een auto de weg op te gaan. Na een uur in de wacht gestaan te hebben, lukt het me eindelijk de volgende morgen een taxi te krijgen en ik kom wonder boven wonder op de luchthaven.

Ik ben slechts een van de weinigen; mijn vlucht vertrekt dan ook vijf uur later, maar ik ben al blij met mijn hond in Nederland te zijn aangekomen. Vrienden uit Fiuggi sms’en me. Er is meer dan een meter sneeuw gevallen en ze hebben 30 uur zonder electricteit gezeten. De hulp van het leger is ingeroepen. Wat een geluk dat ik op tijd ontsnapt ben!’

Getagd met:
feb 02

Ja lieve lezers, het zit erop, de deadline voor mijn boek is gehaald! Gisteren stuurde ik alle 40.000 woorden naar de uitgever, vergezeld van een uitgebreide selectie foto’s. Vandaag gaat een hele dikke envelop vol kaartjes, tickets, bonnetjes en andere in de loop der tijd verzamelde memorabilia op de post. Aan de heren van Studio Denk nu de taak om dit alles ook qua vorm tot een waar meesterwerk te vormen!

Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen; het duurt nog een maand of twee voordat we het eindresultaat kunnen vasthouden en de 40.000 woorden in gedrukte vorm tot ons kunnen nemen. Uiteraard zal ik jullie zo gauw als mogelijk een online voorproefje laten zien, maar ik wil jullie eerst mee terug in de tijd nemen, naar 20 januari j.l. om precies te zijn.

Toen stapte ik namelijk in het vliegtuig naar Florence, de stad waar ik ooit een zomer lang Italiaans studeerde en die aanvoelt als een tweede thuis. De stad waar ik hoopte eindelijk een keuze te kunnen maken uit alle stukjes die ik de afgelopen twee jaar schreef, en die stukjes op een goede manier aan elkaar te verbinden.

Al wekenlang spookten mogelijke invalshoeken door mijn hoofd. Vooral ’s nachts, maar ’s ochtends onder de douche was ik de eerste om ze weer te verwerpen. Nu moest het er echter van gaan komen; de periode waarin ik mocht schrijven, schaven en schrappen was immers nog maar tien dagen lang.

Toen de griep zich als ongewenste reisgenoot aandiende, baalde ik dan ook stevig. Ik twijfelde zelfs even of ik wel kon vliegen, maar de roep van Florence was sterker dan koorts, hoestbuien en keelpijn samen. En gelukkig maar, want eenmaal op Florentijnse bodem kregen de verhalen als vanzelf vorm.

Dat kwam deels door de stad zelf – hoe fijn is het toch elke keer weer om over de Florentijnse kasseien te struinen, de stenen van de stad te ruiken, de voetstappen van een Lorenzo il Magnifico nog te horen weerkaatsen… Deels kwam het ook door de zon, die zich elke dag van zijn beste kant liet zien en de stad in de avondschemering, als ik mijn hoofd even buiten de deur stak na een dag lang tikken, in een lieflijk licht zette.

Maar het kwam ook en vooral door mijn schrijfplek in deze geweldige stad, Casa Miracoli (‘Huis der Wonderen’). Een klein huisje, vlak bij de Santa Croce, waar een mooi houten bureau op me wachtte. Hier schoof ik elke ochtend, na een grote kop cappuccino en brioche, mijn stoel aan en typte ik stug door.

Het bureau waar mijn laptop en ik wonderen hebben verricht

Het werk ging als vanzelf, maar als ik het even niet wist was daar Tommaso, de barman van buurbar Baldovino, om me even op te beuren met een kop cioccaffè (cappuccino met chocolade), een sterke espresso en bovenal zijn vrolijke verschijning. Als zelfs dat niet hielp – of als ik even geen behoefte had aan nog meer koffie – was er de stad zelf. Een wandeling door de smalle straten naar het Piazza della Signoria, de Duomo of de Ponte Vecchio ordende mijn gedachten.

Onderweg sneuvelden heel wat van mijn lievelingsstukjes. Stap voor stap liet ik ze los – voor in het blogboek welteverstaan, want op deze site blijven ze uiteraard gewoon te lezen. Maar meer nog dan gesneuveld werd er geïnspireerd, gecreëerd en in het geheugen opgeslagen, zodat ik jullie ook komende weken van mooie stukjes kan laten genieten. Die zullen helaas niet in het blogboek worden opgenomen, maar wie weet keer ik ooit terug naar Florence voor een opvolger, een tweede blogboek.

Het is echter nog te vroeg om daarover na te denken – eerst droom ik van hoe de vormgevers aan de slag gaan met toegangskaartjes, bonnetjes, tickets, foto’s en die 40.000 woorden. Ze moeten het hier zonder koffie en vrolijkheid van Tommaso stellen, dus mochten ze door de bomen het bos niet meer zien, dan neem ik ze een weekje mee naar de wonderlijke wereld die Florence heet!

Getagd met:
jan 17

Vandaag, op 17 januari, wordt in Italië de feestdag van Sant’Antonio Abate gevierd. Deze Antonius Abt, zoals we hem in Nederland kennen, wordt beschouwd als de allereerste abt en daarmee als de grondlegger van het christelijke monnikendom.

Deze Antonius, die we niet moeten verwarren met de heilige Antonius van Padua, die door mijn oma altijd werd aangeroepen als ze weer eens iets kwijt was, werd rond 250 geboren in Egypte. Zijn ouders waren zeer welgesteld, maar stierven toen Antonius nog vrij jong was.

Na hun dood las Antonius het evangelie van Matteüs, waarin Jezus zegt: ‘Wilt u volmaakt zijn, ga dan naar huis. Verkoop wat u bezit en geef het aan de armen. Daarmee zult u een schat in de hemel bezitten. Kom vervolgens terug om Mij te volgen’ (Mt. 19:21). Deze woorden zorgden voor een ommekeer in het leven van Antonius. Hij gaf al zijn bezittingen aan de armen en trok zich terug in de woestijn, waar hij vocht tegen de verleidingen van het kwaad.

Athanasius van Alexandrië, die het leven van de heilige Antonius optekende, beschreef deze periode in zijn Vita Antonii, dat in 2002 glansrijk vertaald is door Vincent Hunink, als volgt:

‘Maar de duivel, die het goede haat en afgunstig is, kon er niet tegen bij een jongeman zulke goede voornemens te zien en hij begon alles wat hij gewoonlijk uithaalt ook tegen hem in stelling te brengen.

Eerst probeerde hij hem van zijn ascese af te brengen door hem van alles in te fluisteren: herinneringen aan zijn bezittingen, zorgen om zijn zus en zijn familiebanden, geldzucht, eerzucht, lekker en gevarieerd eten en andere genoegens van het leven; en tenslotte de hardheid van de deugd en alle moeite die zij kost. Want was het lichaam niet zwak? En duurden de jaren niet lang? Kortom, hij gaf hem een hele wirwar van gedachten in, om hem zo van zijn juiste besluit te laten afvallen.

Maar toen de Vijand zag dat hij zwak stond tegenover Antonius’ voornemens en het eerder zelf aflegde tegen zijn fermheid, stukliep op zijn geloof en gevloerd werd door zijn voortdurende gebeden, toen ging hij over tot de wapens van de onderbuik. Fier en vol vertrouwen daarop — het is het eerste waarmee hij jongeren belaagt — ging hij de jongeman te lijf. ‘s Nachts bracht hij hem in verwarring en overdag viel hij hem zozeer lastig dat mensen het aan hem konden zien wat voor worsteling er tussen die twee gaande was. De een kwam met onreine gedachten, de ander sloeg ze af met gebed. De een wekte prikkelende voorstellingen, de ander meende dat hij bloosde en legde om zijn lichaam een muur van geloof en vasten. De ellendige duivel ging zover dat hij ‘s nachts de gedaante van een vrouw aannam en zich op alle mogelijke manieren daarnaar gedroeg, alleen om Antonius te verleiden. Maar die richtte zijn hart op Christus en hield dankzij Hem voor ogen hoe nobel en spiritueel de ziel is, en wist zo dat gloeiende bedrog te doven.’

Antonius is uitgegroeid tot beschermheilige van onder meer slagers, varkens, zwijnenhoeders, mandenmakers, begrafenisondernemers, suikerbakkers en wevers. Op afbeeldingen zien we hem dan ook vaak met een varken aan zijn voeten. In zijn hand draagt hij meestal een bel.

Vroeger kwamen op 17 januari de boeren bijeen om hun vee te laten zegenen ter ere van Antonius sterfdag. In de middeleeuwen mochten op 17 januari de varkens zelfs overal vrij naar voedsel zoeken, ook in de grote steden in het noorden, zoals Amsterdam. Deze traditie wordt nog steeds in ere gehouden. Ga vandaag maar eens kijken op een van de vele pleinen in Italië, van Rome tot het kleinste gehucht op Sicilië. Verbaas je niet als het er zwart ziet van de knorrende varkentjes, die de zegen van de heilige Antonius komen halen.

In Buti, een stadje in de buurt van Pisa, wordt de heilige Antonius op de eerste zondag na 17 januari geëerd met een palio, een paardenrace. Daarover morgen meer; vandaag sluiten we af met een paar prachtige werken van Italiaanse kunstenaars, met uiteraard Sant’Antonio Abate in de hoofdrol:

PS: Wie de hele tekst van Verleidingen in de woestijn, het leven van de heilige Antonius de Grote in de vertaling van Vincent Hunink wil lezen, via deze link vind je de tekst in pdf, naar een uitgave uit 2002 van uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam.

jan 02

We beginnen het nieuwe jaar in Turijn, waar Leonardo da Vinci nog tot eind deze maand in de schijnwerpers staat met een grote tentoonstelling rondom zijn enige echte zelfportret.

Het schitterende middelpunt van de tentoonstelling Leonardo. Il genio, il mito is zoals gezegd zijn zelfportret, maar de expositie herbergt bijvoorbeeld ook Da Vinci’s Codex over de vlucht van de vogels. Ook zijn schetsen van het menselijk lichaam, het gezicht en allerlei machines te zien, die goed laten zien hoe meesterlijk Da Vinci wat hij zag aan het papier kon toevertrouwen.

Naast schetsen en tekeningen van de meester zelf zijn er ook kunstwerken te zien van kunstenaars die zich door hem hebben laten inspireren, onder wie Warhol en Duchamp. Een klein voorproefje van de tentoonstelling:

Vlak voor ik naar Turijn afreisde, kreeg ik van een oud-collega het boek Het oor van Vincent, met allerlei merkwaardige feiten uit de kunstgeschiedenis. Toen ik vertelde van mijn bezoek aan Da Vinci himself, in de vorm van zijn enige echte zelfportret, bladerde de collega geroutineerd door het boek en sloeg het open bij… juist, het zelfportret van Da Vinci. ‘Leesvoer voor onderweg,’ zo glimlachte hij, en ik stopte het boek inderdaad in mijn tas.

Eenmaal in het vliegtuig sloeg ik het boek open bij Da Vinci’s zelfportret en bestudeerde tot ver boven Frankrijk de weinige lijntjes waarmee de kunstenaar zichzelf aan het papier toevertrouwde. In enkele duidelijke lijnen staren zijn ogen je vanaf het papier aan en lijkt de mistroostige mond elk moment iets afkeurends te kunnen mompelen. Gelukkig ziet hij er niet bepaald uit…

Is dat het lot van meervoudige getalenteerden, zoals de titel van het hoofdstuk dat door het zelfportret wordt ingeluid klinkt? Het begin van het stuk van Antoon Erftemeijer doet positiever vermoeden:

‘Enorm zijn de gaven die men van de hemellichamen ziet neerdalen in de lichamen der mensen, vaak op natuurlijke, soms op bovennatuurlijke wijze; men kan zien hoe in één enkel lichaam een overvloed aan schoonheid, gratie en talent bijeenkomt, zodat van een dergelijk man alle handelingen, op welk gebied dan ook, zo goddelijk zijn dat hij alle andere mensen voorbijstreeft en duidelijk laat zien waar het om gaat: om een gave Gods, niet verworven door menselijke kunst.’

Aldus begint Vasari zijn beschrijving van leven en werk van de uiterst veelzijdige Leonardo da Vinci (1452-1519). Om vervolgens een lange opsomming te geven van Leonardo’s vele talenten – waarbij hij wel de kanttekening maakt dat de man op bepaalde terreinen heel ver had kunnen komen ‘ware hij niet zo veranderlijk, zo wispelturig geweest’. Bijvoorbeeld op kunstgebied was hij iemand die weliswaar ‘aan vele dingen begon maar nooit iets afmaakte’.

Hoe gevarieerd ook de huidige waarde is van zijn intellectuele, wetenschappelijke en artistieke nalatenschap, Leonardo geldt nog steeds als het prototype van het altijd weer inspirerende mensensoort van de homo universalis. Zijn nagelaten werk, alsook Vasari’s biografische aantekeningen over Leonardo, laten zien dat deze wonderlijke man zich niet alleen met schilder- en beeldhouwkunst bezighield, in praktische en in theoretische zin, maar ook met muziek, met het ontwerpen van feestcreaties (zoals een mechanische leeuw die een paar passen kon zetten en vervolgens zijn borst opende waaruit dan lelies tevoorschijn kwamen), zeer uiteenlopende wetenschappelijke onderzoekingen, technische ontwerpen en veel meer.

Verscheidene van zijn ontwerpen, bijvoorbeeld voor een parachute, een tank en een duikerspak, zijn recent uitgevoerd en bleken toen niet goed te functioneren – er is wel verondersteld dat er met opzet fouten in de ontwerpen zijn opgenomen opdat niemand de uitvindingen zou kunnen uitvoeren – , maar dat doet weinig af aan het feit dat Leonardo alles bij elkaar genomen een ongewoon begaafde, vindingrijke en veelzijdige geest was.’

Met deze vindingrijke geest heb ik dus kennis mogen maken in Turijn. Als je komende weken nog in de buurt bent, is Da Vinci’s tentoonstelling zeker een aanrader. Wie geen reisje Turijn in het vooruitzicht heeft, niet getreurd: dankzij het boek van Antoon Erftemeijer kun je toch bijzonder goed kennismaken met Da Vinci – en al met zijn collega-kunstenaars uit vijfentwintig eeuwen westerse kunstgeschiedenis.

Het oor van Vincent
Antoon Erftemeijer
ISBN 9789023013341
€ 32,50
uitgeverij Becht

Op Ciao tutti houdt de grote kunstenaar ons nog wel even bezig, waarna hij het stokje overdraagt aan een andere grote geest, Galileo Galilei.

dec 30

Sandrina Bokhorst, eigenaar van Persoonlijk Rome, schrijft elke maand een column voor de website van magazine De Smaak van Italië. Haar column van deze maand, over Silvester en de vette draken van Oud&Nieuw, is zo bijzonder, dat ik jullie het verhaal over de laatste dag van het jaar niet wilde onthouden.

Italianen houden van eten: veel en goed eten. Iedere feestdag heeft zo zijn eigen culinaire tradities. Op 31 december, de dag die in Italië ‘San Silvestro’ wordt genoemd, krijg je na middernacht cotechino (varkensworst) of zampone (gevulde varkenspoot) met polenta en linzen voorgeschoteld.  Linzen symboliseren financiële rijkdom en ook de varkenspoot – zeer voedzaam vlees – staat voor overvloed. Zo hopen de Italianen het nieuwe jaar goed te beginnen. En vooral dit jaar, met alle politieke onrust, zullen ze het nodig hebben! Aangezien dit alles volgt op het toch al copieuze cenone (grote diner) di San Silvestro moet je wel een behoorlijke eetlust hebben om alles te verstouwen! Italianen zeggen dan ook dat ze ‘draken zien’ als ze teveel hebben gegeten.

Maar weinigen beseffen dat we met deze schranspartij eigenlijk de overgang vieren van het heidendom naar het christendom. Dit gebeurde tijdens het pausdom van een alles behalve Bourgondische paus, paus Silvester, die de Romeinse keizer Constantijn zou hebben gedoopt als christen en daarmee de wereldgeschiedenis blijvend heeft veranderd. Oudjaarsdag, 31 december, is zijn sterfdag.

Paus Silvester I (314-335) bracht het grootste deel van zijn leven door als kluizenaar en asceet in de bergen vlak bij Rome. Zijn naam betekent niet voor niets ‘bosbewoner’. Maar in de geschiedenis heeft deze bescheiden man een heel ander imago gekregen!

Het Romeinse Rijk stond in de vierde eeuw onder heerschappij van keizer Constantijn. In een poging de verbrokkeling van het rijk tegen te gaan, bepaalde deze briljante staatsman in 313 na Christus dat het christendom voortaan als godsdienst werd getolereerd. Constantijn versterkte zijn eigen autoriteit door deze aan de steeds populairder wordende God van de christenen te koppelen. Later werd beweerd dat keizer Constantijn zelfs de wereldelijke en geestelijke macht over Rome vrijwillig zou hebben overgedragen aan de paus: Silvester. Daarmee werd de paus dus boven de keizer geplaatst. Met de kroning van Karel de Grote in het jaar 800 door de paus tot eerste keizer van het nieuwe West-Romeinse Rijk, werd dat nog eens bevestigd. Maar al gauw liep dat uit op een fikse machtsstrijd tussen het kerkelijke en het keizerlijke blok.

Historisch gezien zal Silvester waarschijnlijk niet meer dan een marionet in de handen van de keizer geweest zijn. Dat is echter niet het beeld dat fresco’s in kerken door heel Italië ons schetsen, want Silvester is een belangrijke heilige geworden. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld hiervan vinden we in de Silvesterkapel in de kerk van de Santissimi Quattro Coronati in Rome. Paus Innocentius IV gaf de opdracht voor deze cyclus in 1248 toen hij voor de zoveelste keer in oorlog was met de keizer. De fresco’s zijn een staaltje pure politieke propaganda die de claim op wereldlijke macht van de paus moeten ondersteunen.

In de kapel wordt ons als in een kleurrijk stripverhaal getoond hoe Constantijn zich door Silvester laat dopen om van zijn melaatsheid (lees: heidendom) te genezen. Nederig bukt de keizer vervolgens voor de tronende paus om hem als dank zijn mijter, in die tijd ook de keizerskroon van de wereldlijke macht, te overhandigen. Het tweetal, Silvester te paard en Constantijn te voet, vertrekt vervolgens naar de stad Rome die de keizer op deze wijze aan de paus schenkt. Constantijn heeft het paard aan de leidsels als teken van zijn onderwerping. Silvester wordt letterlijk en figuurlijk (en bepaald niet subtiel!) boven Constantijn geplaatst. Van kluizenaar is hij verworden tot held, de man die de keizer bekeerde en ook nog eens doopte.

Een nieuw tijdperk brak aan. De eerste grote kerken van Rome schoten vervolgens als paddenstoelen uit de grond. Daarmee sleepte Silvester ook nog eens de titel van patroonheilige van de metselaars en steenhouwers in de wacht. Maar Silvester ging verder: hij versloeg met een staaltje onvervalste heroiek het heidendom precies in het hart van de macht van het Romeinse keizerrijk.

Op het Forum Romanum, bij de tempel van Castor en Pollux, woonde diep onder de grond een draak die met zijn onuitstaanbaar, stinkende adem de mensen in de omgeving vergiftigde en de beroemde tweeling van schrik in hun eierdoppen deed terugschieten. De draak werd wel eens gevoed door zijn buurvrouwen, de Vestaalse maagden. Met de bekering van Constantijn tot het christendom echter hield deze liefdadigheid op en doodde de draak met zijn adem dagelijks meer dan 300 onschuldigen.

Niemand durfde de strijd met het monster aan, behalve Silvester. Een heidense priester zwoer dat als Silvester erin zou slagen de draak een jaar lang koest te houden, hij zich zou bekeren tot het christendom. De paus, gewapend met zijn geloof en een zijden draadje, daalt de 365 treden af naar het hol van het stinkende gevaarte en slaagt erin de draak zijn enorme vuurspuwende mond te snoeren. Een jaar later bivakkeerde de draak nog altijd als een tam beest op het forum en dat wonder maakte dat maar liefst 30.000 man zich bekeerden tot het geloof van Silvester.

De draak in het verhaal staat uiteraard symbool voor de heidense godsdiensten en de 365 treden die Silvester afdaalde, komen overeen met het aantal dagen van de Romeinse kalender die Silvester in het christendom zou hebben geïntroduceerd. Dus als je in Nederland of Italië met oud en nieuw opeens draken ziet, dan weet je waar het vandaan komt: dan is Silvester weer aan het spelen met zijn favoriete huisdier.

Je kunt de Silvesterkapel bezoeken, na een donatie aan de nonnen die het klooster bewonen. Wil je meer weten van de kapel en de wereldlijke ambities van de pausen, dan is het leuk om met een persoonlijke gids Rome te ontdekken. De kerk is op de Celio-heuvel, waar ook andere interessante middeleeuwse en antieke monumenten te vinden zijn, die zich buiten de gebaande paden bevinden.

dec 23

Bij de pizza margherita van gisteren hoort natuurlijk een lekker Italiaans biertje. Want hoewel Italianen graag een glas wijn drinken, hebben ze bij een pizza toch echt de voorkeur voor una birra. Maar uiteraard niet zomaar een biertje; nee, de Italiaan gaat voor bier met een lintje. Bier met een blauw lintje om precies te zijn; Peroni Nastro Azzurro.

Dit blauwe lintje werd in 1963 door Carlo Peroni, de achterkleinzoon van Francesco Peroni, als handelsmerk van Peroni in de markt gezet. Zijn Nastro Azzurro (‘Blauw Lint’) zou zijn afgeleid van The Blue Riband, een prijs die dertig jaar eerder werd toegekend aan het Italiaanse passagiersschip SS Rex dat het snelst de Atlantische Oceaan wist over te steken. Inmiddels is het blauwe lintje verworden tot een synoniem voor Italiaanse kwaliteit en leefstijl.

Peroni zelf kent al een iets langere geschiedenis dan het blauwe lintje. In 1846 opende de brouwerij de deuren in Vigevano. In 1864 verhuisde Giovanni Peroni de brouwerij naar Rome, dat toen overigens nog niet de rol van Italiaanse hoofdstad had (Rome werd namelijk pas in 1870 hoofdstad van Italië).

Peroni Nastro Azzurro is zoals gezegd in 1963 ontstaan in Rome, precies in de jaren van de ontluikende Italiaanse luxe en stijl, die je terug ziet in de bekende design- en modemerken uit deze periode van la dolce vita. Sindsdien wordt Peroni – volgens origineel recept – in de Italiaanse hoofdstad gebrouwen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van ingrediënten van de hoogste kwaliteit: de edelste voorjaarsgerst in combinatie met een unieke mix van Italiaanse mout, maïs en hop. Peroni ’s brouwmeester is Roberto Cavalli (what’s in a name… het is echt een andere Cavalli dan de bekende modeontwerper). Hij is verantwoordelijk voor de productie van Peroni Nastro Azzurro, en het waarborgen van de kwaliteit en authenticiteit bij het brouwen en bottelen.

Peroni is in Italië – en bij Italianen in het buitenland – alom geliefd. Stijliconen als Giorgio Locatelli drinken graag een Peroni, en ook merken als Fiat en – ja, echt – wijnhuis Antinori, dragen het merk op handen. Peroni wordt beschouwd als een tijdloze Italiaanse klassieker en is onmisbaar voor wie la bella figura naleeft; die typische Italiaanse manier van leven waarin gevoel voor stijl en schoonheid de boventoon voert. Een manier die is doordrongen van trots en historie, die wordt doorgevoerd tot in de kleinste details.

Geheel in lijn met de Italiaanse wortels omarmt Peroni sinds kort ook in Nederland deze Italiaanse stijl. ‘Peroni Nastro Azzurro wil grenzen doorbreken en de traditionele biermarkt als het ware uitdagen. In Italië draait alles om authenticiteit, mode, stijl en kwaliteit en met Peroni Nastro Azzurro, een intens helder, verfrissend premium bier willen wij het Italiaanse, wat iedereen in zich heeft, naar boven halen,’ aldus Michal Rabiej, die als brand development manager verantwoordelijk is voor Peroni in Nederland.

In het kader van de lancering opende Peroni op 27 oktober j.l. Emporio Peroni, om de hoek van de exclusieve PC Hooftstraat in Amsterdam. Het was een non-shop, de enige shop waar niet kan worden gewinkeld en enkel ‘window shopping’ is toegestaan. Helaas is Emporio Peroni inmiddels weer gesloten, maar een Peroni proeven kan natuurlijk nog steeds, bij stijlvolle Italiaanse restaurants, in trendy bars en clubs en bij vooraanstaande traiteurs en delicatessenzaken in Amsterdam. Onder aan dit verhaal vind je een lijstje met de precieze Peroni-adressen.

Wil je het bier met het blauwe lintje in de stad proeven waar het wordt gebrouwen, ga dan naar de Antica Birreria Peroni (Via S. Marcello 19, dicht bij de Trevifontein). Bestel een Peroni Nastro Azzurro en geniet van het bier en de bierhistorie die overal om je heen te zien is. Salute!

www.anticabirreriaperoni.com

Peroni drink je in Nederland bij:

Assaggi
Tweede Egelantiersdwarsstr 6
1015 SC Amsterdam
020-4205589

Bar Italia
Rokin 81-83/Nes 96
1012 KJ Amsterdam
020-6202442

Bella Vista
Johannes Verhulststraat 156
1071 NP Amsterdam
020-6713888

Café de Curtis
2e Anjeliersdwarsstraat 6
1015 NT Amsterdam
020-4200767

Restaurant d’Antica
Reguliersdwarsstraat 80-82
1017 BN Amsterdam
020-6233862

Da Portare Via
Leliegracht 34 
1015 DG Amsterdam

Da Portare Via
Frans Halsstraat 63
1072 BM Amsterdam

Da Portare Via
Copernicusstraat 49
1098 JE Amsterdam

De Pizzabakkers  
Haarlemmerdijk 128  
1013 JJ Amsterdam  
020-4274144

De Pizzabakkers
Overtoom 501
1054 LH Amsterdam
020-6186554

De Pizzabakkers  
Plantage Kerklaan 2  
1018 TA Amsterdam  
020-6250740

De Pizzakamer
2e van der Helststraat 16
1072 PD Amsterdam
020-2211457

Di Donna Sofia
Anjeliersstraat 300
1015 NK Amsterdam
020-6234104

Eden Manor Hotel
Linnaeusstraat 89 
1093 EK Amsterdam
020-7008400

Feduzzi Mercato
Scheldestraat 63
1078 GH Amsterdam
020-6765338

Foodware  
Westerstraat 116  
1015 MN Amsterdam  
020-3308835 

Foodware
Looiersgracht 12
1016 VS Amsterdam
020-6208898

Foodware
Corn. Krusemanstraat 11
1075 NB Amsterdam
020-4707310

Hilton Amsterdam
Apollolaan 138 
1077 BG Amsterdam
020-7106000

Il Cavallino
Maasstraat 67
1078 HE Amsterdam
020-6753814

Le 4 Stagioni
Johannes Verhulststraat 32
1071 NE Amsterdam
020-6620071

MOMO Bar & Restaurant
Hobbemastraat 1
1071 XZ Amsterdam
020-6717474

Pazzi
1e Looiersdwarsstraat 4
1016 VM Amsterdam
020-3202800

Pasta Tricolore
P.C. Hooftstraat 52
1071 CA Amsterdam
020-6648314

Toscanini
Lindengracht 75
1015 KD Amsterdam
020-6232813

Vesper Bar
Vinkenstraat 57
1013 JM Amsterdam
020-8464458

preload preload preload