aug 05

In mei was ik al zo verbaasd toen het met Pinksteren rozenblaadjes regende in het Pantheon (zie Ciao tutti van 23 mei), maar toen ik in Terug in Rome van Rosita Steenbeek las dat het in Rome altijd sneeuwt op 5 augustus, viel ik van verbazing bijna van mijn stoel. Sneeuw in augustus? Als de Romeinen de stad grotendeels verlaten hebben vanwege de drukkende hitte en je alleen nog toeristen over de trottoirs ziet slenteren, naarstig op zoek naar een barretje dat nog open is voor een flesje water of een ijskoffie? Als zelfs de Romeinse zwerfkatten pas ver na het vallen van de avond uit hun koele schuilplaats tevoorschijn komen om hun kostje bij elkaar te scharrelen?

Toch is inderdaad niets minder waar: elk jaar op 5 augustus sneeuwt het even in het snikhete Rome. Hoe dat kan? Rosita Steenbeek legt het uit:

‘Door een lege en al behoorlijk warme stad loop ik naar de Santa Maria Maggiore.
Een sneeuwbuitje zou een lekkere opfrisser zijn. Het is 5 augustus en vandaag wordt herdacht hoe Maria op 5 augustus van het jaar 356 door een sneeuwbui duidelijk maakte dat op die plek, boven op de Esquilijn, een kerk voor haar moest worden gebouwd. Paus Liberius gaf meteen gehoor aan haar verzoek. De eerste kerk is verdwenen. Na het concilie van Efeze in 431, waarbij Maria werd uitgeroepen tot Maria Theotokos, godbaarster, moeder van God, liet Sixtus III de huidige kerk bouwen.

Ik loop door de stille Via Panisperna, eerst omhoog, dan naar beneden en daarna weer omhoog, en ervaar dat Rome echt op heuvels is gebouwd. […]
Daar rijst de Santa Maria Maggiore op. Het onderste gedeelte van de zuil die ooit voor de ingang stond van het mausoleum van Augustus is verdwenen achter stellages die zijn opgesteld voor het spektakel dat hier vanavond plaatsvindt en dat wordt uitgezonden op de televisie. Vanavond schijnt het nóg eens te gaan sneeuwen.

Ik ga naar binnen, er zitten al behoorlijk wat mensen. […]

De mozaïeken schitteren extra luisterrijk in het licht van de schijnwerpers. Het marmer glanst en aan het plafond flonkert het goud dat Columbus meenam uit Amerika. Tussen de gouden rozetten is ook af en toe een stier te zien op de wapens van de twee Borgia-pausen.

In een zijkapel die is afgesloten door een hek houdt kardinaal Law een soort voor-plechtigheid. Ik gluur naar binnen, maar een mannetje in beige pak jaagt me met een vervaarlijke kop weg en ook andere belangstellenden worden als honden verjaagd. Waarschijnlijk een gek uit de buurt. Ik loop door en vind een plek aan de zijkant vlak bij het altaar, naast een groepje dames met een rozenkrans in de hand. Ze zijn vriendelijk en vertellen dat ze hier elke dag komen bidden. Dit is de mooiste plek, zeggen ze, want hier kun je Maria goed zien, anders zit het altaar ervoor. Het schitterende mozaïek van Maria die door Christus wordt gekroond. […]

Op het altaarpodium, dat is versierd met rode en witte bloemen, wordt druk geregisseerd door een ceremoniemeester in een fuchsiakleurig gewaad. Hij maakt weidse bewegingen met zijn armen om de choreografie goed in te prenten bij een reeks jonge priesters in zwarte toog die aandachtig luisteren. […]

Ik kijk omhoog naar het gouden cassettenplafond en vraag me af waar de sneeuw uit moet komen. Nadat ik een tijd speurend heb gekeken, zie ik dat een van de rechthoeken een beetje openstaat, als een luikje.

Law vertelt het verhaal van de geschiedenis van de kerk. Dat de rijke Romein Giovanni droomde dat Maria een sneeuwbui liet neerdalen op de Esquilijn om aan te geven dat daar de kerk moest komen. Hij snelde naar paus Liberius, die vertelde dat hij dezelfde droom had gehad. Toen ze samen naar de Esquilijn gingen zagen ze dat die inderdaad was overdekt met sneeuw. Daarop trok paus Liberius de omtrek van de kerk in de sneeuw en met de financiering van Giovanni werd de kerk gebouwd, zoals vele rijke lieden tijdens het opkomende christendom hun geld staken in het bouwen van gebedshuizen.

Trompetgeschal.
Honderd mannenstemmen zingen de lof van de hemelkoningin.
En dan dwarrelen de witte blaadjes neer, uit het gouden plafond, het gaat maar door, ze dwarrelen de grote opening in, op het kribje en het beeld van Pius IX. Mensen kijken omhoog, de handpalmen omhoog geheven. […]

Ook de marmeren vloer raakt bezaaid met witte blaadjes. ‘Dahliablaadjes,’ zegt de vrouw naast me. ‘Vroeger waren het rozenblaadjes. Hebben de nonnen van de steeltjes gehaald.’ Een paar vrouwen schieten naar voren, pakken wat blaadjes van de vloer, houden ze koesterend vast, mompelen iets. ‘Tu sei benedetta fra le donne.’ […]

Mensen verdringen zich bij de omheining rond het lager gelegen gedeelte met het kribje, grijpen naar blaadjes, verzamelen ze haastig, drukken ze tegen zich aan, stoppen ze in hun tas, in hun zakken. Het beeld van de paus is geheel overdekt. Witte blaadjes op zijn witmarmeren hoofd, zijn marmeren schouders, handen. Ook de vloer is overdekt. Mannen in zwart pak verzamelen ze in manden en delen ze uit. Mensen storten zich erop, met zoveel heftigheid en emotie alsof hun leven ervan afhangt en menigeen zal dat waarschijnlijk ook denken…’

Het volledige verhaal over de sneeuwvlokken in de Santa Maria Maggiore is te lezen in Terug in Rome. In dit boek (dat tot eind augustus slechts een tientje kost!) vervolgt Rosita Steenbeek de avontuurlijke omzwervingen door deze zo gelaagde stad, die ze begon in Thuis in Rome. Belevenissen in het heden worden afgewisseld met gebeurtenissen in het antieke Rome. Ze eet ondergronds in een pizzeria, gebouwd tussen de muren van de Thermen van Agrippa, ze ontmoet kleurrijke personages , zoals Tiberschuimster Valentina, ze bezoekt de villa met de bunker van Mussolini en de sacristie van de paus. Wederom wordt duidelijk dat het gewone leven in Rome nooit gewoon is!

  • Share/Bookmark
aug 01

Nu we de afgelopen dagen hebben gelezen over fare la bella figura en de hang naar schoonheid in Italië, kunnen we niet voorbijgaan aan de Italiaanse schoonheid in eigen land. Vandaar deze vakantiemaand elke dag een Italiaans stukje Nederland: een tentoonstelling, een restaurant, een film, een boek, een gelateria, een delicatessenwinkel… Zo komt Italië extra dichtbij deze maand!

Vandaag een tentoonstelling die prachtig aansluit bij la bella figura: ‘Schoonheid op maat – De erfenis van Palladio en Scamozzi in de Gouden Eeuw’ in het Koninklijk Paleis op de Dam te Amsterdam.

De tentoonstelling gaat vooral in op de invloed van de Italiaanse Renaissancearchitect Vincenzo Scamozzi (1548-1616) op de Hollandse bouwkunst in de Gouden Eeuw. Zijn theorie vormde de basis voor het ontwerp van het toenmalige stadhuis van Amsterdam, nu het Koninklijk Paleis, door architect Jacob van Campen.

Scamozzi stond aan de wieg van het Hollands Classicisme. Hij schreef het handboek L’idea della Architettura Universale (‘De grondgedachte van de universele bouwkunst’), dat bekend staat als het meest complete werk op het gebied van eigentijdse toepassing (in die tijd weliswaar) van de antieke bouwstijl. Vooral Scamozzi’s ideeën over hoe zuilen moesten worden gebouwd kregen veel navolging. Hij baseerde zich hierbij vooral op de rekenkundige benadering van zijn voorganger, architect Andrea Palladio, die hiermee ook een plekje in de tentoonstelling heeft weten te veroveren.

    

Vincenzo Scamozzi                                Andrea Palladio

Het boekwerk was erg belangrijk voor de toenmalige Nederlandse architecten, maar zeker ook voor de uitvoerende bouwvakkers. Door het boek in het Nederlands te vertalen, werd het toegankelijk voor alle ambachtslieden. Het was dan ook vaak in werkplaatsen van bijvoorbeeld timmerlieden en metselaars terug te vinden. Vanuit het Nederlands werd het boek vervolgens vertaald in andere talen, zoals het Engels, Duits en Frans.

De Nederlandse diplomaat Constantijn Huygens was degene die Scamozzi in ons land introduceerde. Hij raakte tijdens zijn reizen door Italië geïnspireerd door de bijzondere bouwkunst van deze Italiaanse meester. De stijl van Scamozzi kenmerkt zich door harmonie en eenvoud. In tegenstelling tot Palladio bleef hij tot nu toe vrij onbekend buiten Italië. Met deze tentoonstelling komt daar vast en zeker verandering in. In het Koninklijk Paleis zijn Scamozzi’s originele tekeningen te zien, evenals maquettes, schilderijen en foto’s van zijn architectuur.

Maar ook buiten valt genoeg te zien (als het Paleis niet de hele zomer in de steigers staat); het Koninklijk Paleis heeft immers zoals gezegd veel details die door Scamozzi zijn ontworpen. Ook elders in Nederland zijn kenmerkende elementen van Scamozzi’s stijl terug te zien, zoals bij het Mauritshuis en Paleis Huis ten Bosch.

Dit maakt een bezoek aan de tentoonstelling natuurlijk extra leuk:na het zien van Scamozzi’s tekeningen en ontwerpen kun je zelf de overige ruimten van het Koninklijk Paleis verkennen en de invloeden van Scamozzi opzoeken. Ook is er een stadswandeling gemaakt langs classicistische panden in de binnenstad van Amsterdam. Een ideaal Italiaans dagje uit in de hoofdstad dus!

Kijk voor meer informatie en openingstijden op www.paleisamsterdam.nl.

Ben je komende maand een dagje in Amsterdam voor Scamozzi, breng dan ook nog een bezoek aan de tentoonstelling Sail Rome! in het Allard Pierson Museum. Als bezoeker krijg je de kans de Romeinse wereld van de handel en zeevaart te betreden. Dankzij een grote kaart van de Romeinse wereld die op de vloer is weergegeven reis je in een paar stappen naar de verre uithoeken van het Romeinse Rijk. De originele amforen waarin allerlei exotische handelswaar, zoals vissaus uit Spanje en wijn uit Klein-Azië, werd vervoerd, zijn te zien en er is zelfs nog een pot met echte makreelbotjes uit Spanje bij!

De tentoonstelling biedt ook ruimte aan een aantal bijzondere voorwerpen die het museum in bruikleen heeft uit het buitenland, zoals twee reliëfs met afbeeldingen van scheepvaart op de Nijl en een Romeins vrachtschip uit het British Museum. Mooi!

  • Share/Bookmark
jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

  • Share/Bookmark
jul 25

Nu de renners in de Tour de France vandaag hun laatste etappe rijden, mag ik vast wel weer even over de Giro schrijven, de grote Italiaanse wielertocht die dit jaar in Amsterdam startte. Van een trouwe fan van Ciao tutti kreeg ik namelijk het boek Het roerige leven van Alfonsina Strada in handen, dat het verhaal vertelt van de eerste vrouw die ooit de Giro reed. Nu ben ik eerlijk gezegd niet zo’n wielerfan, maar ik werd vanaf de eerste pagina gegrepen door deze dappere Alfonsina. In een tijd waarin vrouwen slechts werden gezien als accessoire van de man (en dat meen ik serieus: Italiaanse vrouwen kregen pas in 1946 stemrecht), wist Alfonsina met vasthoudendheid en een gerechtvaardigde trots de obstakels te overwinnen die haar onconventionele leven met zich meebracht.

‘Als het in onze tijd was gebeurd – een vrouw die de Giro rijdt samen met de mannen – zou de wereld op zijn kop hebben gestaan: kranteninterviews, specials op tv, fotoreportages, hordes sponsoren die hun merknaam aan het fenomeen wilden verbinden. Maar het gebeurde in 1924. De informatieverstrekking was gebrekkig, de journalistiek kende de betekenis van het woord ‘scoop’ nog niet, en wat vrouwen betreft: die moesten vooral thuisblijven en kinderen maken – een filosofie die niet alleen werd gepropageerd door de antifeministische vertegenwoordigers van het fascisme en de kerk, maar die bovendien door een overgrote meerderheid van de mensen werd onderschreven. Zodat elke onderneming met een hoofdpersoon van het ‘zwakke geslacht’ of die nu sportief of sociaal was, als nieuwlichterij werd beschouwd en dus enige argwaan wekte. Om over promiscuïteit nog maar te zwijgen: nog in 1932 werd het Ondina Valle – de latere winnares van de 80 meter horden op de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 – verboden deel te nemen aan de Olympische Spelen van Los Angeles, omdat ze op de boot naar Amerika de enige vrouw zou zijn tussen alle mannen van het Italiaanse team.

Wellicht is dat de reden dat er aan de inschrijving voor de Giro van 1924 van Alfonsina Strada-Morini amper ruchtbaarheid werd gegeven, ondanks het feit dat Armando Cougnet en Emilio Colombo, respectievelijk hoofdredacteur en directeur van de krant die het evenement organiseerde, La Gazzetta dello Sport, haar met name toestemming hadden gegeven om mee te doen teneinde meer aandacht voor het evenement te genereren.

Dat jaar hadden de gerenommeerde teams om financiële redenen namelijk besloten de koers te boycotten en hun kampioenen niet in te schrijven. Omdat Girardengo en Brunero dus ontbraken, evenals de revelatie van 1923, Bottecchia, zag de Gazzetta zich gedwongen te engageren wie ze maar konden vinden: naast enkele profs van een redelijk niveau en een aantal oudere exponenten van het zogenaamde ‘heroïsche wielrennen’, was dat een flinke schare goedwillende renners, onderverdeeld in de categorieën amateurs, junioren en ‘buiten-klasse’. Deze laatsten waren niet – zoals je zou kunnen denken – superkampioenen, maar mensen die koersten als eenling, met het doel een paar lires te verdienen om van te kunnen leven. In Frankrijk had Henri Desgrange dit type renners, met een fraaie term, désherités gedoopt, kansarmen.

Onder de amateurs – voorzien van een reglementaire licentie van de Italiaanse Wielerunie – bevond zich ook Alfonsina Strada: zoals gezegd, Cougnet en Colombo waren ervan overtuigd dat de opmerkelijke aanwezigheid van een vrouw in het peloton publiciteit zou genereren rond een koers die werd geteisterd door afzeggingen. Met name Colombo wilde haar tegen elke prijs laten meedoen, tegen de zin van andere leden van de organisatie in. Zijn tegenstanders vreesden namelijk dat de deelname van Alfonsina er niet alleen voor zou zorgen dat die editie van de Giro zou veranderen in een schertsvertoning, maar ook dat die voor haarzelf op een fysieke ramp zou uitlopen, die haar voor het leven zou tekenen.

‘Iedereen stond op scherp,’ zou Colombo later aan Rino Negri van de Gazzetta vertellen, ‘klaar om me af te maken als Alfonsina iets ernstigs zou overkomen.’ Ze zou de proeve echter op glorieuze wijze doorstaan. Al na de tweede etappe – zo heeft een van de directeuren van de Giro later toegegeven – werd ‘die vrouwelijke renner’ gezien als ‘de topattractie’ van de ronde.

Omdat ze bekend waren met de gangbare overtuigingen van het volk en met de filosofie van het regime, waren de organisatoren evenwel zeer behoedzaam bij het publiekelijk onthullen van Alfonsina’s naam. Geen enkele vooraankondiging maakte melding van de aanwezigheid van een vrouw in de groep. Sterker nog, dagenlang verscheen haar naam in het geheel niet in de lijst van ingeschrevenen die dagelijks door de Gazzetta werd gepubliceerd.

Totdat drie dagen voor de start naast nummer 72 te lezen stond: Alfonsin Strada uit Milaan. Het is onbekend of die ontbrekende ‘a’ het gevolg was van een doelbewuste opdracht van de directeur om suspense te creëren, of van een fout van de typograaf, die niet kon geloven dat zich onder de ingeschrevenen een Alfonsina zou bevinden.’

Er bevond zich echter wel degelijk een Alfonsina onder de renners, die dag na dag trots over de finish reed – al bereikte ze de eindstreep meestal pas vele uren nadat de mannen eroverheen waren gefietst. Maar dat kon Alfonsina niet deren. Hoewel meer dan zestig van de negentig deelnemers de eindstreep niet wisten te halen, zette Alfonsina door. Ze haalde het, waarmee ze een plek veroverde in de collectieve verbeelding van veel vrouwelijke wielrenners na haar.

Als je bedenkt hoeveel aandacht dé vrouw van de Giro 2010, Yolanthe Cabau van Kasbergen, kreeg, stijgt de bewondering voor Alfonsina’s moed en doorzettingsvermogen alleen nog maar meer. Hopelijk maakt haar verhaal een beetje strijdlust los bij (wieler)vrouwen en zien we ze, samen met Yolanthe, volgend jaar aan de start verschijnen in plaats van aan de finish, op de trappers in plaats van op het erepodium. Hoewel, misschien lukt het met Alfonsina’s voorbeeld wel om een plekje bij de eerste drie te veroveren? Haar verhaal is er inspirerend genoeg voor!

Hoe Alfonsina deze Giro beleefde en hoe ze ertoe kwam de pedalen te bestijgen, wordt op een meeslepende manier uit de doeken gedaan in Het roerige leven van Alfonsina Strada. Nieuwsgierig geworden naar Alfonsina’s levensgeschiedenis? Je kunt Het roerige leven van Alfonsina Strada bestellen via www.inaltreparole.nl. Op deze website vind je eveneens een overzicht van de boekhandels waar het levensverhaal van Alfonsina te koop is. In bicicletta dus, deze zomervakantie!

  • Share/Bookmark
jul 21

Dit jaar is er gelukkig weer een echt ouderwets vakantieboek verkrijgbaar waarmee je je de hele vakantie kunt vermaken – of je nu thuis blijft of voor korte of langere tijd je koffers pakt. Het FLOW vakantieboek brengt het vakantiegevoel van vroeger weer helemaal terug, met al die lege weken voor je uitgestrekt waarin je een zee van tijd had om te lezen en te luieren.

Luieren is er met het FLOW vakantieboek echter bijna niet meer bij. Er is zoveel te kleuren, knippen, plakken, lezen, scheuren en knutselen en genieten dat je misschien nog een paar extra dagen vrij moet nemen. Gehaakte vierkantjes maken zoals je oma ze ooit maakte, een na-de-vakantie-plannen-poster om in te vullen zodat je het vakantiegevoel dit jaar echt langer vast weet te houden, een minidagboek van Keri Smith dat je creativiteit een instant oppepper geeft, een heerlijk leesverhaal van Natasha Solomons, zes wandelroutes door Nederlands mooiste buitengebieden, reiswijsheden in verschillende talen (ook in het Italiaans natuurlijk!), alle ingrediënten om een prachtige vakantiekijkdoos in elkaar te knutselen, recepten uit La cucina verde (zie Ciao tutti van 7 juni), een miniboek van Esther Verhoef en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik zal echter nog niet alles verklappen, want alleen al het ontdekken van al die verschillende ideeën in het 218 pagina’s tellende vakantieboek is een feestje. Nou, vooruit, nog één tipje van de sluier: bij het FLOW vakantieboek krijg je ook een vakantiedagboek, zodat je de leukste dingen die je onderweg of op de plek van bestemming meemaakt kunt noteren, tekenen of anderszins kunt vastleggen. Nell Westerlaken, reisredacteur van de Volkskrant, geeft bovendien tips over hoe je dat het beste aan kunt pakken, zodat je er niet alleen tijdens je vakantie van geniet maar er tijdens de lange winteravonden die ooit weer komen gaan nog even heerlijk bij weg kunt dromen. Haar credo: ‘Als je er maar plezier aan beleeft.’ Iets wat zeker zal lukken gezien de inspirerende voorbeelden die de redactie van FLOW heeft weten op te duikelen. Ik zou voor Ciao tutti bijna weer ‘ouderwets’ overstappen op papier…

Je eigen vakantieverslag op Ciao tutti?
Laat je inspireren door de tips van Nell Westerlaken en de vele voorbeelden in het FLOW vakantieboek en maak een mooi vakantieverslag met als thema Italië: een verhaal van je reis naar Italië, een plattegrond naar een nieuwe ontdekking buiten de toeristische paden of een collage van een Italiaans dagje in Nederland… Alles mag: schrijven, een foto met bijschrift, een collage, een tekening, een strip of wat je maar kunt bedenken. Laat je fantasie de vrije loop!

Stuur je verhaal, foto of collage in via blog@ciaotutti.nl en wie weet win jij wel een van de drie Italiaanse vakantiepakketten – zodat je alvast weer inspiratie op kunt doen voor de volgende reis. In juli verloten we een Toscanepakket, in augustus een Romepakket en in september een Venetiëpakket. Uiteraard wordt het winnende verslag ook gepubliceerd op Ciao tutti !

  • Share/Bookmark
jul 11

De paarden van de verschillende contrade hebben elk hun eigen stal. Daar worden ze dag en nacht bewaakt door de contradaioli, de inwoners van de contrada. Er mag natuurlijk niks met de paarden gebeuren en er mogen zeker geen vijandige contradaioli in de buurt komen… Stel dat ze het paard proberen te verwonden of van slag proberen te maken…

Elk paard moet daarom ook in deze puzzel naar zijn eigen stal (aangegeven door het huisje met hek) worden gebracht. De stallen raken elkaar natuurlijk niet, ook niet diagonaal – er ligt een veilige afstand tussen de stallen van de verschillende contrade. De paarden mogen elkaar zoals je ziet wel raken, en ze mogen ook een andere stal raken. Maar als ze de stal in zouden kunnen lopen, zie je om hen heen alleen maar witte vakjes.

De cijfers naast en onder het diagram geven aan hoeveel stallen er in de betreffende rij of kolom staan. Lukt het jou elk paard veilig onder te brengen in zijn eigen stal?

Stuur een scan van de oplossing voor 31 juli 2010 naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Alle paarden op stal. De winnaar kan straks thuis zelf een Palio organiseren: de stichting ten behoud van de Palio in Siena stelde een zeer toepasselijke prijs ter beschikking: het enige echte Palio-spel, waarmee je de prachtige paardenrace op je eigen terras of in je eigen huiskamer tot leven kunt brengen:

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 02

Nadat de mossiere (degene die het touw mag laten zakken ten teken dat de race van start kan gaan) de paarden wel vier keer een rondje over het Piazza del Campo moest laten rijden omdat ze te onrustig waren, was het toen het touw voor de vijfde keer op het zand neerplofte raak: een geldige start. Onda, Giraffa en Drago waren snel weg, maar helaas voor hen: Selva gaat er uiteindelijk met de Palio vandoor. Op naar de Duomo voor de dankzegging aan Maria en dan is het feest in de wijk van het woud!

 

Voor wie wil weten tegen wie Selva het ook alweer moest opnemen, hierbij de startvolgorde van de contrade, gevolgd door de naam van het paard en de ruiter:

LEOCORNO – Giostreddu – Giuseppe Zedde alias Gingillo
ONDA – Giove Deus – Jonatan Bartoletti alias Scompiglio
GIRAFFA – Lampante – Gianluca Fais alias Vittorio
BRUCO – Elimia – Virginio Zedde alias Lo Zedde
SELVA – Fedora Saura – Silvano Mulas alias Voglia
NICCHIO – Istriceddu – Luigi Bruschelli alias Trecciolino
ISTRICE – Elfo di Montalbo – Francesco Caria alias Tremendo
DRAGO – Insomma – Alessio Migheli alias Girolamo
AQUILA – Gammede – Federico Ghiani

Met achter het tweede touw (in rincorsa zoals ze dat in Siena noemen) TORRE – Leo Lui – Antonio Siri alias Amsicora.

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 02

Siena maakt zich op voor de Palio. Al wekenlang gonst het in de kleine Toscaanse stad van de bedrijvigheid in de contrade. Vanavond weten we welke contrada de Palio di Provenzano op zijn naam mag schrijven. Deze contrada mag zich de trotse eigenaar noemen van de palio of cencio (‘vaandel’), die dit jaar is ontworpen door Ali Hassoun, een Libanese kunstenaar die al jarenlang in Italië woont. De afbeelding op de palio verwijst naar de Slag bij Montaperti, waarbij de Sienezen de Florentijnen wisten te verslaan en die precies 750 jaar geleden plaatsvond.

Zoals ik gisteren al schreef, telt Siena zeventien wijken. Slechts tien daarvan mogen deelnemen aan de Palio. Deze tien contrade heeft Hassoun aan de onderzijde van de palio afgebeeld. Wie goed kijkt, ziet dat vanavond de contrade Aquila, Bruco, Drago, Giraffa, Istrice, Leocorno, Nicchio, Onda, Selva en Torre op het Piazza del Campo aantreden. Een unieke Palio, want in al die eeuwen dat de paardenrace wordt gereden heeft deze combinatie zich nog niet eerder voorgedaan.

De Sienese Palio is al sinds de dertiende eeuw een jaarlijks terugkerende gebeurtenis. Naar verluidt organiseerde de Contrada dell’Aquila op 15 augustus 1581 de eerste Palio, waaraan nog alle stadswijken mochten deelnemen. De race werd in eerste instantie door de hele stad gereden; pas in 1597 werd het parcours beperkt tot rondjes om het Piazza del Campo.

In 1719 werd de Palio gewonnen door Pantera, met een paard dat toebehoorde aan een waard, een zekere Paci. Direct nadat zijn paard als eerste over de finish was gerend, holde Paci het uitzinnig van vreugde tegemoet, gevolgd door een hele horde net zo uitzinnige contradaioli. De andere paarden liepen echter nog in volle vaart over het plein, en je raadt de afschuwelijke afloop misschien al: Paci werd door een paard tegen de grond gesmeten en overleed ter plekke. De overwinning werd een zwarte pagina in de geschiedenis van Siena, en Pantera stelde al snel na het gebeurde voor om voortaan slechts tien contrade deel te laten nemen aan de Palio, om het aantal paarden dat tegelijk over de Piazza del Campo galoppeert te beperken.

Zo geschiedde, en sindsdien biedt de Palio per keer plaats aan tien deelnemers. Zeven contrade zijn verzekerd van deelname, omdat zij werden uitgesloten van de vorige editie. De drie overige worden door middel van loting geplaatst. Hierbij geldt wel dat de plaatsing per Palio bekeken wordt: wanneer een contrada vandaag niet mag deelnemen aan de Palio, dan krijgt hij vanzelfsprekend een startplaats voor de volgende Palio di Provenzano, in juli 2011 dus. De Palio d’Assunta, die in augustus wordt gereden, heeft zijn eigen startcyclus. Het kan dus best zo zijn dat een contrada zowel in juli als in augustus niet mag deelnemen – of juist twee keer mag aantreden.

Ook nog wel leuk om te melden is dat de Palio in eerste instantie weliswaar een paardenrace was, maar dat het evenement in de zestiende eeuw eigenlijk niet meer was dan een stierengevecht. Toen het stierenvechten in 1590 bij wet verboden werd, werd wel het race-element in ere hersteld, maar het duurde nog tot 1650 voordat de Palio weer een echte paardenrace was, zoals oorspronkelijk ook de bedoeling was. Tot die tijd reed men op ezels en ossen, hetgeen natuurlijk lang niet zo spectaculair was.

Een van de meest fascinerende elementen van de Palio is namelijk de enorme snelheid waarmee de paarden over het Piazza del Campo racen. De race bestaat uit slechts drie ronden over het Piazza del Campo, waardoor de strijd vaak in enkele minuten wordt beslecht. Het record staat momenteel op 1 minuut en 13 seconden.

De voorbereidingen duren veel en veel langer. Zo’n honderd dagen voorafgaand aan de Palio kiezen de contradaioli hun leider (capitano). Vervolgens moeten de bewoners van de contrada diep in de buidel tasten, aangezien de contrada de ruiter, door de Sienezen fantino genoemd, zal moeten betalen. De fantino komt overigens niet uit de wijk zelf. Het is iemand van buitenaf en wordt door de wijk beschouwd als een professional die verder niets van doen heeft met de eventuele feestvreugde. Uiteraard schuift hij aan bij de vele etentjes, maar daar blijft het dan ook bij. Een beginnende fantino verdient zo’n € 60.000 per Palio, terwijl een ervaren fantino (die reeds enkele overwinningen op zijn naam heeft staan) wel € 200.000 of meer kan verdienen. Een mooie bijverdienste voor deze veelal boerenjongens, die overigens opvallend vaak afkomstig zijn van Sardinië. De paarden worden in tegenstelling tot de ruiters niet ingehuurd. Ze worden door middel van een loting toegewezen aan de verschillende contrade. Geluk is dus een grote factor als het om winnen gaat!

Op het moment van loten is de spanning dan ook om te snijden. Heel Siena is naar het Piazza del Campo getrokken om te horen welk paard aan welke wijk wordt toegewezen. Het is natuurlijk niet alleen zaak om zelf een goed paard in de stal te krijgen; het is ook belangrijk dat de andere contrade de wat mindere dieren mee naar huis mogen nemen. Maar dat is niet de enige geluksfactor die bij de Palio komt kijken. Ook de startvolgorde wordt bepaald door een loting. Wanneer deze volgorde bekend is, beginnen de onderhandelingen tussen de fantini. Dit kan ruim drie kwartier tot een uur duren, waardoor de menigte op het Piazza del Campo steeds ongeduldiger wordt. De onderhandelingen worden nog een aantal keer onderbroken door enkele valse starts, maar uiteindelijk vertrekken de paarden dan echt voor de officiële race.

Wanneer de start eenmaal geldig is, is eigenlijk alles toegestaan. Elkaar de bocht afsnijden, elkaar slaan met zweepjes… het hoort er allemaal bij. Door de enorme snelheid en de scherpe bochten vallen er bijna altijd zowel paarden als fantini. Nog nooit is een fantino overleden, wat helaas niet gezegd kan worden van paarden. Overigens hoeft de fantino niet op de rug van het paard te zitten als het over de finish snelt; de winst gaat naar het eerste paard dat over de finishlijn stapt, met of zonder ruiter.

Zodra het eerste paard zijn rondjes gelopen heeft, snelt de hele contrada richting het paard om het te knuffelen. De palio wordt geconfisqueerd en al zingend zetten de contradaioli koers naar de kerk, in dit geval naar de Madonna di Provenzano. Vervolgens trekt de hele massa naar de eigen contrada, waar het feest pas echt losbarst. Meer dan een maand lang wordt er elke avond uitgebreid gegeten, gezongen en in optocht door de stad getrokken. Ik ben benieuwd wie straks de palio van Hassoun mee naar huis mag nemen…

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 01

99 schitterende reiswebsites waren genomineerd voor de Travvies Awards. 8.428 mensen brachten in de afgelopen twee weken hun stem uit. Er zijn 18 podiumplaatsen en 6 winnaars en…

dankzij jullie stemmen is Ciao tutti een van deze winnaars! In de categorie reisverslagen wist Ciao tutti de eerste plek te behalen. Uiteraard zijn we daar heel erg blij mee, en de eerste fles prosecco is dan ook net ontkurkt. Salute!

Grazie mille voor al jullie enthousiaste reacties en natuurlijk jullie stem! Uiteraard nemen we je ook na deze verkiezing elke dag weer mee naar Italië. A presto!

Wil je trouwens nog een kijkje nemen bij de andere winnaars en genomineerden, dan vind je het volledige overzicht op www.stedentripper.com/travvies.

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jun 25

Kom aan boord van de vloot van de oude Romeinen! Het Allard Pierson Museum in Amsterdam brengt vanaf vandaag de koopvaardij in de Romeinse tijd opnieuw tot leven. Bezoekers wanen zich vanaf loopbruggen en leunend over relingen op de schepen uit die periode en krijgen een idee van hoe het er toentertijd aan boord en in de havens aan toe ging.

Tweeduizend jaar geleden werd de Middellandse Zee intensief bevaren met schepen die de meest uiteenlopende ladingen vervoerden. Van honderden tonnen graan die vanuit de haven van Alexandrië in Egypte naar het Romeinse Ostia moesten worden gebracht tot de vele Romeinse reizigers die per vrachtschip via allerlei tussenhavens naar hun bestemming reisden. Maar ook dieren gingen vaak mee aan boord. Zo pronkten pauwen uit India vaak op de Romeinse bankettafels en kwamen de wilde dieren voor de gevechten in het Colosseum uit Afrika…

De zeehandel bloeide in de Romeinse tijd als nooit tevoren. In de noordelijke Romeinse provincies, waaronder het huidige Nederland en België, was de scheepvaart ook belangrijk. Daar werden vooral de rivieren intensief bevaren. Recente opgravingen hebben duidelijk gemaakt dat er bij Forum Hadriani (het moderne Voorburg) in de Romeinse tijd een belangrijke overslaghaven was gevestigd.

Forum Hadriani impressie – B. Brobbel

Er zijn prachtige bronzen voorwerpen gevonden, waaronder met glaspasta ingelegde mantelspelden, en aardewerk uit alle windstreken van het Romeinse Rijk. Daaruit blijkt dat Forum Hadriani met recht een ‘wereldhaven’ mag heten. Aan de wanden hangen frottages, afwrijfsels op papier van originele houten kadepalen uit Forum Hadriani die ervoor zorgen dat je je direct in de Romeinse haven waant.

De tentoonstelling Sail Rome! – Schepen en havens in de Romeinse tijd neemt je aan de hand van uiteenlopende Romeinse voorstellingen, kaarten, modellen en originele voorwerpen mee op reis naar de havens en schepen uit de Romeinse tijd. Reliëfs met afbeeldingen van schepen laten zien over welke schepen de Romeinen beschikten. Uiteraard ontbreken (stukken van) altaren met afbeeldingen van Nehellennia, de beschermgodin van vissers en zeelui, niet. Hoe zeewaardig de schepen ook waren, er moest altijd gebeden worden voor een behouden vaart.

Als bezoeker krijg je de kans de Romeinse wereld van de handel en zeevaart te betreden. Dankzij een grote kaart van de Romeinse wereld die op de vloer is weergegeven reis je in een paar stappen naar de verre uithoeken van het Romeinse Rijk. De originele amforen waarin allerlei exotische handelswaar, zoals vissaus uit Spanje en wijn uit Klein-Azië, werd vervoerd, zijn te zien en er is zelfs nog een pot met echte makreelbotjes uit Spanje bij!

De tentoonstelling biedt ook ruimte aan een aantal bijzondere voorwerpen die het museum in bruikleen heeft uit het buitenland, zoals twee reliëfs met afbeeldingen van scheepvaart op de Nijl en een Romeins vrachtschip uit het British Museum. Het Museum voor Antieke Scheepvaart in het Duitse Mainz heeft bij hoge uitzondering een afgietsel van een beroemde sarcofaag uit Ostia uitgeleend.

Hoogtepunt is een recente aanwinst van het museum: een groot Romeins reliëf waarop twee imposante koopvaardijschepen zijn afgebeeld die geladen met amforen en kisten de haven uitvaren.

Scheepslui zijn op beide schepen bezig met het in gereedheid brengen van de tuigage. Op het linker schip klimt één van de scheepslieden in de mast, terwijl twee anderen zich bezig houden met het touwwerk. De lading van dit schip bestaat uit amforen, die gebruikt werden voor het transporteren van diverse soorten handelswaar. De vrij slanke en lange modellen op dit reliëf doen denken aan amforen die gebruikt werden voor het vervoeren van wijn of garum, een uit de Romeinse tijd bekende vissaus. Het lijkt alsof de amforen slechts één oor hebben, wat een extra aanduiding zou kunnen zijn dat het om verpakking voor vissaus gaat.

Op het rechter schip zijn eveneens twee personen druk in de weer met de touwen. Het zeil is al voor een deel uitgevouwen. Dit schip is beladen met kisten, die mogelijk gevuld waren met graan, fruit of andere handelswaar. Op de romp van het schip bevinden zich als versiering twee grote vissen, die waarschijnlijk als dolfijnen geïnterpreteerd kunnen worden. Aan de rechterzijde van het reliëf is een havengebouw afgebeeld. Vanaf de tweede verdieping kijken twee personen, de rechter is vermoedelijk een vrouw, op het schouwspel in de haven toe. Op de onderliggende verdieping lijkt een soort galerij te zijn, die wordt gevormd door een drietal zuilen met Korinthisch aandoende kapitelen. Rechts onderaan roeit een man in een klein bootje de haven uit.

Het reliëf, met een lengte van 217 cm en een hoogte van 88 cm, wordt voorlopig gedateerd in de derde eeuw na Christus. Waarschijnlijk heeft het deel uitgemaakt van een grafmonument. Het is relatief ondiep en een aantal details van de voorstelling wordt gevormd door ingekraste lijnen. Dit geldt vooral voor de amforen, kisten en dolfijnen. Wellicht dat deze elementen door iemand anders zijn toegevoegd aan het oorspronkelijke beeldhouwwerk, vermoedelijk niet lang nadat het werk was voltooid. Opmerkelijk zijn zeven langwerpige beschadigingen verspreid over het reliëf, die resultaat zijn van oude reparaties van scheuren of breuken in het marmer. Hierbij zijn destijds ijzeren krammen over de barsten geplaatst.

Wie deze zomer een uitstapje wil maken naar de Romeinse tijd, kan tot en met 23 augustus terecht in het Allard Pierson Museum. Ter gelegenheid van de tentoonstelling geeft uitgeverij Athenaeum–Polak & Van Gennep Sail Rome! uit, een boek over de koopvaardij in de Romeinse tijd (€ 9,95 – ISBN 978 90 253 6774 9).

Een fragment:  ‘Rondom liggen de continenten, ver en uitgestrekt, die Rome voortdurend rijkelijk voorzien van wat zij te bieden hebben. Uit ieder land en over iedere zee wordt aangevoerd wat de jaargetijden doen groeien en wat de Grieken en barbaren produceren. Wanneer iemand al die goederen wil zien, moet hij ofwel de hele wereld bereizen of naar Rome komen. Wat namelijk bij al die volkeren afzonderlijk groeit of geproduceerd wordt, is hier steeds in overvloed voorradig. Zo talrijk zijn de vrachtschepen die hier afmeren en alle waren uit alle landen van het vroege voorjaar tot het late najaar aanvoeren, dat het wel lijkt alsof de stad de activiteiten van de gehele wereld naar zich toe trekt. Scheepsladingen uit India, ja zelfs uit het gelukzalige Arabia, treft men in zo’n omvang aan, dat men het vermoeden krijgt dat voor mensen daar nog slechts kale bomen over zijn en dat zij naar Rome moeten om terug te krijgen wat zij nu missen. Het aankomen en afvaren van schepen houdt nooit op, zodat de vraag rijst of de haven van Rome, ja zelfs de gehele zee, groot genoeg is voor al die schepen.’

(Aelius Aristides, Laus Romae 11-13; vertaling Fik Meijer)

De auteurs, Fik Meijer (emeritus hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam), Mark Driessen (medewerker van het Amsterdams Archeologisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam en belast met de leiding van de opgravingen in Voorburg) en René van Beek (conservator bij het Allard Pierson Museum en samensteller van de tentoonstelling), geven tijdens de tentoonstellingsperiode ook regelmatig lezingen.

Kijk voor meer informatie, agenda, adres en openingstijden op www.allardpiersonmuseum.nl.

  • Share/Bookmark
preload preload preload