feb 04

L’omino con i baffi, zo luidt de bijnaam van het mannetje dat op elk koffiepotje van Bialetti te vinden is. De tekening van dit mannetje met snor vloeide begin jaren vijftig uit het potlood van Paul Campani, die het mannetje vorm gaf aan de hand van een doodle van Alfonso Bialetti, de grondlegger van het bedrijf, zelf. Tot op de dag van vandaag staat dit mannetje symbool voor Bialetti – en voor de Italiaanse manier van koffiedrinken.

Want hoewel Italianen vaak een kopje koffie in de bar drinken, lusten ze thuis toch ook wel graag een caffè. Wie denkt dat de meeste Italianen thuis koffie zetten met een ultramodern blinkend en sissend espressoapparaat, heeft het mis. Nee, thuis zetten de Italianen koffie met een moka, een koffiepotje dat je simpelweg vult met water en koffie en vervolgens gewoon op het vuur zet.

Het resultaat? De koffie die met een moka wordt gezet, is vergelijkbaar met espresso; het water wordt namelijk ook nu onder druk door de koffie geperst. De druk is echter lager dan in een espressomachine (circa 1,5 bar in plaats van 9 bar), waardoor het cremalaagje op de koffie ontbreekt.

Voor de Italianen is koffiezetten met de moka dus dagelijkse kost. Al bijna tachtig jaar lang bevolken de koffiepotjes Italiaanse aanrechten, keukenkastjes en eettafels. Het ritueel van koffiezetten met een moka is te danken aan Alfonso Bialetti, die in 1933 het allereerste koffiepotje in deze vorm produceerde en de naam Moka Express gaf.

Het idee voor deze koffiemachine ontstond bij toeval. Luigi De Ponti zag hoe een wasmachine warm water onder druk door het wasmiddel heen omhoog perste en bedacht dat dit ook met koffie moest kunnen. Alfonso Bialetti werkte dit idee tot in detail uit, met als resultaat zoals gezegd de allereerste moka. Het koffiepotje was niet alleen revolutionair qua ontwerp en gebruiksgemak, het was ook voor het eerst dat met een aluminium apparaat koffie kon worden gezet.

Bovendien zorgde de Moka Express voor een essentiële verandering in de Italiaanse koffiecultuur. Koffie werd voordat de moka op de markt kwam vooral buitenshuis gedronken. Hoewel de Italianen nog steeds graag een bar binnenwandelen voor een kopje koffie, wordt er sinds de introductie van de moka veel meer koffie thuis genuttigd. Bijna tachtig jaar nadat de eerste moka werd gepresenteerd, is namelijk in 90% (!) van alle Italiaanse huishoudens zo’n koffiepotje te vinden. En hoewel er veel verschillende varianten op de markt zijn, is het mannetje met de snor alomtegenwoordig!

In Florence ontdekte ik, onder de galerij van Piazza della Repubblica, een winkel die geheel gewijd is aan het mannetje met de snor. Koffiepotjes in alle kleuren en maten, koffiekopjes, bewaarblikken voor gemalen koffie en koffiepads, lepeltjes, magneten… Je kunt het zo gek niet bedenken of het mannetje laat er zijn gezicht op zien. Zeker leuk om even een kijkje te nemen als je door de stad wandelt!

Voor iedereen die al in het gelukkige bezit is van een mannetje met de snor of een ander merk moka hierbij een handleiding aan de hand waarvan je de perfecte koffie uit een moka tovert.

*vul het onderste gedeelte van de moka met kraanwater, tot een klein stukje onder het veiligheidsventiel;

*plaats het filter in het onderste gedeelte en schep hier speciaal voor de moka gemalen koffie in (dit staat specifiek op de koffieverpakking), zonder aan te drukken;

*schroef de bovenzijde van de moka vast op de onderzijde met filter en zet de moka op laag vuur;

*zodra het water goed warm is, stroomt de koffie in het bovenste gedeelte van de moka;

*haal de moka pas van het vuur als de koffie begint te pruttelen – en klaar is je koffie!

Of zonder woorden, volgens de strip van het mannetje met de snor:

Voor een goede nazorg is het wel belangrijk te weten dat je een moka nooit in de vaatwasser mag afwassen. Spoel hem goed schoon met warm water en eventueel een klein beetje afwismiddel en droog alle onderdelen goed na. Dan smaakt ook het volgende kopje koffie hemels!

Meer lezen over de moka en andere Italiaanse koffiegewoonten? Kijk dan op het weblog van Martijn Bak van Agriturismo Partingoli, die ik tijdens mijn bezoek in oktober een beetje heb aangestoken met het blogvirus.

feb 03

Op 1 februari was het dubbel feest. Ciao tutti bestond die dag precies twee jaar, en terwijl ik digitaal de vlag uithing, ontving ik een aankondiging van de lancering van de blog van mede-Smaakschrijver Willemijn van Dijk: Orpheus kijkt om.

Nu wist ik stiekem al wel dat Willemijn plannen had voor een dagelijks blog. We hadden al eens zitten brainstormen over titels, mogelijke invalshoeken en onderwerpen, maar meer wist ik nog niet. Ik was dan ook blij verrast door de bijzonder originele naam, die gebaseerd is op een van de bijzonderste verhalen uit Ovidius’ Metamorphosen (voor de liefhebber 10:1-63).

Orpheus & Eurydice
In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Orpheus, de zoon van de god Apollo. Hij was een groot dichter, die veel prachtige frasen op zijn lier ten gehore bracht. Hiermee wist hij mensen en dieren vaak te betoveren. Volgens Ovidius was zijn muziek zelfs zo schitterend, dat zelfs bomen en rotsen de klank van zijn stem volgden en zich losrukten van hun vaste plek op aarde.

Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Voor het paar was echter geen lang en gelukkig leven weggelegd. De pasgetrouwde Eurydice werd namelijk op de huwelijksdag gebeten door een giftige slang, die haar pad kruiste toen ze op de vlucht was voor een ongewenste aanbidder. Eurydice stierf aan de beet en liet haar kersverse echtgenoot diepbedroefd achter.

Orpheus was zo ontdaan door het verlies dat hij naar de onderwereld afdaalde om de heerser van de onderwereld zijn verdriet te tonen, in de hoop dat Eurydice dan terug mocht keren. Met zijn muziek wist hij Pluto zo ver te krijgen dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Daarbij stelde Pluto echter één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar haar kijken tot ze de dodenwereld hadden verlaten.

Helaas, je voelt het natuurlijk al aankomen: op het laatste moment kon Orpheus zich niet bedwingen en keek hij om. Eurydice verdween voor altijd naar het rijk der doden – en Orpheus was ontroostbaar. Waarom had hij zo nodig om moeten kijken, waarom had hij zich laten verleiden door dat moois achter zich?

Orpheus kijkt om
Gelukkig voor ons kan Orpheus nu vrij omkijken naar alle moois dat achter ons ligt – en dat laat Willemijn hem elke dag doen. Op Oprheus kijkt om biedt ze je elke dag een blog over kunst en cultuur in het algemeen en die van de oudheid (en daarop geïnspireerde stromingen) in het bijzonder. Dagelijks kijk- en leesvoer, met tips voor oude en nieuwe boeken, mooie tentoonstellingen of films en bijzondere online ontdekkingen. Net als Orpheus’ liederen bestaan deze blog uit prachtige frasen, die de oudheid tot leven wekken. Willemijns Orpheus neemt heel de Romeinse oudheid mee terug uit de dodenwereld – en dit keer loopt deze missie goed af, waardoor iedereen kan genieten van leuke anekdotes, ontdekkingen en hoe belangrijk die nog in het heden (kunnen) zijn.

Naast de dagelijkse blogs is er bovendien een tentoonstellingsagenda zonder grenzen (met lopende exposities in Nederland en (ver) daarbuiten op het gebied van (kunst)geschiedenis en de klassieken, die je op je wenslijst kunt zetten) en een Klassieker van de Maand, die deze maand is gewijd aan Ovidius’ Metamorphosen.

Word je graag dagelijks even afgeleid door alles op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur? Breng dan elke ochtend niet alleen een bezoekje aan Ciao tutti, maar ook aan Orpheus kijkt om (of schrijf je in voor de nieuwsbrief, dan krijg je vanzelf een e-mail met de blogpost van die dag) – een beter begin van de dag kun je je niet wensen.

Elke dag een cadeautje
Nu ik al twee keer verrast ben met een prachtige Orpheus-mail op de vroege ochtend, begrijp ik pas dat mensen zo’n bericht in hun mailbox als een cadeautje zien. Trouwe lezers schreven me wel eens: Dank dat je me elke dag een cadeautje mailt! Het was echt geen valse bescheidenheid, maar ik dacht dan altijd: nou, cadeautje, ik schrijf gewoon graag. Nu, na een paar fijne cadeautjes van Orpheus, snap ik precies wat deze mensen bedoelden. Het is heerlijk om elke dag opnieuw een cadeau gemaild te krijgen, vol inspiratie, ideeën en interessante weetjes.

Willemijn schrijft in een van haar eerste blogs (Rome-tips uit de 19e eeuw): ‘Als je van geschiedenis (of een ‘retrospectieven gradenboog’ – zoals Couperus het in de door Willemijn geschreven blog noemt, SB) houdt, zoals ik, dan is het bestaan van een stad als Rome een cadeautje, dat je eeuwig kunt uitpakken zonder dat het ooit opraakt.’

Ik hoop dat Orpheus kijkt om voor veel lezers ook zo’n nooit oprakend cadeautje wordt dat je op elk moment van de dag uit kunt pakken. Ik kijk in elk geval al uit naar het volgende stukje morgenochtend. Zo was het niet alleen 1 februari dubbel feest, maar wordt het dat elke dag! Zowel het schrijven van een eigen blog over Italië als het lezen van Orpheus’ bijzondere ervaringen zorgen ervoor dat elke dag voortaan begint met een dubbel cadeautje. Daar gaan Willemijn en ik straks na het werk alvast even een prosecco op drinken, met een extra glas voor Orpheus!

Getagd met:
jan 25

In december vorig jaar berichtte de Volkskrant dat ‘historici van over de hele wereld een petitie hebben getekend waarmee ze willen voorkomen dat er verder wordt gezocht naar wat omschreven wordt als het beste werk van Leonardo Da Vinci ooit. Om erachter te komen of dat werk bestaat – en in welke staat het verkeert – moet namelijk geboord worden in een eveneens beroemd fresco dat in 1563 over de vermeende Da Vinci heen werd geschilderd.’

Nog steeds laaien de emoties hoog op als er over de vermeende Da Vinci wordt gesproken. Sommige onderzoekers willen het verloren werk dolgraag vinden en restaureren. Anderen vinden de beschadigingen die door de zoektocht worden toegebracht onaanvaardbaar. Wie er gelijk krijgt? Dat is afwachten. In de tussentijd een situatieschets.

Da Vinci kreeg in 1503 opdracht om een belangrijke slag uit de geschiedenis van Florence op de muur van het Palazzo Vecchio te vereeuwigen. Twee jaar later zette hij de eerste streken op de muur, maar al gauw bleek dat zijn nieuwe schildertechniek te wensen over liet. De verf droop van de muur en het was onmogelijk voor Da Vinci om het fresco zoals hij dat voor ogen had te voltooien. Althans, dat is het verhaal dat Vasari heeft opgetekend. Wetenschappers hebben deze conclusie altijd in twijfel getrokken en gaan ervan uit dat Da Vinci zijn werk weldegelijk heeft voltooid.

Het ontwerp van wat Da Vinci op de muur zou hebben willen schilderen, kennen we overigens niet precies. Er is wel nog een schets van Peter Paul Rubens van een deel van het werk, maar daarop kunnen de geleerden helaas weinig baseren. Ook de schetsen van krijgshoofden die Da Vinci waarschijnlijk voor dit werk maakte, onthullen niet meer dan Rubens’ schets.

Toen Da Vinci zijn fresco De slag om Anghiari al vijf jaar had verwaarloosd en het er steeds meer op leek dat hij het niet af zou maken, besloot Vasari om iets anders over Da Vinci’s werk heen te schilderen. Niet de strijd om Florence, maar de familie De’ Medici moest de hoofdrol spelen. Sinds 1563 tooit zijn werk een van de muren van het Palazzo Vecchio, op de plek waar dus ooit ruimte voor Leonardo Da Vinci was gereserveerd.

Maar wat is er met het werk van Leonardo gebeurd? Heeft Vasari het verwijderd? Is het overgeschilderd? Wetenschappers denken dat Vasari Da Vinci’s werk niet heeft durven weghalen, maar anders te werk is gegaan. Hij zou blanco muren voor de oude fresco’s hebben gezet, waarop hij heeft geschilderd. Het werk van Da Vinci zou in dat geval dan nog steeds in het Palazzo Vecchio te vinden zijn…

Radarbeelden hebben dit vermoeden bevestigd. Tussen de muur waarop Vasari zijn fresco heeft aangebracht en de wand die daar weer achter staat, zit namelijk wel wat ruimte. Reden genoeg voor de Amerikaanse kunsthistoricus Maurizio Seracini om op zoek te willen gaan naar de verloren Da Vinci. Deze Seracini wist de burgemeester van Florence ervan te overtuigen en kreeg toestemming om op zoek te gaan naar de verloren Da Vinci.

Omdat dat echter niet zonder slag of stoot kan, en het fresco van Vasari behoorlijk beschadigd raakt door het onderzoek, zijn andere historici het hier niet mee eens en tekenden ze de hier boven genoemde petitie. Als het onderzoek echter doorgaat, wordt met behulp van een speciale camera een soort verborgen pigment onthuld, waardoor men kan vaststellen of er een Da Vinci achter Vasari’s werk schuilt. Voor het zover is, moeten de onderzoekers echter eerst de petitie naast zich neerleggen. Ook moet er geld ingezameld worden om het onderzoek te kunnen financieren. Dat zal in de huidige tijd niet meevallen…

Toch zijn de meeste mensen nieuwsgierig. Ze wachten met smart op het onderzoek. Want wat als er inderdaad een Da Vinci achter de schildering van Vasari zit? Vasari stookt de boel ook nog wel een beetje op, zelfs na zijn dood. Hij heeft zijn eigen schildering namelijk gebruikt om een hint achter te laten, die zou verwijzen naar het werk van Da Vinci. In een van de vlaggen lezen we cerca, trova. Oftewel: wie zoekt, die vindt…

Getagd met:
jan 24

Florence kent naast de kale façade van de San Lorenzo, die ik jullie gisteren liet zien, nóg een kerk met een kale voorgevel. Daarvoor moeten we wel naar de wijk Oltrarno, aan de overkant van de Arno.

Daar vind je het gezellige Piazza di Santo Spirito, een plein dat wordt gedomineerd door de gele voorgevel van de Santo Spirito. Hoewel de kale voorgevel wellicht anders doet vermoeden, is deze kerk een van de mooiste van Florence. Michelangelo kwam er graag en Bernini zou zelfs ooit hebben gezegd dat hij deze kerk het mooiste godshuis ter wereld vond.

De kerk is gebouwd naar een ontwerp van Brunelleschi, net als de Duomo en de San Lorenzo. In eerste instantie wilde Brunelleschi de kerk met het gezicht naar de Arno aanleggen. De bewoners van de huizen op het stuk tussen het huidige plein en de rivier lagen echter lange tijd dwars, waardoor de plannen uiteindelijk werden gewijzigd.

In 1444 ging de bouw echt van start, maar twee jaar later overleed Brunelleschi plotseling en stokten de werkzaamheden, zoals ook bij de San Lorenzo het geval was. Hoewel de bouw in 1452 weer werd opgepakt, stokte de bouw al snel opnieuw, toen de kerk in maart 1471 werd verwoest door een grote brand.

De voormalige refter in het klooster links van de kerk, waar nu het museum Fondazione Salvatore Romano is gevestigd, is het enige deel van het originele ontwerp dat overeind is gebleven. Hier vind je prachtige fresco’s van Andrea Orcagna, met als onderwerp het laatste avondmaal en de kruisiging van Jezus, en werken van onder anderen Donatello en Ammannati. Het museum is vernoemd naar een Napolitaanse kunstliefhebber die zijn verzameling aan beelden aan het klooster schonk.

De kerk zelf herbergt een crucifix dat Michelangelo voor de abt van het klooster zou hebben gemaakt om hem te bedanken voor zijn verblijf aldaar. Volgens de overlevering zou Michelangelo van deze abt bovendien de mogelijkheid hebben gekregen de lijken van het bijbehorende hospitaal te bestuderen. Ook is er een prachtige Madonna met kind te zien van Filippino Lippi, die op de achtergrond de iets verderop gelegen Porta San Frediano heeft geschilderd.

Brunelleschi maakte ook een ontwerp voor de façade van de Santo Spirito, maar dit is nooit uitgevoerd. Na al die eeuwen is de voorgevel dus nog steeds heel kaal, net als die van de San Lorenzo. Hoewel deze simpele, gele voorgevel eigenlijk wel heel mooi staat, zeker in het zachte zonlicht, wordt er door de Florentijnen nog wel eens verlangend uitgekeken naar een nieuw ontwerp. In Caffè Ricchi, een koffiebarretje aan het Piazza di Santo Spirito, vind je een keur aan ontwerpen voor de gevel van de kerk, variërend van het logo van Gucci tot een fauteuil met een kat en een bord spaghetti. Kijk maar mee:

jan 18

De paardenrace van Siena is dan misschien de beroemdste, de palio van Buti is de eerste van het jaar! Op de eerste zondag na het feest van Sant’Antonio Abate, waar ik jullie gisteren over vertelde, is de strijd tussen de verschillende contrade, wijken, op zijn hoogtepunt. Dit jaar is dat op 22 januari, dus de voorbereidingen zijn al in volle gang!

Afgelopen zondag was de grote loting en dat ging gepaard met een hoop emoties. Uiteraard met een glimlach van oor tot oor en gejuich van de inwoners van de contrada als de wijk het geluk heeft als eerste uit de bus te komen; boosheid en zelfs tranen bij de bewoners van de wijk die de laatste plek moet innemen.

Zeker in deze laatste dagen wordt het hele dorp in gereedheid gebracht voor dit bijzondere evenement. Al weken wapperen vrolijke vlaggen in de wijken, maar nu hangt er bijna bij elk huishouden een vlag buiten. Het bestuur van de stad wordt voor even overgenomen door de capitani, degenen die aan het hoofd van een contrada staan. Iedereen praat over de race, speculeert over de uitslag en informeert naar het paard. Wordt het goed verzorgd? Zijn zijn hoefijzers netjes in orde?

Hoe dichter de zondag nadert, hoe meer de spanning stijgt. Net als in Siena worden ook hier in Buti de paarden naar de kerk van de contrada begeleid, waar ze worden gezegend en waar met de hele wijk wordt gebeden voor de overwinning. Kaarsjes worden opgestoken, kruisjes geslagen, Weesgegroetjes en schietgebedjes gepreveld. Zelfs als niet-inwoner voel je de spanning met de minuut stijgen deze week. Als ik door de straten van Buti wandel en de zeven verschillende contrade doorkruis, probeer ik me voor te stellen hoe het hier de rest van het jaar zal zijn. Is het stadje dan nog steeds zo strikt onderverdeeld? Komt de wijk dan nog steeds op de eerste plaats?

Ik vraag het aan een van de oude mannetjes die rond de stal van de wijk La Croce hangen. Zichtbaar trots knikt hij. Ja, de contrada is en blijft belangrijk. Ik moet het zo zien: het is je familie. En familie komt het hele jaar door op de eerste plaats, volgens deze bijna 80-jarige Giuseppe.

Hij vraagt of ik meer wil weten over de geschiedenis van de palio hier. Op mijn bevestigende antwoord trekt hij me mee naar zijn huis, twee deuren verderop. Er komt een heel oud fotoalbum op tafel, vol met knipsels en foto’s. Terwijl hij voorzichtig door het album bladert, vertelt hij over de eerste aanwijzingen van een paardenrace op deze plek. Die zou zijn geweest op 13 september 1848, maar er zijn ook aantekeningen gevonden van een eerste Sant’Antonio-feest op 14 januari 1805, waar paarden in optocht door het dorp werden geleid.

Hij wijst op een affiche, waarop te lezen staat:

‘Buti sarà diviso in sei contrade , ognuna delle quali farà capo ad una delle sei Chiese di cui il paese si onora : Chiesa Pievania – Chiesa di San Francesco – Chiesa di San Rocco – Chiesa dell’Ascensione – Chiesa di San Nicolao – Cappella delle Case Popolari’

Hiermee werd op 15 december 1960 het dorp ineens in zes wijken onderverdeeld, met elk een eigen kerk, die vanaf dat moment allesbepalend zouden zijn:

* Pievania, met als wapen een wit kruis op een azuurblauwe ondergrond
* San Francesco, met een zwart/geel wapenschild
* San Nicolao, met een zwart/wit schild
* San Rocco, met een rood/wit wapenschild
* Ascensione, met een groen/zwart schild
* La Croce, met een rood/zwart schild

Die kleuren zie je overal in het dorp terug, en ook in het fotoalbum maken de zwart-witfoto’s langzamerhand plaats voor deze kleuren. Uiteraard overheerst het rood/zwart van La Croce, want alle overwinningen en bijzonderheden worden in het album breed uitgemeten. Ook nu nog, tijdens het voor de zoveelste keer doorbladeren van het beduimelde album, wordt Giuseppe af en toe emotioneel. Met tranen in zijn ogen aait hij de foto van een paard dat succesvol is geweest, en hij zucht diep. Dit gaat inderdaad verder dan deze feestdag, het is pure en oprechte liefde voor en loyaliteit aan een wijk, een familie, een historie.

Ik mag dan ook pas weggaan als ik beloof een kaarsje op te gaan steken voor zijn wijk, en zondag, vanuit Florence, zal bidden voor een goede afloop. Als jullie dat nu ook doen, dan kan Giuseppes palio niet meer stuk!

Getagd met:
jan 07

Vandaag reizen we naar Pisa, vanwaar ik jullie de komende dagen zal berichten. Pisa staat uiteraard bekend om de scheve toren, maar wie wat langer in de stad verblijft, ontdekt dat de stad veel meer heeft te bieden, op cultureel, culinair en creatief gebied. We beginnen met de bekendste inwoner van de stad: Galileo Galilei. Adam Hart-Davis neemt ons in zijn boek Het verhaal van de tijd mee terug in de tijd, naar het Pisa van Galileo Galilei:

‘Galileo di Vincenzo Bonauti de Galilei werd op 15 februari 1564 in Pisa geboren. Hij werd een wereldberoemd wetenschapper. Eerst bestreed hij met succes de opvattingen van Aristoteles over de wetenschap van vallende objecten, vervolgens bestudeerde hij de hemel met een telescoop en ontdekte de manen van Jupiter. Toen hij Copernicus steunde in diens theorie dat de zon het middelpunt van het universum was, en niet de aarde, kwam hij in de problemen met de kerk en moest hij de laatste vijftien jaar van zijn leven onder huisarrest doorbrengen.

Galileo was een van de eerste westerse wetenschappers die niet alleen de wijsheden uit de klassieke oudheid in twijfel trokken, maar die ook experimenteerden om hun theorieën te testen. Het verhaal gaat dat Galileo als medisch student in Pisa in 1582 op een dag zoals gebruikelijk naar de duomo ging, de kathedraal naast de scheve toren. Het is een indrukwekkend bouwwerk, met adembenemende schilderingen, maar hij had ze al zo vaak gezien en de preek was lang en saai. Het viel hem op dat de grote bronzen lamp van de kerk door de tocht heen en weer slingerde aan de lange ketting, en om de tijd te doden mat hij hoe snel de lamp slingerde, met zijn hartslag als maatstaf.

Eerst bewoog de lamp nauwelijks, een paar centimeter elke kant op, en ging hij in 9 of 10 hartslagen heen en weer. Toen ging er iemand naar buiten en liet de deur openstaan. Door de toenemende tocht slingerde de lamp in een steeds wijdere boog, tot hij minstens 2 meter elke kant uit zwaaide. Hij timede opnieuw en merkte tot zijn verbazing dat een volledige slinger nog steeds 9 tot 10 hartslagen duurde.

NB: Er hangt nog altijd een grote bronzen lamp aan een ketting, maar helaas is hij aan de muur verankerd, waardoor hij niet meer kan slingeren in de tocht.

de lamp die Galileo in de Duomo van Pisa heen en weer zag zwaaien

de huidige lamp in de Duomo van Pisa

Thuis hing Galileo een gewicht aan een stuk touw en bestudeerde het gedrag van deze eenvoudige pendule. Eerst bevestigde hij zijn observatie uit de duomo dat de pendule altijd in dezelfde tijd heen en weer slingert, ongeacht de lengte van de slingering. Daarna toonde hij aan dat de massa van het gewicht er niet toe doet: een gewicht van 200 gram heeft dezelfde snelheid als een gewicht van 100 gram.

Schets van pendule van Galileo Galilei

Hij ontdekte ook dat de lengte van het touw wel van belang is: hoe langer, hoe langzamer de pendule. De duur of ‘periode’ van de slingering is evenredig aan de wortel van de lengte: een vier keer zo lange pendule heeft twee keer zo lang nodig voor een slingering.

Galileo gebruikte die kennis om een kleine, draagbare hartslagmeter te maken: een gewicht aan een touwtje dat van een houten standaard van ongeveer 20 centimeter hoog hing, waarbij hij de lengte van het touw kon variëren. Als medisch student gebruikte hij dit om de hartslag van zijn patiënten te meten. De pendule slingerde op de maat van de hartslag heen en weer. Vervolgens kon hij de snelheid van de hartslag afmeten aan een graadmeter op de standaard. Daar stond waarschijnlijk zoiets als ‘snel’, ‘gemiddeld’ of ‘langzaam’, want hij had geen nauwkeurige klok. De medische autoriteiten beseften het nut van het apparaat en stalen het idee van hem, zonder hem de eer te gunnen.

Galileo besefte dat de pendule een goede regulateur kon zijn voor een mechanische klok, omdat de slingering zo regelmatig is. Hij ontwierp ook een klok, maar pas aan het eind van zijn leven, toen hij onder huisarrest stond in zijn villa in Arcetri en langzaam blind werd. Hierdoor kon hij de klok nooit voltooien. De eerste penduleklok werd vijftien jaar later gemaakt door de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens.’

Meer lezen over tijd?
Waarom zitten er 365 dagen in een jaar? Of 60 minuten in een uur? Is het mogelijk om in de tijd te reizen? Waarom wil iemand een triljoenste van een seconde kunnen meten? En hoe zijn ruimte en tijd met elkaar verbonden?

Je kunt het niet zien, voelen of ruiken, maar het beheerst ons leven en alles om ons heen. Het kan met verbazingwekkende precisie worden gemeten, maar varieert ook van plek tot plek en wordt langzamer naarmate je hoger komt. Als we snel genoeg konden reizen zou het helemaal stoppen en misschien zelfs wel teruggaan…

Het verhaal van de tijd is een compleet boek over een van de meest belangrijke, fascinerende, paradoxale en hersenbrekende onderwerpen die er zijn. Het behandelt elk aspect van de tijd: hoe het werkt in de natuur, het belang ervan in religie en filosofie, hoe we het meten, en hoe belangrijk het is geweest voor wetenschappers die het heelal en alles daarbinnen probeerden te begrijpen.

Het verhaal van de tijd
Adam Hart-Davis
ISBN 9789059564152
€ 29,95
Fontaine Uitgevers

Zelf bij de tijd blijven?
Heb je aan het begin van het nieuwe jaar het goede voornemen gemaakt om nooit meer te laat te komen? Met deze Italiaanse horloges ben je altijd bij de tijd! De O Clock horloges zijn een ontwerp van het Italiaanse Full Spot, een jong, dynamisch bedrijf die hun producten ontwerpen en produceren in Italië.

Althans, een deel van het ontwerp is van hun hand. Als nieuwe eigenaar van het horloge kun je namelijk zelf ook nog een bijdrage leveren! Kies je eigen kleur wijzerplaat en polsbandje en je hebt een uniek horloge! Er is keuze uit 20 verschillende kleuren, dus voor elk wat wils. De horloges worden geleverd in een mooi cadeaublikje.

Een O Clock horloge (polsband en uurwerk) is al verkrijgbaar vanaf € 25, inclusief cadeaublikje. Losse uurwerken kosten € 20 (en een wit uurwerk slechts € 15). Losse polsbandjes zijn verkrijgbaar voor € 10. Bestellen kan online!

jan 04

Voor het maken van een perfecte tekening moet je niet alleen de verhoudingen van de Mens van Vitruvius kennen, zoals we gisteren zagen, maar ook de gulden snede voor ogen houden. Deze gulden snede is een stukje eeuwenoude wiskunde. De gulden snede of divina proportia (goddelijke proportie) geeft de perfecte verhouding tussen lijnen aan.

Bij de gulden snede verhoudt het grootste van de twee delen zich tot het kleinste, zoals het gehele lijnstuk zich verhoudt tot het grootste. Geven we het grootste deel aan met a en het kleinste deel met b, dan is de verhouding van beide zo dat a:b = (a+b):a. De gulden snede wordt afgekort met de Griekse letter φ (phi) en is in getallen uitgedrukt ongeveer gelijk aan 1,618.

De gulden snede komt prachtig terug in de rij getallen die de wiskundige naamgenoot van Leonardo Da Vinci, Leonardo van Pisa, in 1202 optekende. Leonardo van Pisa, die meestal Fibonacci werd genoemd (naar figlio di Bonaccio, zoon van Bonaccio, goedzak, de bijnaam van Fibonacci’s vader), publiceerde in dat jaar zijn Liber Abaci (‘Het boek van de abacus’) over algebra en de Arabische cijfers. Hiermee introduceerde hij dit cijferstelsel in Europa.

In datzelfde boek publiceerde hij de zogenaamde Fibonacci-rij, waarin elk element van de rij de som van de twee voorgaande elementen vormt, beginnend met 0 en 1. De rij blijkt interessante eigenschappen en verbanden te bezitten met onder andere de gulden snede. Het eerste deel van de rij ziet er als volgt uit: 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, 610, 987, 1597, 2584, 4181, 6765, 10946, …

De rij van Fibonacci zit vol met eigenaardigheden. Zo is elke optelsom van tien opeenvolgende getallen uit de reeks deelbaar door elf. Om de zestig getallen wordt het laatste cijfer herhaald.

Als je de quotiënten van twee opeenvolgende Fibonacci-getallen op een rij zet, zie je iets opmerkelijks: 1/1 = 1; 2/1 = 2; 3/2 = 1,5; 5/3 ≈ 1,667; 8/5 = 1,6; 13/8 = 1,625; 21/13 ≈ 1,615; 34/21 ≈ 1,619; 55/34 ≈ 1,618; 89/55 ≈ 1,618. Deze quotiënten naderen een vaste waarde. Hoe verder je komt in de rij van Fibonacci, hoe dichter het quotiënt van twee opvolgende getallen in de buurt komt van φ, het gulden-snede-getal.

Konijnenparen
De rij van Fibonacci wordt vaak ook uitgelegd aan de hand van de groei van een konijnenpopulatie. Nu heb ik maar één konijn als huisdier, maar stel dat je twee konijnen (een mannetje en een vrouwtje) in een afgesloten hok zet. In de eerste maand heb je dus één paar. Na een maand zijn de konijnen volwassen en kan het vrouwtje jongen krijgen. De draagtijd is een maand. In de tweede maand heb je dus nog steeds één paar. Het vrouwtje krijgt een mannetje en een vrouwtje. In de derde maand heb je dus twee paren. Dat vrouwtje kan ook na een maand jongen krijgen. Er gaan geen konijnen dood en elk konijnenpaar krijgt elke maand een mannetje en een vrouwtje. Hoeveel konijnen heb je dan na een jaar? Precies; het aantal konijnenparen in een maand groeit dan precies volgens de Fibonacci-reeks: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, ….

De gulden snede komen we elke dag tegen, vaak onbewust. De reeks is bijvoorbeeld aanwezig in een dennenappel, een schelp, in ons eigen lichaam en in de kunst. Waarom vind je bijvoorbeeld het ene schilderij mooier of beter dan een ander? Volgens de Italiaanse wiskundige Pacioli (1445-1517) komt dat vooral doordat de ene schilder de wetten van de wiskunde beter volgt en gehoorzaamt dan de ander. De verdeling van ruimtelijke vlakken op het doek ligt volgens Pacioli geheel en al vast in wiskundige verhoudingen, zoals de gulden snede. Hij ging zelfs zo ver dat hij de schilderkunst tot wiskundige figuren en vergelijkingen probeerde terug te brengen.

Dat biedt perspectief voor mij, want ik ben heel wat beter in wiskunde dan in het schetsen en schilderen… Wie de geheimen van Fibonacci wil doorgronden, moet ook even dit filmpje op Youtube kijken. Erg inspirerend!

jan 03

Na het zien van alle schetsen en tekeningen van Da Vinci die nog tot eind januari in Turijn tentoon worden gesteld, zou ik niets liever dan een potlood en schetsboek ter hand nemen en een poging doen in de buurt van deze kunstenaar te komen. Helaas krijg ik woorden veel gemakkelijker op papier dan lijnen, schetsen en schaduwen – en vormen ze ook een veel natuurlijker en aangenamer geheel dan mijn artistieke gestuntel.

Gelukkig geniet ik ondanks het magere resultaat van het schetsen zelf, van het proces dat begint met een maagdelijk leeg vel papier en dat langzamerhand je gedachten overneemt. Niets heerlijker dan mijmerend schetsen, ook al is het resultaat niet om aan de muur te hangen – en zeker niet naast een echte Da Vinci.

De meester biedt echter wel veel inspiratie en, zeker voor wie iets meer tekentalent heeft dan ondergetekende, leerzame lessen in de teken- en schilderkunst. Zo biedt een van zijn beroemdste tekeningen, De Mens van Vitruvius, een perfecte manier om het tekenen van mensen onder de knie te krijgen.

De regels voor de tekening bedacht Da Vinci overigens niet allemaal zelf; hij baseerde zich op het tiendelige handboek voor de bouwkunde van de Romeinse architect Vitruvius, De architectura geheten. Reeds in de eerste eeuw voor Christus tekende deze architect de regels voor een perfect menselijk lichaam op. Volgens Vitruvius heeft een menselijk lichaam bepaalde vaste verhoudingen, zoals:

*een perfecte handpalm is vier vingers groot
*de afstand van de kin tot aan de top van het voorhoofd staat gelijk aan een tiende van de lengte van het gehele lichaam
*een perfecte voet meet een zesde van de totale lichaamslengte
*de navel is exact het middelpunt van het menselijk lichaam
*de lengte van beide uitgestrekte armen dient gelijk te zijn aan de totale lichaamslengte

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, mag je een lichaam een perfect lichaam noemen. Dan gaat ook op wat Da Vinci met zijn Mens van Vitruvius zo mooi uitbeeldt: ‘Als een mens met uitgestrekte armen en benen op zijn rug ligt en het middelpunt van een cirkel precies op zijn navel gelokaliseerd wordt, dan zullen zowel zijn vingers als zijn tenen de omtrek van de cirkel raken.’

Tegenwoordig is De Mens van Vitruvius te bewonderen in de Galleria dell’Accademia in Venetië, maar oorspronkelijk maakte de tekening deel uit van de in totaal circa 60 illustraties die Da Vinci maakte voor Divina proportione, een verhandeling van de wiskundige Luca Pacioli over de juiste verhoudingen op zowel wiskundig als artistiek vlak. Hierin komt ook de gulden snede uitgebreid aan de orde, maar daarover morgen meer. Eerst eens kijken of we vandaag nog een paar mooie schetsen op papier krijgen, naar voorbeeld van deze volledig perfecte Vitruvius-man…

dec 20

Voor zover bekend is Artemisia Gentileschi de enige vrouw die een beroemde Annunciatie heeft geschilderd. Artemisia werd geboren in Rome, waar ze van haar vader, Orazio Gentileschi, leerde hoe ze het penseel moest hanteren. Op advies van haar vader ging ze in de leer bij Agostino Tassi, een schilder die voornamelijk landschappen vastlegde.

Tassi leerde Artemisia de kunst van het perspectief, maar maakte misbruik van zijn positie als leraar. Hij misbruikte Artemisia en zou haar vader hebben bestolen. Na een langdurig en ingewikkeld proces werd Tassi weliswaar voor korte tijd achter de tralies gezet, maar voor Artemisia was er al te veel verloren gegaan. Ze keerde Rome de rug toe en trouwde met de Florentijn Pierantonio Stiattesi, met wie ze naar Florence trok.

Hier werd ze in 1616 als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno, de meest vooraanstaande kunstacademie. Artemisia schilderde in de stijl van Caravaggio en maakte net als hij veel gebruik van chiaroscuro, een schildertechniek waarbij het contrast tussen licht en donker wordt uitvergroot.

In Florence schilderde ze een aantal van haar beroemdste werken, waaronder Judith onthoofdt Holofernes (nog steeds te zien in de Galleria degli Uffizi) en Maria Magdalena (te bewonderen in het Palazzo Pitti). Toch bracht ook Florence haar geen geluk. Haar huwelijk met Pierantonio Stiattesi liep stuk en ze keerde terug naar Rome, vanwaar ze naar Venetië en Napels reisde. Hier schilderde ze naar alle waarschijnlijkheid haar Annunciatie, die bovenaan dit stukje prijkt, met twee krachtige vrouwenfiguren en een prachtig spel van licht en donker.

Deze Annunciatie is in het bezit van het Museo di Capodimonte in Napels. Volgens een aantekening van Suor Plautilla Nelli zouden er nog twee Annunciaties moeten bestaan, die in het bezit zouden zijn van twee rijke Florentijnse dames. Daarover is echter helemaal niets terug te vinden; voor zover bekend is het bovenstaande doek de enige Annunciatie van Artemisia’s hand.

Wie meer werken van Artemisia Gentileschi wil zien, kan nog tot en met 29 januari 2012 terecht in het Palazzo Reale in Milaan, waar de tentoonstelling Artemisia Gentileschi – Storia di una passione gewijd is aan het werk van Artemisia. De tentoonstelling laat vooral werken zien uit vier verschillende fasen van Artemisia’s leven: haar tijd in Rome, met haar vader als leraar, haar tijd in Florence, haar terugkeer in Rome en de laatste jaren van haar leven in Napels, waar ze in 1653 overleed.

Wie geen gelegenheid heeft de tentoonstelling te bezoeken, kan gratis de unieke app Artemisia Gentileschi (voor iPhone en iPad) downloaden. De app is namelijk niet alleen een audioguide voor de tentoonstelling, maar tevens een ontdekkingsreis door het leven en de werken van Artemisia.

Je zit als het ware aan Artemisia’s bureautje en kan haar spulletjes, kaarten en geschriften aanraken. Zo leer je haar kennen, als vrouw en als schilder. Haar verhaal komt in woord en beeld tot leven, haar passie, doorzettingsvermogen en talent spatten van het scherm af. Dankzij de moderne techniek duik je als het ware in haar werk en kun je inzoomen tot je zelfs de kleinste details kunt zien.

Wie nog dieper in het leven van Artemisia wil duiken, moet de boeiende roman lezen die Susan Vreeland over deze opzienbarende kunstenares schreef, maar daarover morgen meer!

dec 19

Nadat Simone Martini de Annunciatie in bladgoud voor de Duomo van Siena had voltooid, vertrok hij naar Avignon. Een van de eerste schilderingen die hij daar zou hebben gemaakt, is het Orsini Polyptiek. De opdracht voor dit draagbare reisaltaar kreeg Martini van kardinaal Napoleone Orsini, die in die tijd eveneens in Avignon woonde en werkte.

Het altaar bestond oorspronkelijk uit acht panelen. Twee panelen bevatten het wapen van de Orsini-familie, twee panelen beeldden de Annunciatie uit (Martini schilderde de engel op het ene paneel, Maria op het andere) en de vier overige panelen waren scènes van de kruisweg. De acht panelen zijn helaas niet meer bij elkaar en bevinden zich nu in drie verschillende musea (het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Louvre in Parijs en de Staatliche Museen in Berlijn).

Gelukkig is de Annunciatie nog compleet. Beide panelen zijn te bewonderen in Antwerpen, normaal gesproken in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, maar tot eind 2012 bij de tentoonstelling Vijf eeuwen beeld in Antwerpen, in het nieuwe Museum Aan de Stroom (MAS). De taferelen van de Annunciatie zijn op de achterkant van de Kruisweg-panelen geschilderd. Zo bevindt Maria zich op de achterkant van Calvarie, en staat aartsengel Gabriël met zijn rug tegen Kruisafneming. Hoewel Martini Maria nog steeds als bedeesd en een beetje angstig afbeeldt, is haar houding niet meer zo sterk als op de Annunciatie die we gisteren zagen.

Martini toont zich een meester in detail. Kijk maar eens naar de prachtig versierde rand van Maria’s mantel, of naar de rand die zowel om de afbeelding van de engel als om die van Maria is geschilderd.

Martini’s oog voor detail komt overigens bij de overige taferelen nog sterker tot uiting. Links op Calvarie schilderde hij de Romeinse soldaat Longinus, die de zijde van de gekruisigde met zijn lans doorboort. Opvallend zijn de uitgesproken emoties van Maria Magdalena aan de voet van het kruis en de vrouwen die zich links om Maria bekommeren. De klemtoon ligt op het fysieke, zichtbare lijden en niet op de geestelijke smart. Dezelfde expressiviteit zien we terug bij de toeschouwers op het tafereel Kruisafneming. Hier zien we, knielend aan de voet van het kruis, bovendien de opdrachtgever van het altaar, kardinaal Napoleone Orsini.

Het zou fantastisch zijn om de acht panelen nog eens samen te zien, maar zo vlak voor Kerstmis kun je in Antwerpen in elk geval genieten van de helft van de panelen, met als hoogtepunt de Annunciatie. Een klein stukje Italië dicht bij huis!

preload preload preload