feb 05

Het weer van de laatste dagen is voor de meeste mensen nu niet de beste omstandigheid voor een grote coupe ijs. Mij mag je echter altijd wakker maken voor een gelato, hartje zomer en hartje winter, ’s ochtends vroeg of laat op de middag, na het eten of nog net voor het slapengaan…

Een van de eerste dingen die ik in Italië dan ook vaak onderneem, is een wandeling naar een gelateria, om een ijsje te bestellen en te genieten van de aanblik van al die bergen ijs. Ik kan me ontzettend verheugen op een bolletje meringue-ijs bij San Crispino in Rome, op een chocolade-ijsje bij Vestri in Florence, op het pijnboompittenijs van Sergio in San Gimignano of op een van de heerlijke sorbetsmaken in Venetië.

Maar ook in eigen land kan ik de verleiding niet weerstaan. Dolgelukkig was ik dan ook toen we vorig jaar bij De Smaak van Italië een heuse ijstest organiseerden, waarvoor ik wekenlang ijs mocht eten, veel ijs! Voor wie het verslag van die test gemist heeft; hierbij de link naar mijn verhaal over onze smaakreis naar het zuiden des lands.

We kwamen tijdens het proeven uiteraard ook terecht bij Roberto Gelato in Utrecht. Eerder was ik daar al eens geweest voor een stukje voor Ciao tutti over deze bijzondere ijsbereider, die zelf maar liefst zes bolletjes ijs per dag eet (dat stukje vind je hier). Een bezoek aan deze ijssalon is ’s zomers echt een must. Ik word elke keer weer vrolijk van al die heerlijke smaken ijs, maar vooral van Roberto en zijn vrouw Carlina, die met zoveel passie en plezier achter de ijsmachine staan.

Ik sprong dan toen ook een gat in de lucht toen ik vorige week van uitgeverij Miller Media de vraag kreeg of ik het nieuwe ijsboek van Carlina wilde redigeren. Ze konden mij geen groter plezier doen dan me een paar dagen lang in ijs te laten duiken, en dan ook nog op dit niveau… Een meer dan smakelijk vooruitzicht.

Het boek verschijnt in april, maar voor jullie vandaag alvast een voorproefje:

IJs eten is altijd feest, maar ijs maken, serveren en trakteren ook. IJs heeft iets magisch en wie is er niet gek op? Carlina De Lorenzo van de bekende Utrechtse ijssalon Roberto Gelato laat zien hoe je heel makkelijk zelf ijs kunt maken. Met oude Italiaanse familierecepten en nieuwe bereidingen van roomijs, sorbetijs, ijslolly’s en ijstaarten. Van traditionele, tot oer-Hollandse en heel eigentijdse en gekke smaken. Voor elke gelegenheid is er ijs. Als het lekker warm is, als het feest is, of gewoon omdat het ontzettend lekker is (altijd dus, voor mij althans!).

Carlina De Lorenzo komt uit een echte ijsfamilie, die zich vanuit de Italiaanse Alpen over Europa verspreidde tot in Rusland. Carlina’s grootvader begon in 1928 de eerste ijssalon in Nederland en haar vader had een bekende ijszaak aan de Oude Gracht in Utrecht. Carlina is gecertificeerd ijsspecialist en samen met haar man Roberto runt ze ijssalon Roberto Gelato in Utrecht. Voor kinderen schreef ze eerder het boek Lekker! IJs.

Zodra het boek straks gaat verschijnen, zal ik uiteraard hier op Ciao tutti een recept prijsgeven. Wie na het lezen van dit verhaal vandaag al aan het ijs wil, verwijs ik naar een eerder recept voor Nutella-ijs dat ik op Ciao tutti plaatste. Het is vandaag, 5 februari, namelijk Wereld Nutella Dag – een extra feestelijke reden voor een ijsje dus!

jan 30

Het leukste van reizen is dat je altijd en overal nieuwe mensen ontmoet. Vrolijke mensen, inspirerende mensen, diepzinnige mensen, maar in elk geval mensen met wie er een klik is en die je blik op iets anders vestigen dan je gewoon bent. Het leuke van bloggen is dat je regelmatig, al dan niet virtueel, andere bloggers ontmoet en discussieert over wat je nu precies wil doen, wil bereiken, wil delen.

Het allerleukste is natuurlijk een ontmoeting met een blogger die net als ikzelf een passie heeft voor Italië en eten. Dan loopt een ontmoeting van een uur al snel uit op een hele avond eten, drinken en praten. Veelal over eten en drinken, maar ook over wat er nou zo leuk is aan schrijven over iets wat veel mensen leuk en lekker vinden. Of over nieuwe restaurantjes, recepten, ingrediënten…

Zo geschiedde ook in Florence. Tijdens mijn vorige verblijf hier had ik al een groot aantal leuke, inspirerende mensen mogen ontmoeten. Die wilde ik nu dus graag weer even allemaal zien en spreken en er het liefst ook nog mee eten. In een simpele osteria, gewoon thuis aan de keukentafel of bij een trippa-kraampje; deze ontmoetingen laten je de diversiteit van een stad zien, op elke denkbare manier, dus ook culinair.

Terwijl ik terug wandelde van een uitgebreide lunch, zag ik op de stoep van ‘ino, in de buurt van het Piazza della Signoria, drie koks poseren voor een blonde dame. Mijn nieuwsgierigheid dwong me even halt te houden en te vragen wat ze daar zo buiten deden. De koks wezen naar de fotografe en vertelden dat ze moesten poseren voor haar blog. Daar wilde ik meer van weten, dus we verhuisden naar binnen, waar we onder het genot van lekkere hapjes en een goed glas wijn uitgebreid kennis maakten.

De fotografe bleek Vlaamse te zijn, maar al een hele tijd in Florence te wonen en te werken. Ze fotografeert graag eten, maar ook alles wat daarmee verband houdt. In Italië heeft Sofie, zoals deze medeblogger heet, dus aan het goede adres. Want waar kun je nu beter schrijven over eten? Waar kun je zo’n mooie foto’s maken van ingrediënten, opgemaakte borden, enthousiaste producenten en bedreven koks?

Sofie is dol op lekker eten en bovendien erg nieuwsgierig naar wat er allemaal achter dat eten zit. Is extra vergine olijfolie inderdaad lekkerder dan gewone olie? Waarom kun je nooit genoeg ijs eten? Welke mensen zitten achter de lekkerste kaas, de beste wijn, het mooi opgemaakte bord?

Om antwoord te vinden op al deze vragen gaat Sofie regelmatig op pad. En daarvan doet ze, gelukkig voor ons, uitgebreid verslag op haar blog, The Curious Eater. Als nieuwsgierige eter verzamelt ze hier de beste adressen, uiteraard vergezeld van de mooiste foto’s, allemaal van eigen hand.

Ik was natuurlijk erg benieuwd naar wat ze over ‘ino zou schrijven, ook omdat dit bijzondere culinaire adresje een plek krijgt in de reisgids De smaak van Florence, die in april verschijnt en waarvoor ik nu de laatste adressen check, hier in Florence. Zou ze er net zo enthousiast over zijn als ik? Je leest het via deze link ophaar blog, maar ik zal jullie alvast verklappen dat ze minstens net zo laaiend enthousiast is als ik.

Dus als jullie de volgende keer in Florence zijn en rond lunchtijd een fijn adresje zoeken voor een heerlijk broodje, ontwijk dan de drukke tentjes rondom het Piazza della Signoria en duik de Via dei Georgofili in, net naast de Galleria degli Uffizi. Hier maken de koks van ‘ino elke dag tussen 11 en 17 uur een goddelijk broodje voor je klaar. Zeker als jullie hen de groeten doen van Saskia en Sofie, of ze straks de gids De smaak van Florence laten zien!

Kijk voor nog meer heerlijke tips van Sofie op haar blog lezen, www.thecuriouseater.com. Een indruk van haar fotografie krijg je via haar website http://sofiedelauw.com/. Veel lees-, kijk- en eetplezier!

Getagd met:
jan 22

Als ik bij vrienden ga eten, durven ze me vaak geen Italiaanse maaltijden voor te schotelen. De reden? Ze denken dat ik al die pasta wel moe zal zijn en graag eens iets anders eet. Of ze durven het niet aan omdat ze denken de kwaliteiten van een Italiaanse kok niet te kunnen evenaren. Gelukkig ben ik niet zo’n lastige eter en laat ik me ook graag boerenkoolstamppot of couscous voorschotelen, maar het is wel bijzonder te merken dat ik – een enkele uitstekende uitzondering daargelaten – nooit een bord pasta of risotto geserveerd krijg.

Of ik zo kritisch ben? Tja, het perfect al dente koken van pasta luistert natuurlijk ook nogal nauw en wie me ooit een cappuccino voorschotelde na het avondeten doet dat geen tweede keer meer ;-) Maar eten bij vrienden gaat toch vooral om het gezellig samen eten, en dan neem ik veel meer voor lief dan als ik in Italië rondreis om trattoria’s, wijnbarretjes en ijssalons te beoordelen.

En bovendien, achter mijn fornuis gaat er ook wel eens iets mis. Ik herinner me nog een tagliatelle met room waar toch echt iets te veel peper overheen was gedraaid (mea culpa). Zelf verse pasta maken en die dan groen kleuren met spinazie; don’t try this at home.

Soms duurt het ook even voor je iets onder knie hebt. De eerste keer dat ik arancini, gefrituurde risottoballetjes, maakte (iets waar ik inmiddels gelukkig bedreven in ben, want ze zijn zóó lekker) staat me ook nog goed voor de geest. Ik was veel te ongeduldig en liet de risotto niet goed afkoelen, waardoor de balletjes eenmaal in de olie uit elkaar vielen en elke korrel gefrituurd werd.

Maar goed, terug naar het eten bij vrienden. Twee weken geleden werd ik uitgenodigd door mijn ‘oppaskinderen’ (inmiddels 20, 19 en 17 jaar oud) om Italiaans te komen eten. Tijdens het oppassen lang geleden, toen de rollen nog omgedraaid waren en ik ze stukjes brood, pap en andere voedzame dingen probeerde te laten eten, waren ze al dol op samen in de keuken staan en ‘lekkere dingen’ maken. We maakten ooit een tiramisù die ik zonder de slagkracht van de jongste niet meer zo lekker krijg.

Tijdens het etentje zou er iets op het menu staan dat ik nog nooit had gegeten. Toen ik dit de laatste keer hoorde, kreeg ik pens en uier voorgeschoteld (zie mijn blog van 1 november 2011), dus ik was op zijn zachtst gezegd een beetje wantrouwend. Maar deze noviteit was gelukkig een stuk onschuldiger: pasta van een meter lang!

Deze ‘superspaghetti’ is afkomstig uit de Abruzzen en via een biologische winkel in de keuken van Vivianna, Hellen en Edouard beland. Hier lag hij trots te pronken, te midden van allemaal lekkere hapjes die de eerste honger na een lange reis konden stillen.

Maar eigenlijk waren we veel te ongedurig om die spaghetti nog langer te laten wachten. Voor het geval het mis zou gaan tijdens het koken en de spaghetti zou breken of wonderbaarlijk zou krimpen, legden we de lengte van deze spaghetti (die zoals Vivianna terecht opmerkte wel iets wegheeft van een wichelroede) op de gevoelige plaat vast, waarvan akte:

De mouwen werden opgestroopt, een flinke pan water werd aan de kook gebracht en daar ging de meterslange spaghetti… Heel voorzichtig lieten we hem in de pan zakken en zijn draai vinden, zodat alle slierten van een meter goed gaar konden worden. De aanbevolen kooktijd was 10 minuten, maar we bleven er met onze neus bovenop staan om ervoor te zorgen dat er geen dikke spaghettibrij ontstond.

Wonder boven wonder kwam de pasta nog heel uit het vergiet en konden we ook de verse pesto erdoorheen roeren zonder de magische lengte van een meter te verbreken. Waar we echter geen rekening mee hadden gehouden: de pasta moet vanuit de schaal dan ook een beetje leuk op een bord worden geschept. Dankzij de enorme lengte en de zwaartekracht was dat bepaald geen sinecure.

De spaghettislierten die je bovenop pakte, liepen immers door tot helemaal onderin de schaal. Uiteindelijk moest zelfs de schaar eraan te pas komen om iedereen van een portie te voorzien. En dan hebben we het maar niet eens over het draaien van de spaghetti aan je vork, wat zoals onderstaande foto’s laten zien Lady en de Vagebond-achtige taferelen opleverde. Ook was een behoorlijk elastische mond vereist…

Al met al een experiment dat zeker voor herhaling vatbaar is, die meters pasta. Ik zal de komende tijd in Florence goed uitkijken naar deze superspaghetti!

Getagd met:
jan 10

Via De Smaak van Italië maakte ik kennis met Ridder Drost, die na de havo naar Italië trok om olijven te gaan plukken. Ridder:Ik heb een tijdje olijven geplukt bij een kleine boer, gewoon, zonder opsmuk. Daarnaast gaf ik olijfolieproeverijen aan toeristen. Zij bleken zo enthousiast over de olijfolie uit de boomgaard, dat mij vaak werd gevraagd om flesjes naar Nederland toe te sturen. Zo kwam ik op het idee om zelf iets met olie te gaan doen.

Enige tijd na mijn start merkte ik dat klanten moeite hadden om de Italiaanse teksten op het etiket te begrijpen. Als de olijfolie werd geproefd erkenden ze de kwaliteit, maar het was moeilijk om ervoor te zorgen dat ze het gingen proeven. Ik ontdekte dat er nog geen olijfoliemerk in Nederland was dat stond voor puur, eerlijk en kwaliteit. Ik bedacht de merknaam Liquido d’Oro (‘Vloeibaar Goud’) en ontwikkelde een vormgeving die totaal afweek van de traditionele olijven of olijfboompjes op het etiket.

Met Liquido d’Oro wil ik een merk bouwen dat staat voor eerlijkheid, kwaliteit, passie en gezondheid. Het huidige olijfolieaanbod in Nederland is veelal gebaseerd op geraffineerde olijfolie, wat inhoudt dat de olijfolie niet veel meer is dan een plantaardige olie, waar alle smaakvolle, gezonde en werkzame stoffen uit zijn gefilterd. In echte olijfolie proef ik toewijding. Als ik zie hoe Italiaanse boeren met hun olijfbomen omgaan… Ze praten er nog net niet mee. Het is haast bijzaak of ze het product verkopen. De hoofdzaak is dat ze een mooie extra vergine olijfolie willen maken, die overloopt van pure gezondheid. Deze boeren zullen nooit concessies doen aan de kwaliteit.

Die kwaliteit komt voort uit passie. Liquido d’Oro eert de Italiaanse cultuur van zuivere smaken en brengt de beste olijfolie vol van pure gezondheid naar de Nederlandse fijnproever en genieters. Liquido d’Oro beschouwt olijfolie als een rijke gastronomische erfenis. Italiaanse boeren hebben deze eeuwenoude wijsheid aan ons doorgeven. Als geen ander weten ze de pure smaak te vatten, te temmen en met een grote perfectie te balanceren.

We zijn er trots op dat we zo’n bijzondere serie olijfolie kunnen delen. Liquido d’Oro hanteert een streng teelt-, oogst- en persbeleid. De kwaliteit begint bij onze olijfbomen die twee maal meer ruimte krijgen dan normaal, zo’n 36 vierkante meter. De frantoio bevindt zich te midden van de olijfgaard waardoor er binnen zes uur na de handgeplukte oogst, uitsluitend door middel van processen, met weinig druk en bij minder dan 25 graden Celsius, geperst kan worden. Na het persen wordt de olijfolie, zonder filtering, op afroep in onze speciale zwarte Liquido d’Oro flessen gebotteld.

Smaak en antioxidanten worden zo optimaal bewaard. Wij schudden en snoeien uitsluitend met de hand en gaan uiterst zorgvuldig met de 200 olijven om die voor een fles kwaliteitsolie nodig zijn. Alle olijfolie van Liquido d’Oro komt uit Italië. Er vindt geen inmenging plaats met olijven van buiten Italië. De olijfolie is intens fris, met een gespierd element in de smaak, waardoor je de neiging krijgt om met je lippen te smakken. Het verschil tussen de soorten is heel subtiel. In de ene olijfolie is de hete zomerwind te proeven, in de andere de eerste regen van het najaar. Wat ze gemeen hebben, is de smaak van de rijke olijfoliegeschiedenis van dit land – groen en vol leven.’

Dat wilde ik uiteraard wel proeven! Ik zorgde voor lekker brood en wat grof zeezout, Ridder bracht zijn nummer 1 mee: Il Primo Sinolea Biologica. Ridder: ‘Deze licht groengelige, iets troebele extra vergine olijfolie uit het Monte Amiata-gebied in Toscane heeft door het unieke lekproces een bijna boterachtig karakter met een zeer verfijnd aroma van jong groen en walnoot.

Het ras van de olijf is de Seggianese, van origine uit de regio Monte Amiata en alleen te vinden in de provincie Grosseto en Siena. De lavabodem van de Monte Amiata is rijk aan mineralen en geeft de olijfolie de juiste zuren. De soort is uitermate bestand tegen kou; de bomen zijn de overlevenden van de koude winter van 1985. De olijfolie wordt vervaardigd volgens de ‘Sinolea’-techniek die gebaseerd is op het onttrekken van de olie zonder stress, druk en water. Door gebruik te maken van deze techniek ontstaat een extra vergine olijfolie die minimaal afwijkt van de pure smaak van olijven.’

Voordat ik de fles openmaak, bestudeer ik het etiket. Extra leuk zijn de ingrediënten die worden genoemd: vakmanschap, een snufje geluk, harmonie, magie, poëzie, toewijzing, cultuur en bovenal passie. Dan is het moment daar: de dop wordt eraf gedraaid en de eerste olijfolie wordt in een mooi schaaltje geschonken. Verwachtingsvol doop ik een stukje brood in de olie.

En inderdaad, Ridder heeft niets teveel gezegd: dit is vloeibaar goud! Met deze fles op tafel, vergezeld van brood en zout, heb je een voorgerecht waarbij ingewikkelde antipasti in het niet vallen. Maar er is uiteraard meer keus! Voor elk hoofdelement van een gerecht heeft Liquido d’Oro een suggestie voor de best passende olijfolie. Of het nu vlees, vis of gevogelte is. De kleurcodering van de flessen (op de hals en op het smaakicoontje op het etiket) correspondeert met de in de horeca HACCP verplichte snijplanken. Makkelijk, duidelijk en herkenbaar – je pakt tijdens het koken bijna blind de goeie fles.

Aan de kleurcodering op de fles kun je zien met welk gerecht de olijfolie zich het beste laat combineren:

  Goud voor brood en zeezout
  Brons voor tafelolie
  Groen voor groentes, salade en dressings
  Blauw voor vis en zeevruchten
  Geel voor wild en gevogelte
  Rood voor bakken en grillen

Wil je de gouden vloeistof zelf proeven? Kijk dan op http://www.liquidodoro.nl/bestellen/ voor de losse flessen, een proefpakket of een proefsetje. Wil je tegelijkertijd meer van Italië proeven, neem dan een abonnement op De Smaak van Italië. Bij een jaarabonnement krijg je nu een luxe olijfoliepakket, bestaande uit Il Terzo Terra Di Foggia, Il Sesto Fruttato en Il Basilico: drie verrukkelijke flessen voor fijnproevers.

dec 29

Vorig jaar schreef ik op Oudejaarsdag al over de gewoonte van Italianen om op Oudejaarsavond linzen en worst te serveren. Beide staan symbool voor voorspoed en geluk. De worst wordt namelijk gezien als een teken van rijkdom voor het komende jaar; de linzen symboliseren de overvloed aan geld waarover je in het nieuwe jaar zal beschikken.

Zeker geen slecht idee dus om deze gerechten op Oudejaarsavond te serveren. In het recent verschenen kookboek De verleidelijke Italiaanse keuken een origineel recept voor deze ‘gouden’ combinatie: crème van linzen en worst in bladerdeeg.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

200 gram rode linzen
½ ui
1 kleine aardappel
1 worst
olijfolie extra vergine
2 liter groentebouillon
2 eierdooiers
100 gram bladerdeeg
peper en zout

Was de linzen en laat ze 3 tot 4 uur weken in koud water. Pel de ui en snipper fijn. Schil de aardappel en snijd in stukjes. Verwijder het vel van de worst.

Fruit de ui in een pan met olie, voeg de linzen toe, de aardappel, het worstvlees, peper en zout. Giet de bouillon erover en laat ongeveer 2 uur op een zacht vuur koken.

Voeg dan 1 eierdooier toe, pureer en laat afkoelen.

Verwarm de oven voor op 190 graden. Rol het bladerdeeg uit, steek er vier rondjes uit en bestrijk ze met de tweede eierdooier. Leg de schijfjes bladerdeeg voorzichtig over vier kleine, ronde ovenschaaltjes en zet ze 12 minuten in de voorverwarmde oven.

Neem de schaaltjes uit de oven en neem de bladerdeegdeksels er voorzichtig af. Verdeel de linzencrème over de ovenschaaltjes en leg de bladerdeegdeksels er opnieuw op.

Buon appetito, en ik wens jullie alvast – net als dit gerecht – alle geluk voor het nieuwe jaar!

Dit recept is afkomstig uit De verleidelijke Italiaanse keuken. In dit kookboek zijn de recepten verzameld van la nonna, de Italiaanse grootmoeder. Het zijn gemakkelijke en authentieke recepten die de liefhebber van de Italiaanse keuken zeker zullen aanspreken. De gerechten zijn eenvoudig, vaak bereid met nederige ingrediënten, maar met een unieke smaak en een rijk aroma.

In de keuken van la nonna lagen de hoeveelheden niet vast en de kooktijden hingen vaak af van de kleur van de bereiding en de geur die zich door het huis verspreidde. Gelukkig ging deze kennis niet verloren; ze werd van generatie op generatie overgeleverd en de gerechten werden van het ene schriftje in het andere overgeschreven, met alle nuances die deze zuiderse keuken zo uitzonderlijk maken. Nostalgisch, eerlijk, eenvoudig en overheerlijk, dat is De verleidelijke Italiaanse keuken…

Nonna’s recepten bestaan onder andere uit bruschetta met zwaardvis, taartjes van penne met gerookte carbonarasaus, saltimbocca van rundvlees met aubergines, sint-jakobsvruchten met limoen, spinazie en champignons, courgettes gevuld met rijst en pecorino en semifreddo met aardbeien en meringue. Ten slotte verklapt la nonna ook haar keukengeheimen en inmaaktips. En af en toe vind je een nostalgische anekdote terug.

De verleidelijke Italiaanse keuken
Christina Bottari
ISBN 9789002240393
€ 19,95
Standaard Uitgeverij

dec 24

Leon, een superleuke restaurantketen in Groot-Brittannië, staat voor eten waar je blij van wordt! De enthousiaste oprichters startten met één restaurant in Londen, maar breiden gestaag uit. Hun belangrijkste doel: lekker én gezond eten. Nu is er ook een kookboek, dat het eten van Leon naar je eigen keuken brengt. Het staat vol met gerechten die je smaakpapillen een trap onder hun achterste geven. Dankzij de recepten met superfoods behaal je extra bonuspunten als het aankomt op gezonde stofjes.

Het boek bestaat uit twee delen. In het ingrediëntendeel komen alle culinaire bouwstenen van de maaltijd tot leven. Je leest de paspoorten van kruiden als basilicum, oregano en rozemarijn en zoekt op de kaart op waar welke kaas wordt gemaakt. Je ziet wat er niet mag ontbreken in een voorraadkast en wat in welk seizoen verkrijgbaar is.

In het receptendeel vind je de verrukkelijke gerechten die je met al die ingrediënten kunt samenstellen, zoals Leons spaghetti milanese, dat ik – samen met het inleidende verhaal – met jullie mag delen.

Allegra McEvedy vertelt: ‘Waarom Leon?’ vragen mensen ons weleens. Dat zal ik jullie nu vertellen. We konden indertijd wel wat hulp gebruiken bij het verzinnen van een goede naam voor ons idee, dus nodigden we wat vrienden uit. Een paar zeiden dat er beslist een ‘&’ in moest zitten, anderen deinden mee op de holistische golven van die avond en weer anderen zaten een beetje glazig voor zich uit te staren.

Na afloop lopen Henry, John en ik naar huis met het intrieste woord nutrilicious in ons hoofd. Opeens vraagt John wat we van Leon vinden, de naam van zijn vader. Een paar dagen hebben we rondgelopen met zinnen als ‘Ik zie je bij Leon met de lunch’ en ‘Zin in Leon?’ op onze lippen. En we waren het er alle drie over eens dat het lekker bekte.

Dit hier is het oerrecept van Leon in zijn eigen kookboek. Het is hopeloos gedateerd; niet het soort recept dat je nu nog hoopt tegen te komen in een kookboek. We zijn tegenwoordig nu eenmaal enorm verwend met een enorme keuze aan ingrediënten en snelle pastasauzen. Maar misschien is dat ook wel de reden dat we van dit recept houden. Oorspronkelijk had deze geen knoflook, want dat zagen ze bij Leon thuis als orale anticonceptie!’

Leons spaghetti milanese

Ingrediënten
(voor 6 personen)

8 dikke plakken rugspek
3 vrij grote uien
1 teentje knoflook, gehakt (Allegra: ‘Het voelde toch niet goed zonder.’)
2 eetlepels olijfolie
150 gram geconcentreerde tomatenpuree
1 glas rode wijn
1 dessertlepel suiker
mespuntje gedroogde kruiden (een mengsel van bijvoorbeeld oregano, tijm, laurier)
hand basilicum, gehakt
Parmezaanse kaas, geraspt
500 gram spaghetti

Snij de buitenrand met vet en zwoerd van het spek af. Snij vet en zwoerd van elkaar los en leg beide in een ruime steelpan op een middelgroot vuur.

Snijd de uien in dunne ringetjes en het spek in vierkantjes ter grootte van een postzegel. Haal het zwoerd nu uit de steelpan en sauteer ui en knoflook lichtbruin in het overgebleven vet. Voeg olijfolie toe en hussel de spekblokjes er 2 minuten door, tot ze hard, maar nog niet bruin zijn.

Schep de tomatenpuree erdoor met een ruime kop water. De wijn, suiker en gedroogde kruiden mogen er nu ook in. Alles goed schudden in de pan en 5 minuten laten koken. Zet het vuur laag met de deksel er ietsje schuin op. Minstens 2 uur laten sudderen en dan basilicum toevoegen.

Nadat je de gekookte pasta hebt afgegoten, doe je die in een mooie dekschaal met de helft van de saus. Na het uitserveren schep je de rest van de saus met de Parmezaanse kaas boven op de porties.

Allegra: ‘Dit recept heb ik van mijn vader, die het weer heeft van zijn moeder die in 1906 uit Toscane via Marseille naar Londen kwam. Ik weet nog dat hij dit elke donderdagavond maakte, als hoofd- en enig gerecht, maar dat het bij de zondagse lunch van mijn oma steevast een primo piatto was, met antipasti ervoor en gebraad erna.

Met het naoorlogse tekort aan van alles en nog wat waren veel ingrediënten niet of alleen op rantsoen verkrijgbaar. De hoeveelheid spek (toen een inferieur stuk vlees) in dit recept was veel minder dan nu. Bakvet was ook op rantsoen, vandaar het zwoerd om de uien te karameliseren. Olijfolie kwam pas veel later in zwang, net als de gedroogde kruiden.’

Meer lezen over de lekkerste ingrediënten en de lekkerste recepten ermee maken? Met Leon ben je niet snel uitgelezen, uitgekeken en uitgegeten, wat een prachtkookboek! Dankzij de extraatjes als stickers, uitklappagina’s, kaaskaart, leeslinten en de vele foto’s echt een boek om uren zoet mee te zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de recepten, die je stuk voor stuk wil uitproberen. Grazie mille Allegra, voor dit inderdaad leukste kookboek van de wereld!

Leon – Het leukste kookboek van de wereld
Allegra McEvedy
ISBN 9789077330180
€ 34,99
uitgeverij Van Dishoeck

Getagd met:
dec 13

Nog een mooi decembercadeau, met twee ingrediënten die onlosmakelijk verbonden zijn met de Italiaanse keuken. Olijfolie is een gezond en puur product, waar je mee kunt bakken en braden. Maar je kunt er ook heerlijke sauzen en dressings mee maken, en zelfs lekkere toetjes! Volop inspiratie dus voor een kookboek met 24 makkelijk te maken gerechten die olijfolie en olijven tot een ware delicatesse maken. Van groene pesto tot een basisvinaigrette en van citroensalade met sardines tot zeebaars met olijven.

Het boekje en de recepten zijn van de hand van Manfred Meeuwig, eigenaar van olijfoliewinkel Meeuwig & Zn in Amsterdam en foodstylist. Voor hij de recepten presenteert, vertelt hij eerst over de achtergrond van olijven en olijfolie. Een klein fragment:

‘Je zou het niet zeggen van zo’n zomers product maar olijven worden in de winter geplukt, van oktober tot januari om precies te zijn. Alle olijven zijn eerst groen en worden naarmate ze rijper zijn paars tot zwart. Alle olijven (dus ook de rijpe) smaken rechtstreeks van de boom geplukt erg bitter. Daarom ondergaan tafelolijven verschillende behandelingen, onder andere in pekelbaden, om ze eetbaar te maken.

Tijdens het plukken worden de olijven opgevangen in netten die op de grond zijn uitgelegd. Voor de kwaliteit van de olie is het van het grootste belang dat de olijven binnen 24 uur geperst worden. In de perserij worden de olijven gewassen en met wat koud water vermalen tot een dikke massa. Deze massa wordt op ronde matten verdeeld, opgestapeld en uitgeperst.

Het vocht dat hierbij vrij komt is helemaal niet lekker. Het bevat naast de olie met daarin opgeloste prettige smaakstoffen ook in water opgeloste bittere smaakstoffen. Maar dan vindt het wonder plaats: door middel van een simpele centrifuge wordt het onaangename vocht gescheiden van de lekkere olie. In zeer moderne perserijen wordt met het zogenaamde continue proces gewerkt. Hierbij is het malen en het persen een aaneensluitend proces. Sommige oliën worden vervolgens door dikke lagen papier gefilterd om ze helderder te maken, andere blijven  mooi troebel.’

Meeuwig legt vervolgens het verschil in kwaliteit en smaken tussen olijfoliën uit. Wanneer gebruik je welke olijfolie? Welke aanduidingen op het etiket zijn van belang?

Dan volgen de recepten, waarvan we er alvast eentje mogen proeven: salade van sinaasappel met muntijs.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

3 sinaasappels, geschild en overdwars in dunne plakjes gesneden
2 eetlepels extra vergine olijfolie
50 gram pistachenootjes, fijngehakt
1 bosje munt, fijngehakt
vanille-ijs

Verdeel de sinaasappel over 4 borden en schenk er de olie overheen. Meng de pistachenootjes met de munt. Maak bolletjes van het ijs en rol deze door het munt-pistachemengsel. Leg per bord een bolletje op de sinaasappelschijfjes en serveer direct.

Nog meer lekkere recepten met olijfolie vind je in

Olijf & Olie boekbox – 24 wereldse gerechten met olijvenschaaltje
Manfred Meeuwig
ISBN 9789057674662
€ 14,95
uitgeverij mo’media

Getagd met:
dec 05

Soms krijg je een boek onder ogen dat met recht een ‘lekker’ boek mag worden genoemd. Enerzijds omdat je niet kan stoppen met lezen en helemaal opgaat in het verhaal en de personages, anderzijds omdat er culinair veel te genieten valt. De keukendochter is zo’n boek, met naast hoofdpersoon Ginny die je direct in je hart sluit een verzameling heerlijke recepten die je tijdens het lezen bijna ruikt en proeft. Recepten die je eigenlijk direct wil maken, ware het niet dat je tegelijkertijd ook wil doorlezen…

De zesentwintigjarige Ginny Selvaggio is anders dan anderen. Ze voelt zich het meest op haar gemak in de keuken. Na de onverwachte dood van haar ouders zoekt Ginny troost bij haar lievelingsrecepten, zoals de broodsoep van haar Italiaanse grootmoeder. Tot haar verbijstering staat plotseling Nonna’s geest voor haar neus, opgeroepen door de krachtige geur van de soep met een geheimzinnige waarschuwing: ‘Laat haar niet…’

Een geest in de keuken is niet Ginny’s enige uitdaging. Haar zus Amanda wil het ouderlijk huis verkopen. Ook vindt ze foto’s van een vreemde vrouw. Hoe meer Ginny ontdekt, hoe meer ze gaat koken. De meest overheerlijke familierecepten verschijnen dampend op tafel – met alle gevolgen van dien.

Tijdens het inpakken van de spullen van haar ouders, maakt Ginny bisschopswijn:

‘Eerst de pan, de kan, de snijplank. Ik verbreek de verzegeling van de dop, die van hard, rood plastic is gemaakt. Ik schenk de cider in een flinke pan en zet het vuur hoog. Ik slijp het mes en snijd vervolgens een sinaasappel in ragfijne, doorzichtige schijfjes. Ik peuter de kruiden uit hun glazen potjes. Hele kruidnagels, steranijs. Een kaneelstokje. Een paar korrels zwarte peper. De sinaasappelschijfjes erbovenop. Ik zet het vuur zo laag mogelijk, zodat er alleen langs de rand van de pan, nauwelijks waarneembaar, wat belletjes te zien zijn.

Nu ik toch voor de plank met kruiden sta, loop ik de potjes even na om te zien wat ik bij een volgende bestelling via internet moet hebben. Kaneel zeker. Laurierblaadjes. De lekkerste soorten chilipoeder:ancho, aleppo, chipotle. Veel mensen denken dat alle Spaanse pepers hetzelfde smaken, maar ze hebben ieder een heel eigen karakter. Het zachte branden van de habanero, het rokerige aroma van de chipotle, de pittige groene smaak van de jalapeño.

‘Ben je cider aan het maken?’ zegt Amanda, zich over de rand van de pan buigend.
‘Voor de geur. Volgens Angelica is het goed als het in huis naar vers bereid eten ruikt. Neem gerust een beetje.’ Ik steek haar de pollepel toe.’

Ik ga straks Ginny’s voorbeeld volgen en een grote pan bisschopswijn maken voor het heerlijk avondje. Aangezien de wijn net als het boek een snufje magie, een scheutje bitterzoet, twee eetlepels humor en een genereuze portie liefde bevat, komt de Goedheiligman vast even langs om lekker op te warmen!

De keukendochter
Jael McHenry
vertaald door Catherine Smit
ISBN 9789044332407
€ 18,95
The House of Books

Wie het boek in het Italiaans wil lezen, dat kan ook! Het is onlangs in het Italiaans vertaald, met de prachtige titel La cucina degli ingredienti magici. Als De keukendochter (in welke taal dan ook) naar meer smaakt, neem dan ook een kijkje op het blog van de auteur, Jael McHenry, dat uiteraard grotendeels over eten en koken gaat.

nov 25

Vandaag neem ik jullie mee naar het theater, maar niet naar zomaar een theater. Florence kent sinds een aantal jaar Il Teatro del Sale, oftewel Het Theater van het Zout. In eerste instantie misschien een vreemde naam, maar Fabio Picchi, een van de topkoks in Florence, koos deze naam niet zomaar. Het is een ironische verwijzing naar de Toscaanse gewoonte om brood zonder zout te bakken.

Dat deden de Toscaners overigens niet omdat dat nu zo lekker was. Zout was duur, en daarmee geen geschikt ingrediënt voor iets dat dagelijks in grote hoeveelheden op tafel kwam. Het is je vast wel eens opgevallen, op de grote uithangborden van de tabacchi (die blauwe borden met een grote T) staat SALI E TABACCHI. Zout en tabak dus.

Zout was namelijk tot 1975 net als tabak een monopolie van de regering. Het mocht alleen in geselecteerde winkels verkocht worden. Winkels die streng werden gecontroleerd en die herkenbaar waren aan dit uithangbord – dat overigens na 1975 niet is aangepast. De overheid derft immers veel inkomen na deze wijziging, dus geld voor nieuwe borden is er helaas niet bij.

Terug naar il Teatro del Sale. Picchi wilde na zijn ristorante, trattoria en café Cibreo in de wijk Santa Croce iets heel anders doen, maar nog steeds binnen de Toscaanse traditie. Hij besloot dan ook een naam te kiezen die zowel verwijst naar deze traditie als naar zijn hang om alles op zijn eigen manier te doen. Het Theater van het Zout was het resultaat, en net als zijn andere zaken een groot succes.

De formule is ongekend populair. Voordat je er kunt gaan eten, moet je een lidmaatschap afsluiten (vijf euro voor een jaar), dat je alleen krijgt als je een hele reeks grappige regels onderschrijft. Daarna betaal je € 35 voor een avondvullend programma, met naast eten en wijn iets cultureels, variërend van toneel tot muziek en dans. Dus ook voor degenen die het Italiaans niet of nauwelijks machtig zijn, valt er genoeg te genieten!

Als je het theater betreedt, zijn de tafels mooi gedekt en staan de karaffen met water en wijn klaar. Je schuift aan aan een lange tafel, naast vreemden dus – maar dat duurt niet lang. Binnen de kortste keren zit iedereen geanimeerd met iedereen te praten, over niets minder dan eten, eten en eten.

Wanneer de antipasti worden aangekondigd, is het even een heerlijke Italiaanse chaos. Bijna negentig eters banen zich een weg naar het buffet met borden vol aubergine, artisjok, olijven, panzanella, aardappelkroketjes en – natuurlijk – zoutloos brood. Maar het feest begint pas echt als Fabio Picchi zelf ten tonele verschijnt. Hij kondigt de eerste gang aan, iets met tomatengelei. De rest versta ik niet in het direct ontstane geroezemoes, maar het smaakt er niet minder om. Alleen de unieke ervaring is al dat ge-elleboog wel waard.

De gerechten volgen elkaar in rap tempo op. Picchi steekt zijn hoofd buiten de keuken, roept wat er op ons te wachten staat en dan hoor je even alleen het geschraap van stoelen, het geschuifel van voeten en de opgewonden verwachting van die eerste hap. Die smaakt steeds naar meer, zowel de gehaktballetjes als de gegrilde sardines. Je mag altijd een tweede portie halen, maar voor ik het in de gaten heb, wordt de mosselsoep ‘omgeroepen’ en lever je je gebruikte bordje weer in voor een gevuld exemplaar.

Na de risotto en de pasta is het wel even slikken. Dit waren pas de voorgerechten en de primi ! Ik kan straks naar buiten rollen, als een zoutvaatje uit vroeger tijden… Toch sta ik op als Picchi vertelt wat er nu weer voor lekkers wacht: gegrilde groenten, bonenbrood en gebraden kip. Alleen de trippa sla ik even over – mijn laatste kennismaking daarmee is nog te kort geleden. Ik stort me wel op alle drie de toetjes, zeker omdat veel Florentijnen het na de trippa voor gezien houden. De rust keert weer en iedereen lepelt zijn laatste bordje leeg. Buono come il pane, zoals mijn buurman concludeerde.

Maar onderuitzakken is er niet bij! Nauwelijks twee uur nadat ik het theater binnenwandelde, worden de tafels aan de kant geschoven en worden onze stoelen in theateropstelling geplaatst. Er verschijnen twee gitaristen die de sterren van de hemel spelen. En ik bedenk dat ik me gelukkig mag prijzen, hier in hartje Florence, met een heerlijke maaltijd achter de kiezen en de mooiste muziek om bij weg te dromen…

Ook een bijzonder avondje uit? Je vindt Teatro del Sale aan de Via de’ Macci 118 in Florence, in de wijk Santa Croce. Houd er wel rekening mee dat je redelijk snel moet eten en zelf steeds je bordje moet gaan halen. Je wordt dus niet aan tafel bediend, maar dat is de unieke ervaring meer dan waard. Het enige nadeel is dat je geen foto’s mag maken, de echte sfeer blijft dus een beetje ‘geheim’.

Kijk voor meer informatie op www.edizioniteatrodelsalecibreofirenze.it. Overigens is Il Teatro del Sale ook open voor ontbijt (€ 5) en lunch (€ 15); ook dan koop je eerst een abonnement voor vijf euro. Buon divertimento!

Laatste nieuws over boek
Er is weer nieuws over mijn boek: de tekst voor de aanbieding is klaar en het omslag is aangepast. Nieuwsgierig? Check http://ciaotutti.nl/nieuws-over-ciao-tutti-het-boek/

nov 01

De komende maand wandelen we door Florence, waar ik belandde vanwege de leukste opdracht die ik tot nu toe heb gekregen. Voor de reisgids De smaak van Florence, die in april 2012 gaat verschijnen, moeten namelijk ruim 250 culinaire adressen in de Toscaanse hoofdstad worden getest. Koffiebarretjes, ijssalons, trattoria’s, pizzeria’s en delicatessenwinkels; alle ‘lekkere’ adressen die de stad rijk is en die bijzonderder zijn dan het doorsnee-adres voor toeristen mag ik persoonlijk uit gaan proberen.

Uiteraard ben ik goed voorbereid op pad gegaan. Niet alleen heb ik de afgelopen weken een streng dieet gevolgd, zodat ik er in Florence weer flink wat kilo’s aan kan eten, ook heb ik al mijn vrienden en kennissen die in Florence en omgeving wonen ingeschakeld om mee te helpen. Dat is niet alleen gezelliger, maar zo kan er per saldo ook meer geproefd worden!

Iedereen gaf graag gehoor aan mijn verzoek om een middag of avond samen door de stad te struinen op zoek naar de allerlekkerste adresjes. Op een vroege maandagochtend ging ik op pad met Roos van der Wielen, een Nederlandse fiorentina die toevallig net de gids 100% Florence heeft gemaakt, met drie wandelingen door de stad, en Sonja de Graaf, bloemiste en fotografe in Florence en samen met Roos het brein (en de handen) achter Trouwen in Toscane.

We ontmoetten elkaar op de markt van Sant’Ambrogio, waar de Florentijnen uit de buurt hun inkopen doen. Zelfs om negen uur is het hier al aardig druk. Groente, fruit, brood in alle soorten en maten, hammen, worst, kaas, ribollita, verse pasta en – zelfs zo vroeg op de dag – lampredotto en trippa, een Florentijnse specialiteit van koeienmaag of -pens die op een broodje of als piatto unico wordt gegeten.

Alhoewel ik alleen al gruwel bij de aanblik van deze ingewanden – al dan niet klaargemaakt – besluit Roos me in te wijden in deze Florentijnse culinaire traditie. Gelukkig niet op de vroege ochtend, maar rond lunchtijd, als de aanblik van al die kraampjes vol lekkers me zo hongerig heeft gemaakt dat ik toch ook wel nieuwsgierig ben naar deze specialiteit.

Volgens Roos en Sonja eet je de lekkerste trippa bij Il Magazzino, in de wijk Oltrarno, aan de overkant van de Arno. ‘Als je echt Florentijnse gerechten wilt proberen, zoals trippa of lampredotto, ga dan naar dit leuke en moderne restaurant aan het kleine, verborgen pleintje Piazza della Passera, in hartje Oltrarno. Uiteraard staan er ook andere Florentijnse en Toscaanse gerechten op de kaart, dus ook wie zich niet aan ingewanden wil wagen, kan hier terecht. Wil je hersenen eten? Bel dan van te voren om die te bestellen, ze worden dan speciaal voor jou klaar gemaakt!’

Dat leek me een beetje te veel gevraagd, hersenen eten, maar een echt Florentijns gerecht als lampredotto wilde ik toch wel proeven. Lampredotto is, net als trippa, een deel van de maag van een koe, dat volgens een bijzonder recept wordt klaargemaakt en vooral veel wordt gegeten bij de kraampjes die op en rondom de Florentijnse markten staan. Nerbone in de Mercato Centrale (bij San Lorenzo) staat bekend om deze specialiteit; de broodjes lampredotto vliegen hier spreekwoordelijk over de toonbank.

Gelukkig krijgen wij de lampredotto enigszins anders geserveerd, namelijk als bitterballen. Na een voorzichtige hap laad ik enthousiast mijn bord vol met de kruidige balletjes, die net iets meer bite hebben dan zijn Hollandse voorbeeld. De lampredottoballetjes gingen vergezeld van carpaccio van tong (iets minder geslaagd) en stukjes koeienuier met pesto (wel weer erg lekker).

Voor wie echt dol is op deze ingewanden wordt er bijvoorbeeld ook ravioli van lampredotto of gefrituurde trippa als hoofdgerecht geserveerd. Gelukkig is er ook voor vegetariërs volop keuze; van linguine met pesto van cavolo nero (een soort boerenkool), melanzana alla parmigiana, groentetaartjes of tomino (kaas uit Piemonte) met verschillende seizoensgroenten. Wij sloten onze maaltijd af met een op crème brulee lijkende kastanjepudding, maar ’s zomers maken ze hier volgens Sonja ook heerlijke panna cotta met sinaasappel.

© foto Vincent van den Hoogen – 100% Florence (uitgeverij mo’media)

Echt een aanrader dus, zeker als je de Florentijnse specialiteit bij uitstek eens anders wil eten dan de marktlui doen. Wel even reserveren, want Il Magazzino is ook bij de Florentijnen erg geliefd!

Il Magazzino
Piazza della Passera 2/3
50125 Florence
0039-055215969

Meer tips van Roos (met natuurlijk ook de prachtige bloemenwinkel Funky Bird van Sonja) vind je in de nieuwe 100% Florence gids. Voor informatie over trouwen in Toscane ga je naar www.trouwenintoscane.nl

100% Florence
Roos van der Wielen
ISBN 9789057675119
€ 9,95
uitgeverij mo’media

preload preload preload