mrt 27

Deze maand zijn twee beroemde Spaanse schilders neergestreken in Rome. Het Chiostro del Bramante herbergt ruim tachtig werken van Joan Miró, terwijl Il Vittoriano onderdak biedt aan de werken van Salvador Dalí.

Miró – Poesia e luce
Joan Miró zet met zijn poëtische schilderijen kunst in een ander daglicht. De vijftig grote doeken die in het Chiostro del Bramante bijeen zijn gebracht, brengen dat mooi tot uiting, maar ook de beelden en aquarellen laten de fantasie van de kunstenaar zien. De werken zijn veelal gemaakt in de periode dat Miró op Mallorca woonde, waar hij een groot atelier had maar waar hij tegelijkertijd in direct contact stond met zijn muze, de natuur.

Omdat deze ruimte zo belangrijk was voor Miró, is geprobeerd het atelier deels na te bootsen. Zo krijg je als bezoeker een idee van hoe hij werkte, te midden van zijn originele gebruiksvoorwerpen en penselen. Ook dit werpt een beetje extra licht op de creaties van de Spaanse kunstenaar, die hier meer dan ooit tot hun recht komen.

De tentoonstelling is nog tot en met 10 juni te zien, maar voor wie geen ticket Rome in het vooruitzicht heeft, alvast een klein voorproefje:

Dalí – un artisto, un genio
Ogni mattina, appena sveglio, sperimento un piacere supremo: quello di essere Salvador Dalí, e mi chiedo – intimamente stupito – quale cosa prodigiosa farà mai oggi, questo signor Dalí ?’ aldus niemand minder dan Salvador Dalí zelf. ‘Elke ochtend, nauwelijks ontwaakt, ervaar ik een buitengewoon genoegen: namelijk het genoegen Salvador Dalí te zijn, en ik vraag me af – diep onder de indruk – wat voor wonderbaarlijks hij vandaag weer zal doen, deze mijnheer Dalí?’

Deze zin maakt direct duidelijk hoe het wonderlijke brein van Dalí de meest bijzondere kanten op kronkelt. Dat blijkt ook uit de verzameling werken die in het Complesso del Vittoriano bijeen is gebracht. Foto’s, schilderijen, teksten en documenten proberen de bezoeker een kijkje te geven in de geest van deze grote kunstenaar.

Hoe zag hij zichzelf en de wereld? Maar vooral ook: hoe zag hij Rome? In 1938 woonde en werkte Dalí namelijk een tijd in de Eeuwige Stad, maar ook toen hij weer in Spanje woonde kwam hij er graag. Niet alleen om te werken uiteraard, Dalí kwam vooral graag in Rome om even op te laden en nieuwe energie op te doen. Bijvoorbeeld door een scootertochtje te maken op een Vespa – en wel precies die Vespa die nu in het Vittoriano tentoongesteld wordt.

Maar Dalí zou Dalí niet zijn als hij ook niet buiten de gebaande paden reisde. Hij was bijvoorbeeld dol op de tuinen in Bomarzo (waar ik eerder deze maand over schreef), ook omdat het hier in de woorden van Dalí ‘makkelijker is om dingen te zien die anderen niet hebben gezien’. De bizarre monsters en grillige giganten inspireerden Dalí meer dan het Colosseum en het Pantheon. Alhoewel, zo te zien heeft heel Rome als inspiratie gediend voor het onderstaande doek, De verzoeking van de Heilige Antonius…

mrt 13

Vorige week maandag is er in de Engelenburcht in Rome een expositie geopend die geheel gewijd is aan Amor en Psyche. Dat liefde bij de Italianen hoog in het vaandel staat, bewees de lange rij gisteren. Het was er tot mijn grote verbazing zo druk dat ik op de Engelenbrug moest aansluiten in de rij, die achter mij steeds langer en langer werd.

Amor en Psyche

Ik hoorde ouders alvast aan hun kinderen het prachtige verhaal van Amor en Psyche vertellen. Voor wie deze mythe niet kent, volgt hieronder een uitgebreide samenvatting (ontleend aan: Eric M. Moormann & Wilfried Uitterhoeve, Van Achilles tot Zeus, SUN Nijmegen):

‘Psyche, een koningsdochter, was zo bovenmenselijk mooi dat iedereen haar bewonderde en zelfs de verering van de godin van de liefde, Venus, erdoor werd verwaarloosd. Venus droeg in haar woede haar zoon Amor op het meisje verliefd te doen worden op een afzichtelijk iemand. Amor werd echter zelf verliefd op Psyche en gaf aan die opdracht geen gehoor.

Het gevolg was dat de veel bewonderde Psyche niemand liefhad noch door iemand werd bemind. Haar ouders gingen in hun wanhoop naar Delphi om de orakelgod Apollo raad te vragen. Deze liet hen – op instigatie van Amor – weten dat ze hun dochter moesten kleden als voor een huwelijk en haar naar de oever van de zee moesten brengen vanwaar ze zou worden weggevoerd door een vreselijk monster.

De ouders brachten Psyche naar de aangegeven plaats, vanwaar ze door Zephyros, de Westenwind, werd weggevoerd naar een prachtig paleis om daar in slaap weg te zinken. De volgende ochtend verkende ze, door stemmen geleid, het wonderbaarlijke paleis. Na het vallen van de avond kreeg ze gezelschap van een bedgenoot. Ze kon echter geen blik op hem slaan, en hij waarschuwde haar geen pogingen te ondernemen om hem te kunnen zien.

Psyche had een zeer gelukkige tijd, al voelde ze steeds sterker de behoefte anderen, en met name haar twee getrouwde zusters, deelachtig te maken aan haar geluk. Op haar aandrang stond Amor een bezoek van haar zusters toe. Zij werden door Zephyros naar het paleis gebracht en vervolgens bevangen door een felle jaloezie. Toen ze hoorden dat Psyche nimmer een blik op haar minnaar had kunnen slaan, hielden ze haar voor dat ze het bed mogelijk deelde met een monster.

Psyche kon haar angst en nieuwsgierigheid niet langer beheersen. Ze voorzag zich van een olielamp en van een mes waarmee ze haar echtgenoot, als het een monster zou blijken te zijn, zou kunnen doorsteken. Toen ze op een nacht de olielamp ontstak, ontdekte ze tot haar opluchting dat ze het bed deelde met een prachtige jongeling.

Amor werd echter gewekt door een druppel gloeiende olie en verdween om niet terug te keren. De wanhopige Psyche zocht haar bedgenoot overal, maar niemand wilde haar, object van de voortdurende jaloezie van Venus, daarbij helpen. Uiteindelijk belandde ze bij de liefdesgodin zelf, die haar belastte met vernederende en schier onmogelijke taken.

Op een gegeven moment moest ze bij de koningin van het dodenrijk, Proserpina, een flesje schoonheidszalf ophalen. Ze kreeg het verzegelde flesje mee, maar kon op de terugweg haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, opende het flesje, werd door de geur bedwelmd en geraakte in een slaap waaruit ze niet ontwaakte.

Intussen was de verliefde Amor op zoek naar Psyche. Hij vond haar slapend en wekte haar met een prikje van één van zijn vleugels. Ze werd door Mercurius naar de Olympus gevoerd. Op Amors verzoek bewerkstelligde Jupiter een verzoening met Venus en verleende hij Psyche onsterfelijkheid. Alle goden namen deel aan de feestelijke bruiloft van Amor en Psyche.’

Dit verhaal wordt in de Engelenburcht tot en met 10 juni 2012 op verschillende wijzen geïllustreerd, onder andere in de Sala di Amore e Psiche, dat ooit het privévertrek van paus Paulus III was. Daarnaast zijn er ongeveer honderd werken van grote kunstenaars verzameld – allemaal met het zojuist vertelde liefdesverhaal als uitgangspunt. Zo zien we Amor en Psyche uit de Galleria degli Uffizi in Florence nu in de Romeinse Engelenburcht, net als de gevleugelde Psyche uit de Capitolijnse Musea, tekeningen van Raffaello en onderstaand schilderij van Antonio Canova.

Deze Canova maakte overigens ook een prachtig beeld van Amor en Psyche, dat in het Louvre in Parijs te bewonderen is, en dat – meer nog dan het schilderij – de liefde van Amor en Psyche uitdraagt.

Wie gegrepen is door het verhaal van de twee geliefden, moet overigens als hij in Rome is ook zeker een bezoek brengen aan de Villa Farnesina, waar Rafael in opdracht van de bankiersfamilie Chigi een loggia beschilderde met de hoofdpersonen uit het verhaal van Amor en Psyche. Wedden dat Amor je raakt met zijn pijlen en je op slag verliefd wordt op dit prachtige stukje Rome?

mrt 11

Hardlopen kan bijna nergens beter dan in Rome. Het groen van Villa Borghese, de oevers van de Tiber, de voormalige renbaan van het Circus Maximus… de omgeving maakt dat je al snel veel meer kilometer loopt dan je van plan was. Zeker op een vroege zondagochtend, als de stad nog moet ontwaken, is er niets heerlijkers dan je longen al hardlopend te vullen met Romeinse lucht. Het Capitool, het Forum, het Colosseum… alles staat er nog verstild bij, omgeven door een sfeer van belofte.

Afgelopen dagen groette ik ’s ochtends opvallend meer collega-lopers. Sommige hardlopers zwoegden met een plattegrond in de hand langs het Colosseum en keken met een vertwijfelde blik naar de straat heuvelopwaarts. Tja, wie in Rome loopt ontkomt niet aan een van de zeven heuvelen. Bij mij is de Aventijn favoriet, met boven als beloning de schitterende Sinaasappeltuin (Giardino degli Aranci), waar het goed uitblazen is en waar – niet onbelangrijk – lekker fris water uit een van de vele drinkfonteintjes stroomt.

Terwijl ik daar gisterochtend mijn dorst leste, vroeg een groepje hardlopers (Amerikanen te oordelen naar hun accent) me de weg naar het Circus Maximus. Ik besloot een stukje met hen mee te lopen en vroeg onderweg wat ze hier in de stad deden. Ze waren hier, zo vertelde de koploper trots, om volgende week de marathon te lopen. Vandaar dat ze nog even flink aan het oefenen waren.

Plotseling snapte ik de enorme aanwas aan hardlopers die ik afgelopen week dagelijks had gesignaleerd. Natuurlijk, precies over een week is Rome het decor van een van de meest bijzondere hardloopevenementen. Inmiddels hadden we het Circus Maximus bereikt en nam ik afscheid van de Amerikanen. Ik wenste ze veel succes en beloofde hen zondag aan te komen moedigen. Ze waren verbaasd dat ik zelf niet mee zou lopen, maar die afstand is nog niet aan mij besteed. Een kleine tien kilometer door de Eeuwige Stad is op dit moment het maximaal haalbare, en bovendien geniet ik meer van het decor als er geen massa andere lopers tussen mij en het Colosseum staat.

Op weg naar huis houd ik nog even halt bij mijn favoriete koffiebarretje. Het is niet zo elegant om bezweet van het hardlopen aan de bar te hangen, maar aangezien het op dit vroege tijdstip nog niet zo druk is, besluit ik me daar vandaag niets van aan te trekken. De barman knipoogt en vraagt of ik voor de marathon aan het trainen ben. Als ik hem vertel dat ik regelmatig hardloop zonder specifiek de marathon voor ogen te hebben, vindt hij dat maar niks. Tegenover al dat ‘zwoegen’ zoals hij het noemt, zou ik toch op zijn minst een poging een medaille binnen te halen moeten stellen… Hij trekt de krant naar zich toe en laat zien hoe mooi de medaille van dit jaar wel niet is.

Ik beloof hem eens na te denken over de marathon van 2013. Hij haalt ietwat misnoegd zijn schouders op. ‘Maar dan word je niet gefilmd,’ mompelt hij. ‘Gefilmd?’ vraag ik nieuwsgierig. Hij knikt, en vertelt met zichtbare trots dat de marathon van dit jaar vastgelegd gaat worden op het witte doek.

Een Amerikaanse filmproducent gaat een film uitbrengen waarin een glansrol is weggelegd voor de marathon van Rome. De werktitel, Spirit of the Marathon II – Rome, duidt aan dat er eerder al een deel 1 is gemaakt, en wel in Chicago. Deze film was zo’n succes in de Verenigde Staten (zowel qua aantal bezoekers als qua filmprijzen), dat de producent graag een opvolger wilde maken. Vanwege het decor is gekozen voor de marathon van Rome. Want waar loop je langs zo’n groot aantal schitterende bouwwerken? Waar start je met het Colosseum als ruggensteun?

Wie kans wil maken op een bijrol, kan natuurlijk altijd even gaan kijken. Hieronder de route die de lopers afleggen, zodat je een strategische plek uit kunt zoeken:

SigthJogging
Voor iedereen die Rome ook graag al hardlopend wil verkennen, maar de stad niet zo goed kent, heb ik tot slot nog een leuke tip: SightJogging. Onder leiding van een gids kom je joggend langs verschillende bezienswaardigheden, van het Colosseum tot de Engelenburcht, of van de Sint Pieter tot de Trevifontein. Ook een tocht door een van de vele parken die de stad rijk is, behoort tot de mogelijkheden.

Samen met een trainer ga je (alleen, met een paar vrienden of in een klein groepje) op pad en verken je – afhankelijk van je conditie en wensen – een deel van de stad. Uiteraard kun je tijdens je bezoek aan de Eeuwige Stad eenmalig een rondje joggen, maar ook elke dag trainen behoort tot de mogelijkheden. Meer informatie over deze bijzondere manier van Rome zien vind je op de website van SightJogging Rome. Hier vind je ook alle routes die je kunt afleggen en lees je hoe je moet reserveren. Veel loopplezier alvast!

PS Gisteren kondigde ik aan dat mijn boek eindelijk te bestellen is! Er zat ’s ochtends een bugje in het bestelsysteem, dat inmiddels gelukkig is verholpen. Voor iedereen die het nog niet heeft gezien of die gisterochtend niet kon bestellen, daarom nog even de link naar het voorproefje van het boek in wording en naar de bestelmogelijkheid: http://ciaotutti.nl/italianita/schaamteloze-boekpromotie/

mrt 03

Na de onverwachte ontmoeting met het Venetiaanse ververtje in Rome, ga ik vandaag op pad met Giovanni Battista Piranesi. Niet letterlijk natuurlijk, want deze begenadigde kunstenaar is al meer dan tweehonderd jaar dood. Dankzij het boek Rome: van Piranesi naar nu – van kopergravure naar nu van Leo Smink dient Piranesi echter nog steeds als gids door de Eeuwige Stad.

Piranesi werd begin achttiende eeuw geboren in de buurt van, jawel, Venetië. De stad laat me hier in Rome gewoonweg niet los… Piranesi had het echter al op vrij jonge leeftijd gezien in het noorden en trok naar Rome, waar hij werd overweldigd door de vele – veelal tot ruïnes vervallen – monumenten van de stad.

Hij zag het Forum Romanum, het Pantheon, het Colosseum en alle andere bijzondere plekken in Rome als een decor van de eeuwenlange gebeurtenissen die de loop van onze geschiedenis zo enorm hebben beïnvloed. Dit besefte men al in de renaissance, maar vooral in de achttiende en de negentiende eeuw ging men in Rome (en andere archeologische sites als Pompeï en Herculaneum) daadwerkelijk op onderzoek uit naar restanten van oude kerken, zuilen en gebouwen.

Piranesi was zich zeer bewust van deze groeiende belangstelling. Hij heeft deze monumenten of de ruïnes van oude bouwwerken dan ook – zoals wij tegenwoordig met onze fotocamera’s doen – in kopergravures vastgelegd. Deze etsen werden in zijn tijd zo populair dat er een echte handel ontstond. Op het hoogtepunt van zijn carrière had hij zijn eigen drukkerij en verkocht hij afdrukken van zijn etsen, als ware het ansichtkaarten, aan met name Engelsen die Rome bezochten in het kader van een zogenaamde Grand Tour.

Ik begin mijn tocht met Piranesi op het Piazza della Rotonda, het pleintje voor het Pantheon dat toch wel een van mijn meest geliefde plekken in Rome is. Ik schreef al eerder dat ik hier meestal direct heen wandel als ik in Rome ben teruggekeerd. Op de treden van de fontein, aan de voet van de obelisk, Rome aan me voorbij zien trekken, Romeinen en toeristen langs elkaar heen zien snellen en het Pantheon te zien oprijzen, staat garant voor thuiskomen. Voor aarden in de stad die al eeuwen door dezelfde stenen ademt maar toch steeds weer anders is.

In de tijd van Piranesi zag het er hier nog heel anders uit. Met het boek op schoot bestudeer ik de opvallendste verschillen. Het plein was in Piranesi’s tijd allereerst veel ruimer, veel opener dan nu. Het Pantheon moet er in die tijd nog grootser uitgezien hebben, zonder aan alle kanten ingesloten te zijn door gebouwen. De marktkraampjes (die volgens de aantekeningen van Piranesi samen een vismarkt vormen) hebben plaats gemaakt voor restaurants en terrassen.

Het opmerkelijkst zijn de twee torentjes die het Pantheon sieren. Vorig jaar oktober wijdde ik daar al een stukje aan (voor wie het gemist heeft: via deze link lees je er meer over), naar aanleiding van een schets van Maarten van Heemskerck waar ik toevallig op stuitte. De torentjes zijn ontworpen door Gian Lorenzo Bernini, in opdracht van paus Urbanus VIII. Begin negentiende eeuw zijn ze weggehaald en sindsdien rusten ze in vergetelheid.

Als ik door het boek blader en Piranesi’s etsen bekijk, gaat dat voor meer dingen op. Niet allemaal zo ingrijpend en opvallend als de torentjes van Bernini, maar bijzonder genoeg om daar eens dieper in te duiken. Zo wandel je met Piranesi door twee verschillende Romes: het Rome uit zijn tijd, dat nog veel geheimen prijs te geven heeft, en het Rome van nu, dat die geheimen vaak diep in zich verborgen houdt. Eens kijken of Piranesi helpt die geheimen te onthullen…

Daarvoor moeten we op pad, dus ik sla het boek dicht, werp nog eenmaal een blik op de plek van de verdwenen torentjes en wandel verder, in de voetsporen van Piranesi, de geschiedenis in…

Wie mee wil wandelen, in Rome of vanuit een lekker luie stoel thuis, leest en kijkt mee in

Rome: van Piranesi naar nu – van kopergravure naar foto
Leo Smink
ISBN 9789085709282
€ 19,50 (ex. verzendkosten)
te bestellen via www.oleo-italia.nl

PS Er is ook weer nieuws over mijn eigen boek. Dat is nog niet in hetzelfde stadium als het boek over Piranesi, maar David van Iersel van De Boekenmakers, de heren van Studio Denk en ik hebben gisteren heerlijk zitten puzzelen met de vorm waarin alle verhalen en foto’s gegoten gaan worden. We hebben ons, zoals de foto’s al een beetje laten zien, gebogen over verschillende kleurstellingen, lettertypes, symbooltjes, hoofdstukaanduidingen etcetera etcetera. Ook staan dankzij Annemarie en Annelie van De Boekenmakers nu alle puntjes op de i in de tekst.

Het wachten is nu op de definitieve opmaak, waarmee Studio Denk komende week aan de slag gaat. Maar ik zit ondertussen niet stil en heb samen met de uitgeverij iets leuks bedacht waarmee we trouwe bloglezers alvast een extraatje bieden. Vanaf komende week kunnen jullie namelijk voorintekenen op mijn boek. Dat betekent dat je het boek als eerste in de bus krijgt, zodra het beschikbaar is. Maar dat is nog niet alles: bij iedereen die voor 15 april bestelt, neemt uitgeverij De Boekenmakers de verzendkosten voor zijn rekening en zorg ik desgewenst voor een persoonlijke boodschap in het boek. Voor elke 25ste besteller hebben we bovendien nog een extra verrassing in petto. Voordat jullie nu al allemaal massaal gaan bestellen: zodra deze actie van start gaat en bestellen mogelijk is, laat ik jullie dat hier nog even weten. Hopelijk met een klein voorproefje van een aantal pagina’s uit het boek. Nog eventjes geduld dus…

mrt 02

Vanochtend werd ik niet meer wakker van het gekabbel van Venetiaans water, maar van het Romeinse verkeer. Na een week of twee zonder toeterende auto’s, Vespa’s en de sirenes van ambulances en la polizia, is het toch altijd weer even wennen continu omringd te zijn door lawaai. Ook de klanken van het Venetiaanse dialect sterven langzaam uit in mijn hoofd, om plaats te maken voor de o zo bekende Romeinse uitdrukkingen.

Toch zit Venetië nog wel een beetje in mijn hoofd. Terwijl ik langzaam door de Romeinse straten en steegjes wandel, probeer ik de heimwee naar de stilte, naar de mystieke sfeer, naar het gekabbel van het water – dat zo heerlijk als achtergrondgeluid kan dienen tijdens het schrijven – van me af te lopen. Ongemerkt ben ik boven op de Quirinale beland, waar ik mijmerend uitkijk over de koepels en de daken van de stad.

Waarom overvalt het gevoel van thuiskomen me nu niet zoals anders? Waarom wandelt mijn hart nog door Venetië terwijl mijn hoofd zich uit alle macht in Rome probeert te orienteren? Waarom mist het warme gevoel dat me normaal gesproken direct na aankomst in Rome overvalt? Ik zucht en besluit een kopje koffie te gaan drinken in het cafeetje van de Scuderie, de voormalige pauselijke paardenstallen.

Ik steek het grote plein over en moet een paar keer met mijn ogen knipperen. Heb ik nu zo lang staan mijmeren dat ik droom? Of droom ik überhaupt, ergens in Venetië, en voel ik me daarom zo ontheemd? Boven de ingang van de Scuderie zie ik namelijk een naam die ik afgelopen weken in Venetië ook regelmatig zag opduiken: Tintoretto.

Ik knijp mezelf hard in mijn arm. Au! Ik droom dus niet… Aan een van de mensen bij de ingang vraag ik hoe de Venetiaanse schilder hier zo verzeild is geraakt. Eind februari blijkt een grote aan hem gewijde expositie van start te zijn gegaan, op de plek waar Caravaggio, Lorenzo Lotto en Filippino Lippi eerder honderdduizenden bezoekers trokken.

Ik besluit mijn koffie nog even uit te stellen en midden in Rome in de wereld van de Venetiaanse Tintoretto te duiken. Deze schilder, die eigenlijk Jacopo Robusti heette, werd door zijn tijdgenoten il tintoretto genoemd, het ververtje. Hij was namelijk al op zeer jonge leeftijd een fervent liefhebber van het penseel. Hij schilderde al vroeg de mooiste taferelen en bestudeerde vele werken van de grote meesters, met als belangrijkste voorbeeld Michelangelo.

Op 15-jarige leeftijd ging Tintoretto in de leer bij de grote Venetiaanse schilder Titiaan, die toen zelf al 56 jaar oud was. Tintoretto’s studie duurde echter niet lang; volgens de overlevering had hij zozeer een eigen stijl dat hij het al na tien dagen voor gezien hield in het atelier van Titiaan.

Tintoretto zette aan het begin van zijn schilderscarrière vooral religieuze voorstellingen op het doek. Later schilderde hij ook prachtige mythologische verhalen en een aantal portretten. Bijzonder is de aanwezigheid van een zeer jong zelfportret, dat normaal gesproken in het Victoria & Albert Museum te zien is. Zeker als je daarna het zelfportret op oudere leeftijd ziet (dat in het bezit is van het Louvre maar nu ook in de Scuderie hangt), komt Tintoretto echt een beetje tot leven.

Na zo’n veertig Tintoretto’s te hebben bewonderd, is mijn honger naar Venetië gestild en mijn heimwee zo goed als verdwenen. Terwijl ik een kopje koffie drink aan de bar, geniet ik van de Romeinse conversaties om me heen. Eenmaal buiten haal ik diep adem en voel ik Rome in al mijn poriën doordringen. Venetië sijpelt uit mijn systeem en met elke pas groeit het gevoel van thuiskomen.

Daar ga ik vandaag dan ook heerlijk van genieten, maar niet voordat ik jullie nog even heb laten weten dat Tintoretto ook in eigen land te zien is. In het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, dat een aantal prachtige werken van dit Venetiaanse ververtje herbergt. Ook wie niet in Rome of Venetië is, kan zijn werk dus bewonderen – zonder heimwee te hoeven hebben!

feb 29

Precies een week geleden moest ik afscheid nemen van het Venetiaanse carnaval. De maskers zijn afgezet, de confetti weggespoeld, de kater verdronken. De Venetianen hebben hun stad stilletjes teruggewonnen op de feestvierende massa. Na dagen vol drukte klotst het water rustiger, tevredener bijna, tegen de kades.

Vandaag moet ik afscheid nemen van de stad zelf, en dat valt me een stuk zwaarder dan het afscheid van het carnaval. Van maskers, drukke straten, aangeboden drankjes en meegenieten van de effecten van drinkgelagen krijg je gauw genoeg, terwijl de stad zelf nooit verveelt. Ik pak mijn koffer in en bekijk nog een keer alle geschoten foto’s. Maskers, gondels en bruggetjes passeren de revue, in willekeurige volgorde en vaak in verrassend mooie combinaties.

Gek, dat het weer een jaar zal duren voor deze sfeer weer door de stad waant. Gek ook dat je er tijdens het carnaval soms ontzettend genoeg van kan hebben, van die drukte en het geduw, terwijl het bekijken van die prachtige plaatjes toch een beetje nostalgia oproept. Naar de sfeer, de uitbundigheid, het even loslaten van het dagelijks leven…

Voor iedereen die dit gevoel van heimwee naar het Venetiaanse carnaval herkent, is er gelukkig goed nieuws. Van een vriendin die in de buurt van Bussum woont, kreeg ik namelijk de tip dat in Galerie III in Bussum nog tot en met eind maart een bijzonder fraaie expositie over het Venetiaanse carnaval te bewonderen is.

De expositie laat een ander Venetiaans carnaval zien dan je wellicht verwacht. Galerie III is namelijk de uitdaging aangegaan om diverse, ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende kunstdisciplines bij elkaar te brengen en ze zo te exposeren dat de kunstwerken elkaar onmiskenbaar versterken.

De schitterend met de hand vervaardigde Venetiaanse maskers van Olga Dol (over wie ik twee weken geleden al een stukje schreef) vormen de rode draad in deze expositie. De zwierige danseressen van José van ‘t Rood zorgen voor zoveel kleur dat het letterlijk van het doek af spat.

Jettie Hoogenboom daarentegen laat, met haar schilderijen van de Venetiaanse gondels, de serene stilte voelen. De unieke, originele en onverwachtste sieraden van Elize van der Werff vormen een prachtige schakel tussen de maskers, schilderijen en sculpturen. De bronzen beelden en sculpturen van Carla Rump staan voor passie, en zoals zij zelf zegt: ‘Het beeld moet leesbaar zijn als een gedicht’.

Deze vijf bijzonder professionele kunstenaars zorgen ervoor dat Bussum dit jaar even wordt omgetoverd tot een prachtig stukje Venetië. Zo kan ik, voordat ik naar Rome reis, nog heel even de sfeer van het Venetiaanse carnaval opsnuiven. Dat vooruitzicht maakt het afscheid van Venetië een stuk minder moeilijk.

Ik sleep mijn koffer naar beneden, waar de portier hem van me overneemt. ‘Heimwee is al zwaar genoeg,’ mompelt hij, ietwat verlegen. Ik glimlach, en vertel dat ik in Nederland nog gauw een staartje van het Venetiaanse carnaval ga meepikken. Hij is nieuwsgierig, en hoort me uit over de expositie en met name over de kunstenaars. Ik beloof hem een kaartje te sturen vanuit Bussum, en daarmee is hij zo verguld dat hij mijn koffer naar de vaporettohalte sleept.

Daar neemt hij een beetje onhandig afscheid, ietwat beschaamd om zijn gevoelens van heimwee naar een feest dat nog maar net voorbij is en tegelijkertijd toch trots op een eeuwenoude traditie die steeds minder de zijne wordt. Ik druk hem de hand en denk: Venetië is inderdaad mooier als de mensen hun maskers afzetten…

feb 21

Een bezoek aan Venetië staat garant voor nieuwe mysteries, nieuwe ontdekkingen, nieuwe avonturen. Je slaat een hoek om en ineens ontdek je een prachtig kerkje, een wonderlijk verhaal, een bijzonder monument. Zelfs op het reusachtige, drukke San Marcoplein stuit ik nog regelmatig op een mysterieus detail of een bijzonder verhaal.

Gelukkig zijn er ook mysteries die al voor ons zijn ontdekt en onthuld. Zo vond ik een voor mij nog onbekend Venetiaans mysterie op de website www.merodeinvenetie.nl, die de voetstappen die de dichter Willem de Mérode in Venetië zette probeert vast te leggen. De website is een initiatief van Helma de Boer, die zo geïnteresseerden op de hoogte houdt van de voortgang van haar boek Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode. Voor het boek koppelt Helma kunstwerken, personen, plekken in Venetië aan gedichten van De Mérode.

Willem de Mérode in Venetië

Een bijzonder leuke invalshoek, die je langs de meest bijzondere plekken in Venetië brengt – of de leukste details van bekende plekken belicht. Een van de mooie voorbeelden op Helma’s website is de zogenaamde Bocca di Leone, oftewel Leeuwenbek. Lees maar mee:

‘De oplettende bezoeker kan in de muur van het Dogepaleis een bijzonder beeldhouwwerk (bas-reliëf*) ontdekken: de zogenaamde Bocca di Leone (of Bocche), een leeuwenbek. Onder de opening staat de tekst: Geheime kennisgeving tegen degenen, die diensten en plichten verheimelijken of in het geheim afspreken om hun ware gewin te verbergen.

De leeuwenbek werd gebruikt om anoniem aangifte te doen van misstanden als belastingontduiking, omkoperij en verduistering van staatsgeld. Men deponeerde daarvoor een papier in de opening. Door de anonieme wijze van aangifte hoefde men niet bang te zijn voor vervelende consequenties. Een soort middeleeuwse kliklijn. Ze werden ook wel Bocche della verità genoemd; monden van de waarheid. De leeuwenbekken ontstonden na de opstand van Baiamonte Tiepolo.

In het verleden waren er meerdere leeuwenmuilen in de stad te vinden aan de muren van openbare gebouwen. Elk district had er wel één. De districthoofden konden de brievenbus aan de achterzijde openen met een sleutel die de magistraat beheerde. Elke bus had een specifiek klachtendoel.

Na een schoonmaakactie van Napoleon zijn er helaas maar weinig leeuwenbekken meer over. De bekendste tref je aan in de muur van het Dogepaleis en aan de Santa Maria della Visitazione aan de Zattere in Sestiere Dorsoduro. De muil aan deze kerk was speciaal bedoeld voor klachten over de volksgezondheid. Je moet je voorstellen dat hier veel klachten in werden geduwd tijdens de golven van de Zwarte Dood, de pest. De mensen die ziek waren, verdwenen naar Lazaretto Vecchio; daar kwamen maar weinigen levend van terug.

Napoleon vernietigde veel elementen in Venetië die symbool stonden voor de oude autoriteiten. De meeste San Marco-leeuwen werden vernietigd, en zo ook de leeuwenmuilen die herinnerden aan het voorgaande Venetiaanse bewind.

Weliswaar waren deze leeuwenbekken een direct kanaal met de autoriteiten, het betekende niet dat je automatisch werd opgepakt als er een aangifte werd gedaan. Het was een goed uitgedacht systeem waarbij de informatie niet alleen werd bekeken en gewogen, ook onderzoek en bewijsmateriaal was nodig voordat men tot actie overging. Daarnaast werden de anonieme aanklachten pas in behandeling genomen als er ten minste twee getuigen in de aanklacht stonden vermeld. Vanaf 1387 werden de klachten op last van de Raad van Tien verbrand als er geen handtekening van de aanklager en geen betrouwbare getuigen waren opgenomen.’

Op de website van Helma kun je een overzicht van de nog overgebleven leeuwenbekken zien. Maar voordat ik jullie daarnaar verwijs, wil ik eerst nog even van Helma weten wat het verband is tussen deze leeuwenbekken en een gedicht van De Mérode. Dat is ten slotte het doel van Helma’s project.

Helma: ‘Het gedicht dat ik bij dit onderwerp heb gekozen, gaat over een roddeltante. Ze is geen leeuw, maar een slang. Ze gebruikt eveneens haar mond, niet om brieven van klikspanen te ontvangen, maar om scherp roddelwerk de wereld in te strooien. Je kunt uit het gedicht proeven hoezeer ze hiervan geniet. Ik stel met zo voor dat ze precies weet wie er in de stad ten prooi is gevallen aan de pest, en een ommetje maakt om dit rond te vertellen. Wie weet gooit ze nog een aanklacht in een leeuwenmuil.’

DE SLANG

Ze is opgetogen door de buurt gegaan
En heeft het laatst sensatienieuws besproken
Met naaisters en die in de winkels staan.
Het kwaad gesierd en ‘t goede afgebroken.

De rijke zieke heeft zij zeer gevleid:
‘Wat is er veel van Gods genade noodig,
Om ‘t leed te dragen, dat u rustig lijdt.’
Voor armen acht zij Gods hulp overbodig.

Zij knabbelt koekjes en nipt van haar thee,
En zuigt de zoete prikkelende pralines
Der laster – maar de looze Ongeziene
Proeft heimlijk van haar lekkernijen mee.

‘Mijn man zegt ook …’ luidt haar orakeltaal.
Ze zwaait de hel-, en kiert den hemel open.
Van wie den smallen weg ten hemel loopen,
Weet zij ‘toevallig’ een pikant verhaal.

Kletsende vroomheid kan zoo zalig bang
Over ‘t bederf van andre zielen rillen. -
Voelt ge op uw borst geen kille kronkels trillen?
En hoort ge ‘t heete sissen niet der slang?

Uit: Verzamelde Gedichten, nalezing VIII. Geschreven de maand mei, 1932

Eén ding is zeker: dankzij Helma’s verhalen beleef je Venetië veel intenser. Zelf zegt ze op haar website: ‘Venetië is prachtig, feeëriek, mysterieus. Het is een ontploft museum voor kunst, cultuur, literatuur, architectuur. Venetië is warm, bruisend maar soms ook sereen. De stad staat voor food for thought, muziek, genieën, lekker eten en drinken, water en zon. De stad schittert, letterlijk en figuurlijk.’

Met Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode wordt de stad zeker weten nog een stuk schitterender. Als de verhalen op de website een voorbode zijn voor het boek, dan kijk ik nu al reikhalzend uit naar de verschijning ervan – en naar het eerstvolgende bezoek aan Venetië met het boek in de hand. Zodra Helma al De Mérodes Venetiaanse schatten tot leven heeft gewekt, treed ik in zijn voetsporen – en jullie hopelijk met mij.

Maar nu eerst zoals beloofd de link naar de nog aanwezige leeuwenbekken in Venetië, naar de homepage van Helma’s website over Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode en naar de homepage van de website die ze over de dichter zelf bijhoudt. Veel leesplezier alvast en a domani!

* bas-reliëf: een beeldhouwwerk dat half uitsteekt boven het draagvlak zonder losstaande beelden.

feb 14

Vanaf vandaag verblijven we een week of twee in Venetië, de stad van de liefde. Wat is er nu romantischer dan vandaag door de smalle steegjes van La Serenissima struinen, je al warmend aan elkaar over de bruggetjes begeven of misschien wel een tochtje in een gondel maken?

Hoewel heel Venetië een prachtig decor vormt voor een romantische Valentijnsdag, kan maar een plek de meest romantische zijn. En dat is op dit moment Punta della Dogana, het driehoekige uiteinde van de wijk Dorsoduro. Hier, net voorbij de Santa Maria della Salute, komt het Canal Grande samen met het Canale della Giudecca.

Op dit kleine driehoekje Venetië bevindt zich het oude douanekantoor, dat sinds een aantal jaren is ingericht als museum voor moderne kunst. Het gebouw heeft net als zijn ondergrond een driehoekige vorm, met op de kop een grappig koepeltje met een zonnewijzer als bekroning. Van buiten zou je echter niet zeggen dat het museum zo’n enorme oppervlakte bestrijkt. Eigenlijk zie je dat alleen goed als je eenmaal binnen bent – of vanuit de lucht natuurlijk, zoals op onderstaande foto’s.

Een enorme driehoek biedt alle plaats aan een collectie moderne kunst, die het grootste gedeelte van de dag in een prachtig licht baadt. Het ontwerp is niet van de hand van een Italiaan; het is de Japanse Tadao Ando die het gebouw voor de huidige bestemming geschikt maakte – en er overigens ook voor zorgde dat het absoluut waterdicht is, geen overbodige luxe met al dat water eromheen.

Maar alleen voor het bijzondere gebouw en de schitterende lichtval zou ik jullie natuurlijk niet naar deze plek sturen. Althans niet op Valentijnsdag. Ik beloofde jullie immers de meest romantische plek van de stad te laten zien. Welnu, kijk maar eens naar deze prachtige foto:

Dit Hanging Heart van de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons hangt nog tot eind december 2012 in het Punta della Dogana. Het is maar liefst 2,7 meter hoog en weegt bijna 1600 kilo!! Naast buitensporig groot is het hart ook buitengewoon kostbaar. Op 14 november 2007 werd er een bedrag van 23,6 miljoen dollar voor neergeteld – op dat moment de hoogste prijs ooit betaald voor een werk van een kunstenaar bij leven.

Met je Valentijn naar dit buitengewoon kostbare hart? Je vindt het zoals gezegd in het Punta della Dogana, Dorsoduro 2 in Venetië. De dichtstbijzijnde vaporettohalte is Salute (linea 1). De tentoonstelling In Praise of Doubt, waar Koons’ hart deel van uitmaakt, is nog tot eind december 2012 te zien. De tentoonstelling is elke dag (behalve op dinsdag) geopend van 10 tot 19 uur. De kassa sluit een uur eerder. Kijk voor meer informatie op www.palazzograssi.it.

Als je toch bij het Punta della Dogana bent, ga dan ook even op de foto met de jongen met de kikvors, een kunstwerk van Charles Ray. Zorg wel dat je niet te dicht bij gaat staan. Niet omdat je Valentijn dan wellicht jaloers wordt, maar omdat er nogal eens een vrij norse bewaker aanwezig is die je ongeduldig een eindje weg maant en dan pal voor het beeld gaat staan zodat je het kikvorsmannetje niet mooi meer op de foto krijgt.

Fijne Valentijnsdag!

© foto’s Punta della Dogana

feb 01

Toen ik vorige week de burgemeester van Florence interviewde, was ik niet de enige die vragen stelde. Ook Matteo Renzi, zoals de burgemeester heet, was nieuwsgierig naar wat mij in zijn werkkamer in Palazzo Vecchio bracht. Ik vertelde over de gids De smaak van Florence die ik voor De Smaak van Italië aan het samenstellen ben, over het magazine zelf natuurlijk, en over mijn passie voor Italië in alle mogelijke facetten, die onder andere tot uiting komt in een dagelijks blog, Ciao tutti.

Nu is deze burgemeester, zeker voor Italiaanse begrippen, heel jong (net voor ik kwam vierde hij zijn 37ste verjaardag). Bovendien is hij dol op moderne media (hij heeft een Facebook-pagina en een Twitter-account die hij beide goed bijhoudt), dus mijn blog wekte zijn nieuwsgierigheid. Toen ik vorige week vertelde dat ik al bijna twee jaar dagelijks blog, bood hij mij een bijzonder cadeau aan voor het tweejarig bestaan van Ciao tutti: het beklimmen van de toren van Palazzo Vecchio, die normaal gesproken niet voor publiek toegankelijk is.

Het verslag van deze bijzondere klim heb ik bewaard voor vandaag, omdat het vandaag precies twee jaar geleden is dat ik mijn allereerste blog schreef. Inmiddels zijn we 736 blogstukjes verder, die samen een groot deel van Italië beslaan. Elke maand komen er nieuwe lezers bij, die soms zelfs uitgroeien tot heuse fans. Er zijn meer dan 700 reacties geplaatst – van de mailtjes die ik dagelijks ontvang met bedankjes, vragen, tips en ervaringen ben ik al lang geleden de tel kwijt geraakt.

De zoektocht naar de verhalen heeft me op heel bijzondere plekken gebracht, maar heeft me bovenal kennis laten maken met heel bijzondere mensen, in Nederland en Vlaanderen, in Italië, op papier en via e-mail. Alles samen maakt dat ik meer dan tevreden terugkijk op de afgelopen twee jaar Ciao tutti, en dat ik zin heb in weer een jaar bijzondere verhalen, anekdotes, recepten en inspiratie – en ik hoop jullie met mij!

Maar goed, terug naar het cadeau. Dat was natuurlijk een schot in de roos. Niet alleen omdat juist dit soort verrassingen maken dat ik dol ben op Italië, maar ook omdat mijn favoriete beeld van Florence precies op deze toren is geschoten. Het is een oude foto, gemaakt door de Fratelli Alinari, van een man die de wenteltrap helemaal bovenin Palazzo Vecchio beklimt, met op de achtergrond de koepel van de Duomo.

Ik was dan ook dolblij met dit genereuze aanbod. Aangezien het interview aan het einde van de middag plaatsvond, moest ik de ochtend erop terugkomen, zodat ik de toren met mooi weer en goed zicht kon beklimmen. Jullie begrijpen dat ik die nacht bijna geen oog dicht deed. Het vooruitzicht op deze klim zorgde ervoor dat ik bijna mijn bed uit stuiterde.

De dag van de klim was het geluk met mij, want hoewel het de dag ervoor licht bewolkt was, scheen de zon nu volop. Aan alle kanten was er dan ook volop uitzicht. Hoe hoger de medewerkers van Palazzo Vecchio en ik kwamen, hoe meer je van de stad en de omgeving kon zien. De koepel van de Duomo natuurlijk, de torentjes van het Bargello en de Badia Fiorentina, de koepel van de San Lorenzo, de Santa Croce, de kerkjes aan de overzijde van de Arno…

Uiteraard heb ik veel van deze uitzichten vastgelegd met mijn camera, zodat jullie kunnen meegenieten van deze bijzondere klim. Zo wordt het cadeau van de burgemeester ook een beetje een cadeau aan de lezers van Ciao tutti !

jan 29

De maand januari zit er weer bijna op, maar voor we de oversteek naar februari maken, hebben jullie nog een column van Diane Kuster tegoed:

‘Het is middernacht. Ik zit in de auto terwijl mijn vrienden Francesco, Antonio en Joyce deze duwen, in de hoop dat’ie eindelijk start. Het lijkt hopeloos; we zijn al een uur bezig en er komt geen geluid uit behalve een paar zuchten.

Wat is er gebeurd? Joyce en ik waren ’s middags al in Rome aangekomen en ik had de auto strak geparkeerd, naast een muur. Ik moest er aan de passagierszijde uitklimmen, met als gevolg dat het alarm dat aan moet geven dat het licht nog aan is, niet is afgegaan. En aangezien het een frisse, maar zonnige dag was, heb ik niet gezien dat de lichten nog aan waren.

Nu ik naar Fiuggi wil rijden met Joyce, blijkt de accu helemaal leeg. Niet alleen mijn vrienden maar ook andere Italianen proberen de auto aan de gang te krijgen. Het is echt hopeloos en uiteindelijk besluiten Joyce en ik in Rome te blijven logeren, bij Francesco, en pas de volgende dag op zoek te gaan naar startkabels, die tegenwoordig werkelijk niemand meer in de auto schijnt te hebben.

We moeten op zoek naar een parkeerplaats. ’s Nachts lijkt het alsof je overal kunt parkeren (omdat de parkeerpolitie niet werkt) en mijn vrienden wijzen op een plek naast de trambaan waar vele auto’s staan. Maar ik vertrouw het niet; mijn auto is in Rome al zo vaak weggesleept dat ik er op aandring de auto te parkeren op een plaats waarvan ik zeker weet dat mijn auto er niet verwijderd wordt.

Met veel tegenzin duwen ze de klein Ford K verder. Eindelijk staat’ie dan. We stappen in de auto van Francesco en gaan naar zijn huis. We komen langs Fosse Ardeatina, waar de oorlogslachtoffers herdacht worden, en rijden verder door nachtelijk Rome.

Na een half uur zijn we bij Francesco thuis, waar ons een nieuwe onaangename verrassing wacht. Het is ijskoud in huis. Verbaasd vraag ik hoe dit nu weer kan. Het blijkt dat de gemeente de verwarming wel heeft geactiveerd, maar om de kosten te drukken laten ze deze zo veel mogelijk uit. Het is ook peperduur.

Onder vele dekens lukt het ons in te slapen en we zijn al vroeg weer wakker. Na de koffie en brioche stappen we opnieuw in de auto, terug naar Porta Maggiore waar mijn auto staat. Eenmaal in de buurt belanden we in de file. We begrijpen er niets van. Het is zaterdagochtend, nu niet bepaald een tijdstip voor druk verkeer. Langzamerhand komen we dichterbij en dan zien we de oorzaak van de drukte. Twee trams zijn in botsing gekomen en één daarvan is omgevallen, boven op de rij auto’s die naast de trambaan geparkeerd stonden.

De jongen van het benzinestation, die ons helpt om de auto met startkabels weer aan de gang te krijgen, weet ons te vertellen dat er geen zwaargewonden zijn en dat het ongeluk is gebeurd omdat de tramchauffeur in slaap is gevallen. Ondertussen krijgt hij binnen enkele minuten de auto weer aan de praat. Ik haal opgelucht adem en ben blij dat ik erop aangedrongen heb de auto daar niet te parkeren. Maar ja, wie zou ook kunnen bedenken dat er een tram op je auto valt…’

Getagd met:
preload preload preload