sep 04

Morgen is het weer zover, dan ziet het Canal Grande letterlijk zwart van alle gondels die op het water dobberen. Dan wordt namelijk, zoals elke eerste zondag van september, de Regata Storica gehouden.

De Regata is een traditie die tot ver in de geschiedenis teruggaat. Volgens de overlevering werd de eerste Regata gehouden ter ere van de ontvangst die Caterina Cornaro, koningin van Cypus, kreeg toen zij in 1489 arriveerde met de bedoeling haar eiland aan Venetië te schenken. Sindsdien is men dit heuglijke feit elk jaar opnieuw blijven herdenken, waarbij de festiviteiten steeds uitgebreider werden.

Zo is er nu voorafgaand aan de roeiwedstrijd een gondeloptocht waarin oude, bijzonder gedecoreerde gondels de hoofdrol spelen. Ook de roeiers laten zich niet onbetuigd: zij dragen bijpassende, historische kostuums.

Daarna volgen de echte roeiwedstrijden. Het spits wordt afgebeten door de jeugd, die het in de regata dei giovanissimi tegen elkaar opneemt. Dan zijn de vrouwen aan de beurt, met hun regata delle donne. Vervolgens mag er gejuicht worden voor boten uit de omliggende streken, tijdens de regata delle caorline.

Tot slot gaan dan eindelijk de echte gondeliers van start. Tijdens een meestal superspannende regata dei campioni glijden ze in hun razendsnelle gondolini over het water. De boten vertrekken vanaf de Riva degli Schiavoni. Ze varen het Canal Grande op, waar ze moeten keren rondom een paleto, een paaltje dat midden in het Canal Grande is geplaatst. Wie daar aan kop gaat, wint meestal – maar toch blijft de race tot het einde toe spannend!

De traguardo, de finish, ligt tegenover Ca’Foscari, waar een soort drijvende historische tribune in het water is geplaatst. Daar worden de winnende gondeliers gehuldigd. Ze krijgen een mooie som geld, maar eigenlijk draait het ook nu nog steeds om de felbegeerde rode vlag die al jarenlang de inzet van de strijd is.

Ben je morgen in Venetië, ga dan zeker even kijken! Zoals de foto’s al laten zien is het echt een unieke belevenis, die het toch al sfeervolle Venetië nog bijzonderder maakt!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
sep 01

Zoals ik maandag al heb aangekondigd verblijven we komende maand in Venetië, de stad die de dichter Joseph Brodsky zo wondermooi beschrijft in zijn gedicht Venetiaanse Strofen I

‘Zo doven kroonluchters;
zo gaan koepels als kwallen
krimpen wanneer de nacht gevallen is.
Zo vernauwen straten zich,
kronkelend als alen,
en zijn pleinen platte vis.
Zo komt Nereus,
uit opgeklopte dameskapsels
kammen plukkend voor zijn dochters,
naderbij,
maar onthoudt zich van de gele, gratis parels
van de straatlantarenrij.’

Dezelfde ervaring verwoordde Brodsky in zijn Kade der Ongeneeslijken:

‘De trage voortgang van de boot door het duister was als de passage van een samenhangende gedachte door het onderbewustzijn. Tot kniehoogte in het pikzwarte water stonden aan weerskanten de enorme, bewerkte rompen van donkere palazzi vol onpeilbare schatten – goud waarschijnlijk, te oordelen naar het zachtgele elektrische verschijnsel dat nu en dan tussen kieren in de luiken vandaan kwam.

De algehele indruk was mythologisch, cyclopisch om precies te zijn; ik was de oneindigheid binnengegaan die ik had aanschouwd op de trappen van het stazione en gleed nu langs de bewoners, langs een schare sluimerend in het zwarte water rustende cyclopen, die nu en dan een ooglid optrokken en weer neerlieten.’

Komende weken verkennen we de stad van het zwarte water, die Brodsky zo sprookjesachtig omschrijft. We wandelen van wijk naar wijk, genieten van Venetiaanse kunst en muziek, treden in de voetsporen van Casanova, roeien mee met de jaarlijkse Regatta Storica, maken een uitstapje naar de eilanden Murano, Burano en Torcello en genieten van alle culinaire specialiteiten die de stad te bieden heeft. Op naar Venetië!

  • Share/Bookmark
aug 30

Vanwege de glinsterende grachten en de vele bruggen en bruggetjes wordt Amsterdam ook wel eens het Venetië van het noorden genoemd. Dat deze vergelijking verdergaat dan het overal in de stad aanwezige water, bewijzen de volgende Amsterdamse adresjes – die je immers ook in Venetië aan zult treffen.

Rialto

 

De Rialto-brug is na het San Marcoplein misschien wel de bekendste plek van Venetië. Amsterdam heeft zijn eigen Rialto: een knus filmtheater in De Pijp. Rialto bestaat al sinds 1982, toen de Stichting Amsterdams Filmhuis zijn intrek nam in het bioscooppand aan de Ceintuurbaan. De voorgeschiedenis van Rialto als buurtbioscoop dateert echter al vanaf 1921. Bij veel Amsterdammers leven nog warme herinneringen aan de kindermatinees van de ‘Amsterdamsche Jeugdbioscoop’. Diverse ingrijpende verbouwingen hebben Rialto veranderd in een modern theater met drie zalen en een ruim en sfeervol filmcafé.

De premièreprogrammering van Rialto is gericht op Europese en niet-westerse artistieke filmproducties. Meestal kun je hier ook je Italiaanse filmhart ophalen. Zo draait er op dit moment de film Io sono l’amore (Ik ben de liefde). Zoals de kenners van Rialto het omschrijven: ‘Melodrama in de beste Hollywood-traditie met de allure van een negentiende-eeuwse naturalistische roman: Douglas Sirk meets Emma Bovary’.

De film is gebaseerd op een verhaal dat regisseur Luca Guadagnino zelf schreef en over de teloorgang van de steenrijke Milanese familie Recchi, gezien door de ogen van Emma Recchi, de matriarch van het gezin. Ooit werd de Russische Emma veroverd door Tancredi Recchi, zoon van een textielgigant. Veroverd, want zij was meer een rijkeluistrofee, dan het object van liefde. Uit hun huwelijk zijn niettemin drie kinderen geboren.

Tijdens een groot familiefeest ontmoet Emma de chef-kok Antonio, de beste vriend van haar zoon. Aanvankelijk gebeurt er niets, maar als de twee elkaar maanden later nogmaals treffen, ontvlamt de liefde in alle hevigheid. De stormachtige affaire zet haar leven volledig op de kop. Emma tracht zich te bevrijden van de ketenen van haar huwelijk – maar tegen welke prijs?

Luca Guadagnino spaarde kosten noch moeite om zijn film zo rijk aan te kleden als het milieu waarin het verhaal speelt. De luxe interieurs, de prachtige kostuums, kortom de in beeld gebrachte weelde maakt van de film een visueel spektakel.

Tramezzino – Sandwich op z’n Venetiaans

Een tramezzino is de Italiaanse benaming voor een sandwich. Letterlijk betekent tramezzino ‘in het midden’, hetgeen wijst naar het beleg tussen de sneden brood. De sneetjes brood worden van de korst ontdaan, in driehoeken gesneden en traditioneel belegd met een mousse van vlees of vis en rucola. Ook kan tonijn en ei of ham met mozzarella als beleg dienen. De tramezzino is volgens de inwoners van Venetië een echt Venetiaanse specialiteit.

In Amsterdam eet je de lekkerste tramezzini bij Il Tramezzino, aan de Haarlemmerstraat. Vooral de tramezzino solo verdure, met gegrilde aubergine, courgette en paprika is een aanrader!

Een gondel in de gracht

Ook in het Venetië van het noorden kun je in een gondel stappen! Tirza Mol, de eigenaar van de gondel, heeft zich de kunst van de gondelbouw én het besturen van de elf meter lange boot tijdens haar verblijf in Venetië eigen gemaakt. Eenmaal terug in Nederland bouwde zij haar eigen gondel naar origineel ontwerp. Uiteraard reisde ze daarvoor verschillende keren af naar Venetië, om de kunst van ervaren gondelbouwers en gondeliers af te kijken.

Mocht je dus een gondel op de Amsterdamse grachten zien varen, wees dan niet verbaasd maar zwaai vrolijk naar gondelier Tirza. Via www.gondel.nl kun je de gondel – inclusief gondelier – inhuren voor bruiloften, feesten of andere bijzondere gelegenheden. Of voor als je erg heimwee naar Venetië hebt natuurlijk…

Genoeg te beleven dus, in het Venetië van het noorden – al lonkt het echte Venetië natuurlijk wel. In september reizen we daarom af naar de Dogestad, onder andere om de historische regatta te bekijken en echte Venetiaanse gerechten te proeven!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 20

Als je in augustus in Rome bent is een wandeling door Rome in de voetsporen van keizer Augustus eigenlijk een must! Die gaan we vandaag dan ook maken, en wie niet in Rome is wandelt aan de hand van de beschrijving hopelijk net zo makkelijk mee. Maar eerst iets over het leven van keizer Augustus.

Augustus heette bij zijn geboorte nog geen Augustus. Hij werd op 23 september 63 voor Christus in Rome geboren als Gaius Octavianus. Zijn moeder was een nicht van Gaius Julius Caesar. De kleine Gaius Octavianus was dus een achterneef van de grote Caesar. Toen Gaius Octavianus net vier jaar was, overleed zijn vader. Het was niet meer dan logisch dat Caesar zich over de jongen ontfermde en zich om hem bekommerde. Zijn naam werd toen Gaius Julius Caesar Octavianus.

Na de moord op Julius Caesar in 44 voor Christus ontbrandde in Rome een machtsstrijd tussen Marcus Antonius (de consul van Caesar), ene Lepidus (een legeraanvoerder) en de toen 18-jarige Gaius Octavianus, die Caesar in zijn testament had aangewezen als zijn opvolger. De drie mannen besloten Rome vijf jaar lang gezamenlijk te besturen, waarmee ze het zogenaamde triumviraat in het leven riepen.

Na enige tijd werd Lepidus uit het driemanschap gezet. De twee overgebleven mannen leken het goed met elkaar te kunnen vinden. Hun onderlinge band werd nog eens versterkt doordat Marcus Antonius in het huwelijk trad met Octavia, de zus van Octavius. Het huwelijk was echter niet alleen rozengeur en maneschijn. Marcus Antonius kreeg namelijk al snel een verhouding met de koningin van Egypte, Cleopatra. De machtsstrijd tussen de twee rivalen Antonius en Octavianus laaide tot ongekende hoogte op en mondde in 31 voor Christus zelfs uit in een oorlog.

In een zeeslag voor de Griekse kust wist een van de legers van Octavianus de soldaten van Cleopatra en Antonius te verslaan. Het paar zag geen andere uitweg dan naar Egypte te vluchten, waar ze volgens vele bronnen zelfmoord pleegden. Ook de zoon van Cleopatra en Julius Caesar, Caesarion, overleefde het niet; hij werd vermoord. Octavianus lijfde Egypte in bij het Romeinse Rijk en maakte zich meester van de goedgevulde schatkist. Daarmee werd Octavianus op 32-jarige leeftijd de onbetwiste heerser over het Romeinse Rijk.

Octavianus macht nam langzaam maar zeker toe en in 27 voor Christus kende de senaat hem de eretitel ‘Augustus’, oftewel ‘de verhevene’ toe. Tegelijkertijd kreeg hij vele nieuwe privileges en verantwoordelijkheden. Zo was hij niet langer opperbevelhebber van het leger, maar werd hij ook benoemd tot opperpriester (pontifex maximus).

Augustus wilde oorlog en onrust in het Romeinse Rijk vermijden. Hij probeerde opstanden steeds vroeg de kop in te drukken. Mede dankzij zijn ingrijpen kenden de Romeinen een relatief lange periode van vrede, die ook wel de pax romana wordt genoemd. Tweehonderd jaar lang stond het Romeinse Rijk in het teken van voorspoed, opbouw en vooruitgang in plaats van oorlogen en plunderingen.

Augustus stierf in 14 na Christus tijdens een reis naar Campanië. Hij bereikte dus de zeer respectabele leeftijd van 76 jaar. Hij had 45 jaar geregeerd en daarmee een belangrijke stempel gedrukt op het Romeinse Rijk. Zijn sporen vinden we dan ook nog overal in Rome terug.

Zo maakte hij zelf nog een handgeschreven overzicht van zijn daden (res gestae divi Augusti), dat onder andere terug te vinden is in zijn Mausoleum. Dit is misschien wel de plek in Rome die nog het meest aan hem herinnert.

Wat er nu uitziet als een hoop stenen overdekt met gras en wilde bloemen was ooit de grafheuvel van keizer Augustus. Augustus begon nog tijdens zijn leven aan de bouw van het gigantische monument. Het was dan ook een enorme klus, aangezien het mausoleum een diameter van 87 meter heeft en ongeveer 45 meter hoog is.

Toen Augustus overleed prijkte er nog een enorm verguld bronzen standbeeld van hem op het dak. Rondom was de grafheuvel bedekt met cipressen en oleanders. De buitenste muren van het gebouw waren bekleed met marmer. Aan beide kanten van de ingang stond een obelisk van roze graniet, die de herinnering aan de overwinning op Egypte levend hield. De obelisken waren bijna 15 meter hoog.

Helaas is er nu niet veel meer over van de aanblik die het mausoleum ooit gehad moet hebben. De obelisken zijn echter nog steeds te bewonderen, al vind je ze nu niet meer bij de ingang van het mausoleum van Augustus. Ze bevinden zich nu op het Piazza dell’Esquilino, aan de achterzijde van de Santa Maria Maggiore, en op het Piazza del Quirinale, als onderdeel van de fontein met de Dioscuren voor de deur van het presidentieel paleis.

Je kunt het mausoleum helaas niet bezoeken, maar mocht je een glimp op kunnen vangen van het binnenste, dan zou je het volgende zien. In de centrale grafkamer bevonden zich de gouden urnen met de as van keizer Augustus zelf, van zijn vrouw Livia, van zijn kleinzonen Lucius en Gaius Caesar, van zijn zus Octavia en van zijn neef Marcellus, die voorbestemd was om hem als keizer op te volgen.

Om de centrale grafkamer heen werden verschillende nissen gebouwd waar de rest van de familie een laatste rustplaats vond. Hier stonden ooit de urnen van Augustus’ schoonzus Agrippa, net als die van Tiberius en die van Caligula. De urn van Julia Domna, de vrouw van Septimus Severus, is hier pas veel later neergezet. Nerva, de opvolger van de vermoorde Dominitianus, liet zijn urn hier om staatsbelangen neerzetten. Hij was helemaal geen familie van keizer Augustus, maar wilde zo aantonen dat hij wel het bewind van de keizer had voortgezet door opnieuw een periode van voorspoed en rust over het Romeinse Rijk af te dwingen.

Na de dood van de keizer werden bronzen platen op het mausoleum aangebracht, waarop de tekst van de daden van keizer Augustus te lezen was. Deze tekst had Augustus zoals gezegd zelf laten optekenen, volgens de overlevering door de Vestaalse Maagden, die immers ook zijn testament beheerden. Van deze ‘Handelingen van de vergoddelijkte Augustus’ (res gestae divi Augusti), werden kopieën gemaakt die op verschillende plaatsen in het rijk werden opgehangen. De platen zijn helaas verloren gegaan, maar een vernieuwde versie van de tekst is nu te lezen op de muur van het gebouw van de Ara Pacis, net om de hoek.

In het begin van de Middeleeuwen raakte het mausoleum langzamerhand in verval. In de twaalfde eeuw werd het in gebruik genomen door de familie Colonna, die het grafmonument liet ombouwen tot een versterkte burcht. In 1241 kwam het bouwwerk in handen van paus Gregorius IX, die het deels liet afbreken. Datgene wat overbleef is later zelfs gebruikt als wijnberg, tuin en theater. Nadat Mussolini het theater in 1930 heeft laten afbreken, zijn wetenschappers in 1936 begonnen met het vrijleggen en conserveren van het antieke monument. Maar het oogt nog steeds als een grote berg stenen, puin en groen te midden van de stadse drukte…

Gelukkig is er meer van Augustus bewaard gebleven dan alleen zijn graf. Hij werd geboren op de Palatijn, een van de zeven heuvelen van Rome. Augustus bleef er een groot deel van zijn verdere leven wonen. Het huis van Augustus is deels toegankelijk voor publiek. In de hal aanschouw je het resultaat van een enorme frescopuzzel. Archeologen hebben duizenden verbrokkelde stukjes weer op de juiste plek weten te zetten, zodat je nu een vrij goed beeld krijgt van hoe het hier in de tijd van Augustus uitgezien moet hebben. In de naastgelegen ontvangst- en eetkamer komen de rode muren je bijna net zo tegemoet als duizenden jaren geleden. Je zou bij wijze van spreken zo willen aanschuiven! Ook de slaapkamer is al helemaal gerestaureerd; de nimfen dansen er op de muren.

De studeerkamer van keizer Augustus biedt het mooiste uitzicht. Ook hier weer helder beschilderde wanden en een booggewelf waarop de overgebleven resten van de plafondschilderingen zijn aangebracht. Het is bijna niet te geloven dat dit de tand des tijds zo goed heeft doorstaan, of dat ze tweeduizend jaar geleden dit soort prachtige dingen wisten te maken. Ook de overige kamers worden langzaam maar zeker blootgelegd en in ere hersteld. Het is wel een gepuzzel, dus het duurt nog wel even voordat het hele huis te bezichtigen is.

Even verderop vind je het huis van Livia, de vrouw van Augustus. De prachtige fresco’s die ooit haar huis sierden zijn nu te bewonderen in het museum Palazzo Massimo alle Terme, vlakbij station Termini.

Hier vind je ook een meesterlijk standbeeld van keizer Augustus, waarbij de plooien van zijn mantel levensecht lijken. Je komt Augustus in het museum nog wel vaker tegen, onder andere een aantal keren als borstbeeld.

Na een bezoek aan het mausoleum, de Palatijn en het Palazzo Massimo alle Terme is zomaar weer een warme augustusdag in Rome voorbij. Keizer Augustus duikt echter op nog veel meer plekken in de stad op. Uiteraard kun je ook op het Forum Romanum en op de Fori Imperali nog in de voetsporen van de keizer treden, en kom je in de meeste Romeinse musea wel een of meerdere beelden van hem tegen. Die inscriptie op de Ara Pacis blijkt in Rome dus zeker niet gelogen!

  • Share/Bookmark
aug 19

Op de plek waar nu het Colosseum staat, bevond zich vroeger een kunstmatig meer dat hoorde bij Nero’s Domus Aurea (Gouden Huis). Toen Vespasianus in het jaar 70 na Christus de opdracht gaf te beginnen met de bouw van een enorm amfitheater, werd het meer binnen de kortste keren volgestort met beton. Al gauw verrees er een enorme arena op de plek waar eerst nog vissen zwommen.

Toen keizer Vespasianus nog aan de macht was, vonden er in het amfitheater voornamelijk gevechten tussen mensen en dieren, tussen mensen onderling of tussen dieren onderling plaats. Alleen al tijdens het honderd dagen durende openingsfeest werden duizenden wilde dieren in het Colosseum de dood ingejaagd.

Vespasianus’ oudste zoon, Titus, hield van nog meer spektakel. Volgens veel Romeinse bronnen vonden er gedurende zijn regeringsperiode zelfs watergevechten (naumachiae) plaats  in het Colosseum! Het hele amfitheater zou onder water gezet zijn om zeeslagen uit de geschiedenis na te kunnen spelen.

De Romeinse dichter Martialis zou geschreven hebben dat de arena in een mum van tijd kon veranderen ‘van droog land naar woeste zee’. De historicus Suetonius heeft zelfs opgetekend dat keizer Domitianus ‘genoeg schepen had laten aanrukken om twee complete armada’s te vormen’.

We weten echter niet precies of het allemaal wel waar is; er zijn helaas niet echt duidelijke bewijzen aangetroffen over de precieze locatie van dit gebeuren. Was het wel het Colosseum waar beide schrijvers de watergevechten hadden gezien?

Zeker is in elk geval dat het – als het inderdaad mogelijk is geweest het Colosseum onder water te zetten – al snel afgelopen was met de nagespeelde zeeslagen. Toen Titus overleed en zijn jongere broer Domitianus de heerschappij over de stad op zich nam, besloot hij het Colosseum uit te breiden met het zogenaamde hypergeum, het netwerk van kamers, kamertjes, tunnels en gangen onder het Colosseum. Vandaag de dag kun je dit gangenstelsel nog steeds zien, onder de ‘vloer’ van de arena. Toen dit gangenstelsel er eenmaal was, kon er geen water meer in het Colosseum worden gepompt en viel het doek voor de zeeslagen en andere watergevechten.

Toen ik vanochtend langs het Colosseum liep, hoorde ik tot mijn grote verbazing echter vrolijk watergespetter. Ik probeerde naar binnen te gluren, maar de dikke muren gaven niks van hun binnenste prijs. In het dichtstbijzijnde koffiebarretje informeerde ik naar de herkomst van het gespat, en wat bleek?

Rome heeft ’s zomers een uniek openluchtzwembad! Op enkele stappen van het Colosseum kun je een duik nemen in een heerlijk zwembad in de buitenlucht, met natuurlijk uitzicht op het Colosseum (zie de foto voor als dit te mooi om waar te zijn lijkt)!

Ik was mijn hele culturele programma voor de dag direct vergeten en ben snel naar mijn logeerhuis gefietst. Popelend van ongeduld wachtte ik tot mijn gastvrouw terug was van Italiaanse les, waarna we heerlijk hebben genoten van het zwemmen in de buitenlucht en van het geweldige uitzicht. Een heel bijzondere ervaring!

Wil je ook een duik nemen met uitzicht op het Colosseum? Het zwembad maakt deel uit van het complex All’Ombra del Colosseo (‘In de schaduw van het Colosseum’). Elke dag kun je er vanaf 9 uur ’s ochtends genieten van het zwembad, de jacuzzi en de ligbedden op de zonneweide. Uiteraard zijn er douches en kleedhokjes en de Romeinen hebben ook de inwendige mens niet vergeten.

  

’s Avonds wordt het hele complex omgetoverd tot een groot festivalterrein; dan drink je een aperitief aan de rand van het zwembad. De hele zomer zijn er allerlei optredens en tot in de late uurtjes draaien de beste dj’s van de stad. De volgende ochtend lonkt het frisse water weer, zodat je kater geen kans krijgt. Of zullen we dan toch maar dat culturele programma afwerken? Ach, eerst nog even wat baantjes zwemmen – al is het maar voor het onbetaalbare uitzicht!

Morgen meer cultureel nieuws uit de Eeuwige Stad, voor ik morgenavond weer terug naar Amsterdam vlieg om daar een dagelijkse portie Italiaans te zoeken…

  • Share/Bookmark
aug 18

Nu ik zo onverwacht nog een weekje in Rome ben beland, geniet ik volop van alle festiviteiten die worden georganiseerd ter ere van de Estate Romana, de Romeinse zomer.

Voor alle Romeinen die de zomerhitte trotseren en voor iedereen die de stad gedurende de zomermaanden bezoekt, heeft Estate Romana veel leuks in petto. Van begin juni tot 17 september kun je door de hele stad genieten van film, theater, muziek, dans, literatuur, kinderactiviteiten, kunst en vele andere openluchtevenementen. De meeste evenementen vinden plaats in en rond de bekende toeristische trekpleisters als Villa Borghese, het Forum Romanum en de Thermen van Caracalla. Een unieke gelegenheid om deze Romeinse bezienswaardigheden in een heel ander licht te zien!

Een kleine greep uit het aanbod voor de komende weken:

Ara Pacis in Colori
Tot 8 september kun je elke woensdagavond de Ara Pacis, het vredesaltaar van keizer Augustus, aanschouwen in de kleuren die het ooit moet hebben gehad. Een geavanceerde digitale projectie zorgt ervoor dat je een betoverende stap terug in de tijd kunt doen. Een geweldig initiatief, dat ze eigenlijk op meer plaatsen in Rome zouden moeten kunnen uitvoeren. Stel je eens voor hoe het Forum Romanum er in kleur uit zou zien…

Films aan de Tiber
Het Tibereiland verandert elk jaar in een grote openluchtbioscoop. Tijdens het zomerse filmfestival, dat bekend staat onder de naam Isola del Cinema, worden bekende en minder bekende films vertoond. Daarnaast zijn er wervelende modeshows, spectaculaire optredens en heerlijke (wijn)proeverijen.

Piranesi, Rembrandt delle Rovine
Hoe zag Rome eruit in de tijd van Goethe? Het Casa di Goethe neemt je mee terug in de tijd, naar een Rome dat er niet meer is, ook al zijn er nog steeds veel sporen van terug te vinden. De expositie is gewijd aan het werk van Giovanni Battista Piranesi. Zijn Vedute di Roma laten de antieke en klassieke monumenten van de Eeuwige Stad vaak net even van een andere kant zien dan wij nu gewend zijn.

In zijn werk over Piranesi’s leven noemde Giovanni Ludovico Bianconi Piranesi ook wel ‘Rembrandt delle Rovine’ – de Rembrandt van de puinhopen. Dit was overigens bedoeld als compliment, aangezien Bianconi vond dat Piranesi de dode gebouwen en hopen steen weer een ziel wist te geven. Het Piazza del Popolo, het Colosseum, het Piazza Navona – alle hoogtepunten van Rome bezie je even door andere ogen.

La Dolce Vita – Stars and celebrities in the Italian fifties
Nu het precies veertig jaar geleden is dat de film La Dolce Vita voor het eerst in de bioscoop te zien is, wordt de film en het gevoel dat deze voor veel mensen vertegenwoordigt geëerd met een grootse expositie. De Mercati di Traiano bieden onderdak aan meer dan honderd foto’s uit de periode 1950-1960. De foto’s brengen de tijd van La Dolce Vita weer tot leven – je zou er zo in willen duiken. Droom lekker weg bij het Italië waarin alles mogelijk leek, waar de cinema hoogtijdagen beleefde en waar de komst van Coca Cola een grote belofte leek voor de toekomst…

Villa Celimontana Jazz Festival
Het park van Villa Celimontana is ongetwijfeld het mooiste decor voor jazzmuziek! Het licht van honderden kaarsen en fakkels geven de plek een magische uitstraling. Een wijntje erbij, wat lekkere hapjes van de volop aanwezige eetkraampjes en je wilt nooit meer terug naar huis! Houd je meer van klassieke muziek, dan kun je terecht bij het Theater van Marcello waar bijna elke avond een klassiek stuk wordt opgevoerd.

Cisterna delle Sette Sale
Dat de Romeinen hun tijd ver vooruit waren, wisten we natuurlijk al wel. Hun bouwwerken zaten zo ingenieus in elkaar dat ze de eeuwen zo goed hebben doorstaan dat wij er nog elke dag van kunnen genieten. Ze waren ook meesters in het aanleggen van riolering, waterleidingen en aquaducten.

Deze enorme ‘waterput’ is daar misschien wel het best bewaarde voorbeeld van: een fascinerend systeem van communicerende vaten van enorme omvang (ze konden wel 8 miljoen liter water bevatten) moest het nabijgelegen thermencomplex van Trajanus van vers water voorzien. De Cisterna delle Sette Sale is normaal nooit toegankelijk voor publiek, dus grijp je kans!

Ook in de zomermaanden hoef je je in Rome dus zeker niet te vervelen! Ik zou er bijna een weekje voor bijboeken…

  • Share/Bookmark
aug 03

Eerlijk gezegd had ik me nooit zo gerealiseerd dat de Romeinse cultuur sterk geworteld is in de cultuur van de oude Grieken. Uiteraard wist ik dat op Sicilië en in Zuid-Italië nog veel overblijfselen te vinden zijn van Magna Graecia, het grote Griekenland, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat ook in Rome een enorme Griekse erfenis is te vinden.

Tijdens het lezen van De ontdekking van Arcadië – Een inleiding op de antieke wereld was ik dan ook een beetje verbaasd toen ik de kop ‘Gemaakt in Griekenland – Gewild in Rome’ las. Nieuwsgierig las ik verder: ‘Rome was de wereldveroveraar: een kleine stad in Midden-Italië, die door een uitzonderlijke reeks van militaire overwinningen over een periode van driehonderd jaar het grootste deel van de bekende wereld onder haar gezag had gebracht. Maar daarnaast voelde de Romeinse cultuur zich ook schatplichtig aan de veroverde gebieden, en dan vooral aan Griekenland.

De Romeinse dichter Horatius legde de vinger op de essentiële paradox toen hij in zijn Brief aan de Romeinse keizer Augustus schreef dat de verovering van Griekenland tevens een verovering van Rome was geweest, omdat de Romeinse beschaving, kunst en literatuur allemaal aan Griekenland te danken waren. Graecia capta ferum victorem cepit. Ofwel: ‘Het woeste Rome is veroverd door het veroverde Griekenland.’

Het is moeilijk te zeggen in hoeverre Rome werkelijk parasiteerde op de Griekse cultuur of in hoeverre de Romeinen slechts wilde barbaren waren totdat zij door hun Griekse veroveringen werden geciviliseerd. Haast niet minder lastig is het te weten wat het zou betekenen om van Rome of enige andere maatschappij te zeggen dat het geen eigen ‘cultuur’ had, dat zijn beschaving simpelweg van anderen was overgenomen. Maar het is zeker zo dat de Romeinen zelf hun relatie met Griekenland in dit soort termen uitdrukten en de directe oorsprong van hun kunst en architectuur, net als allerlei vormen van literatuur en poëzie, op Griekenland terugvoerden.

Horatius bijvoorbeeld beweerde dat zijn verzen waren geschreven in de traditie van de oudere Griekse poëzie, en zelfs als een bewuste navolging van Griekse poëtische thema’s en stijlen. Om zijn aanspraak op de status van klassieke Romeinse dichter te rechtvaardigen, verklaarde hij zich schatplichtig aan de Griekse verzen die meer dan vijfhonderd jaar eerder waren geschreven en lange tijd in de Griekse wereld waren onderwezen en bestudeerd als klassieken van de Griekse literatuur. Ook stonden Romeinse tempels (haast als musea) vol met Griekse kunstwerken en Romeinse kopieën of andere versies van Griekse werken, of variaties op hetzelfde thema.

Het ontdekken van Rome, hetzij ter plaatse tussen de ruïnes, hetzij door het lezen van Latijnse literatuur in de bibliotheek, heeft dus altijd betekend dat je ook verder werd geleid naar Griekenland en de Griekse wereld ontdekte via de Romeinse. Dit geldt net zo goed voor ons of voor de negentiende-eeuwse reizigers als voor de Romeinen zelf.’

Tijdens een bezoek aan Rome kom je veel ‘Griekse’ beelden tegen: de Laocoöngroep in de Vaticaanse musea, de jongen met de doorn in zijn voet (ofwel lo spinario) en de Stervende Galliër, beide in de Capitolijnse Musea. Dit zijn allemaal Romeinse kopieën van Griekse originelen, hetgeen de bewering van Horatius alleen maar onderschrijft.

Voor degenen die deze zomer Rome bezoeken: de Griekse beelden staan tot en met begin september extra in het zonnetje. In de Capitolijnse Musea is een tentoonstelling over het tijdperk van de veroveringen van het Romeinse Rijk opgezet, die met name focust op de aantrekkingskracht van de Griekse kunst in Rome. De tentoonstelling wordt georganiseerd in het kader van het vijfjaarlijkse programma I Giorni di Roma. Te zien zijn onder meer topstukken uit de Griekse kunst uit de tijd van de Romeinse overheersing in de Griekse wereld (van eind derde tot tweede helft eerste eeuw v.Chr.).

Voor de thuisblijvers is het boek De ontdekking van Arcadië – Een inleiding op de antieke wereld een meer dan goede troost. Mary Beard en John Henderson nemen je mee op reis door de antieke wereld, van het British Museum in Londen naar het oude Griekenland. Gedurende deze reis maken ze af en toe een uitstapje naar de Romeinse wereld.

Ze laten je zien hoe de studie van de klassieken voortdurend van karakter is veranderd en telkens weer nieuwe perspectieven heeft geopend op de antieke én de moderne wereld. Daarbij nemen ze de tempelfries uit Bassae die in de negentiende eeuw in het British Museum belandde als uitgangspunt. Door middel van het verhaal van de reeks toevalligheden die deze Arcadische tempel beroemd maakten en aan de hand van de vele vragen die de reconstructie van het origineel oproept, maken Beard en Henderson het spannende van hun vak voelbaar. Daarnaast wijzen zij geregeld op de fascinatie die het oude Griekenland en Rome steeds zijn blijven uitoefenen – en op de uiteenlopende en omstreden interpretaties die daarbij een rol speelden. Het boek is een toegankelijke gids voor iedereen die weten wil waar onze fascinatie voor de oudheid vandaan komt, en waarom Ben Hur en Asterix nog altijd tot de verbeelding spreken…

Mary Beard is een van de bekendste classici ter wereld. Haar hilarische weblog ‘A Don’s Life’ wordt door een groot publiek gelezen. Haar laatste boek, Pompeii, is ook een regelrechte aanrader, zowel voor onderweg als voor een virtuele reis vanuit achtertuin of luie stoel. Ook John Henderson schreef vele boeken over de oudheid. Beide auteurs doceren in Cambridge. Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com

  • Share/Bookmark
jul 28

Twee weken geleden schreef ik al over de Sala dei Nove (Zaal van de Negen) in het Palazzo Pubblico, waar de vroegere bestuurders van de stad hebben laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien. In opdracht van het College van Bestuur van Siena beschilderde Ambrogio Lorenzetti de wanden met fresco’s die de gevolgen van het goede en het slechte bestuur weergeven.

Lorenzetti schilderde de fresco’s, die drie wanden van de zaal in beslag nemen, tussen 1337 en 1339. Zijn werk is in een aantal opzichten uniek te noemen. Zo was er tot die tijd nog geen enkel fresco gewijd aan een niet-religieus onderwerp. Uniek is ook de wijze waarop Lorenzetti op het grote fresco van de gevolgen van goed bestuur voor de stad en het platteland de stad Siena en haar omgeving heeft afgebeeld.

Om het leven in een goed geordende stadstaat zo realistisch mogelijk weer te geven, moest Lorenzetti de huizen en de straten vullen met allerlei verschillende mensen en activiteiten. Zo zie je vrolijk dansende vrouwen, bouwvakkers die hard aan een woning bouwen, winkeliers die achter hun toonbank staan en een adellijk jachtgezelschap dat de stad verlaat terwijl van de andere zijde volgeladen ezels de stad in worden geleid.

Juist door die vrolijke en drukke menigte valt de waarheidsgetrouwe weergave van de gebouwen meer op. De vele details, zoals links de koepel en de markante, zebragestreepte toren van de dom, laten je uren heen en weer lopen voor het schilderij. Het uitzicht rechts over het platteland rond Siena is het eerste echte landschap dat sinds de Klassieke Oudheid is opgetekend, waarbij wel gelijk duidelijk wordt dat de mens hier bezit heeft genomen van de natuur. Ook dat is een van de vele voordelen van een goed bestuur. Op de hellingen groeien wijnstokken, terwijl even verderop de boeren op het land aan het werk zijn.

Terug naar de goede regering, die we op de middelste wand zien afgebeeld. Helemaal aan de linkerzijde zetelt een grote vrouw, die symbool staat voor de rechtvaardigheid. Boven deze vrouw zweeft de wijsheid, die een enorme weegschaal vasthoudt die door de rechtvaardigheid precies in balans wordt gehouden. Vanaf de weegschaal lopen twee koorden, die door Concordia, symbool voor de eendracht, tot een dik touw worden gedraaid. Dit touw wordt doorgegeven aan vierentwintig burgers, die op hun beurt het touw aan de grote mannenfiguur geven. Onder deze heerser zie je de wolvin en de tweeling Romulus en Remus weer terugkomen (zie ook Ciao tutti van 12 juli).

Links en rechts van de grote heerser zitten enkele vrouwen die de verschillende deugden uitbeelden: van links naar rechts pax (vrede), fortitudo (kracht), prudentia (behoedzaamheid), magnanimitas (ruimhartigheid), temperantia (gematigdheid) en justitia (rechtvaardigheid). Boven het hoofd van de heerser nog drie onmisbare ingrediënten voor een goed bestuur: geloof, hoop en liefde. Rechtsonder zie je een groepje gevangenen dat door soldaten wordt bewaakt en wacht op berechting – rechtvaardigheid is niet voor niets twee keer op het fresco afgebeeld.

Waartoe deze goede regering leidt, zagen we net al: een drukke, florerende stad waarin allerlei activiteiten worden ontplooid, omringd door een vruchtbaar platteland dat zorg draagt voor voedsel en wijn. Boven het land zweeft een gevleugelde vrouwenfiguur die staat voor de securitas, oftewel de zekerheid, die een goed bestuur met zich mee brengt.

Heel anders is de situatie op de tegenoverliggende wand, waar Lorenzetti de slechte regering en de gevolgen daarvan voor de stad in één fresco heeft afgebeeld. De enorme hoofdfiguur, symbool voor de tirannie, wordt omgeven door een aantal gruwelijke medestanders die de stad in de richting van de afgrond duwen: crudelitas (wreedheid), proditio (verraad), fraus (bedrog), furor (woede), divisio (verdeeldheid) en guerra (oorlog). Boven zijn hoofd zweeft nog meer verschrikkelijks, namelijk avaritia (gierigheid), superbia (trots) en vanagloria (ijdelheid). De rechtvaardigheid, die bij de goede regering zo belangrijk is, ligt geboeid aan de voeten van de tiran, met naast haar een gebroken weegschaal. Het evenwicht is zoek: in de stad is het een grote chaos en het platteland maakt een desolate indruk.

Dit is gelukkig niet het Siena zoals we dat na het bezoek aan de Sala dei Nove om ons heen zien, al kijk je na de prachtige details op het fresco van Lorenzetti wel met een heel ander oog naar de stad!

  • Share/Bookmark
jul 25

Serena, die tijdens mijn logeerpartij al snel in de gaten had hoe groot mijn passie voor boeken was, nam me op een van mijn laatste dagen in Siena mee naar het Archivio di Stato, het staatsarchief, dat is gevestigd in het Palazzo Piccolomini. Het archief is helaas niet altijd toegankelijk voor toeristen, maar wanneer je een paar dagen voor je bezoek per mail of telefoon informeert of je langs kunt komen, ben je meestal van harte welkom. Het is de moeite in elk geval meer dan waard, want in dit archief bevindt zich een van de mooiste bezittingen van Siena: de Tavolette di Biccherna.

De Tavolette di Biccherna zijn houten plankjes, die lange tijd werden vervaardigd als boekomslagen. Het kantoor van de Biccherna, dat verantwoordelijk was voor alle administratie van de stad, gebruikte deze tavolette tot diep in de achttiende eeuw om rekeningen, balansen, boekhoudingen en andere financiële stukken samen te binden. De boeken werden vervolgens gearchiveerd door de camarlingo, het hoofd van de schatkamer.

Gelukkig zijn veel van deze tavolette bewaard gebleven: in totaal beschikt het Archivio over 105 tavolette, die allemaal tentoongesteld worden. De tavolette zijn erg belangrijk voor de geschiedschrijving van de stad, want behalve dat de financiële gegevens zelf natuurlijk veel inzicht geven in de historie van Siena, doen ook de omslagen zelf dat. Op elk omslag werd namelijk een voorstelling geschilderd die betrekking had op de familie of het bedrijf wiens boekhouding was opgenomen, of op de algemene geschiedenis van de stad. Door de boekomslagen te bekijken, komt Siena voor je ogen tot leven.

De eerste boekomslagen waren vaak nog vrij simpel. De oudste tavoletta die nog is teruggevonden is van de hand van Giulio di Pietro. Het omslag zou dateren uit 1258, en is dus ruim 750 jaar oud. De monnik die op het omslag aan het werk is, is broeder Ugo, die in die tijd de functie van camarlingo van de Sienese schatkamer bekleedde.

Vaak bevatten de tavolette een inscriptie, waarin we meestal de datum kunnen terugvinden, evenals de namen van de betreffende familie. Als illustratie worden in de begintijd van de tavolette vaak de familiewapens weergegeven:

         

Later, zo halverwege de vijftiende eeuw, worden de boekomslagen meer en meer echte schilderijtjes. De familiewapens spelen niet langer de hoofdrol; in plaats daarvan worden belangrijke politieke, religieuze en historische gebeurtenissen afgebeeld. Zo is het volgende omslag een dankbetuiging aan Maria, die Siena beschermde tijdens een verwoestende aardbeving enkele kilometers verderop.

De stad neemt langzamerhand een steeds belangrijker rol in op de tavolette, zodat een wandeling door het Archivio di Stato een wandeling door de geschiedenis van Siena is. Een kleine greep uit de prachtige omslagen die te zien zijn:

        
     

   

Aan het eind van je bezoek wacht je overigens nog een verrassing: vanaf het balkon van het Palazzo Piccolomini heb je een uniek uitzicht over het Piazza del Campo en ligt Siena letterlijk aan je voeten!

Archivio di Stato
Via Banci di Sopra 52, Siena
assi.archivi.beniculturali.it

  • Share/Bookmark
jul 17

Gisterochtend reden we naar Pienza, een stadje ten zuidwesten van Siena. Pienza telt slechts 2300 inwoners, hetgeen een verademing is na de toeristenmassa’s die overdag over Siena spoelen. Gelukkig keert de rust vroeg in de avond weer terug, als de toeristen terug de stad verlaten en de Sienezen te voorschijn komen voor de dagelijkse passeggiata, de avondwandeling waar jong en oud aan meedoet. Ook wij zijn elke avond van de partij en wandelen de hele stad door, keuvelend met een paar oude opaatjes en omaatjes, een ijsje etend, genietend van alle levendige gesprekken, de gevels en het vooruitzicht van een heerlijke Toscaanse maaltijd, met wijn uit de nabije omgeving.

Maar goed, gisteren reden we dus al vroeg naar Pienza. Het stadje dankt zijn naam aan paus Pius II, die werd geboren als Enea Silvio Piccolomini. Pienza betekent niet meer dan ‘stad van Pius’, een hele eer voor een paus! Na een lange, humanistische studie verwierf Aeneas, zoals Enea zichzelf het liefst noemde, bekendheid als succesvol diplomaat en politicus, maar ook als auteur van talrijke reisbeschrijvingen en liefdesgeschiedenissen. Hij schopte het tot aartsbisschop van Siena en werd in 1458 gekozen tot paus. Hij stelde zichzelf twee grote opdrachten ten doel: het ten val brengen van het Osmaanse rijk en de vestiging van zijn persoonlijke faam. om voor ‘een blijvend teken van zijn herkomst’ te zorgen, zoals hij het zelf in zijn Commentarii schreef. Hij gaf de Florentijnse architect Bernardo Rossellino opdracht de plaats Corsignano om te bouwen tot een heuse Piusstad, onder andere door er een groep monumentale gebouwen neer te zetten die een persoonlijk gedenkteken voor hem moesten vormen.

Als kern van de ‘ideale stad’ ontwierp Bernardo Rossellino het centrale plein, de Piazza Pio II, in de vorm van een trapeze en met een bestrating die in rechthoeken werd verdeeld. Zo werd het plein als het ware een toneel, dat werd omringd door de belangrijkste gebouwen van de stad. Het bisschoppelijk paleis domineert de oostzijde van het plein; het Palazzo Comunale, het gemeentehuis, bevindt zich aan de noordkant. Door de arcaden van het Palazzo Comunale kijk je uit op het Palazzo Piccolomini en de kathedraal. Voor de vormgeving van de voorgevel van het vierkante, drie verdiepingen hoge pauselijke paleis kopieerde Rossellino het Palazzo Rucellai in Florence, dat hij in 1451 naar een ontwerp van Alberti had voltooid. Daarmee beantwoordde de architect volledig aan de wensen van paus Pius II, die zich met dit nieuwe plein had verzekerd van een ‘blijvend teken van herkomst’. Het dagboek van Pius II, waarin deze zin is opgenomen en waarin hij al zijn architecturale plannen gedetailleerd uit de doeken doet, is nog te bekijken in het Museo Diocesiano, dat links naast de kathedraal ligt.

Op het plein is het heerlijk rustig. Er wonen zoals gezegd nog maar weinig mensen in Pienza, en het stadje wordt (gelukkig) nog niet onder de voet gelopen door toeristen. We keken dan ook verbaasd op toen we ineens twee mensen Nederlands hoorden praten. Waren we Siena ontvlucht voor de toeristenmassa, komen we nog voor de eerste koffie landgenoten tegen. Toch een beetje nieuwsgierig naar de reden voor hun aanwezigheid hier, begroetten we ze met een hartelijk ‘Goedemorgen!’. De twee andere Nederlanders keken al even verbaasd en – ja, ik geef het toe – lichtelijk geïrriteerd als wij net. Voorzichtig tastten we de reden van elkaars komst naar Pienza af.

Al gauw zaten we met z’n vieren aan een tafeltje te genieten van een caffè, want wat bleek: deze Nederlanders waren in Pienza vanwege een foto-expositie die in een verderop gelegen klooster gehouden werd. Maar ook in Nederland bleek Italië een rode draad in hun leven. Ron de Haas fotografeert en schrijft onder andere voor De Smaak van Italië en houdt een dagelijkse weblog over Italië bij, www.italia365bottega.blogspot.com. Zo ontmoet je ver weg van Amsterdam nog eens een collega… Che combinazione! Via de website www.italia365bottega.nl verkoopt Ron foto’s van Italië uit eigen portfolio, maar ook bijzondere, typisch Italiaanse cadeauartikelen en andere zaken die voor een Italiëfan eigenlijk onmisbaar zijn.

Ron de Haas op pad voor zijn expositie

Maar terug naar de expositie in Pienza. Ron vertelt: ‘Wij vinden het een bijzonder grote eer dat de manager van Hotel Relais Il Chiostro di Pienza, een hotel in een voormalig klooster, en de eigenaar van het in hetzelfde gebouw gelegen restaurant La Terrazza del Chiostro, ons ook dit jaar weer hebben gevraagd onze foto’s te exposeren. Er hangt, net als vorig jaar, een selectie van onze foto’s, grotendeels genomen in Toscane, maar bijvoorbeeld ook in Venetië, rondom het Lago di Garda en in Ligurië. Alle geëxposeerde foto’s zijn overigens ter plekke te koop, dus als je het Italiëgevoel mee naar huis wilt nemen, dan kan dat!’

   

Nu lukt dat na de bijzondere ervaring van gisteren ook wel zonder foto (want waar laat je zo’n mooie foto van formaat in een oude Fiat 500?), maar mocht eenmaal thuis de heimwee toch nog toeslaan, geen nood! Alle geëxposeerde foto’s (en nog heel veel andere) zijn ook via www.italia365.nl te bekijken en te bestellen. Foto’s gedrukt op canvas worden gratis thuisbezorgd.

La Terrazza - © Ron de Haas

Ben je toch in de buurt van Pienza, neem dan zeker even een kijkje in het voormalige klooster. Zowel het hotel als het restaurant is vrijwel het hele jaar geopend en vrij toegankelijk. Hotel Relais Il Chiostro di Pienza en restaurant La Terrazza del Chiostro zijn te vinden aan de Corso Rossellino 26.

  • Share/Bookmark
preload preload preload